DIERENZORG VOGELS
- zeer diverse soorten
● zoo vogels, wilde vogels, gezelschapsvogels
● wedstrijdduiven, postuurduiven
● watervogels, struisvogels, roofvogels, hoenderachtigen
- kennis van evolutie en natuurlijk habitat
- medische problemen
- gedragsproblemen
- behoud van biodiversiteit in de toekomst
SPECIFIEKE ANATOMIE
- adaptaties aan vliegen (bij sommigen beperkt)
● vleugels en pluimen / veren
● luchtzakken
● één ovarium: vermindert gewicht om vliegen te vergemakkelijken
● holle beenderen: licht maar stevig, dragen bij aan lager lichaamsgewicht
- spijsverteringsstelsel
● bek
● krop: tijdelijke opslag van voedsel, soms voor het voeden van jongen
● magen: bestaan uit kliermaag (vertering) en spiermaag (malen van voedsel)
● cloaca (meeste soorten): gemeenschappelijke uitgang voor urine, ontlasting
en voortplanting
- zangorgaan: syrinx: speciaal orgaan aan het einde van de luchtpijp dat zorgt voor
zang en communicatie
ANATOMIE: VOGELS
1
,ANATOMIE: VEREN
- donsveren: zachte veren dicht bij de huid, zorgen voor isolatie en warmte
- dekveren: bedekken de donsveren, geven vorm aan het lichaam en beschermen
tegen water en wind
- slagpennen: grote, sterke veren aan de vleugels, essentieel voor vliegen en sturen
- staartveren: zorgen voor evenwicht en richting tijdens het vliegen
- groeien vanuit een papil naar buiten
- voor geslachtsbepaling gaan ze veertjes uittrekken, ervoor zorgen dat er nog een
klein stukje van de papil aanzit
- onderaan ook nog een mini talgkliertje (hier niet op tekening)
- apteria: zones met bijna geen veertjes
- pterylae: zones waar wel veertjes zijn
2
, - vogel die zich niet elke dag proper maakt = slechte prognose
- gaan onderdelen van baardjes goed leggen
Veren
- waterproof: door baardjes en haakjes aan de veren blijven ze gesloten en
waterafstotend
- baardjes los: vogels gaan preenen om de haakjes weer vast te maken en veren te
onderhouden
- soorten veren: vliegveren, dekveren, donsveren
- poederdonsveren: produceren fijn poeder dat helpt bij het onderhouden van de
veren
⇒ vooral bij kaketoe, valkparkiet en grijze roodstaart zegt het iets over de
gezondheid
- prenen: goed leggen van de vleugels (zichzelf verzorgen)
ANATOMIE: ADEMHALINGSSTELSEL
- bek: opening waarmee voedsel wordt opgenomen
- choana (spleet): opening tussen mond- en neusholte, sluit bij het slikken om te
voorkomen dat voedsel in de neusholte komt
3
, ANATOMIE: LUCHTZAKKEN
6 luchtzakken: 2 voorste thoracale, 2 achterste thoracale, 2 abdominale
Ademhaling via luchtzakken
Bij vogels verloopt de ademhaling anders dan bij zoogdieren. Wanneer een vogel inademt,
komt verse zuurstofrijke lucht eerst in de achterste luchtzakken (de abdominale en achterste
thoracale luchtzakken). De lucht gaat dus nog niet meteen naar de longen.
Tijdens de uitademing wordt deze lucht uit de achterste luchtzakken naar de longen
gestuurd. In de longen stroomt de lucht door de parabronchiën, waar de gasuitwisseling
(zuurstof in, koolstofdioxide uit) plaatsvindt.
Bij de volgende inademing wordt de lucht uit de longen verplaatst naar de voorste thoracale
luchtzakken.
Tijdens de laatste uitademing verlaat de gebruikte lucht het lichaam via de luchtpijp en
neusopeningen.
⇒ anesthesie: vogel is pas in slaap bij de tweede inademing
4
- zeer diverse soorten
● zoo vogels, wilde vogels, gezelschapsvogels
● wedstrijdduiven, postuurduiven
● watervogels, struisvogels, roofvogels, hoenderachtigen
- kennis van evolutie en natuurlijk habitat
- medische problemen
- gedragsproblemen
- behoud van biodiversiteit in de toekomst
SPECIFIEKE ANATOMIE
- adaptaties aan vliegen (bij sommigen beperkt)
● vleugels en pluimen / veren
● luchtzakken
● één ovarium: vermindert gewicht om vliegen te vergemakkelijken
● holle beenderen: licht maar stevig, dragen bij aan lager lichaamsgewicht
- spijsverteringsstelsel
● bek
● krop: tijdelijke opslag van voedsel, soms voor het voeden van jongen
● magen: bestaan uit kliermaag (vertering) en spiermaag (malen van voedsel)
● cloaca (meeste soorten): gemeenschappelijke uitgang voor urine, ontlasting
en voortplanting
- zangorgaan: syrinx: speciaal orgaan aan het einde van de luchtpijp dat zorgt voor
zang en communicatie
ANATOMIE: VOGELS
1
,ANATOMIE: VEREN
- donsveren: zachte veren dicht bij de huid, zorgen voor isolatie en warmte
- dekveren: bedekken de donsveren, geven vorm aan het lichaam en beschermen
tegen water en wind
- slagpennen: grote, sterke veren aan de vleugels, essentieel voor vliegen en sturen
- staartveren: zorgen voor evenwicht en richting tijdens het vliegen
- groeien vanuit een papil naar buiten
- voor geslachtsbepaling gaan ze veertjes uittrekken, ervoor zorgen dat er nog een
klein stukje van de papil aanzit
- onderaan ook nog een mini talgkliertje (hier niet op tekening)
- apteria: zones met bijna geen veertjes
- pterylae: zones waar wel veertjes zijn
2
, - vogel die zich niet elke dag proper maakt = slechte prognose
- gaan onderdelen van baardjes goed leggen
Veren
- waterproof: door baardjes en haakjes aan de veren blijven ze gesloten en
waterafstotend
- baardjes los: vogels gaan preenen om de haakjes weer vast te maken en veren te
onderhouden
- soorten veren: vliegveren, dekveren, donsveren
- poederdonsveren: produceren fijn poeder dat helpt bij het onderhouden van de
veren
⇒ vooral bij kaketoe, valkparkiet en grijze roodstaart zegt het iets over de
gezondheid
- prenen: goed leggen van de vleugels (zichzelf verzorgen)
ANATOMIE: ADEMHALINGSSTELSEL
- bek: opening waarmee voedsel wordt opgenomen
- choana (spleet): opening tussen mond- en neusholte, sluit bij het slikken om te
voorkomen dat voedsel in de neusholte komt
3
, ANATOMIE: LUCHTZAKKEN
6 luchtzakken: 2 voorste thoracale, 2 achterste thoracale, 2 abdominale
Ademhaling via luchtzakken
Bij vogels verloopt de ademhaling anders dan bij zoogdieren. Wanneer een vogel inademt,
komt verse zuurstofrijke lucht eerst in de achterste luchtzakken (de abdominale en achterste
thoracale luchtzakken). De lucht gaat dus nog niet meteen naar de longen.
Tijdens de uitademing wordt deze lucht uit de achterste luchtzakken naar de longen
gestuurd. In de longen stroomt de lucht door de parabronchiën, waar de gasuitwisseling
(zuurstof in, koolstofdioxide uit) plaatsvindt.
Bij de volgende inademing wordt de lucht uit de longen verplaatst naar de voorste thoracale
luchtzakken.
Tijdens de laatste uitademing verlaat de gebruikte lucht het lichaam via de luchtpijp en
neusopeningen.
⇒ anesthesie: vogel is pas in slaap bij de tweede inademing
4