PGO TAAK 10 - stressfysiologie
1. Wat zijn de verschillende coping styles en hoe werken ze? (fight, flight, freeze, faint)
Een stressor (bedreiging) lokt een fysiologische stressreactie uit, dit zorgt voor activatie van het
autonome zenuwstelsel en de stresshormonen. Dat leidt tot een aanpassing in gedrag en
gedachten: Stressor > fysiologische reactie > gedrags- en cognitieve aanpassing
De coping style, persoonlijkheid en het karakter verschilt per individu. Hierin zijn 4 coping styles:
- Freeze: bevriezen = reactieve coping. Het individu wordt hierbij immobiel en alert met een
verhoogde spierspanning, dit is geen bewuste keuze maar een automatische reactie.
- Flight: vluchten = actieve coping. Het individu vermijdt hier de bedreiging door weg te gaan
of te ontsnappen.
- Fight: vechten = actieve coping. De individu gaat de bedreiging actief aan, het lichaam
wordt sterk geactiveerd door het sympathisch zenuwstelsel.
- Faint: flauwvallen = passieve coping. Het lichaam van het individu schakelt over op een
parasympatische dominantie, kan leiden tot flauwvallen bij extreme/ langdurige stress.
Deze gedragsresponsen vallen onder:
Vrij conflictgedrag: komt vooral voor bij acute stress (fight, flight, freeze):
- Ambivalent gedrag: beide systemen zijn even sterk, afwisseling van 2 gedragssystemen
o Successief: 2 afwisselende gedragselementen
o Simultaan: 2 gedragselementen tegelijk
- Intentiebewegingen: gedrag wordt geremd en een 2e gedragssysteem wordt geactiveerd
- Omgericht gedrag: zoals vogels die de grond pikken ipv elkaar, of met een vuist op tafel
slaan ipv degene waar je boos op bent
- Overspronggedrag: volstrekt zinloos gedrag om uit het conflict te komen
Onvrij conflictgedrag: komt vooral voor bij chronische stress (faint of (chronische) fight):
- Aanvals- en conflictgedrag: elkaar kaalpikken zoals bij kippen
- Apathisch gedrag: alle interesse in de omgeving verliezen
- Stereotiep gedrag: schuimbekken bij varkens, ijsberen, overmatig drinken
Actieve coping: het individu benadert of vermijdt de stressor actief, sterke activatie van het
sympathische zenuwstelsel
Reactieve coping: het individu reageert passief op de stressor, meer parasympatische invloed
6. Welke factoren leiden tot chronische stress?
Chronische stress ontstaat wanneer het stresssysteem langdurig of herhaaldelijk geactiveerd
blijft, zonder voldoende herstel.
Hierbij is de ernst van de stressor van belang, hoe intens/ bedreigend een stressor wordt ervaren.
- Psychologische component: subjectieve beleving is cruciaal, interpretatie > stressreactie
- Voorspelbaarheid en beheersbaarheid: onvoorspelbaar = meer stress, net zoals het
gebrek aan controle en het gevoel van machteloosheid
- Duur: hoelang houdt de stressor aan en keert het steeds terug? > weinig tot geen herstel
Dit leidt tot het aanboren van reserves en uitputting, resultaat? Chronische stress
, 2. Wat zijn de gevolgen van chronische stress?
Acute stress: snel effect en snel voorbij, richt weinig schade aan, kan prestatie verhogend werken.
Chronische stress: langdurig effect en meer schade. Je moet constant aanboren op je reserves
wat zorgt voor negatieve effecten op het immuunsysteem
(lichamelijk), het gedrag en op je psychische gezondheid.
- Lichamelijk: verzwakt immuunsysteem (sneller ziek),
hartkwalen, hoge bloeddruk, maagklachten, spierpijn,
vermoeidheid, verstoorde hormoonbalans
- Psychisch: depressie, angstklachten, prikkelbaarheid,
concentratie- en geheugenproblemen.
- Gedrag: leidt tot apathisch en stereotiep gedrag.
5. Hoe reageert het zenuwstelsel en/of hormoonstelsel op stress?
Zenuwstelsel (via neuronen): regulatie van geheugen, gevoel, kennis/cognitie en beweging.
Neuronen reguleren ook afgifte van hormonen.
Endocrien stelsel (via hormonen): regulatie van homeostase, voortplanting, ontwikkeling,
energiemetabolisme, groei en gedrag.
Bij stress werken het zenuwstelsel en het endocrien stelsel
(hormoonstelsel) samen om het lichaam voor te bereiden op actie en de
homeostase te bewaren. De hypothalamus activeert het sympathische
zenuwstelsel, waardoor het bijniermerg (adrenal medulla) snel
adrenaline (epinephrine) en noradrenaline afgeeft. Deze hormonen
verhogen de hartslag, bloeddruk, ademhaling en energievoorraad, zodat
het lichaam klaar is voor een fight- of flight-reactie. De hypofyse (pituitary
gland) fungeert als schakel tussen het zenuw- en endocrien stelsel, geeft
(neuro)hormonen af. Deze reactie gebeurd neuro endocrien.
Het controlecentrum hiervoor is de hypothalamus. Deze ontvangt
zenuwsignalen uit het lichaam inclusief de hersenen, integreert deze informatie en stuurt signalen
do or naar de hypofyse.
De hypofyse vormt de schakel tussen het zenuwstelsel en het endocrien stelsel, 2 kwabben:
- Achterkwab (neurohypofyse): opslag en afgifte van ADH en oxytocine (direct)
- Voorkwab (adenohypofyse): afgifte stimulerende hormonen (TSH, ACTH, Prolactine, MSH,
GH, FSH, LH) (langzamer)
Hypothalamus Hypofyse achterkwab Hypofyse voorkwab
1. Wat zijn de verschillende coping styles en hoe werken ze? (fight, flight, freeze, faint)
Een stressor (bedreiging) lokt een fysiologische stressreactie uit, dit zorgt voor activatie van het
autonome zenuwstelsel en de stresshormonen. Dat leidt tot een aanpassing in gedrag en
gedachten: Stressor > fysiologische reactie > gedrags- en cognitieve aanpassing
De coping style, persoonlijkheid en het karakter verschilt per individu. Hierin zijn 4 coping styles:
- Freeze: bevriezen = reactieve coping. Het individu wordt hierbij immobiel en alert met een
verhoogde spierspanning, dit is geen bewuste keuze maar een automatische reactie.
- Flight: vluchten = actieve coping. Het individu vermijdt hier de bedreiging door weg te gaan
of te ontsnappen.
- Fight: vechten = actieve coping. De individu gaat de bedreiging actief aan, het lichaam
wordt sterk geactiveerd door het sympathisch zenuwstelsel.
- Faint: flauwvallen = passieve coping. Het lichaam van het individu schakelt over op een
parasympatische dominantie, kan leiden tot flauwvallen bij extreme/ langdurige stress.
Deze gedragsresponsen vallen onder:
Vrij conflictgedrag: komt vooral voor bij acute stress (fight, flight, freeze):
- Ambivalent gedrag: beide systemen zijn even sterk, afwisseling van 2 gedragssystemen
o Successief: 2 afwisselende gedragselementen
o Simultaan: 2 gedragselementen tegelijk
- Intentiebewegingen: gedrag wordt geremd en een 2e gedragssysteem wordt geactiveerd
- Omgericht gedrag: zoals vogels die de grond pikken ipv elkaar, of met een vuist op tafel
slaan ipv degene waar je boos op bent
- Overspronggedrag: volstrekt zinloos gedrag om uit het conflict te komen
Onvrij conflictgedrag: komt vooral voor bij chronische stress (faint of (chronische) fight):
- Aanvals- en conflictgedrag: elkaar kaalpikken zoals bij kippen
- Apathisch gedrag: alle interesse in de omgeving verliezen
- Stereotiep gedrag: schuimbekken bij varkens, ijsberen, overmatig drinken
Actieve coping: het individu benadert of vermijdt de stressor actief, sterke activatie van het
sympathische zenuwstelsel
Reactieve coping: het individu reageert passief op de stressor, meer parasympatische invloed
6. Welke factoren leiden tot chronische stress?
Chronische stress ontstaat wanneer het stresssysteem langdurig of herhaaldelijk geactiveerd
blijft, zonder voldoende herstel.
Hierbij is de ernst van de stressor van belang, hoe intens/ bedreigend een stressor wordt ervaren.
- Psychologische component: subjectieve beleving is cruciaal, interpretatie > stressreactie
- Voorspelbaarheid en beheersbaarheid: onvoorspelbaar = meer stress, net zoals het
gebrek aan controle en het gevoel van machteloosheid
- Duur: hoelang houdt de stressor aan en keert het steeds terug? > weinig tot geen herstel
Dit leidt tot het aanboren van reserves en uitputting, resultaat? Chronische stress
, 2. Wat zijn de gevolgen van chronische stress?
Acute stress: snel effect en snel voorbij, richt weinig schade aan, kan prestatie verhogend werken.
Chronische stress: langdurig effect en meer schade. Je moet constant aanboren op je reserves
wat zorgt voor negatieve effecten op het immuunsysteem
(lichamelijk), het gedrag en op je psychische gezondheid.
- Lichamelijk: verzwakt immuunsysteem (sneller ziek),
hartkwalen, hoge bloeddruk, maagklachten, spierpijn,
vermoeidheid, verstoorde hormoonbalans
- Psychisch: depressie, angstklachten, prikkelbaarheid,
concentratie- en geheugenproblemen.
- Gedrag: leidt tot apathisch en stereotiep gedrag.
5. Hoe reageert het zenuwstelsel en/of hormoonstelsel op stress?
Zenuwstelsel (via neuronen): regulatie van geheugen, gevoel, kennis/cognitie en beweging.
Neuronen reguleren ook afgifte van hormonen.
Endocrien stelsel (via hormonen): regulatie van homeostase, voortplanting, ontwikkeling,
energiemetabolisme, groei en gedrag.
Bij stress werken het zenuwstelsel en het endocrien stelsel
(hormoonstelsel) samen om het lichaam voor te bereiden op actie en de
homeostase te bewaren. De hypothalamus activeert het sympathische
zenuwstelsel, waardoor het bijniermerg (adrenal medulla) snel
adrenaline (epinephrine) en noradrenaline afgeeft. Deze hormonen
verhogen de hartslag, bloeddruk, ademhaling en energievoorraad, zodat
het lichaam klaar is voor een fight- of flight-reactie. De hypofyse (pituitary
gland) fungeert als schakel tussen het zenuw- en endocrien stelsel, geeft
(neuro)hormonen af. Deze reactie gebeurd neuro endocrien.
Het controlecentrum hiervoor is de hypothalamus. Deze ontvangt
zenuwsignalen uit het lichaam inclusief de hersenen, integreert deze informatie en stuurt signalen
do or naar de hypofyse.
De hypofyse vormt de schakel tussen het zenuwstelsel en het endocrien stelsel, 2 kwabben:
- Achterkwab (neurohypofyse): opslag en afgifte van ADH en oxytocine (direct)
- Voorkwab (adenohypofyse): afgifte stimulerende hormonen (TSH, ACTH, Prolactine, MSH,
GH, FSH, LH) (langzamer)
Hypothalamus Hypofyse achterkwab Hypofyse voorkwab