,ETHISCHE TOETSSTENEN
korte toelichting
0 Voorafgaandelijke definities
Volgende basisbegrippen maken deel uit van toetsstenen al zijn ze geen toetssteen op zich:
- WAARDE: een oordeel over wat belangrijk en juist is om na te streven. Uitgesloten is per
definitie alles wat tastbaar is (dat is geen oordeel) en eigenbelang (vanuit holistisch
denkkader en mature gewetensvorming). Waarden worden waargemaakt door het gedrag
erop af te stemmen, zijn bijgevolg in woord en daad te herkennen.
- NORM: een overtuiging over wat men moet doen (of niet mag doen), dit om één of
meerdere waarden te beschermen.
Waarden en normen zijn bepaald door volgende factoren:
1. Persoonlijke inzichten (micro niveau)
2. Gedeelde inzichten (meso niveau)
3. Maatschappij brede gedeelde inzichten (macroniveau)
4. De context van een concrete situatie
BEROEPSWAARDEN en BEROEPSNORMEN: gedeeld op meso en macro niveau zijn eigen aan
het beroep. Terug te vinden in ethische codes, competentieprofielen, en in wetgeving.
1 De vier kenmerken van het ethische perspectief
1. Normatief: een AFWEGING van meerdere waarden en normen
2. Antidogmatisch (open voor discussie rond waarden)
3. Inter-subjectief en argumentatief: elke mens heeft persoonlijke waarden en
argumenten voor de eigen voorkeuren en afwegingen, deze neem je mee in je afweging.
4. Alpartijdigheid (elke mens telt mee, in het bijzonder degene voor wie je verantwoordelijk
bent en/of degene die niet voor zichzelf kan opkomen mag je niet vergeten.)
2 Het kruispuntdenken
Kruispuntdenken (of intersectioneel denken) is een visie op de identiteit die ontstaat in het
samenspel van micro, meso en macro niveau, met oog op sociale analyse. Elke mens is een
kruispunt van verschillende assen, elke as krijgt in een samenleving een eigen sociale positie
mee. Veelgebruikte assen: Gezondheid, Leeftijd, Arbeidssituatie, Sekse en seksuele oriëntatie,
Scholing, Woonsituatie, Etnisch-culturele achtergrond, Religieuze-levensbeschouwelijke
overtuiging, Familiale situatie
Door je bewust te zijn van de as die je spontaan hanteert,
- kan je oog krijgen voor je blinde vlekken (wat jij of de samenleving normaal vindt) en je
persoonlijke vooroordelen.
, - Zo vermijd je om mensen te herleiden tot een deelaspect (bv. hun leeftijd) en kan je hen
holistisch en meerzijdiger, en rechtvaardiger benaderen.
- Hierdoor krijg je ook een nieuwe kijk op een situatie, waardoor je betere zorg kunt
bieden.
3 Proces van verbondenheid (Cone)
4 Niveaus van presentie (Baart)
5 Het netwerk van verpleegkundige relaties (4)
Volgens de competentieprofielen en ethische codes, sta je als verpleegkundige in een viervoudig
netwerk van relaties, waarbinnen je telkens een attitude moet waarmaken:
Verpleegkundige in relatie Heeft als attitude
tot:
Zorgvrager(s) Belangenbehartigend
Zorgverlener(s) Collegiaal
Beroep Loyaal/trouw
korte toelichting
0 Voorafgaandelijke definities
Volgende basisbegrippen maken deel uit van toetsstenen al zijn ze geen toetssteen op zich:
- WAARDE: een oordeel over wat belangrijk en juist is om na te streven. Uitgesloten is per
definitie alles wat tastbaar is (dat is geen oordeel) en eigenbelang (vanuit holistisch
denkkader en mature gewetensvorming). Waarden worden waargemaakt door het gedrag
erop af te stemmen, zijn bijgevolg in woord en daad te herkennen.
- NORM: een overtuiging over wat men moet doen (of niet mag doen), dit om één of
meerdere waarden te beschermen.
Waarden en normen zijn bepaald door volgende factoren:
1. Persoonlijke inzichten (micro niveau)
2. Gedeelde inzichten (meso niveau)
3. Maatschappij brede gedeelde inzichten (macroniveau)
4. De context van een concrete situatie
BEROEPSWAARDEN en BEROEPSNORMEN: gedeeld op meso en macro niveau zijn eigen aan
het beroep. Terug te vinden in ethische codes, competentieprofielen, en in wetgeving.
1 De vier kenmerken van het ethische perspectief
1. Normatief: een AFWEGING van meerdere waarden en normen
2. Antidogmatisch (open voor discussie rond waarden)
3. Inter-subjectief en argumentatief: elke mens heeft persoonlijke waarden en
argumenten voor de eigen voorkeuren en afwegingen, deze neem je mee in je afweging.
4. Alpartijdigheid (elke mens telt mee, in het bijzonder degene voor wie je verantwoordelijk
bent en/of degene die niet voor zichzelf kan opkomen mag je niet vergeten.)
2 Het kruispuntdenken
Kruispuntdenken (of intersectioneel denken) is een visie op de identiteit die ontstaat in het
samenspel van micro, meso en macro niveau, met oog op sociale analyse. Elke mens is een
kruispunt van verschillende assen, elke as krijgt in een samenleving een eigen sociale positie
mee. Veelgebruikte assen: Gezondheid, Leeftijd, Arbeidssituatie, Sekse en seksuele oriëntatie,
Scholing, Woonsituatie, Etnisch-culturele achtergrond, Religieuze-levensbeschouwelijke
overtuiging, Familiale situatie
Door je bewust te zijn van de as die je spontaan hanteert,
- kan je oog krijgen voor je blinde vlekken (wat jij of de samenleving normaal vindt) en je
persoonlijke vooroordelen.
, - Zo vermijd je om mensen te herleiden tot een deelaspect (bv. hun leeftijd) en kan je hen
holistisch en meerzijdiger, en rechtvaardiger benaderen.
- Hierdoor krijg je ook een nieuwe kijk op een situatie, waardoor je betere zorg kunt
bieden.
3 Proces van verbondenheid (Cone)
4 Niveaus van presentie (Baart)
5 Het netwerk van verpleegkundige relaties (4)
Volgens de competentieprofielen en ethische codes, sta je als verpleegkundige in een viervoudig
netwerk van relaties, waarbinnen je telkens een attitude moet waarmaken:
Verpleegkundige in relatie Heeft als attitude
tot:
Zorgvrager(s) Belangenbehartigend
Zorgverlener(s) Collegiaal
Beroep Loyaal/trouw