LES 1: 15/09 Inleiding
• Wat is gedrag?
→ verandering van slaap naar wakker
→ rechtop zitten
→ gedachten
→ begrijpen
• Hersen = informatieverwerkend orgaan
→ stuurt zenuwen aan
→ heeft de controle van ons lichaam
→ zintuigen: prikkels opvangen
Vb: rave in aule ⇒ hersenen zeggen halt (klopt niet)
• Multi-tasken = illusie
→ gelimiteerd
→ hersen maken zelf de illusie
Vb:
- tomblerone: eens je de beer zit kan je het niet meer ontzien
- Video: iemand is neergeschoten (we zien niet alles)
DAN: krijgen we meer info en zien we alles
- Goocheltruc met kaarten + iedereen wisselt van kledij
⇒ angst wordt onderdrukt door herkenning
• Wereld = constructie van onze hersenen
→ zien niet de echte wereld
→ brein ontrafelt wat zintuigen doorgeven
Vb: kleurencirkels ⇒ door weinige info = hersenen bedot
⇒ we nemen waar wat er niet is
⇒ Echte vraag: Hoe is het nu echt?
, LES 2: 22/09 Hoofdstuk 1 Conceptueel kader
• Orgaansysteem (= zenuwstelsel/ hersenen) maken delen uit van ingewikkelde
ecosystemen
• Systeembiologie = het hele ecosysteem in de natuur is in lagen geordend als een
hiërarchisch continuüm, waaruit complexere grotere eenheden zijn
samengevoegd uit minder complexere eenheden
• Beschrijving in elke biologisch systeem in een opklimmende volgorde de
volgende lagen: Kwantumdeeltjes • Subatomaire deeltjes • Atomen • Moleculen •
Macromoleculen • Organellen • Cellen • Weefsels • Organen en Orgaansystemen •
Zenuwstelsel • Organismen en persoon • Populaties • Leefgemeenschappen •
Cultuursubcultuur • Maatschappij-staat • Ecosystemen • Biosfeer
=> Alles georganiseerd op kleine eenheden: hoe kleiner = hoe moeilijker te
bestuderen → samengevoegd in een groter geheel
EVOLUTIE HEEFT GELEID TOT EEN TOENEMENDE COMPLEXITEIT
VAN NEURALE STRUCTUREN EN HERSENEN
Evolutie = we bestaan uit kleine delen en daaruit wordt er verder gebouwd
• Zenuwstelsel: opsplitsen in begrijpbare compartiment
→ groot blok = biologisch orgaan (hersenen + ruggengraat)
→ Endogene processen = binnenin het lichaam (= hart en longen, hebben
omgeving niet nodig)
- Resultaat van genetische processen
- MAAR: we zitten in een omgeving
(= exogene processen)
→ we kunnen die niet begrijpen zonder de omgeving te begrijpen
Vb: hersenen verwerken info en dat komt vanuit onze omgeving (exogeen)
, Vb: autostrade: hersenen krijgen prikkels (= omgeving) en gaan berekenen +
zeggen dat je daar weg moet
=> hersenen begrijpen: interactie nodig ts endo- en exogene processen
=> gedrag gaan verklaren = omgeving nodig
- Tijd: alles verandert continu → nieuwe info
- Vb: evolutie van ons brein (= lange termijn)
Een conceptueel biopsychosociaal kader en hersenen en gedrag
1) Neuron = zenuwcel
= start van leven is bij de cel (biologen)
→ Schema lezen: neuron begrijpen?
- Resultaat van endo- en exoprocessen
- Tijd is een continue factor
→ Morfologie = structuur/ bouw (= studie van anatomie)
- Cel = morfologische en functionele eenheid van het leven
- Aanwezigheid celmembraan = communicatie en interactie ts het intra- en
extracellulaire binnenwereld
→ Fysiologie = werking en functie (= cellulaire neurofysiologie)
= als structuur verandert dan ook de functie + omgekeerd
→ hulpmiddel: elektron microscoop
2) Hersenen/ zenuwstelsel/ neurale circuits
• 100-150 miljard zenuwcellen + heeft niets met verstand te maken
→ 1 zenuwcel is geschakeld aan andere zenuwcellen
→ circuits vormen samen de hersenen
→ hoger in het blok = complexer
• Hersenbeeldvorming: MRI-scan
= kijkt naar de bouw van de hersenen + de netwerken
→ werking van de hersenen = continue; dag en nacht = hoe dat ze werken
→ Wat we hebben wordt ook ten volle gebruikt door onze hersenen
→ kwetsbaar orgaan => complexiteit
- Meeste energie gaat naar hersenen
3) Gedragsfuncties
• Basis = neurale circuits (= ademhaling, bloeddruk, hartslag ...) = autonoom
• Gedragfuncties = onder invloed van centrale zenuwstelsels
= wie je bent?
Vb: stress: wat zijn daar exogene en endogene factoren die stress veroorzaken?
, → Tijd: hersen zo gekneed doorheen de jaren (door omgeving) dat je alleen oke
als het perfect is
=> veroorzaakt vaker stress
• Gedrag kan gemeten worden
Vb: bril dat aantoont waar het kindje zijn interesse ligt + oogcontact?
4) Activiteiten en maatschappelijke participatie
• Waarom losgekoppeld van de andere?
o Grote blok = wie we zijn
o Kleine blok = laat ons de acties verrichten
• Een fout in 1 van de blokken => heeft consequenties op de verdere blokken
Vb: fout in het zenuwstelsel, verandert je gedrag + beperkt je in je activiteiten
• Maatschappelijke participatie (= deelnemen): iedereen heeft een rol in de
maatschappij
→ fout? Dat gaat je rol in de maatschappij doen veranderen
5) Dimensies van Tijd
• Fylogenese = evolutie doorheen de tijd
• Ontogenese = hoe groeien de hersenen? Bij geboorte zijn de hersenen nog
niet volgroeid = feutale hersenen
→ na 25 jaar: hersenen zij volgroeit (= maturatie) => wordt gepusht door
omgeving (school)
• Neuroplasticiteit = hersenen hebben bij geboorte wel een leervermogen
→ volwassenen brein laat ons dat babytjes continu dingen aanleren
→ hersenen veranderen elke seconde
→ omgeving prikkelt zenuwcel (= start)
=> BIOPSYCHOSOCIAAL MODEL
• Ruimte voor:
o Biologisch: endogeen
o Psychologisch: tijd
o Sociaal = exogeen
=> kan je niet van elkaar loskoppelen
• Connecties = verbindingen ts zenuwcellen
= vorming neurale circuits
• Weefsels = complexe bundeling