In de vroegmiddeleeuwse periode:
- Rechtspraak: mallus > scabini (schepenen)
11de eeuw: mallus/schepenen werden schepenbank genoemd:
bestuur & jurisdictie
- Bestuur: fragmentatie/decentralisatie van Karolingische rijk
feodale heren: decentralisatie/fragmentatie (FRA) maar ook:
centralisatie (HRR)
13de eeuw: centralisatie
HRR voor concordaat (1122): centralisatie
HRR na concordaat (1122): decentralisatie en fragmentatie in 100
leengebieden
In 1369 trouwt Filips de Stoute (hertog van Bourgondië) met
Margareta van Male (dochter van het graafschap Vlaanderen).
Hierdoor ontstaat een unie tussen het hertogdom en het graafschap,
waardoor Vlaanderen onder Bourgondisch gezag komt te staan. In
de daaropvolgende decennia breiden de Bourgondische hertogen
hun macht verder uit door ook andere vorstendommen in de
Nederlanden (zoals het hertogdom Brabant) aan zich te binden, via
erfenissen, huwelijken en aankopen.
15de–16de eeuw: de Nederlanden worden verenigd onder het
gezag van Bourgondiërs en later de Habsburgers na het huwelijk van
Maria van Bourgondië met Maximiliaan van Oostenrijk. Dit leidt tot
het ontstaan van de “17 Provinciën” en gaat gepaard met een
toenemende centralisatie van het bestuur.
Na de verdeling van het Frankische Rijk willen de Bourgondiërs een
middenrijk maken tussen Frankrijk en het HRR. Karel de Stoute probeert
een verbinding te maken tussen Bourgondië en de Nederlanden en krijgt
de belofte koning te worden. Tijdens de slag bij Nancy (om de Elzas)
wordt hij verslagen en gedood. Na zijn dood komen de Bourgondische
Nederlanden in handen van de Habsburgers. Zo ontstaan de Habsburgse
Nederlanden/ 17 Provinciën. Die provincies waren eerst zelfstandig,
maar de Bourgondiërs/Habsburgers maken het bestuur meer centraal.
*PARTICULARISME/ DECENTRALISATIE (voor de centralisatie)
Elke provincie heeft een eigen landsheer (graven, hertogen) zij staan
bovenaan het bestuur van hun provincie. Later (na centralisatie): 1
landsheer = hertog van Bourgondië
, Curia → Provinciale Raad: raad rond de landsheer, bestaat uit
belangrijkste leenmannen die helpen bij het bestuur & fungeert vaak als
hof van beroep (bv. Raad van Vlaanderen/Brabant)
Provinciale Statenvergadering→ vertegenwoordiging van 3 standen:
adel, clerus, derde stand.
Per provincie (bv. Staten van Vlaanderen, Staten van Brabant)
Belangrijkste taak: goedkeuren van beden → landsheer heeft hun
goedkeuring nodig bij extra financiële noden
*CENTRALISATIE: éénmaking onder 1 centraal bestuur
Centrale bestuursinstellingen
Staten-Generaal (1464)
→ vertegenwoordigend orgaan dat beden moet goedkeuren
→ samengesteld uit vertegenwoordigers van alle provinciale staten
Parlement van Mechelen! (1473–1477)
→ hoogste hof van beroep voor alle provincies als laatste beroepsinstantie
→ afgeschaft na de dood van Karel de Stoute MAAR…
Grote Raad van Mechelen! (1504)
→ gelijk aan Parlement van Mechelen (hoogste gerechtshof): laatste
beroepsinstantie
→ ook eerste aanleg bij zaken tussen personen uit verschillende provincies
Landvoogd (1507)
→ vertegenwoordiger van de vorst in de Nederlanden
→ Margareta van Oostenrijk (zus van Karel V)
Collaterale Raden (1531)
- Geheime Raad: rechtsgeleerden, binnenlands bestuur en justitie
- Raad van State: ±12 hoge edelen, advies over buitenlands beleid
en oorlog
- Raad van Financiën, overheidsfinanciën, beheer van vorstelijke
domeinen (NL)
De Nederlanden maakten deel uit van het HRR, dat was ingedeeld in
kreitsen (juridische indeling). Bourgondische Kreits (1548): de
Nederlanden worden een aparte kreits. Onder Karel V Nederlanden los van
het HRR, vanaf dan meer zelfstandig bestuur.
LOKAAL
Kasselrijen en heerlijkheden hadden een eigen schepenbank. Later ook
steden met een eigen schepenbank. Daarnaast bestonden er ook:
- Rechtspraak: mallus > scabini (schepenen)
11de eeuw: mallus/schepenen werden schepenbank genoemd:
bestuur & jurisdictie
- Bestuur: fragmentatie/decentralisatie van Karolingische rijk
feodale heren: decentralisatie/fragmentatie (FRA) maar ook:
centralisatie (HRR)
13de eeuw: centralisatie
HRR voor concordaat (1122): centralisatie
HRR na concordaat (1122): decentralisatie en fragmentatie in 100
leengebieden
In 1369 trouwt Filips de Stoute (hertog van Bourgondië) met
Margareta van Male (dochter van het graafschap Vlaanderen).
Hierdoor ontstaat een unie tussen het hertogdom en het graafschap,
waardoor Vlaanderen onder Bourgondisch gezag komt te staan. In
de daaropvolgende decennia breiden de Bourgondische hertogen
hun macht verder uit door ook andere vorstendommen in de
Nederlanden (zoals het hertogdom Brabant) aan zich te binden, via
erfenissen, huwelijken en aankopen.
15de–16de eeuw: de Nederlanden worden verenigd onder het
gezag van Bourgondiërs en later de Habsburgers na het huwelijk van
Maria van Bourgondië met Maximiliaan van Oostenrijk. Dit leidt tot
het ontstaan van de “17 Provinciën” en gaat gepaard met een
toenemende centralisatie van het bestuur.
Na de verdeling van het Frankische Rijk willen de Bourgondiërs een
middenrijk maken tussen Frankrijk en het HRR. Karel de Stoute probeert
een verbinding te maken tussen Bourgondië en de Nederlanden en krijgt
de belofte koning te worden. Tijdens de slag bij Nancy (om de Elzas)
wordt hij verslagen en gedood. Na zijn dood komen de Bourgondische
Nederlanden in handen van de Habsburgers. Zo ontstaan de Habsburgse
Nederlanden/ 17 Provinciën. Die provincies waren eerst zelfstandig,
maar de Bourgondiërs/Habsburgers maken het bestuur meer centraal.
*PARTICULARISME/ DECENTRALISATIE (voor de centralisatie)
Elke provincie heeft een eigen landsheer (graven, hertogen) zij staan
bovenaan het bestuur van hun provincie. Later (na centralisatie): 1
landsheer = hertog van Bourgondië
, Curia → Provinciale Raad: raad rond de landsheer, bestaat uit
belangrijkste leenmannen die helpen bij het bestuur & fungeert vaak als
hof van beroep (bv. Raad van Vlaanderen/Brabant)
Provinciale Statenvergadering→ vertegenwoordiging van 3 standen:
adel, clerus, derde stand.
Per provincie (bv. Staten van Vlaanderen, Staten van Brabant)
Belangrijkste taak: goedkeuren van beden → landsheer heeft hun
goedkeuring nodig bij extra financiële noden
*CENTRALISATIE: éénmaking onder 1 centraal bestuur
Centrale bestuursinstellingen
Staten-Generaal (1464)
→ vertegenwoordigend orgaan dat beden moet goedkeuren
→ samengesteld uit vertegenwoordigers van alle provinciale staten
Parlement van Mechelen! (1473–1477)
→ hoogste hof van beroep voor alle provincies als laatste beroepsinstantie
→ afgeschaft na de dood van Karel de Stoute MAAR…
Grote Raad van Mechelen! (1504)
→ gelijk aan Parlement van Mechelen (hoogste gerechtshof): laatste
beroepsinstantie
→ ook eerste aanleg bij zaken tussen personen uit verschillende provincies
Landvoogd (1507)
→ vertegenwoordiger van de vorst in de Nederlanden
→ Margareta van Oostenrijk (zus van Karel V)
Collaterale Raden (1531)
- Geheime Raad: rechtsgeleerden, binnenlands bestuur en justitie
- Raad van State: ±12 hoge edelen, advies over buitenlands beleid
en oorlog
- Raad van Financiën, overheidsfinanciën, beheer van vorstelijke
domeinen (NL)
De Nederlanden maakten deel uit van het HRR, dat was ingedeeld in
kreitsen (juridische indeling). Bourgondische Kreits (1548): de
Nederlanden worden een aparte kreits. Onder Karel V Nederlanden los van
het HRR, vanaf dan meer zelfstandig bestuur.
LOKAAL
Kasselrijen en heerlijkheden hadden een eigen schepenbank. Later ook
steden met een eigen schepenbank. Daarnaast bestonden er ook: