Hoorcollege 8 - Zakelijke rechten en vorderingsrechten
(=verbintenis)
Absoluut karakter zakelijk recht (iedereen rekening mee houden)
KENMERKEN
- Volgrecht
Titularis van een zakelijk recht kan goed terugvorderen ongeacht bij
wie het goed zich bevindt. Bv. Als ik iets koop en iemand anders
heeft het vast, kan ik het terugvorderen want ik heb het zakelijk
recht hierop.
- Publiciteit/openbare kenbaarheid
Onroerende goederen (art 3.30 BW)
Een goed dat niet verplaatsbaar is (huis, grond)
Zakelijke rechten moeten geregistreerd worden
Roerende goederen (art 3.18= wettelijk weerlegbaar
vermoeden uiterlijk waarneembare toestand wordt vermoed de
juridische toestand te zijn)
Goederen die wel verplaatsbaar zijn (auto of fiets)
Er geldt een wettelijk vermoeden: wie het goed in bezit heeft, wordt
vermoed eigenaar te zijn, tenzij iemand het tegendeel bewijst.
Vroeger veel macht.
- Numerus clausus beginsel
Het aantal zakelijke rechten is beperkt/ Opsomming is
exhaustief
(Volledig) en enkel de wetgever kan zakelijk recht instellen.
Gevolg: gesloten stelsel van zakelijke rechten (kan geen bijkomen)
art 3.3 BW
I.T.T vorderingsrechten
Rechtssubjecten kunnen volledig vrij nieuwe afspraken maken met
respect voor de wet. Er is een open stelsel van verbintenissen (kan
erbij komen)
- Zakelijke rechten hebben voorrang op vorderingsrechten bij
samenloop (bij faillissement) = recht op voorrang
Bij samenloop van vorderingsrechten: gelijkheid van
schuldeisers. Beschikbare geld evenredig verdelen tussen
schuldeisers.
Bij samenloop van vordering en zakelijk rechten: zakelijke
voorrang & goederen waarop ze betrekking hebben, kunnen niet ten
gelden worden gemaakt om gewone schuldeisers uit te betalen
Vb. video cafébaas min 11:00
, Hoorcollege 8 – Goederenrecht (boek 3 BW) =Tussen rechtssubject en
rechtsobject
Onroerende goederen
Kan onroerend zijn:
- Uit hun aard
Goederen die niet verplaatsbaar zijn zoals grond of een huis
- Door incorporatie
Natuurlijk (vruchten, beplanten) of kunstmatig (gebouwen,
ingebouwde kasten)
- Door bestemming
= juridische fictie: Roerende goederen die juridisch als onroerend
worden beschouwd omdat ze dienen voor een onroerend goed (bv.
landbouwmachines op een boerderij).
- Door het voorwerp waarop het betrekking heeft art 3.49 BW
Rechten op een onroerend goed zijn zelf ook onroerend (bv.
vruchtgebruik op een stuk grond).
Roerende goederen
Alles wat niet specifiek onroerend is, is roerend (restcategorie= residuair)
art 3.46 BW
Kan roerend zijn:
- Uit hun aard
Fysiek verplaatsbare zaken (fiets, auto, meubel).
→ Zolang ze niet onroerend zijn geworden door incorporatie of
bestemming.
→ Rechten op roerende goederen zijn ook roerend (bv. aandelen).
- Door anticipatie 3.48 BW
Goederen die eigenlijk nog onroerend zijn, maar juridisch als roerend
worden behandeld. Bijvoorbeeld vruchten of grondstoffen die nog
vastzitten aan de bodem, maar al verkocht worden. Roerend zodra
de incorporatie ophoudt. Men doet “alsof” ze roerend zijn voor
rechtshandelingen.
Andere indeling goederen
(=verbintenis)
Absoluut karakter zakelijk recht (iedereen rekening mee houden)
KENMERKEN
- Volgrecht
Titularis van een zakelijk recht kan goed terugvorderen ongeacht bij
wie het goed zich bevindt. Bv. Als ik iets koop en iemand anders
heeft het vast, kan ik het terugvorderen want ik heb het zakelijk
recht hierop.
- Publiciteit/openbare kenbaarheid
Onroerende goederen (art 3.30 BW)
Een goed dat niet verplaatsbaar is (huis, grond)
Zakelijke rechten moeten geregistreerd worden
Roerende goederen (art 3.18= wettelijk weerlegbaar
vermoeden uiterlijk waarneembare toestand wordt vermoed de
juridische toestand te zijn)
Goederen die wel verplaatsbaar zijn (auto of fiets)
Er geldt een wettelijk vermoeden: wie het goed in bezit heeft, wordt
vermoed eigenaar te zijn, tenzij iemand het tegendeel bewijst.
Vroeger veel macht.
- Numerus clausus beginsel
Het aantal zakelijke rechten is beperkt/ Opsomming is
exhaustief
(Volledig) en enkel de wetgever kan zakelijk recht instellen.
Gevolg: gesloten stelsel van zakelijke rechten (kan geen bijkomen)
art 3.3 BW
I.T.T vorderingsrechten
Rechtssubjecten kunnen volledig vrij nieuwe afspraken maken met
respect voor de wet. Er is een open stelsel van verbintenissen (kan
erbij komen)
- Zakelijke rechten hebben voorrang op vorderingsrechten bij
samenloop (bij faillissement) = recht op voorrang
Bij samenloop van vorderingsrechten: gelijkheid van
schuldeisers. Beschikbare geld evenredig verdelen tussen
schuldeisers.
Bij samenloop van vordering en zakelijk rechten: zakelijke
voorrang & goederen waarop ze betrekking hebben, kunnen niet ten
gelden worden gemaakt om gewone schuldeisers uit te betalen
Vb. video cafébaas min 11:00
, Hoorcollege 8 – Goederenrecht (boek 3 BW) =Tussen rechtssubject en
rechtsobject
Onroerende goederen
Kan onroerend zijn:
- Uit hun aard
Goederen die niet verplaatsbaar zijn zoals grond of een huis
- Door incorporatie
Natuurlijk (vruchten, beplanten) of kunstmatig (gebouwen,
ingebouwde kasten)
- Door bestemming
= juridische fictie: Roerende goederen die juridisch als onroerend
worden beschouwd omdat ze dienen voor een onroerend goed (bv.
landbouwmachines op een boerderij).
- Door het voorwerp waarop het betrekking heeft art 3.49 BW
Rechten op een onroerend goed zijn zelf ook onroerend (bv.
vruchtgebruik op een stuk grond).
Roerende goederen
Alles wat niet specifiek onroerend is, is roerend (restcategorie= residuair)
art 3.46 BW
Kan roerend zijn:
- Uit hun aard
Fysiek verplaatsbare zaken (fiets, auto, meubel).
→ Zolang ze niet onroerend zijn geworden door incorporatie of
bestemming.
→ Rechten op roerende goederen zijn ook roerend (bv. aandelen).
- Door anticipatie 3.48 BW
Goederen die eigenlijk nog onroerend zijn, maar juridisch als roerend
worden behandeld. Bijvoorbeeld vruchten of grondstoffen die nog
vastzitten aan de bodem, maar al verkocht worden. Roerend zodra
de incorporatie ophoudt. Men doet “alsof” ze roerend zijn voor
rechtshandelingen.
Andere indeling goederen