Muzische vorming
Wat is muzische vorming?
Muzen = De muzen waren negen Griekse godinnen die kunst en wetenschap inspireerden,
zoals lyriek, muziek en tragedie.
- Erato: lyriek & lied
- Euterpe: fluitspel
- Melpomene: strategie
Volgens Koen Crul:
• Muzische vorming draait om zich uitdrukken en kennismaken met de kunsten.
• Muzisch werken betekent je eigen beleving vormgeven via kunst.
• Leren gebeurt ervaringsgericht: niet via theorie, maar door te doen.
• Zo ga je de muzische wereld beleven, ervaren en genieten.
• Kinderen komen hier vanzelf mee in contact via spel, zingen en dansjes.
Muzische activiteiten vertrekken vanuit de eigen beleving van kinderen
(ervaringen, emoties, verbeelding).
Er is een onderscheid tussen impressie (indrukken opdoen, inspiratie, exploreren) en
expressie (jezelf uitdrukken en vormgeven).
Creativiteit van leerlingen staat centraal: ze fantaseren, experimenteren en ontwikkelen ideeën.
Muzisch werken is een proces van indruk → verwerking → verbeelding → uitwerking → realisatie.
Om je goed te kunnen uitdrukken heb je muzische taal nodig: begrijpen hoe een kunstvorm
werkt helpt om er zelf mee aan de slag te gaan.
Koen Crul benadrukt dat zowel kennismaken met kunst als expressief uiten even belangrijk zijn.
Muziek in de basisschool
Verschillende muzikale activiteiten
1. Zingen
•Keuze van het liedrepertoire (afgestemd op de doelgroep)→ enthousiasme en interesse
•Er is een onderscheid tussen schoolrepertoire en het liedrepertoire dat kinderen van
buiten de school kennen (via radio, tv en andere digitale kanalen).
1
,2. Luisteren
• Kinderen luisteren naar hun eigen muziek en naar muziek van anderen.
• Ze kunnen al luisteren vanaf het moment dat ze geboren worden, zelfs in de
baarmoeder horen baby’s al geluiden.
• Doel luisteren naar muziek→ diverse soorten en stijlen muziek herkennen en zo een
brede muzikale smaak ontwikkelen.
De ontwikkeling van een muzikaal gehoor en een muzikaal geheugen helpt om
- structuur in de muziek waar te nemen
- verschillende muzikale kenmerken te kunnen waarnemen, ervaren en benoemen
3. Muziek maken
Onderverdeeld in:
• het eerder toevallig veroorzaken van klanken vanuit exploreren en experimenteren
(bv. jonge kinderen die gefascineerd zijn door de klank van een voorwerp)
• het eerder gericht bijeenplaatsen van klanken
(bv. met aandacht voor klanksterkte en de duur van klanken.)
Voordelen experimenteren:
• de mogelijkheden van materialen en instrumenten kennen
• leren omgaan met verschillende klankeigenschappen
(bv. hard en zacht, lang en kort of hoog en laag)
4. Muziek lezen en noteren
A) het traditionele notenschrift (bv. door mee te lezen terwijl ze naar muziek luisteren).
B) de grafische notatie: wordt vooral gebruikt in de basisschool:
• het gebruik van eenvoudige grafische symbolen
• kinderen kunnen die gebruiken om zelf muziek te lezen, te ontwerpen en te spelen
• creatief denken wordt gestimuleerd
5. Bewegen op muziek
• Kleuters bewegen altijd mee met de muziek die ze maken of horen.
• Bij de lagere school stimuleren we het bewegen op muziek ook nog in functie van een betere
ontwikkeling. Bv. ze leren meestappen of klappen in de maat van de muziek.
2
,Minimumdoelen
Regels in de minimumdoelen
Scholen bepalen zelf hun lessen, maar werken binnen door de overheid opgelegde
minimumdoelen die aangeven wat leerlingen moeten kennen en kunnen.
• Gewoon basisonderwijs: vaste vakken (o.a. muzische vorming) en aandacht voor
vaardigheden en attitudes. Minimumdoelen liggen vooral op Nederlands, Wiskunde en
STEM, en worden gebruikt om de leerontwikkeling te volgen.
• Vierde leerjaar: zelfde doelen als in het zesde, behalve Frans; meerderheid van de
leerlingen moet ze halen.
• Kleuteronderwijs: voor het eerst minimumdoelen, met focus op woordenschat,
luistervaardigheid en getalbegrip, zodat kleuters gelijker starten.
• Buitengewoon basisonderwijs: dezelfde minimumdoelen vormen de basis voor een
individueel aangepast curriculum.
• Leerplan: scholen beschrijven hierin hoe ze de minimumdoelen realiseren.
• Voor muzische vorming zijn er doelen per domein en domein overschrijdende doelen
(o.a. voor muziek) voor het 4de en 6de leerjaar.
Het belang van muziek voor de ontwikkeling van kinderen
Kinderen ontwikkelen zich op muzikaal vlak in zingen, luisteren en bewegen. Voor iedere vorm
van ontwikkeling zijn goede stimulansen nodig.
Het is noodzakelijk goed muziekonderwijs aan te bieden om de muzikale ontwikkeling te
stimuleren.
Een breed en gevarieerd onderwijsaanbod prikkelt de hersenen en ondersteunt de
ontwikkeling.
1. ZINGEN
• Stimuleert het muzikaal voorstellingsvermogen en het geheugen. (het bevordert de
muzikale ontwikkeling) zingen helpt om iets te onthouden.
• Ondersteunt taalvorming door nieuwe woorden en betekenissen te leren.
• Draagt bij aan culturele ontwikkeling en culturele identificatie.
• Versterkt de sociaal-emotionele ontwikkeling en het groepsgevoel.
3
,LUISTEREN
• Bevordert muzikale, culturele en taalkundige ontwikkeling.
• Helpt kinderen zich te oriënteren in een cultuur met veel muziek.
• Maakt het verschil duidelijk tussen luisteren en horen.
• Leert kinderen open staan voor diverse soorten muziek.
MUZIEK MAKEN
• Bevordert de muzikale ontwikkeling (maat, ritme, samenspel).
• Stimuleert een verregaande auditieve ontwikkeling.(belangrijk voor de taalontwikkeling)
• Draagt bij aan de creativiteits-ontwikkeling.
LEZEN EN NOTEREN
• Ondersteunt receptie (luisteren).
• Ondersteunt (re)productie (uitvoeren).
• Ondersteunt reflectie (nadenken over muziek).
BEWEGEN OP MUZIEK
• Stimuleert het ervaren, ontdekken en benoemen van verschillend klanken, vormen en
betekenissen van muziek.
• Ze ontwikkelen bewegings-vaardigheden (tijd, kracht, ruimte, lichaam).
• Bevordert grove en fijne motoriek.
• Versterkt ruimtelijke oriëntatie.
• Ondersteunt het ruimtelijk geheugen, gekoppeld aan muzikale vaardigheden.
Bouwstenen
Er zijn 6 bouwstenen:
1. Ritme
2. Tempo
3. Dynamiek
4. Melodie
5. Klankkleur
6. Vorm
4
, Bouwsteen 1: Ritme
= Een opeenvolging van lange en korte klanken, afwisselend met lange en korte rusten (stilte) in
een bepaald metrum.
• Het ritme van een lied kan je meeklappen.
• Het is een specifieke beweging in de tijd, dmv accenten die een zekere (patroon)
regelmaat vertoont.
Een eenvoudig ritmisch patroon:
1.1.2 Maat
= Zorgt voor een gelijkmatige verdeling van een muziekstuk
• Maatstrepen : bakenen de maat af.
• Binnen een maat is er nog een onderverdeling in tellen of tijden.
De maatstreep: wordt geplaatst voor iedere 1ste beklemtoonde tel → het metrum wordt duidelijk
Dubbele maatstreep: staat op het einde van een lied/muziekstuk. (geeft het einde aan)
Herhalingsteken: wanneer een deel van een lied/muziekstuk herhaald wordt.
5