Democratie
Basisdemocratie
o Burgers bepalen
o Geen staat
o Anarchie (heerschappijloosheid)
o Oorspronkelijke idee communisme
Representatieve democratie
o Burgers laten zich vertegenwoordigen
o Presidentiële democratie
o Parlementaire democratie
Aristocratie
o Vaste groep (erfelijk) die ‘vaderlijk handelt’
Dictatuur
o Vrijheden tot een minimum
o Afgedwongen
Democratische rechtsstaat: overheidshandelen is onderworpen aan de regels van
het recht
Zes onderdelen
1. Grondrechten (garantie van staatsvrije sfeer)
o Een ieder heeft fundamentele vrijheden en grondrechten
2. Scheiding der machten
o Wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht liggen bij
verschillende instanties
3. Legaliteitsbeginsel (geen willekeur)
o Alles wat de overheid doet, moet op de wet gebaseerd zijn, (de
meeste) nieuwe wetten mogen niet met terugwerkende kracht
worden toegepast
4. Onafhankelijke rechtspraak
o Rechters moeten onafhankelijk en onpartijdig tot een oordeel
kunnen komen
5. Het bestaan van vrije en onafhankelijke media (persvrijheid)
6. Het bestaan van vrije en geheime verkiezingen
o Vrij in je keuze en geheim in de zin dat je keuze niet beïnvloed wordt
1. Grondrechten
o Een ‘onthouden’ van de overheid (doet iets niet)
Vrijheid van meningsuiting
Vrijheid van godsdienst
Gelijkheidsrechten: verbod op discriminatie
Participatierechten: kiesrecht
o Sociale grondrechten: Overheid zorgt ergens voor
Recht op onderwijs
Recht op sociale zekerheid
, Recht op werkgelegenheid
2. Scheiding der machten
o Trias politica
Horizontale scheiding
Wetgevende macht (regering (koning + ministers) en
Staten-Generaal (1e + 2e kamer))
Uitvoerende macht (regering)
Rechterlijke macht (rechters)
Verticale scheiding
Centrale overheid
Provincies
Gemeenten
Waterschappen
3. Legaliteitsbeginsel
o Machtsgebruik door het openbaar bestuur moet legitiem zijn
Legitimiteit
Overheidsoptreden heeft plaats volgens juridische
normen (legaliteit)
Aanvaarding of steun in het algemeen door de
bevolking
o Responsief bestuur: volgt de behoeften en
wensen van burgers (kenbaar vanuit
verkiezingen)
Doeltreffend (effectief)
Het daadwerkelijk realiseren van doelstellingen
Doelmatig (efficiënt)
Met zo min mogelijk middelen
4. Onafhankelijke rechtspraak
o Rechters kunnen niet zomaar worden ontslagen
o Recht spreken op basis van wetten, verdragen en jurisprudentie
o Rechters mogen niet zomaar allerlei bijbanen of nevenfuncties
hebben
o Controle op rechters:
Wraking van een rechter (verzoek om in specifieke zaak de
rechter te vervangen omdat deze mogelijk partijdig is)
Hoger beroep
5. Persvrijheid
o Geen voorafgaand toezicht
o Wel wettelijke beperkingen
o Mogelijk om achteraf aan te klagen/aangeklaagd te worden
Smaad (iemands naam opzettelijk schaden)
Laster (vorm van smaad gebaseerd op leugens)
Discriminatie
6. Vrije en geheime verkiezingen
o Eisen
Algemeen stemrecht
Vrijheid om je kandidaat te stellen
Geheime verkiezingen
Vrijheid tot de media
, Verenigde staten
President: hoofd van de uitvoerende macht
Kiesmannen
o Electorale college: iedere staat mag zelf beslissen hoe kiesmannen
aangewezen worden. Elke staat wijst een kiesman aan voor iedere
senator of afgevaardigde die de staat vertegenwoordigt in het
Amerikaans congres = de wetgevende macht
Amerikaans congres
o Hogerhuis = senaat (100 leden, elke staat 2)
Worden iedere 6 jaar gekozen, waarbij elke 2 jaar ongeveer
een derde van de staten verkiezingen heeft
o Lagerhuis = huis van afgevaardigden (435 leden, verdeeld obv
inwoners + 6 leden uit overzeese gebieden
Worden iedere 2 jaar gekozen
o Totaal 538, helft plus 1 wint (270)
Gerrymandering
o Grenzen van kiesdistricten worden zó getrokken, dat de kans op
winst voor een bepaalde partij vergoot wordt
Voters suppression
o Ontmoedigen van stemmers door bijv. burgers te verplichten een
paspoort te bezitten om te stemmen
Historische ontwikkeling politiek en maatschappij Nederland
Historische ontwikkeling 1
o Tot eind middeleeuwen: elite bepaalt
Verandering door
Andere prioriteiten, medeleven en eigenbelang
Bevolkingsgroei: behoefte aan straten, riolering
o Vanaf eind middeleeuwen
Opkomst industrie
Groei steden
Armoede belangrijke kwestie
Historische ontwikkeling 2 (1917-1967)
o Pacificatie: uitruil van principes (1917: onderwijsvrijheid tegen
algemeen kiesrecht)
Pacificatiepolitiek = zakelijkheid + verdraagzaamheid +
evenredigheid + depolitisering
o Verzuiling
Groeperingen die vanuit eigen gedachtegoed
maatschappelijke ontwikkelingen wilden begeleiden
Integratie: binnen eigen gemeenschap in contact komen en
weinig in contact met vreemde ideeën