3 GESCHIEDENIS VAN HET SW: VAN HET INTERBELLUM TOT NU
1.Het interbellum
- Ontwikkeling sociale wetgeving
- Van nachtwakersstaat naar verzorgingsstaat
- 1925: wet op de Openbare Onderstand= modernisering van de lokale armenzorg
o Verplichte dienst armenzorg per gemeente = Commissie voor Openbare
Onderstand
o Voorloper huidige OCMW’s
- Na WOI belang migratie: industrie verder in gang zetten (Polen, Italianen =
gastarbeiders) -> migratieland
2.De naoorlogse periode (1945-1970)
A Het Sociaal Pact: fundament van de Belgische welvaartsstaat
Geheim overleg tussen vakbonden, werkgevers en politici om economisch herstel na
oorlog te koppelen aan sociaal beleid = Ontwerp van overeenkomst over de sociale
solidariteit
Ze gaan akkoord om na de oorlog een permanent overlegsysteem tussen vakbonden en
werkgeverorganisaties op te zetten en een sterke sociale zekerheid uit te bouwen
Uitbouw van een sociaal beleid via inkomensherverdeling
Architect van de sociale zekerheid: Achille Van Acker
B Het sociaal pact en het sociaal beleid van België: vier doelstellingen
1. Herverdelingsfuncite: herverdelen van maatschappelijke goederen
2. Integratiefunctie: maatschappelijke uitsluiting voorkomen
3. Zorgen voor arbeidskrachten
4. Zorgen voor behoud van sociale orde
Bestaan in een complex kluwen
C Het Sociaal Pact en het sociaal beleid in België: vier basisinstrumenten van de
Belgische welvaartstaat
1) De sociale zekerheid
- Solidariteit als basis
- Loonverlies compenseren-> vervangingsinkomen
- Sociale lasten compenseren-> aanvullend inkomen
- 3 stelsels: werkenden, zelfstandigen, ambtenaren
7 taken klassieke sociale zekerheid voor werknemers:
- Rust- en overlevingspensioenen
- Werkloosheid
- Arbeidsongevallenverzekering
- Beroepsziekteverzekering
- Gezinsbijslag
- verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen
- Jaarlijkse vakantie
, 2) Sociale bijstand
= residueel(overblijvend) vangnet: die door mazen van SZ systeem vallen, een
inkomensorganisatie, op basisprincipe van behoeftigheid ( in SZ op basis van
arbeidsprestaties), wordt bepaald door sociaal werk
1974: recht op bestaansminimum -> 2002: recht op maatschappelijke integratie
Heeft andere affiniteit nl. + activering= actief proberen werk te vinden of meedoen
integratieprogramma’s
Basisprincipe blijft behoeftigheid -> als instrument van maatschappelijke integratie
3) Sociale voorzieningen
= collectieve goederen en diensten als onderdeel van sociaal beleid
2 soorten:
- Universele voorzieningen: voor iedereen
Maar: Mattheuseffect: voordelen sociaal beleid komt meer terecht bij hogere sociale
lagen dan een lagere sociale lagen van de bevolking
- Categoriale voorzieningen: gericht bepaalde doelgroep
Maar: Assepoestereffect: zijn vaak stigmatiserend en worden beleidsmatig stiefmoederlijk
behandeld ‘services fort he poor are poor services’
Oplossing: Proportioneel universalisme: middenweg tussen categoriale en universele
voorzieningen, gericht naar iedereen met specifieke aandacht voor bepaalde groepen
Kwaliteitseisen, 5 B’s:
1. Beschikbaarheid
2. Bereikbaarheid
3. Betaalbaarheid
4. Bruikbaarheid
5. Begrijpbaarheid
4) Sociale rechten
= minimumvoorwaarden voor welvaart en welzijn
Artikel 23 Belgische grondwet -> concrete vertaalslag naar OCMW-wet 1976: Elke
persoon heeft recht op maatschappelijke dienstverlening -> vertrekt niet vanuit
behoeftigheid, vertrekt vanuit de persoon zelf
Omslagdenken van gunst naar recht
3.De jaren 1960
A Expansie van de welvaartstaat aangewakkerd door culturele revolutie
Kleinburgerlijk ideaal van orde, fatsoen, mannelijke kostwinner werd uitgedaagd
Door:
, - Studentenbewegingen: 1969: Studentenprotesten Gent en andere steden -> eisen
zich vrij te kunnen ontplooien en te participeren in de SL leidt topt oprichting
JAC’s, Teleonthaal…
- vrouwenbewegingen: ->eisen zelfbeschikkingsrecht
Culturele evolutie 3 gevolgen voor SW:
- Bestaande ongelijkheden in de SL werden minder geaccepteerd: minder
onderscheid in naam van ongelijkheidsideaal
- Er komt een grotere tolerantie voor alles wat eerder als afwijkend van de norm
werd gezien: zelfbeschikking en pluralisme
- De zorg voor zwakkeren nam toe: solidariteit met behoeftigen in de SL
Ontstond tegen achtergrond verzuiling: Verzuiling= SL opgedeeld in verschillende
groepen die elk hun eigen organisaties, media, scholen en verenigingen hebben,
gebaseerd op levensbeschouwelijke of politieke overtuigingen (christelijke, socialistische,
liberale, lege zuil)
Jaren 80: ontzuiling
B Verwetenschappelijking van het sociaal werk
Invloed sociologie, psychologie, pedagogie, antropologie, filosofie…
Eclectisch vakgebied= samen gaan van meerdere sociale wetenschappen versus als
eigenstandig vakgebied= eigen identiteit van sociaal werk staat centraal (hier als
eigenstandig vakgebied
C Beroepsontwikkeling
1920: eerste school voor sociaal werk
Wet 12 juni 1945: wettelijke bescherming van de titel van maatschappelijk assistent
D Werkveldontwikkeling
Onderscheid tussen werkvormen in het SW, opgedeeld
1) Werken met individu
2) Werken met een groep
3) Werken met/aan een SL
4.De jaren 1970 tot vandaag
A De crisis van de welvaartsstaat
Oliecrisis 1973-> Massale werkloosheid, dalende koopkracht, industriële teloorgang
=crisis welvaartsstaat -> Neoliberaal beleid: besparen op de sociale uitgaven, schulden
afbouwen, begroting in evenwicht
Ontstaan nieuwe armoede:
- Bij uitkeringstrekkers en migranten =gekleurde armoede
- Migrantenvraagstuk: hoe integratie migranten in multiculturele SL