Propedeutica – gedrag:
Inleiding:
• Gedragsproblemen: gezin, omgeving, bezoek, en openbare weg.
• Medische problemen: kijken we vaak naar ziekt en welzijnsvermindering en minder naar gedrag .
• Vb. Dermatologisch noodzaak corticosteroïden maar zorgt voor meer angst
• Gedrag = nummer 1 reden voor euthanasie! (belang op gedrag al van puppy zijnde aan te pakken)
Preventie in eigen dierenartsenpraktijk?
- Neem tijd (langere consultatie)
- Hoe sneller je erbij bent = hoe meer succes je zult hebben (als gedrag al een jaar bezig w het veel moeilijker)
- Vragenlijsten laten invullen, zoals Quality of life.
Anamnese:
• Signalement
• Probleembeschrijving
• Open vragen (vermijd gesloten vragen!)
• Geen beschuldigende toon (jij hebt dat gedaan)
• Succes gedragsconsult hangt af van:
- Empathie (luisteren maar steeds terug bij jezelf komen, zonder emotie)
- Authenticiteit (de klik tussen eigenaar en DA)
- Onvoorwaardelijke positieve waardering
- Deze consulten mogen niet te lang duren, want dan nemen de eigenaars niks mee en vraag neer feedback
(terugkoppeling)
• Aankaarten probleem afhank. van :
o Factoren dier, eigenaar, context en omgeving.
• Gedrag kan gedrag kan aanvaarbaar zijn voor eigenaar, maar niet voor de andere.
• Kan aanvaardbaar zijn in bepaalde situatie, maar niet in de andere.
• Perceptie eigenaar kan verschillend zijn van betekenis/welzijn voor dier.
o Bv. Het dier mag op mij springen, maar niet op een kind van 1 jaar.
• Belang kennis ethogram van diersoort (hond-kat-paard)
o Ethogram: diersoort specifieke lijst.
Perceptie eignaar:
, Valkuilen anamnese:
• Perceptie eigenaar over probleem heeft impact op probleembeschrijving:
o Neutraal: beschrijft wat hij/zij ziet
o Gekleurd:
▪ Eigen visie
▪ Emoties (onmacht, boosheid, angst, teleurstelling
▪ Gevolgen van probleem op gezien, op derden.
o De eigenaar mist vaak kleine maar belangrijke dingen
• Dominantie = moment-opname
• Subtiel signaal dat je vaak mist = knipperen met ogen.
• Bijten uit het niets gebeurt niet (dit zou prooivangst zijn)
• Corrigeren mag geen pijn of angst uitlokken.
• Frequent knipperen met ogen, tongelen = teken van chronische stress.
Andere meetinstrumenten ter aanvulling anamnese?
• Videomateriaal
• Hartslagmonitor = stress te meten
• Niet invasieve meetinstrumenten: haar en speeksel cortisol (chronische stress meten)
• Biomarkers (via bloed evolutie angst te meten)
o Cortisol: niet makkelijk te interpreteren (kan indicatie zijn van chronische stress)
o Oxytocine
o CRP: eerder waardes van ontsteking maar ontsteking en angst zijn ook vaak gelinkt
Observatie gedrag en interpretatie van klacht
Meest voorkomende klachten:
Honden
• vnl angst, verlatingsangst,
• Repetitief gedrag (cirkelsdraaien)
o Vb. Border colli (achtervolgen auto’s, muggen volgen, schaduw jagen) = start bij puberteit.
o Belangrijk om te weten bij welke rassen, specifieke gedraging te vertonen
Katten:
• Agressie, onzindelijkheid.
Inleiding:
• Gedragsproblemen: gezin, omgeving, bezoek, en openbare weg.
• Medische problemen: kijken we vaak naar ziekt en welzijnsvermindering en minder naar gedrag .
• Vb. Dermatologisch noodzaak corticosteroïden maar zorgt voor meer angst
• Gedrag = nummer 1 reden voor euthanasie! (belang op gedrag al van puppy zijnde aan te pakken)
Preventie in eigen dierenartsenpraktijk?
- Neem tijd (langere consultatie)
- Hoe sneller je erbij bent = hoe meer succes je zult hebben (als gedrag al een jaar bezig w het veel moeilijker)
- Vragenlijsten laten invullen, zoals Quality of life.
Anamnese:
• Signalement
• Probleembeschrijving
• Open vragen (vermijd gesloten vragen!)
• Geen beschuldigende toon (jij hebt dat gedaan)
• Succes gedragsconsult hangt af van:
- Empathie (luisteren maar steeds terug bij jezelf komen, zonder emotie)
- Authenticiteit (de klik tussen eigenaar en DA)
- Onvoorwaardelijke positieve waardering
- Deze consulten mogen niet te lang duren, want dan nemen de eigenaars niks mee en vraag neer feedback
(terugkoppeling)
• Aankaarten probleem afhank. van :
o Factoren dier, eigenaar, context en omgeving.
• Gedrag kan gedrag kan aanvaarbaar zijn voor eigenaar, maar niet voor de andere.
• Kan aanvaardbaar zijn in bepaalde situatie, maar niet in de andere.
• Perceptie eigenaar kan verschillend zijn van betekenis/welzijn voor dier.
o Bv. Het dier mag op mij springen, maar niet op een kind van 1 jaar.
• Belang kennis ethogram van diersoort (hond-kat-paard)
o Ethogram: diersoort specifieke lijst.
Perceptie eignaar:
, Valkuilen anamnese:
• Perceptie eigenaar over probleem heeft impact op probleembeschrijving:
o Neutraal: beschrijft wat hij/zij ziet
o Gekleurd:
▪ Eigen visie
▪ Emoties (onmacht, boosheid, angst, teleurstelling
▪ Gevolgen van probleem op gezien, op derden.
o De eigenaar mist vaak kleine maar belangrijke dingen
• Dominantie = moment-opname
• Subtiel signaal dat je vaak mist = knipperen met ogen.
• Bijten uit het niets gebeurt niet (dit zou prooivangst zijn)
• Corrigeren mag geen pijn of angst uitlokken.
• Frequent knipperen met ogen, tongelen = teken van chronische stress.
Andere meetinstrumenten ter aanvulling anamnese?
• Videomateriaal
• Hartslagmonitor = stress te meten
• Niet invasieve meetinstrumenten: haar en speeksel cortisol (chronische stress meten)
• Biomarkers (via bloed evolutie angst te meten)
o Cortisol: niet makkelijk te interpreteren (kan indicatie zijn van chronische stress)
o Oxytocine
o CRP: eerder waardes van ontsteking maar ontsteking en angst zijn ook vaak gelinkt
Observatie gedrag en interpretatie van klacht
Meest voorkomende klachten:
Honden
• vnl angst, verlatingsangst,
• Repetitief gedrag (cirkelsdraaien)
o Vb. Border colli (achtervolgen auto’s, muggen volgen, schaduw jagen) = start bij puberteit.
o Belangrijk om te weten bij welke rassen, specifieke gedraging te vertonen
Katten:
• Agressie, onzindelijkheid.