100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.2 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting MEMO geschiedenis 5 havo historische context Duitsland

Rating
-
Sold
-
Pages
5
Uploaded on
24-03-2021
Written in
2018/2019

Samenvatting van MEMO: H9: par 2 en 3 H11 : par 2 H12: par 1 tm 3 Examenjaar

Level
Course









Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Written for

Institution
Secondary school
Level
Course
School year
5

Document information

Uploaded on
March 24, 2021
Number of pages
5
Written in
2018/2019
Type
Summary

Subjects

Content preview

Examenkatern: historische context Duitsland

MEMO:
H9: par 2 en 3
H11 : par 2
H12: par 1 tm 3

Memo handboek

Hoofdstuk 9
2: Nationalisme
Nationalisme: sterke voorliefde voor eigen volk; sterke nationale gevoelens. Het
gaat uit van de gedachte dat mensen tot verschillende volken behoren en dat elk
volk een gemeenschappelijke geschiedenis, taal en cultuur heeft.

Cultuur
In 19e eeuw nationalisme opkomend in Europa. Regeringen stimuleerden deze
natievorming krachtig: onderwijs werd gebruikt in officiële landstaal en
vaderlandse geschiedenis.
Moderne industriële en technologische prestaties waren goed voor nationale trots.

Politiek
De politieke grenzen vielen niet altijd samen met taal en cultuurgrenzen.
Duitsland: veel volken verdeeld onder meerdere staten: ontstond behoefte aan
eenheidsstaat.

Oprichting nationale studentenbond in 1817: spraken zich uit voor 1 Duitse staat
met grondwet waarin was bepaald dat de bevolking mocht meepraten over beleid.
1848: Streven naar eenheid leek te slagen, maar machtigste Duitse staat,
Koninkrijk Pruisen, werkte tegen omdat zij een Duitse eenheidsstaat wilden onder
Pruisische leiding en zonder democratische grondwet.
1871: Otto von Biscmarck slaagde erin Duitsland tot een eenheidsstaat te maken.

3: modern imperialisme
Modern imperialisme: het verschijnsel dat vanaf de 19e eeuw waarbij Europese
landen naar een groot koloniaal rijk streven en de koloniën als productie- en
afzetgebieden gebruiken om er zelf rijk van te worden.

Europese landen hadden koloniën in Azie en Afrika. Ze wilden dit veroveren en
besturen omdat:
1. Er voor de industrialisatie belangrijke grondstoffen aanwezig waren zoals: olie,
rubber en katoen  nieuwe afzetmarkten voor hun producten.
2. Een groot overzees rijk gaf politiek en militair aanzien.  nationalisme
3. Gevoel van superioriteit ten opzichte van andere volken.  White man’s burden:
verplichting die het blanke Europa voelde om minder ontwikkelde volken te leren
lezen, schrijven, werken en geloven zoals dat in de koloniserende landen
gebeurde.

Gevolgen imperialisme:
1. de mensen in de koloniën kregen te maken met Europese politieke machthebbers
- Engeland had een indirect bestuur: manier van besturen waarbij het
inheemse bestuur van een kolonie ondergeschikt is aan het koloniale bestuur
maar wel blijven functioneren.
- Frankrijk had een direct bestuur: manier van besturen van een kolonie
waarbij Europese ambtenaren de koloniale bevolking rechtstreeks bestuurde
zonder tussenkomst van een inheems bestuur.
2. De inheemse bevolking werd ingeschakeld bij de economische activiteiten van het
moederland.

, - Invoering cultuurstelsel in 1830: Stelsel waarbij de bevolking van Java een
vijfde (20%) van haar grond moest bebouwen met landbouwgewassen voor de
Europese markt in ruil voor plantloon.  gevolg hongersnood bevolking Java
3. Een deel van de inheemse bevolking werd ingeschakeld bij het leger. Hierbij
werden specifieke bevolkingsgroepen gekozen zoals etnische of religieuze
minderheden.
4. Bij het vaststellen van bestuurlijke grenzen werd er geen rekening gehouden met
traditionele stamverbanden.
- Toen in de 20e eeuw koloniën onafhankelijk werden leidde dit vaak tot conflicten.
5. De inwoners van de koloniën hadden wel een voordeel, ze profiteerden van de
aanleg van spoor- en waterwegen en leerden een deel van de inwoners lezen en
schrijven en verbeterden de gezondheidszorg.

Hoofdstuk 11
De eerste wereldoorlog
1914- 1918 Bij het uitbreken van de eerste wereld oorlog dachten de partijen (landen)
dat de oorlog snel over zal zijn, maar het resulteerde in een slopende wereldoorlog.

Deze oorlog onderscheidende zich van eerdere oorlogen:
- inzet van enorme hoeveelheden moderne wapens  werden aan de lopende
band gemaakt. Door de hoeveelheid moderne wapens was de verdedigende
partij altijd in het voordeel.
- Nieuwe wapens zoals tank en vliegtuig werden ook gebruikt, tanks waren
alleen niet snel genoeg waardoor eigenlijk gewoon kut was.
- Legerleiding hield vast aan tactiek voortdurend aanvallen op loopgraven
omdat dit altijd al een succes was maar door technologische ontwikkelingen
was dit drastisch veranderd.
- Miljoenen mannen moesten de loopgraven in. Als je dit overleefde kregen
velen bij thuiskomst te maken met shellschok. Britse leger stelde dit gelijk
aan lafheid en desertie. Soldaten werden hierdoor vermoord of teruggestuurd
naar het front.
- Vrouwen werkten massaal in de wapenindustrie en berichtten de massamedia
over de oorlog in een propagandistisch karakter: regering wilden dat bevolking
een positief beeld kreeg van de oorlog.
- Oorlog eindigde omdat Duitsland uiteindelijk niet meer op kon tegen de
geallieerde overmacht aan de Westelijke front.
 11 november 1918 werd een wapenstilstand gesloten

Oorzaken ontstaan van de eerste wereldoorlog:
1. Spanningen hadden te maken met de veranderende machtsverhoudingen
(kolonisatie) als gevolg van de industrialisatie (olie, katoen etc.) en moderne
imperialisme (streven naar een groot rijk).
2. Onderlinge strijd in Europa gepaard met sterke vijandbeelden over en weer en
met het ophemelen van de eigen natie (nationalisme). Oorlog is een vorm van
buitenlandse politiek, problemen kon je namelijk oplossen door te vechten.
 belangrijkste oorzaken eerste wereldoorlog: nationalisme en militarisme.
3. Concurrentie tussen Europese landen zorgden ervoor dat ze
bondgenootschappen gingen sluiten, zo ontstond de Triple Alliantie (onder
leiding van Duitsland) en de Triple Entente (onder leiding van
Frankrijk).
 toen op de Balkan een conflict uitbrak, voelden de bondgenoten zich
verplicht de bondgenoot bij te staan waardoor dit relatief kleine conflict
uitgroeide tot een grote oorlog. Het conflict ontstond met de moord op Frans
Ferdinand en zijn vrouw Sophie (oostenrijk Hongarije).

Gevolg:
Na vier jaar oorlog sloten de overwinnaars verschillende vredes verdragen met de
verliezers. Op 28 juni 1919 werd het Verdrag van Versailles gesloten: Duitsland
mocht niet onderhandelen over de bepalingen in het verdrag. Duitsland moest een
$3.61
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached

Get to know the seller
Seller avatar
CJP259

Also available in package deal

Get to know the seller

Seller avatar
CJP259 Saxion Hogeschool
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
3
Member since
4 year
Number of followers
3
Documents
11
Last sold
3 year ago

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions