Cel= een levende eenheid
Groeien en delen
Veel voedsel nodig en scheiden afval af
Organisatie niveau cel: cel- weefsel- orgaan- organenstelsel- organisme-
ecosysteem
Weefsel= een groep cellen met dezelfde bouw en dezelfde functie
Orgaan= een deel van een organisme met één of meer functies
Een orgaan bestaat uit verschillende weefsels
Organenstelsel= een groep samenwerkende organen die samen een bepaalde
functie hebben
1. Verteringsstelsel 2. Beenderstelsel 3. Spierstelsel
*Slokdarm *Schedel *Biceps
*Lever *Rib *Buikspier
*Maag *Wervelkolom *Dijspier
*Dikke darm *Dijbeen
*Dunne darm
4. Bloedvatenstelsel 5. Ademhalingsstelsel 6. Zenuwstelsel
*Bovenste holle ader *Luchtpijp *Hersenen
*Hart *Bronchiën *Ruggenmerg
*Aorta *Longen *Zenuw
*Onderste holle ader
Organisme= als je samen vruchtbare nakomelingen kunt voortbrengen
Orgaanstelsel Belangrijke functies Voorbeelden
Bloedvatenstelsel Transport van afvalstoffen en nuttige stoffen Hart
door het lichaam
Ademhalingsstelsel Opname van zuurstof (O2) en afgifte van Longen
koolzuur (O2)
Spijsverteringsstelsel Verteren van voedsel en het opnemen van Maag en
nuttige stoffen darmen
Lever Verwerken van allerlei verschillende stoffen Lever
Uitscheidingsstelsel Zorgen dat afvalstoffen het lichaam verlaten Nieren
Lymfevatenstelsel Ondersteunen van het bloedvatenstelsel en Lymfeknopen
de afweer
Zintuigen Opvangen van prikkels uit het lichaam en de Oog, oor
omgeving
Zenuwstelsel Doorgeven van signalen tussen zintuigen, Hersenen
organen, spieren en hersenen
Hormoonstelsel Doorgeven van signalen tussen verschillende Hypofyse,
organen bijnieren
, Skelet Geeft stevigheid en vorm aan het lichaam, Gewrichten
maakt beweging mogelijk
Spierstelsel Maakt beweging mogelijk Armspieren
Voortplantingsstelsel Voortplanting Eierstokken,
teelballen
Bacterie: Dierlijke cel:
Celwand Mitochondrion
Celmembraan Celkern
Celplasma Celplasma
Chromosoom (DNA) Celmembraan
Plantencel:
Mitochondrion
Celkern
Bladgroenkorrels
Vacuole
Celplasma
Celmembraan
Celwand
Celplasma= een soort dikke vloeistof waarin de andere organencellen liggen
Celmembraan= een dun vliesje om de cel
Nuttige stoffen blijven in de cel en schadelijke stoffen worden tegengehouden
Celwand= een stevig laagje om de cel heen
Is geen cel, maar tussencelstof
Bestaat uit dood materiaal
Celkern= hierin wordt erfelijke informatie opgeslagen in de vorm van DNA
DNA= bevat de informatie voor je erfelijke eigenschappen
Genen
Mitochondrion= dit zorgt ervoor dat een cel kan groeien, delen, reageren op de
omgeving en stoffen kan maken
Vacuole= een blaasje gevuld met water
Een soort opslagruimte voor de cel
Bladgroenkorrels= hierin vindt fotosynthese plaats
lichtenergie
Koolstofdioxide + water > glucose + zuurstof
, Eencellig (of Celkern Celwand Bladgroenkorrels
veelcellig)
Bacteriën X
Eencelligen X X
Schimmels X X X
Planten X X X X
Dieren X X
Bacteriën: Eencelligen:
Kleinste organisme hebben wel DNA in hun celkern
Bestaat uit 1 cel zijn gemiddeld 100x groter dan bacteriën
DNA ligt los in de cel pantoffeldiertjes
Geen celkern
Overal op aarde
Schimmels:
Planten:
Meestal meercelligen organismen Zaad zit niet in de vrucht
mossen
Komt voor op voedsel
varens
Een paddenstoel bloemen
naaktzadigen (appels)
Schimmels zijn gevaarlijk
bedektzadigen (tomaat)
Goed> champignons, antibiotica
Dieren: Zaad zit aan de
binnenkant van de vrucht
Ongewerveld Gewerveld
o Sponzen o Vissen
o Holtedieren o Amfibieën
o Wormen o Reptielen
o Weekdieren o Vogels
o Geleedpotigen o Zoogdieren
o Stekelhuidigen
Afdeling Kenmerken Voorbeelden
Eencellige dieren *Niet symmetrisch - Amoebe
*Geen skelet - Pantoffeldiertje
*Bestaan slechts uit één cel
*Leven in het water
Sponzen *Niet symmetrisch - Badspons
*Geen echte organen - Olifantspons
*Heeft gaten waar water doorheen kan
stromen
*Filtert voedseldeeltjes uit dit water
*Zeedier
Holtedieren *Veelzijdig symmetrisch - Kwal
*Netelcellen> cellen met kleine - Anemoon
harpoentjes en een beetje gif
*Verdediging en om prooi te vangen
Wormen *Tweezijdig symmetrisch - Lintworm