Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Volledige samenvatting pathofysiologie en pathologische biochemie

Rating
-
Sold
-
Pages
114
Uploaded on
06-02-2026
Written in
2025/2026

Met deze samenvatting heb ik het vak van de eerste keer gehaald met een mooi cijfer. Het document bevat de informatie van de powerpoint + alle belangrijke uitleg die hij erbij gezegd heeft. Moest er iets versprongen zijn in het document mag je me altijd een berichtje sturen! Stuur DM voor k0rt1ng! :)

Show more Read less
Institution
Course

Content preview

Inleiding
1. Wat is normaal
 Abnormaal = als het afwijkt van de referentiewaarde
o Situatieafhankelijk + referentiewaarde niet altijd toepasbaar
o Stel: vermoeden dat een koppel lama schurft heeft
-> kijken hoeveel deze dieren krabben/min
 Als 1vd lama’s boven de referentiewaarde krabt -> kan voor deze lama ook
gewoon normaal gedrag zijn
o Normaal / abnormaal ga je altijd koppelen aan de kliniek / klinische symptomen
 Wat is normaal
o Distributie van observaties / data
o Wanneer is een gemeten bloedwaarde normaal, valt binnen een normaal bereik?
o Distributie van data: observaties in een populatie
o Gaussiaanse of normale verdeling
 µ = 0 en σ² = 1
 95% van de data liggen binnen+/- 2xSD
 Je neemt van een gezond dier bloed en meet de glucose
-> waardes zitten rond een gemiddelde
o 95% vd honden hebben een glucoseconcentratie rond het gemiddelde
= normaalverdeling vd glucoseconcentratie van gezonde honden




 Cofounder = verstorende factor
o Zorgt dat observaties verkeerd geïnterpreteerd gaan worden
 Wat is normaal?
o Bepalen van referentie-intervallen
o Neem een random staal vd gezonde populatie en bepaal µ en SD
o Interval = µ ± x * SD waarbij de keuze van X kan variëren
 Meestal X = 2 (of 1.96)
 Interval omvat 95% van de data
 Gevolg: 5% kans dat een gezond dier als ziek wordt beschouwd
 Concept van vals positief (a) en vals negatief (b)
 Concept sensitiviteit en specificiteit

,Sensitiviteit en specificiteit
 Stel: 2 aula’s waarvan in de 1e aula 100 gezonde studenten zijn en in de andere 100 met
diabetes (verhoogde glucose)
o Van gezonde individuen nemen we de glucoseconcentraties
-> zijn verschillend maar vallen allemaal binnen normaal
o Van de zieke aula doen we hetzelfde en deze waardes vallen niet binnen normaal
 Conclusie: waardes liggen uit elkaar, maar er zijn ook waardes die overlappen
-> parameters bepalen
o a = groep gezonden studenten die boven de referentiewaarde ziek/niet ziek valt
= vals positieve conclusie = type 1 fout
o b = groep diabetesstudenten waarbij je voor een groot stuk een type 2 fout maakt
= foutief zeggen dat ze gezond zijn = valt negatieve conclusie = type 2 fout




 Sensitiviteit
= kans dat een echt ziek dier, als ziek wordt gediagnosticeerd
= 1-b
 Specificiteit
= kans dat een echt gezond dier, als gezond wordt beschouwd
= 1-a
 Gevolgen van het schuiven met treshold
o Als we naar rechts opschuiven: veel meer studenten gaan als gezond beschouwd
worden die wel echt ziek zijn -> type 2 fout vergroot maar type 1 fout verkleint wel

, Zie video: https://www.youtube.com/watch?v=QqgJHryKOSU
o Samengevat: een test die sensitief en specifiek is, heeft een andere voorspellende
waarde
 Is afhankelijk van de prevalentie van de ziekte in de populatie waarin je de test
gaat gebruiken
 Als je de test gebruikt voor een ziekte die maar 1/1000 voorkomt, wordt de
test vaak waardeloos
-> testen zijn afhankelijk van de ziekte

2. Precisie en accuraatheid
 Parameters die bloeduitslag bepalen (dus als je bepaalde glucose-uitslag ziet, wat bepaald
deze concentraties dan?)
o Eigenschappen van patiënt: ziek / niet ziek
o Variatie tss dieren
o Confounders / verstoorders
 Diergebonden
 Stress: glucose gaat omhoog
 Als het dier is doorgestuurd die die al een behandeling met bv cortisol
gegeven heeft: glucose ook omhoog
 Pre-analytische fouten
 Als je bloedbuisje in zon legt voor die naar het labo gaat
 Analysefouten
 Variaties tss labo’s
 Uitspraak doen over of patiënt ziek is of niet
 Post-analytische fouten
 Niet juist interpreteren, waardes aan foute patiënt plakken
 Precisie van de meting
o Is een meetresultaat het echte resultaat
o CV = SD/gemiddelde
o Herhaalbaarheid van de test op hetzelfde staal
o Intra assay CV
 Neem 10 stalen en ontdubbel elk staal
 Bepaal de SD vd 2 metingen op elk ontdubbelde stalen
 Bereken de gemiddelde SD vd 10 bekomen SDs en deel door het algemeen
gemiddelde van alle metingen
o Inter assay CV
 Neem 1 staal en ontdubbel en doe op elk ontdubbeld staal 10 metingen,
verspreid op 10 dagen
 Bereken de gemiddelde waarde van elk ontdubbeld staal (10 gemiddelden)
 Bereken de SD van de 10 gemiddelden en deel door het algemeen
gemiddelde van alle metingen
 Precisie en accuraatheid
o Is een meetresultaat wel het echte resultaat?
o Precisie: gevonden resultaten moeten dichtbij elkaar liggen
o Accuraatheid: resultaten moeten dichtbij de werkelijkheid liggen

,3. Diagnose
 Bij het opstellen van een therapie -> hoe reageert je dier hierop en bevestigt dit je diagnose?
o Altijd deze driehoek volgen




 Eerste indruk
o Bolle, opgetrokken rug + staart ver naar
achter + verzamelde stand (voorpoten
dichtbij achterpoten)
o Voorpoten staan dichtbij elkaar wat wijst
op mankheid
-> nu steunt de koe feller op lateraal en
dier heeft dus mediaal pijn
o Als dier achteraan mank staat gaat die
eerder wijd staan
 Algemene indruk

, Diagnose
o Belang van gedegen
 Klinisch onderzoek
 Dierobservatie
 Specifiek onderzoek
 Meten, vergelijken, weten
o Goede opvolging van patiënt
 Observatie, meten
o Opgelet: primaire oorzaak vs secundaire pathologie vs symptomen
o Belang van goede differentiaal diagnose
 Stel: reu op consultatie die continue likt aan preputium en er komt uitvloei uit
-> diagnose: voorhuid en glans penis ontsteking -> antibioticumbehandeling
o Na 3 weken terug met koorts, ontstoken penistop, veel lekken
-> urinestaal afnemen: urine vol bacteriën
-> echo maken: urine is troebel
-> diagnose: blaasontsteking
 Na 6 weken terug met zelfde symptomen
-> cellen, eiwitten en glucose meten -> glucosurie (glucose in urine)
-> bloedstaal nemen -> glucose in bloed te hoog
-> hond heeft diabetes type 2

4. Klinisch redeneren
 Heel belangrijke discipline
 Verhoogt de kans op een juiste diagnose en behandeling
 Verbetert de communicatie met de patiënt
 Gebaseerd op
o Uitvoering kennis vd arts
o Ervaringen vd arts
o Symptomen, gedragingen bij het dier
o Informatie aangeleverd door de eigenaar
 Valkuilen
o Availability
 Je baseert je diagnostisch redeneren alleen op recente ervaringen (op wat je
nu ziet, niet gisteren)
o Anchoring
 Je beperkt je diagnosestelling maar tot 1 specifieke redenering terwijl andere
belangrijke pistes niet worden aangeraakt
o Confirmation
 Alleen positieve cases (waarbij je juiste diagnose had) blijven je bij
o Vroeg tevreden
 Je breekt vroegtijdig je diagnose zoektocht af omdat je al voldaan en tevreden
bent over het bereikte resultaat
o De val van het ‘lage-voorkomen’
 Een ziekte/aandoening die slechts zelden voorkomt, wordt niet in overweging
genomen bij het stellen van een diagnose
o De val van het ‘achteraf gelijk’
 De evaluatie van een diagnosestelling moet gebeuren obv de info die er toen
(op moment van diagnose’ voorhanden was

,  Staalname
o Liefst uit grote vene zonder veel onderdruk
o Vlugge verwerking
o Soorten buisjes
 Zonder anticoagulans
 Ong alles behalve hematologie en stollingsfactoren
 Heparine
 Bloedgassen – electrolieten – sporenelementen
 EDTA
 Hematologie – fibrinogeen – sporenelementen
 Fluoride
 Glucose
 Citraat
 Stollingsstesten – bloedtype bepaling
 ACD
 Bewaring bloed (bloedgroepen)
 Prevalentie
o Aantal zieke dieren in een bepaalde populatie op een bepaald moment
 Incidentie
o Aantal nieuwe ziekte-gevallen in een bepaalde gevoelige populatie tijdens een
vastgelegde periode
o Prevalentie = incidentie * duur van de ziekte
 Mortaliteit vs morbiditeiit
o Mortaliteit = kans dat een geïnfecteerd dier doodgaat door die infectie
o Morbiditeit = kans dat een geïnfecteerd dier (noemer) ziek wordt (teller)

Zie ook: https://youtu.be/cTp_ONVVrh8

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
February 6, 2026
Number of pages
114
Written in
2025/2026
Type
SUMMARY

Subjects

$15.25
Get access to the full document:

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
studentdiergeneeskunde18 Universiteit Antwerpen
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
10
Member since
3 year
Number of followers
0
Documents
26
Last sold
1 day ago

5.0

1 reviews

5
1
4
0
3
0
2
0
1
0

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions