ECONOMISCH RECHT
DEEL 1 – FUNDAMENTEN
ECONOMISCH RECHT
1. HOOFDSTUK 1 – BRONNEN VAN HET ECONOMISCH RECHT
A. Hiërarchie der rechtsnormen
moet inzicht hebben in oorsprong van de regels om economisch recht te begrijpen:
de rechtsbronnen
in BE rechtssysteem zijn deze bronnen ≠ gelijkwaardig aan elkaar; er heerst een
strikte rangorde, ook wel hiërarchie der normen genoemd
betekent dat een lagere rechtsregel NOOIT in strijd mag zijn met hogere rechtsregel
de piramide van rechtsbronnen specifiek toegepast op economisch recht:
1) Internationaal en Europees recht
2) Grondwet
3) Wetboek van Economisch Recht
4) Regionale wetgeving – decreten en ordonnanties
5) Aanvullende bronnen – rechtspraak, rechtsleer en gewoonte
, i. Internationaal en Europees recht
aan top van de hiërarchie = internationale verdragen en recht van de EU
voor economisch recht is invloed van Europa niet te onderschatten:
groot deel van onze nationale economische wetgeving = omzetting van Europese
besluitvorming
binnen Europees recht w cruciaal onderscheid gemaakt tss verordeningen en
richtlijnen
- Europese Verordening:
directe werking
= regel is rechtstreeks van toepassing op Belgische ondernemer dat
Belgische wetgever nog moet tussenkomen
vb. GDPR-wetgeving (AVG) inzake gegevensbescherming
- Europese Richtlijnen:
= leggen bep. doel vast dat lidstaten moeten bereiken, maar laten nationale
wetgever vrij in keuze van vorm en middelen om doel in nationale wetgeving
om te zetten
veel regels rond consumentenbescherming en marktpraktijken vinden
hun oorsprong in dergelijke richtlijnen
ii. De Grondwet
onder internationale niveau bevindt Belgische Grondwet zich
- regelt staatsstructuren en fundamentele rechten
- bevat absolute basis van economisch bestel:
vrijheid van ondernemen
vroeger: ‘vrijheid van handel en nijverheid’ (Decreet d’Allarde van 1791)
sinds recente grondwetsherziening is het expliciet opgenomen als vrijheid van
ondernemen
dit grondrecht houdt in: dat iedere burger recht heeft om economische activiteit
naar keuze op te starten en uit te oefenen
elke beperking op deze vrijheid, vb. vestigingswetten of vergunningsplichten, moet
wettelijk geregeld zijn en proportioneel zijn t.o.v. algemeen belang
Gw. fungeert als toetssteen voor alle andere economische wetgeving; wet die de
economische vrijheid onredelijk inperkt, kan vernietigd worden door GwH
2
, iii. Het Wetboek van Economisch Recht (WER)
meest tastbare bron voor dagelijkse praktijk = federale wet
in verleden was economisch recht versnipperd over tientallen losse wetten, zoals Wet
op de Handelspraktijken of wetgeving rond intellectuele eigendom
sinds 2013: heeft wetgever een enorme codificatie-oefening doorgevoerd, resulterend in
WER
opgedeeld uit verschillende ‘Boeken’, die elk specifiek thema behandelen:
- algemene definities (Boek I)
tot
- marktpraktijken en consumentenbescherming (Boek VI)
en
- insolventierecht (Boek XX)
WER = federale aangelegenheid = deze regels zijn in heel BE identiek
naast wetten zelf, w uitvoering ervan vaak gedelegeerd aan Koning of ministers
=> resulteert in Koninklijke Besluiten (KB) en Ministeriële Besluiten (MB)
deze besluiten regelen praktische details die te veranderlijk zijn om in wet te gieten,
zoals specifieke procedures voor het aanvragen v/e erkenning of technische details van
prijsaanduidingen
iv. Regionale wetgeving: decreten en ordonnanties
door verschillende staatshervormingen is BE = federale staat geworden waarbij heel
wat bevoegdheden zijn verschoven nr Gewesten en Gemeenschappen
hoewel economisch recht, vennootschapsrecht en consumentenrecht grotendeels
federaal zijn gebleven, hebben gewesten belangrijke bevoegdheden gekregen die de
economie rechtstreeks raken
gebeurt via decreten (in Vlaanderen en Wallonië) & ordonnanties (in Brussel)
deze regelgeving staat hiërarchisch = federale wetten:
hebben zelfde rechtskracht, maar gelden enkel binnen grondgebied van gewest
belangrijk voorbeeld: vestigingswetten en vergunningsbeleid
regels omtrent toegang tot het beroep (bedrijfsbeheer) zijn in Vlaanderen afgeschaft per
decreet, terwijl in Brussel en Wallonië nog wel (deels) bestaan
3
, v. De aanvullende bronnen: rechtspraak, rechtsleer en gewoonte
ongeschreven bronnen
vallen we op terug, wnr geschreven wetgeving geen uitsluitsel biedt
gewoonte speelt in economisch rechten specifiek in handelsverkeer tss
ondernemingen (B2B), grotere rol dan in andere rechtstakken
Handelsgebruiken kunnen bindend zijn wanneer ze:
- langdurig zijn,
- algemeen
- en met overtuiging dat ze verplicht zijn
rechter kan handelsgebruik inroepen om contractuele leemte op te vullen
rechtspraak (jurisprudentie)
= geheel van uitspraken van rechtbanken en hoven
i.t.t. Angelsaksische landen, heeft vonnis of arrest in BE geen precedentwerking,
maar in praktijk hebben uitspraken van hogere hoven zoals HvC of HvJ v/d EU een
enorm feitelijk gezag
lagere rechters zullen interpretaties vaak volgen om rechtszekerheid te bieden
rechtsleer (doctrine)
= omvat juridische literatuur geschreven door professoren, advocaten en magistraten in
tijdschriften en handboeken
hoewel rechtsleer op zichzelf geen bindende kracht heeft, is het een essentiële
inspiratiebron voor rechter bij het interpreteren van onduidelijke wetteksten
rechtsleer systematiseert de chaos van wetten en vonnissen en beïnvloedt vaak
toekomstige wetgeving
2. HOOFDSTUK 2 – DE ONDERNEMINGSRECHTBANK
A. locatie en territoriale bevoegdheid
i. De geografische spreiding: rechtbanken en afdelingen
in BE: in totaal 9 ondernemingsrechtbanken, elk met eigen gerechtelijk arrondissement
zijn strategisch verspreid over het land;
vaak met hoofdzetel in provinciehoofdstad en verschillende afdelingen die de
territoriale bevoegdheid binnen arrondissementen waarborgen
structuur van ondernemingsrechtbanken volgt indeling van gerechtelijk
arrondissementen en ontworpen om rechtspraak te centraliseren en te stroomlijnen
4