Hoorcollege 7- Beginselen van het recht – Verbintenissenrecht
= de Lex generalis voor alle soorten van overeenkomsten (boek 5 BW)
- Schuldeiser kan prestatie vorderen van schuldenaar
(schuldvordering)= actief
- Schuldenaar moet deze prestatie leveren (schuld)= passief
- Wederkerig contract: beide partijen zijn zowel schuldenaar als
schuldeiser
Art 5.1 BW: kenmerken van de verbintenis
1.Rechtsband tussen personen (rechtssubjecten)
Rechtsband= verbintenis= schuldvordering= vorderingsrecht
ZAKELIJK RECHT
= rechtsband tussen PERSONEN en een ZAAK
- Intern: rechtssubject/titularis krijgt zeggenschap over een zaak.
Inhoud van zeggenschap varieert van soort zakelijk recht vb.
eigendomsrecht
- Extern: Derden werking. Iedereen moet het zakelijk recht
respecteren (tegenwerpelijkheid aan derden)
- Erga omnes (ten aanzien van iedereen, iedereen moet respecteren)
= absoluut
VORDERINGSRECHT
= rechtsband tussen PERSOON en een PERSOON
- Intern: Ene partij heeft recht op een bepaald gedrag van de andere
partij: iets doen, geven, nalaten, niet doen.
- Extern (derdenwerking): niet erga omnes. Enkel het bestaan van die
verbintenis toegeven als een rechtsfeit.
Aanspraken= enkel tussen partijen (relativiteit)
Ontstaan uit menselijk handelen
Verbintenissenstelsel heeft een open karakter
RECHTSHANDELING art 1.3 BW
Menselijke handeling met als gevolg iets bereiken
Meerzijdig: wilsuiting gaat uit van 2 personen (ik wil brood verkopen,
ik wil kopen)
Eenzijdig: wilsuiting gaat uit van 1 persoon (art 5.125 BW)
, RECHTSFEIT
: waaraan wet verbintenis scheppende/ obligatoire kracht verleent
- Iets doen zonder bedoeling een gevolg (verbintenis) te hebben
- Wet bepaalt dat er een gevolg aan zit vastgeknoopt
Vb. je rijdt tegen een andere auto die geparkeerd staatgeeft
aanleiding tot verbintenis (jij moet de schade betalen volgens de
wet) Art 5.127 BW
ONEIGENLIJKE CONTRACTEN
Daden die een mens vrijwillig doet waaruit een verbintenis ontstaat zonder
dat er een wilsovereenstemming is. Vb. onverschuldigde betaling, je
betaalt iets wat niet moet dus je mag het terugvragen art 5.133 BW
WEKKEN VAN EEN RECHTMATIG VERTROUWEN
Je gedraagt je op een bepaalde manier waardoor de andere partij DENKT
dat er een verbintenis is. Kan rechtsmisbruik zijn. Art 1.10 BW
Met als voorwerp een in geld waardeerbare aanspraak
Voorwerp: Wat de schuldenaar moet doen of geven en waarop de
schuldeiser recht heeft. Kan iets doen, geven, niet doen, nalaten,
garanderen. Art 5.46 BW
Indeling (Art 5.72 BW): resultaats/uitslagsverbintenis (lid 2) of
inspannings/middelenverbintenis (lid 1). Indeling die in de wet is
neergelegd.
RESULTAATSVERBINTENIS
De schuldenaar belooft een bepaald resultaat te bereiken.
Niet bereikt → meestal wordt aangenomen dat de schuldenaar in fout is.
Schuldenaar wil de aansprakelijkheid ontlopen: kan enkel als er overmacht
is (iets onverwachts waar hij niets aan kan doen, bv. een bom valt), niet
aansprakelijk
INSPANNINGSVERBINTENIS
De schuldenaar belooft zijn best te doen om een resultaat te bereiken,
maar garandeert het niet.
= de Lex generalis voor alle soorten van overeenkomsten (boek 5 BW)
- Schuldeiser kan prestatie vorderen van schuldenaar
(schuldvordering)= actief
- Schuldenaar moet deze prestatie leveren (schuld)= passief
- Wederkerig contract: beide partijen zijn zowel schuldenaar als
schuldeiser
Art 5.1 BW: kenmerken van de verbintenis
1.Rechtsband tussen personen (rechtssubjecten)
Rechtsband= verbintenis= schuldvordering= vorderingsrecht
ZAKELIJK RECHT
= rechtsband tussen PERSONEN en een ZAAK
- Intern: rechtssubject/titularis krijgt zeggenschap over een zaak.
Inhoud van zeggenschap varieert van soort zakelijk recht vb.
eigendomsrecht
- Extern: Derden werking. Iedereen moet het zakelijk recht
respecteren (tegenwerpelijkheid aan derden)
- Erga omnes (ten aanzien van iedereen, iedereen moet respecteren)
= absoluut
VORDERINGSRECHT
= rechtsband tussen PERSOON en een PERSOON
- Intern: Ene partij heeft recht op een bepaald gedrag van de andere
partij: iets doen, geven, nalaten, niet doen.
- Extern (derdenwerking): niet erga omnes. Enkel het bestaan van die
verbintenis toegeven als een rechtsfeit.
Aanspraken= enkel tussen partijen (relativiteit)
Ontstaan uit menselijk handelen
Verbintenissenstelsel heeft een open karakter
RECHTSHANDELING art 1.3 BW
Menselijke handeling met als gevolg iets bereiken
Meerzijdig: wilsuiting gaat uit van 2 personen (ik wil brood verkopen,
ik wil kopen)
Eenzijdig: wilsuiting gaat uit van 1 persoon (art 5.125 BW)
, RECHTSFEIT
: waaraan wet verbintenis scheppende/ obligatoire kracht verleent
- Iets doen zonder bedoeling een gevolg (verbintenis) te hebben
- Wet bepaalt dat er een gevolg aan zit vastgeknoopt
Vb. je rijdt tegen een andere auto die geparkeerd staatgeeft
aanleiding tot verbintenis (jij moet de schade betalen volgens de
wet) Art 5.127 BW
ONEIGENLIJKE CONTRACTEN
Daden die een mens vrijwillig doet waaruit een verbintenis ontstaat zonder
dat er een wilsovereenstemming is. Vb. onverschuldigde betaling, je
betaalt iets wat niet moet dus je mag het terugvragen art 5.133 BW
WEKKEN VAN EEN RECHTMATIG VERTROUWEN
Je gedraagt je op een bepaalde manier waardoor de andere partij DENKT
dat er een verbintenis is. Kan rechtsmisbruik zijn. Art 1.10 BW
Met als voorwerp een in geld waardeerbare aanspraak
Voorwerp: Wat de schuldenaar moet doen of geven en waarop de
schuldeiser recht heeft. Kan iets doen, geven, niet doen, nalaten,
garanderen. Art 5.46 BW
Indeling (Art 5.72 BW): resultaats/uitslagsverbintenis (lid 2) of
inspannings/middelenverbintenis (lid 1). Indeling die in de wet is
neergelegd.
RESULTAATSVERBINTENIS
De schuldenaar belooft een bepaald resultaat te bereiken.
Niet bereikt → meestal wordt aangenomen dat de schuldenaar in fout is.
Schuldenaar wil de aansprakelijkheid ontlopen: kan enkel als er overmacht
is (iets onverwachts waar hij niets aan kan doen, bv. een bom valt), niet
aansprakelijk
INSPANNINGSVERBINTENIS
De schuldenaar belooft zijn best te doen om een resultaat te bereiken,
maar garandeert het niet.