BEROEPSGEHEIM
Deontologie =
- plichtenleer van een beroep
- een onderdeel van de ethiek
Beroepsethiek = geheel van waarden en normen die het handelen van (een lid van) een beroepsgroep stuurt of
zou moeten sturen
Belangrijke vragen vanuit de deontologie en de beroepsethiek:
- Wat is goed handelen?
- Wat is goed handelen als sociaal werker?
- Wat is volgens jou als sociaal werker goed sociaal werk?
Belangrijk bewuster leren kijken naar wat je doet, waarom je dit doet en hoe je dit kan verantwoorden.
Het gaat over beroepshouding, over handelen als professional dit gaat ruimer dan alleen focussen op onze
plichten. Het gaat ook over hoe JIJ aansluit bij beroepswaarden, hoe JIJ dit in praktijk brengt.
1. DE BEROEPSETHIEK VAN HET SOCIAAL WERK
Sociaal werk is een waardengericht beroep, beroepsethisch handelen behoort tot de kern van het beroep!
- Je kan niet aan sociaal werk doen zonder te botsen op beroepsethische vraagstukken. Je komt
voortdurend in situaties die vragen oproepen.
- Ethisch handelen gaat niet zozeer over de grote filosofische vraagstukken. Voor de sociaal werker is
het een concreet deel van de dagelijkse beroepspraktijk.
- Het gaat om ethiekwerk: sociaal werkers moeten in concrete situaties morele afwegingen maken en
de vraag stellen “wat wordt hier van mij verwacht?”.
Waarden zijn …. ? wat je goed vindt zoals respect, belangrijk vinden, in praktijk brengen door normen
Normen zijn … ? richtlijnen
Basiswaarden van het sociaal werk zijn … ? 6 : zelfsturend, integer, mensgericht, reflecterend, …
krachtgericht werken, empowerment
Moraal is … ? wat is goed en fout? Studie van waarden & normen samen
Ethiek is … ? wetenschappelijke leer van moraal, waarden en normenstelsels
Sociaal werk is waardenwerk!
- Je bent als sociaal werker niet enkel goed in het juiste gebruik van methoden en instrumenten, je hebt
ook oog voor de belangen en keuzes van de mensen met wie je werkt en de organisatie voor wie je
werkt.
- Je kiest een positie, die niet neutraal is, maar gebaseerd is op de basiswaarden van het sociaal werk en
de opdracht die je vanuit je organisatie uitvoert.
- Je bouwt een eigen professioneel waardenkader op, je formuleert eigen standpunten en visies en
onderbouwt deze.
1
, - Het handelen vanuit een positie gebaseerd op waarden noemen we “normatief handelen”.
Het belang van beroepsethiek
- Ethiek bestudeert het geheel van waarden en normen waaraan we ons gebonden achten, de moraal.
Ethiek bestudeert situaties die gaan over de vraag: wat is het goede?
- Ethiek steunt op vragen stellen en reflecteren en de antwoorden daarop. Ethiek begint niet met
handelen, maar met nadenken over ons handelen!
- Bij ethiek gaat het over waarden en relaties. Wie werkt met mensen, gaat relaties aan, vertrekt daarbij
vanuit zijn waarden en werkt met mensen die mogelijk andere waarden belangrijk vinden. Waarden
kunnen botsen (dilemma’s)
Dilemma
- Toestand waarin tussen 2 wegen, die beide bezwaren opleveren, een keuze moet worden gemaakt
- Ethische dilemma’s -> Welke keuze je ook maakt, beide alternatieven brengen een aantal nadelen met
zich mee.
- Een botsing tussen waarden staat centraal.
- De keuze die je maakt laat altijd een ‘moreel residu’ na, een gewetensprobleem.
- Het betreft een keuze tussen waarden die allen even waardevol zijn.
Voorbeelden van botsende waarden?
- Vertrouwen en veiligheid
- Kunnen kinderen thuis blijven of weghalen omwille van veiligheid? Soms beter weghalen dan thuis
laten
Een sociaal werker dient goed na te denken over de waarden en normen die zijn professioneel handelen
beïnvloeden, omdat:
- hij/zij vaak te maken krijgt met mensen die op dat moment in hun leven een kwetsbaarheid ervaren
- de interventies ingrijpend kunnen zijn in het leven van anderen
- de interventies een vertrouwelijk karakter hebben
- de sociaal werker ten aanzien van de cliënt, zijn organisatie en de samenleving zijn ingrijpen moet
kunnen verantwoorden
Kunnen verantwoorden = kunnen benoemen welke waarden meespelen, welke regels je volgt en welke
afwegingen je maakt
Samengevat: wat is beroepsethiek?
- Het is een onderdeel van de ethiek
- Het is het ethische kader voor handelen dat een beroepsgroep voorschrijft aan zijn leden (bv in een
deontologische code)
- Het omvat waarden & normen die het handelen sturen
- Beroepsethiek is normatief, ze is niet waardenvrij of neutraal
- Soms is beroepsethiek beschrijvend en laat ze veel vrijheid aan de beroepskracht om er zelf invulling
aan te geven. Soms schrijft ze concrete regels voor die je als basis moet nemen voor je handelen.
- Beroepsethiek is sterk verbonden met het vermogen van sociaal werkers om autonoom, kritisch en
bewust keuzes te maken in hun werk
2
, - Sociaal werk is complex, onvoorspelbaar en onzeker. Het moet altijd recht doen aan de persoon in zijn
situatie, het is dus altijd maatwerk
- De keuzes die een sociaal werker maakt om een probleem aan te pakken, bepalen voor een groot deel
de uitkomst ervan
- Daarom is het een beroep waarin het belangrijk is om het werk goed te doen, maar ook om het goede
werk te doen
Het werk goed doen = technisch instrumenteel werk, met inzet van de juiste methoden en technieken,
onderbouwd door kennis en vaardigheden. Richt zich op de vraag: welke middelen zijn nodig om een bepaald
doel te bereiken?
Het goede werk doen = normatief werk. De sociaal werker laat zich inspireren door de waarden van het
beroep en de organisatie en door de eigen visie en waarden. Dit betreft een ethische basishouding waarin je als
sociaal werker steeds weer vragen stelt over de keuzes die je maakt. (cfr. Beroepshouding)
VOORBEELD
Een 17-jarige klopt aan bij het OCMW voor financiële tussenkomst, hij houdt het thuis niet meer uit en wil op
zichzelf gaan wonen. De MA legt uit dat een minderjarige geen recht heeft op een leefloon en dat hij beter
wacht tot hij meerderjarig is om het huis te verlaten. Ze legt heel duidelijk uit hoe het zit met financiële steun en
een leefloon
Geeft de MA de juiste info? Heeft de MA de job goed gedaan?
Is de minderjarige hiermee geholpen? Heeft de MA het goede gedaan?
Technisch instrumenteel juist gewerkt? Normatief juist gewerkt?
ja, technisch instrumenteel wel, alles goed uitgelegd
niet geholpen : moet nog jaar wachten, kijken wat wel mogelijk is ook buiten OCMW dus
doorverwijzen
Sociaal werk = combinatie van kennis, kunde en vaardigheden om de dingen goed en efficiënt te doen & het
vermogen om daarbij een ethisch kompas te hanteren om de goede dingen te doen
Reflectie is hierbij cruciaal!
Reflectie = de kunde om kritisch te kijken naar het eigen handelen, gebaseerd op kennis en ervaring
Het belang van reflectie
- Al reflecterend stelt een sociaal werker zichzelf relevante vragen over de drijfveren voor keuzes en
handelen en stuurt dat handelen bij
- Reflecteren = bewust bekwaam handelen weten wat je doet, hoe je het doet, waarom je het doet
en wat de gevolgen van je handelen zijn (zie ook normatieve theorieën lesweek 2)
- Dit betekent ook stilstaan bij de impact van jouw eigen referentiekader en rugzak op jouw handelen.
Wat triggert jou en waarom en hoe bepaalt dat mee jouw houding en aanpak naar cliënten toe?
Maatschappelijk werk is niet alleen het hanteren van een aantal methoden en technieken om tot een resultaat
te komen, het is vooral ook het aanwenden van je eigen persoon binnen een functionele samenwerkingsrelatie
met de cliënt
3
, Je bent als het ware met je hele ‘zijn’ betrokken in je job: je eigen referentiekader op het vlak van waarden en
normen, je levenservaring, je kennis en vaardigheden, je grondhouding, je gevoelens en gevoeligheden, je
kwaliteiten als professional en als mens. Hoe groter je betrokkenheid, hoe belangrijker dat je alert blijft over je
energiebalans – draagkracht en draaglast – en je emotionele evenwicht
Sociaal werk is een ethisch reflectief beroep
Mensen rekenen op de sociaal werker om verandering te brengen in een probleem of een situatie die
aangepakt moet worden. Daarbij moet er rekening gehouden worden met verschillende belangen, die soms
botsen
4 belangensferen waarin de sociaal werker beweegt:
- de cliënt of het cliëntsysteem als belanghebbende
- de opdracht en het belang van de organisatie
- de sociaal werker zelf als deel van een beroepsgroep en de belangen van het beroep
- de maatschappelijke opdracht en het maatschappelijk belang
VOORBEELD
Een maatschappelijk werker bij het OCMW moet bij de toekenning van het leefloon controleren of een cliënt al
dan niet samenwoont. Voor de betrokken cliënt kan dit negatief aanvoelen en niet in zijn belang. Die
controlerende opdracht is echter in de wet verankerd. Wanneer de organisatie daarenboven vraagt om je cliënt
stiekem te controleren via sociale media en bijvoorbeeld het Facebookprofiel uit te pluizen, dan is er een botsing
met de belangen van het beroep. Dit druist namelijk in tegen wat beroepsmatig van een sociaal werker
verwacht wordt: transparant zijn, eerlijk en in vertrouwen werken.
Waar zitten de vier belangen?
Maatschappij : in de wet
Cliënt : cliënt
Opdracht organisatie : stalken op sociale media
Sociaal werker zelf als beroepsgroep : achter de rug van cliënt, stiekem, druist in tegen beroepsmatig
Hoe wij moeten handelen als professional wordt mee bepaald door afspraken, regels, decreten en wetten en
beroepscodes
Het geheel aan richtinggevende handvatten dat vervat ligt in die regels en kaders bepaalt de handelingsruimte
van de sociaal werker. Dit noemen we de discretionaire ruimte
= de ruimte waar de sociaal werker autonoom, dus los van derden, en in samenspraak met de cliënt stappen
kan zetten in het begeleidings- of hulpverleningsproces
Voorbeelden discretionaire ruimte?
- Een hulpverlener in de jeugdhulp die zelf de gegevens van de ouders invult, omdat het dossier anders
vertraging oploopt, maakt gebruik van zijn discretionaire ruimte niet altijd doen, ingaan tegen
waarden : empowerment, mensen sterker maken
- Een maatschappelijk assistent in de ouderenzorg die een indicatiestelling ruimer interpreteert omdat
anders het recht op zorg in het gedrang zou komen, maakt gebruik van de discretionaire ruimte
2. VERTROUWEN EN CONFIDENTIALITEIT
Sociaal agogische hulpverlening is onmogelijk zonder strikte vertrouwelijkheid
4