ECONOMIE
H1 : INLEIDENDE BEGRIPPEN
Definitie: de wetenschap die het streven naar bevrediging van behoeften met behulp van schaarse middelen
(inkomen), bestudeert
Economie = humane wetenschap → wetten en verbanden
→ ceteris paribus
→ mens ≠ rationeel
Taak → Economen dragen mogelijke oplossingen aan
Politiek beslist
Model:
Welvaart = de mate waarin de gezinnen hun behoeften kunnen
bevredigen → welvaartsmeter → BBP (bruto binnenlands product)
Welzijn = gevoel van welbevinden, door sommigen ook wel beschreven als geluk
Welvaartsstaat→ tussenkomst staat → gezondheidszorg, onderwijs, werkgelegenheid & sociale zekerheid
H2 : HISTORIEK VAN WELVAARTSSTAAT
Industriële revolutie (17de , 18de eeuw) → uitvinding stoommachine
- Arbeidsproductiviteit (BP) ↑ → massaproductie
- Fabrieken → grootsteden → arbeiders → vlucht van platteland
- Waarom? → Vraag naar arbeid > aanbod van arbeid LOON↑
Liberaal economisch denken → wetten van V&A, geen overheid
Grote gezinnen, kinderarbeid → aanbod van arbeid↑
- Va ˂ Aa → LOON↓
Geen RSZ → geen vervangingsinkomens
- Armoede ↑
- Sociale onrust → opstanden
Arbeiderspartijen → sociale wetten → ingrijpen staat → ontstaan welvaartsstaat
,H3: ECONOMISCHE KRINGLOOP
Economische verbanden
1. Behoeften →
- primaire (levensnoodzakelijke)
- secundaire (sociaal, culturele)
- tertiaire (luxe)
2. Kenmerken →
- Oneindig
- Verzadigbaar
- Veranderlijk
- Vervangbaar/substitueerbaar
, 3. Goederen/diensten →
- materieel/immaterieel
- indeling
4. Productie → 3 Productiefactoren :
- Natuur
- arbeid (Ap)
- kapitaal
5. Wiskundig → Y=C+S+F–T
6. Wet van Engel →
- Naarmate inkomen (Y)↑ zal het relatieve (procentuele) aandeel dat een gezin besteedt aan de
bevrediging van levensnoodzakelijke behoeften ↓ en omgekeerd
OPLOSSING
EV = C + I + O
EV = (0,75Yb + 40) + 70 + 100
EV = 0,75Yb + 40 + 70 + 100
EV =0,75(Y - B) + 210
, EV =0,75(Y - 0,2Y) + 210
EV =0,75·0,8Y + 210
EV = 0,6Y + 210
1Y = 0,6Y + 210
0,4Y = 210
Y = 525
H4 : HET BEGRIP INKOMEN
1. Inkomens uit beroepsactiviteit
Arbeider: verricht hoofdzakelijk handenarbeid → uurloon, minstens 2x week
Bediende: verricht hoofdzakelijk intellectuele arbeid → maandwedde, salaris
De loonberekening verschilt naargelang arbeider of bediende.
Belgisch probleem
1. Loonwig → verschil Loonkost ↔ Nettoloon = te groot
Daardoor Va↓
Werklozen kiezen mogelijk voor uitkering ipv werk
Zwartwerk
Voorbeeld
Een alleenstaande bediende met een bruto maandloon van € 1600 heeft
Netto = € 1442,26 & voor de werkgever heeft hij een Loonkost = € 2 000
H1 : INLEIDENDE BEGRIPPEN
Definitie: de wetenschap die het streven naar bevrediging van behoeften met behulp van schaarse middelen
(inkomen), bestudeert
Economie = humane wetenschap → wetten en verbanden
→ ceteris paribus
→ mens ≠ rationeel
Taak → Economen dragen mogelijke oplossingen aan
Politiek beslist
Model:
Welvaart = de mate waarin de gezinnen hun behoeften kunnen
bevredigen → welvaartsmeter → BBP (bruto binnenlands product)
Welzijn = gevoel van welbevinden, door sommigen ook wel beschreven als geluk
Welvaartsstaat→ tussenkomst staat → gezondheidszorg, onderwijs, werkgelegenheid & sociale zekerheid
H2 : HISTORIEK VAN WELVAARTSSTAAT
Industriële revolutie (17de , 18de eeuw) → uitvinding stoommachine
- Arbeidsproductiviteit (BP) ↑ → massaproductie
- Fabrieken → grootsteden → arbeiders → vlucht van platteland
- Waarom? → Vraag naar arbeid > aanbod van arbeid LOON↑
Liberaal economisch denken → wetten van V&A, geen overheid
Grote gezinnen, kinderarbeid → aanbod van arbeid↑
- Va ˂ Aa → LOON↓
Geen RSZ → geen vervangingsinkomens
- Armoede ↑
- Sociale onrust → opstanden
Arbeiderspartijen → sociale wetten → ingrijpen staat → ontstaan welvaartsstaat
,H3: ECONOMISCHE KRINGLOOP
Economische verbanden
1. Behoeften →
- primaire (levensnoodzakelijke)
- secundaire (sociaal, culturele)
- tertiaire (luxe)
2. Kenmerken →
- Oneindig
- Verzadigbaar
- Veranderlijk
- Vervangbaar/substitueerbaar
, 3. Goederen/diensten →
- materieel/immaterieel
- indeling
4. Productie → 3 Productiefactoren :
- Natuur
- arbeid (Ap)
- kapitaal
5. Wiskundig → Y=C+S+F–T
6. Wet van Engel →
- Naarmate inkomen (Y)↑ zal het relatieve (procentuele) aandeel dat een gezin besteedt aan de
bevrediging van levensnoodzakelijke behoeften ↓ en omgekeerd
OPLOSSING
EV = C + I + O
EV = (0,75Yb + 40) + 70 + 100
EV = 0,75Yb + 40 + 70 + 100
EV =0,75(Y - B) + 210
, EV =0,75(Y - 0,2Y) + 210
EV =0,75·0,8Y + 210
EV = 0,6Y + 210
1Y = 0,6Y + 210
0,4Y = 210
Y = 525
H4 : HET BEGRIP INKOMEN
1. Inkomens uit beroepsactiviteit
Arbeider: verricht hoofdzakelijk handenarbeid → uurloon, minstens 2x week
Bediende: verricht hoofdzakelijk intellectuele arbeid → maandwedde, salaris
De loonberekening verschilt naargelang arbeider of bediende.
Belgisch probleem
1. Loonwig → verschil Loonkost ↔ Nettoloon = te groot
Daardoor Va↓
Werklozen kiezen mogelijk voor uitkering ipv werk
Zwartwerk
Voorbeeld
Een alleenstaande bediende met een bruto maandloon van € 1600 heeft
Netto = € 1442,26 & voor de werkgever heeft hij een Loonkost = € 2 000