BESTUURSRECHT 2
COLLEGE 1
STAATSRECHT
- Nederland is een staat met: koningshuis, regering, parlement, decentrale
overheden en bestuursorganen
- Staat: soevereine organisatie bestaande uit een (politiek) bestuur met gezag over
territoriaal gebied
Staat der Nederlanden
- Koninkrijk der Nederlanden
4 landen: Nederland, Aruba, Curaçao en Sint Maarten.
3 eilanden: Bonaire, Saba en Sint Eustatius.
- De eilanden zijn overzeese gemeente die onder het land Nederland vallen.
KONINKRIJK
- Koninkrijk: monarchie
- Koning is lid van de regering
- De koninklijke titel in Nederland wordt verkregen via erfopvolging binnen de
familie van Koning Willem I, afkomstig uit de Oranje-Nassau dynastie.
- Prins van Oranje-Nassau is een adellijke titel die verwijst naar
het prinsendom Orange in Frankrijk.
- Het huis Oranje-Nassau stamt af van Willem van Nassau-Dillenburg (niet
dezelfde als Koning Willem I).
- Historisch verwierf men via deze adellijke titel ook macht als stadhouder.
- De Nederlandse koninklijke familie heeft van oorsprong Duitse roots, wat ook
terugkomt in het volkslied, het Wilhelmus (“ben ik van Duitse bloed”).
- De titel ‘Vader des vaderlands’ verwijst niet naar Koning Willem I, maar naar
eerdere Oranje-leiders.
Erfelijke koningstitel art. 24 GW
TRIAS POLITICA
,WETGEVENDE MACHT
Regering en Staten-Generaal (art. 81 GW)
Regering: koning en ministers (art. 42 GW)
Ministers
Minister president
Regering en ministerraad
- Bestuurt Nederland, de ministers hebben overleg in de ministerraad (zonder de
koning)
- Stemmen over beleid en regelgeving
- Besluiten zijn bindend voor ministers en beraadslagingen zijn geheim
- Vertrouwelijk aan de koning
Ministers en staatssecretarissen
- Kabinet
- Ministers zijn verantwoordelijk voor hun ministerie/portefeuille
- Staatssecretarissen ondersteunen ministers art. 46 GW
- Staatssecretarissen mogen bij de ministerraad aanschuiven voor hun
beleidsterrein.
Staten- generaal
- 1e en 2e kamer art. 51 GW, vertegenwoordigen het Nederlandse volk art. 50 GW
- 2e kamer: direct gekozen
- 1e kamer: indirect gekozen
2e kamer
- Volksvertegenwoordiging via verkiezingen
- 150 zetels art. 51 lid 2 GW
- Na verkiezingen, formatie om een coalitie te vormen (meerderheid) -> oppositie
- Kamer leden zijn geen lid van het kabinet
- Controleert de regering
1e kamer
- Indirect gekozen
- 75 zetels art. 51 lid 3 GW
- Beoordeelt en stemt over wetsvoorstellen na de 2e kamer
- Mag geen wetsvoorstellen indienen
Wetgevende macht: regering + staten generaal
Regering kan wetsvoorstel indienen: 2e kamer kan initiatief voorstel indienen
Procedure
1. Voorstel/ initiatief
2. Behandeling en amendementen in 2e kamer
3. Stemming 2e kamer
4. Behandeling en stemming 1e kamer (geen wijzigingen)
5. Aanname -> regering
6. Bekrachtiging door minister en koning
7. Publicatie wet van kracht
UITVOERENDE MACHT
- De regering is de uitvoerende macht en voert wetten uit
- Parlement controleert het handelen van de regering
, - Bij verlies van vertrouwen kan een motie van wantrouwen worden aangenomen
- -> leidt tot aftreden van de minister of het kabinet
Coalitie/ oppositie
- Meerderheidskabinet: partijen hebben meerderheid in de 2e kamer
- -> steun voor voorstellen
- Minderheidskabinet: partijen hebben geen meerderheid
- -> gedoogsteun kan zorgen voor een tijdelijke meerderheid.
RECHTERLIJKE MACHT
- Beoordeelt of wetten juist worden toegepast
- Door onafhankelijke rechters en rechtbanken
STAATSRECHTELIJKE REGELS
1. Internationaal/ Europees recht
- Regels van internationale en Europese verdragen
- Kunnen direct doorwerken in de Nederlandse rechtsorde
2. Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden
- Regelt de verhouding tussen Nederland, Aruba, Curaçao en Sint- Maarten
3. Grondwet
- Hoogste nationale wet
- Klassieke en sociale grondrechten voor Nederland
- Afkomstig van de regering en staten generaal
4. Wetten in formele zin
- Gemaakt door regering en staten generaal
- Basis voor veel andere regels
5. Algemene maatregelen van bestuur
- Vastgesteld door de regering
- Uitwerking van wetten in formele zin
- Worden ondertekend door de koning en de verantwoordelijke minister
- Soms moet het parlement goedkeuring geven, vaak niet
6. Ministeriele regelingen
- Regels opgesteld door een minister
- Geven nadere uitwerking aan AMvb of wetten
7. Provinciale verordeningen
- Regels opgesteld door de provinciale staten
8. Gemeentelijke verordeningen
- Regels opgesteld door de gemeenteraad
Europees en internationaal recht
Europees recht
- Afkomstig van de Europese Unie
- Werkt direct door in het Nederlandse recht
COLLEGE 1
STAATSRECHT
- Nederland is een staat met: koningshuis, regering, parlement, decentrale
overheden en bestuursorganen
- Staat: soevereine organisatie bestaande uit een (politiek) bestuur met gezag over
territoriaal gebied
Staat der Nederlanden
- Koninkrijk der Nederlanden
4 landen: Nederland, Aruba, Curaçao en Sint Maarten.
3 eilanden: Bonaire, Saba en Sint Eustatius.
- De eilanden zijn overzeese gemeente die onder het land Nederland vallen.
KONINKRIJK
- Koninkrijk: monarchie
- Koning is lid van de regering
- De koninklijke titel in Nederland wordt verkregen via erfopvolging binnen de
familie van Koning Willem I, afkomstig uit de Oranje-Nassau dynastie.
- Prins van Oranje-Nassau is een adellijke titel die verwijst naar
het prinsendom Orange in Frankrijk.
- Het huis Oranje-Nassau stamt af van Willem van Nassau-Dillenburg (niet
dezelfde als Koning Willem I).
- Historisch verwierf men via deze adellijke titel ook macht als stadhouder.
- De Nederlandse koninklijke familie heeft van oorsprong Duitse roots, wat ook
terugkomt in het volkslied, het Wilhelmus (“ben ik van Duitse bloed”).
- De titel ‘Vader des vaderlands’ verwijst niet naar Koning Willem I, maar naar
eerdere Oranje-leiders.
Erfelijke koningstitel art. 24 GW
TRIAS POLITICA
,WETGEVENDE MACHT
Regering en Staten-Generaal (art. 81 GW)
Regering: koning en ministers (art. 42 GW)
Ministers
Minister president
Regering en ministerraad
- Bestuurt Nederland, de ministers hebben overleg in de ministerraad (zonder de
koning)
- Stemmen over beleid en regelgeving
- Besluiten zijn bindend voor ministers en beraadslagingen zijn geheim
- Vertrouwelijk aan de koning
Ministers en staatssecretarissen
- Kabinet
- Ministers zijn verantwoordelijk voor hun ministerie/portefeuille
- Staatssecretarissen ondersteunen ministers art. 46 GW
- Staatssecretarissen mogen bij de ministerraad aanschuiven voor hun
beleidsterrein.
Staten- generaal
- 1e en 2e kamer art. 51 GW, vertegenwoordigen het Nederlandse volk art. 50 GW
- 2e kamer: direct gekozen
- 1e kamer: indirect gekozen
2e kamer
- Volksvertegenwoordiging via verkiezingen
- 150 zetels art. 51 lid 2 GW
- Na verkiezingen, formatie om een coalitie te vormen (meerderheid) -> oppositie
- Kamer leden zijn geen lid van het kabinet
- Controleert de regering
1e kamer
- Indirect gekozen
- 75 zetels art. 51 lid 3 GW
- Beoordeelt en stemt over wetsvoorstellen na de 2e kamer
- Mag geen wetsvoorstellen indienen
Wetgevende macht: regering + staten generaal
Regering kan wetsvoorstel indienen: 2e kamer kan initiatief voorstel indienen
Procedure
1. Voorstel/ initiatief
2. Behandeling en amendementen in 2e kamer
3. Stemming 2e kamer
4. Behandeling en stemming 1e kamer (geen wijzigingen)
5. Aanname -> regering
6. Bekrachtiging door minister en koning
7. Publicatie wet van kracht
UITVOERENDE MACHT
- De regering is de uitvoerende macht en voert wetten uit
- Parlement controleert het handelen van de regering
, - Bij verlies van vertrouwen kan een motie van wantrouwen worden aangenomen
- -> leidt tot aftreden van de minister of het kabinet
Coalitie/ oppositie
- Meerderheidskabinet: partijen hebben meerderheid in de 2e kamer
- -> steun voor voorstellen
- Minderheidskabinet: partijen hebben geen meerderheid
- -> gedoogsteun kan zorgen voor een tijdelijke meerderheid.
RECHTERLIJKE MACHT
- Beoordeelt of wetten juist worden toegepast
- Door onafhankelijke rechters en rechtbanken
STAATSRECHTELIJKE REGELS
1. Internationaal/ Europees recht
- Regels van internationale en Europese verdragen
- Kunnen direct doorwerken in de Nederlandse rechtsorde
2. Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden
- Regelt de verhouding tussen Nederland, Aruba, Curaçao en Sint- Maarten
3. Grondwet
- Hoogste nationale wet
- Klassieke en sociale grondrechten voor Nederland
- Afkomstig van de regering en staten generaal
4. Wetten in formele zin
- Gemaakt door regering en staten generaal
- Basis voor veel andere regels
5. Algemene maatregelen van bestuur
- Vastgesteld door de regering
- Uitwerking van wetten in formele zin
- Worden ondertekend door de koning en de verantwoordelijke minister
- Soms moet het parlement goedkeuring geven, vaak niet
6. Ministeriele regelingen
- Regels opgesteld door een minister
- Geven nadere uitwerking aan AMvb of wetten
7. Provinciale verordeningen
- Regels opgesteld door de provinciale staten
8. Gemeentelijke verordeningen
- Regels opgesteld door de gemeenteraad
Europees en internationaal recht
Europees recht
- Afkomstig van de Europese Unie
- Werkt direct door in het Nederlandse recht