Geestelijke gezondheid
1.1 psychopatho en psychiatrie ................................................................................................2
1.2 diagnose → behandeling ....................................................................................................3
1.3 stresskwetsbaarheid model ............................................................................................. 13
1.4 van GxE en neurobiologie tot ziekte en gezondheid ............................................................ 18
2.1 neurocognitie .................................................................................................................. 21
Pathologie – delirium ............................................................................................................. 24
Pathologie – dementie- algemen ........................................................................................... 30
Pathologie – dementie- ziekte van Alzheimer .......................................................................... 31
Pathologie – dementie- andere types ...................................................................................... 39
Realiteitstoetsing- begrippen ................................................................................................. 41
Pathologie – schizofrenie ....................................................................................................... 41
Pathologie – bipolaire stemmingsstoornissen ......................................................................... 49
Emoties – begrippen .............................................................................................................. 53
Emoties – depressieve stemmingsstoornis ............................................................................ 54
Emoties – suïcidaal gedrag .................................................................................................... 59
Emoties – angststoornis ........................................................................................................ 59
, 1.1 psychopatho en psychiatrie
PSYCHIATRIE = De afdeling Psychiatrie houdt zich bezig met patiëntenzorg, wetenschappelijk
onderzoek en onderwijs op het gebied van ernstige psychiatrische aandoeningen, vaak op het
grensvlak van lichamelijke aandoeningen.
PSYCHIATRISCHE ZIEKTEN= ziekten die gaat gepaard klinisch lijdendruk en disfunctie van
sociaal, beroep, ADL…
Geestelijke stoornissen hebben ook effect op het lichaam
MAAR lichamelijke stoornissen hebben ook een effect op geestelijk
PSYCHISCHE FUNCTIE
- complexe interactie tussen individu en de omgeving
→processen die optimaal psychisch functioneren van mensen en dieren mogelijk maken
- manier waarop mens info van omgeving en het eigen lichaam
° opneemt °toetst aan eerdere ervaringen
°waardeert ° afweegt
→ leidt tot AUTOMATISCH EN DOELBEWUST GEDRAG
(automatische bewegingen en gerichte handelingen naar omgeving )
Je gaat eerst de dringendste / belangrijkste functie behandelen
Onder is belangrijk voor boven
Vb. emoties zijn belangrijk/ heb je nodig voor het waarderen van info
Wanneer spreken we over PATHOLOGIE
Psychiatrisch symptoom Psychiatrisch syndroom Psychiatrisch stoornis
Klacht / verschijnsel dat Veel voorkomende Psychiatrisch syndroom gepaard
betekenis heeft voor een psychische + lichamelijke met:
psychiater klachten en verschijnsels
-klinisch significantie lijdendruk
Stoornis in ≥1 psychische Combi met -disfunctie
functies beloopskenmerken
,ETIOLOGIE= factoren dat proces op gang kunnen brengen
PATHOGENESE= kennis van ontstaansprocessen
PSYCHIATRISCH SYNDROOM= Psychiatrisch syndroom gepaard met: klinisch significantie
lijdendruk en disfunctie
ZIEKE
• Samenhangend inzicht in de aard van de symptomen
• In hun onderlinge verband (syndroom)
• In wijze waarop zij onstaan (pathogenese)
• Factoren die ziekteproces op gang brengen (etiologie)
1.2 diagnose → behandeling
Anamnese
psychische anamnese → met p zelf praten, vragen om inzicht te
krijgen over situatie
OOK lichamelijke/ somatische anamnese
= vragen wanneer p lichamelijke klachten heeft gehad
Ook gevraagd naar :
- eventuele eerdere somatische ziekten en ernstige ongevallen
- naar het gebruik van medicijnen/middelen
, Psychiatrische Anamnese & Psychiatrisch onderzoek→ Lopen vloeiend in elkaar over!
1 Speciële anamnese
=geschiedenis van de psychiatrische stoornis waarvoor de op w onderzocht
Tegelijk hiermee neemt het status-mentalisonderzoek een aanvang.
• Registreren eerste indrukken & wijze waarop de patiënt contact legt.
• Stellen van explorerende vragen over bepaalde psychische klachten
• Testen van een aantal psychische functies.
2 Algemene psychiatrische anamnese
→nagegaan of de patiënt tijdens de actuele ziekte-episode(en eventueel in de
voorgeschiedenis) de kenmerkende subjectieve symptomen van andere psychiatrische
stoornissen heeft, of heeft gehad.
→screeningsvragen om kern symptomen in beeld te krijgen
3 Psychiatrische & familiale voorgeschiedenis
= VRAGEN naar eerdere (familiale) psychiatrische stoornissen
→ levert info op om diagnose te kunnen stellen
4 Sociale anamnese
= bevragen naar levensomstandigheden VAN Patient
Doel=
• Vaststellen van psychiatrische symptomen in de dagelijkse context van de patiënt
• Opsporen van de mogelijke sociale oorzaken en gevolgen van de psychiatrische stoornis
• Beoordelen van het sociale steunsysteem.
5 Biografische anamnese
= om kennis te krijgen over
1. psychiatrische symptomen in de voorgeschiedenis van de patiënt
2. factoren in de voorgeschiedenis van patient waarvan is aangetoond dat ze predisponeren
= verstoord tot, of beschermen tegen het ontstaan van van psychiatrische stoornissen
3. factoren in de voorgeschiedenis van de patiënt die betekenis gevend zouden kunnen zijn bij de
ontwikkeling van de psychiatrische stoornis (het eigen verhaal van de patiënt)
4. de ontwikkeling van persoonlijkheidskenmerken tijdens de levensloop en het zelfbeeld van de patiënt.
1.1 psychopatho en psychiatrie ................................................................................................2
1.2 diagnose → behandeling ....................................................................................................3
1.3 stresskwetsbaarheid model ............................................................................................. 13
1.4 van GxE en neurobiologie tot ziekte en gezondheid ............................................................ 18
2.1 neurocognitie .................................................................................................................. 21
Pathologie – delirium ............................................................................................................. 24
Pathologie – dementie- algemen ........................................................................................... 30
Pathologie – dementie- ziekte van Alzheimer .......................................................................... 31
Pathologie – dementie- andere types ...................................................................................... 39
Realiteitstoetsing- begrippen ................................................................................................. 41
Pathologie – schizofrenie ....................................................................................................... 41
Pathologie – bipolaire stemmingsstoornissen ......................................................................... 49
Emoties – begrippen .............................................................................................................. 53
Emoties – depressieve stemmingsstoornis ............................................................................ 54
Emoties – suïcidaal gedrag .................................................................................................... 59
Emoties – angststoornis ........................................................................................................ 59
, 1.1 psychopatho en psychiatrie
PSYCHIATRIE = De afdeling Psychiatrie houdt zich bezig met patiëntenzorg, wetenschappelijk
onderzoek en onderwijs op het gebied van ernstige psychiatrische aandoeningen, vaak op het
grensvlak van lichamelijke aandoeningen.
PSYCHIATRISCHE ZIEKTEN= ziekten die gaat gepaard klinisch lijdendruk en disfunctie van
sociaal, beroep, ADL…
Geestelijke stoornissen hebben ook effect op het lichaam
MAAR lichamelijke stoornissen hebben ook een effect op geestelijk
PSYCHISCHE FUNCTIE
- complexe interactie tussen individu en de omgeving
→processen die optimaal psychisch functioneren van mensen en dieren mogelijk maken
- manier waarop mens info van omgeving en het eigen lichaam
° opneemt °toetst aan eerdere ervaringen
°waardeert ° afweegt
→ leidt tot AUTOMATISCH EN DOELBEWUST GEDRAG
(automatische bewegingen en gerichte handelingen naar omgeving )
Je gaat eerst de dringendste / belangrijkste functie behandelen
Onder is belangrijk voor boven
Vb. emoties zijn belangrijk/ heb je nodig voor het waarderen van info
Wanneer spreken we over PATHOLOGIE
Psychiatrisch symptoom Psychiatrisch syndroom Psychiatrisch stoornis
Klacht / verschijnsel dat Veel voorkomende Psychiatrisch syndroom gepaard
betekenis heeft voor een psychische + lichamelijke met:
psychiater klachten en verschijnsels
-klinisch significantie lijdendruk
Stoornis in ≥1 psychische Combi met -disfunctie
functies beloopskenmerken
,ETIOLOGIE= factoren dat proces op gang kunnen brengen
PATHOGENESE= kennis van ontstaansprocessen
PSYCHIATRISCH SYNDROOM= Psychiatrisch syndroom gepaard met: klinisch significantie
lijdendruk en disfunctie
ZIEKE
• Samenhangend inzicht in de aard van de symptomen
• In hun onderlinge verband (syndroom)
• In wijze waarop zij onstaan (pathogenese)
• Factoren die ziekteproces op gang brengen (etiologie)
1.2 diagnose → behandeling
Anamnese
psychische anamnese → met p zelf praten, vragen om inzicht te
krijgen over situatie
OOK lichamelijke/ somatische anamnese
= vragen wanneer p lichamelijke klachten heeft gehad
Ook gevraagd naar :
- eventuele eerdere somatische ziekten en ernstige ongevallen
- naar het gebruik van medicijnen/middelen
, Psychiatrische Anamnese & Psychiatrisch onderzoek→ Lopen vloeiend in elkaar over!
1 Speciële anamnese
=geschiedenis van de psychiatrische stoornis waarvoor de op w onderzocht
Tegelijk hiermee neemt het status-mentalisonderzoek een aanvang.
• Registreren eerste indrukken & wijze waarop de patiënt contact legt.
• Stellen van explorerende vragen over bepaalde psychische klachten
• Testen van een aantal psychische functies.
2 Algemene psychiatrische anamnese
→nagegaan of de patiënt tijdens de actuele ziekte-episode(en eventueel in de
voorgeschiedenis) de kenmerkende subjectieve symptomen van andere psychiatrische
stoornissen heeft, of heeft gehad.
→screeningsvragen om kern symptomen in beeld te krijgen
3 Psychiatrische & familiale voorgeschiedenis
= VRAGEN naar eerdere (familiale) psychiatrische stoornissen
→ levert info op om diagnose te kunnen stellen
4 Sociale anamnese
= bevragen naar levensomstandigheden VAN Patient
Doel=
• Vaststellen van psychiatrische symptomen in de dagelijkse context van de patiënt
• Opsporen van de mogelijke sociale oorzaken en gevolgen van de psychiatrische stoornis
• Beoordelen van het sociale steunsysteem.
5 Biografische anamnese
= om kennis te krijgen over
1. psychiatrische symptomen in de voorgeschiedenis van de patiënt
2. factoren in de voorgeschiedenis van patient waarvan is aangetoond dat ze predisponeren
= verstoord tot, of beschermen tegen het ontstaan van van psychiatrische stoornissen
3. factoren in de voorgeschiedenis van de patiënt die betekenis gevend zouden kunnen zijn bij de
ontwikkeling van de psychiatrische stoornis (het eigen verhaal van de patiënt)
4. de ontwikkeling van persoonlijkheidskenmerken tijdens de levensloop en het zelfbeeld van de patiënt.