100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Hoorcollege 3 + Onderwijsgroep 3 samenvatting beginselen van het recht

Rating
-
Sold
-
Pages
5
Uploaded on
03-02-2026
Written in
2025/2026

Samenvatting van de hoorcollege, aangevuld met het boek + de THEORIE van de onderwijsgroep erbij.

Institution
Course









Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
February 3, 2026
Number of pages
5
Written in
2025/2026
Type
Summary

Subjects

Content preview

Hoorcollege 3- beginselen van het recht

Hiërarchie binnen elke formele rechtsbron

Rechtspraak- Uitspraken van hogere organen wegen meer door dan die
van lagere, omdat die hogere belangrijker zijn. Vaste rechtspraak (veel
rechtscolleges die hetzelfde beslissen) weegt dus zwaarder door dan
alleenstaande.

Rechtsleer- visie van expert weegt meer door dan die van een toevallige
commentator. Eensgezinde rechtsleer (boeken of artikels waarin je
mening wordt gesteund) weegt dus meer door dan alleenstaande.

Hiërarchie binnen RL &RS weegt niet zwaar want GEZAGHEBBEND

Materiële wet- soms spreken wetten elkaar tegen= wetsconflict

Materiële wet= norm= gedragsregel= rechtsregel gemaakt door
overheid die ondergeschikt zijn aan elkaar. Regel gemaakt door een lagere
overheid is ondergeschikt aan een regel gemaakt door een hogere
overheid= hiërarchie van de overheden (afdwingbaar)

Bewakers zorgen dat de hiërarchie wordt nageleefd: uitleg hierover
blackboard

- Piramide: lagere normen moeten in overeenstemming zijn met
hogere normen
- Hoe hoger in de piramide hoe belangrijker de normen zijn.
- Lagere normen kunnen geen hogere normen opheffen/wijzigen,
omgekeerd wel
- Lagere norm kan enkel uitvoeren, specifiëren, verduidelijken.
- Voorrang aan hogere norm bij conflict ‘lex superior derogat legi
inferiori’

Hiërarchie in België

4 kenmerken

1. België is een constitutionele staat (GW= aan top van piramide)
2. Democratische staat (WM). Zit in de laag onder de grondwet
3. België is ook een federale staat: we hebben meer dan 1
parlement maakt piramide complex (wet, decreet, ordonnantie)
4. Gedecentraliseerde staat: gemeenten/provincies zijn autonoom
maar ondergeschikt (onderste laag: regels gemaakt door gemeenten
en provincies)

België is een federale staat

- België heeft bevoegdheden overgedragen aan deelstaten:
soevereiniteit gedeeld

, - Gevolg soevereiniteit: deelstaten zijn NIET ondergeschikt aan
federale staat
- Gevolg federalisering: veel overheden die elk organen hebben
(wetgevend + uitvoerend) produceren normen. Vb. onderwijs
- Rechterlijke macht is op Belgisch niveau, niet federaal.
- Verhouding tussen die normen: zelfde niveau als normen van
federale overheid
- Normen van gemeenschappen en gewesten hebben kracht van wet
zoals een federale wet.
Binnen het grondgebied van een deelstaat
Binnen de aan de betrokken deelstaat toegekende bevoegdheden
- 2 parallelle systemen in Belgische normenhiërarchie

ZIE PIRAMIDE FOTO IN DE POWERPOINT



Plaats van de internationale normen

- Tot nu: hiërarchie van de nationale rechtsnormen
- Internationale verdragen gesloten tussen 2 of meer
staten/internationale organisaties  primair internationaal recht
- Beslissingen van internationale organisaties secundair
internationaal recht

Niet alle internationale normen hebben een plaats in die piramide,
sommige internationale normen scheppen rechten en plichten voor
contracterende partijen, zijn geen algemeen verbindende normen: heeft
niks te bieden voor de mensen die in die landen wonen. Andere
internationale normen bevatten rechten en plichten voor
onderdanen/rechtssubjecten van de contracterende of aangesloten staten.

Worden opgenomen in de hiërarchie der materiële wetten. Internationale
normen die rechten en plichten voor onderdanen van staten inhouden

Rechtstreekse werking = directe werking = self executing



Rechtstreekse werking

Inhoudelijke voorwaarden

1. Partijen leggen rechten en plichten op aan rechtssubjecten:
subjectieve criterium
2. Rechten en plichten moeten duidelijk omschreven zijn, zodat ze
rechtstreeks inroepbaar zijn voor nationale rechtscolleges:
objectief criterium
$5.55
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached

Get to know the seller
Seller avatar
tuanakodalci

Also available in package deal

Get to know the seller

Seller avatar
tuanakodalci Universiteit Hasselt
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
0
Member since
4 months
Number of followers
0
Documents
19
Last sold
-

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions