VASTGOEDMANAGEMENT 2
SAMENVATTING
WEEK 1
OPKOMST VOLKSHUISVESTING (TOT 1945)
REDENEN
Industrialisatie
o Trek van platteland naar stad
Nachtwakersstaat
o Overheid moest zich zo min mogelijk met de burgers bemoeien
o Huisvesting was geen overheidstaak -> geen bouweisen
Te weinig goedkope woningen -> huurprijzen stegen sterk -> speculatie
Gevolg revolutiebouw
o Inferieure bouwmaterialen, hoog tempo, slechte kwaliteit, slecht geschoolde arbeiders
en bouwfraude, bestaande (kleine) woningen gesplitst
De gegoede burgerij en fabrikanten hebben ingegrepen
Eerste coöperatieve bouwvereniging in 1852 (1899: 112 verenigingen met gemiddeld 70
woningen in bezit)
Verzuiling
MOTIEVEN OM TE INTERVENIËREN
Sociale bewogenheid van deel van gegoede burgerij
Eigen belang van fabrikanten (gezonde werknemers kunnen harder werken)
Politieke verschuivingen: arbeidersverenigingen begonnen druk uit te oefenen voor betere
huisvesting
Angst voor revolutie
Risico’s volksgezondheid
WONINGWET (1901)
Doel: de kwaliteit van woningen verbeteren en slechte woningen tegengaan
Hoe: door in de wet een aantal zaken te regelen
o Opstellen bouwvoorschriften
o Invoering bouwvergunning
o Gemeenten krijgen ook een controlerende taak bij bestaande bouw
o Gemeenten moeten bestemmingsplannen gaan opstellen voor de stad
o Financiële steun voor (sociale) woningbouw voor daartoe aangewezen partijen
Gemeentelijke woningbedrijven
Toegelaten instellingen: bijzonder particulier initiatief die alleen op het
gebied van de volkshuisvesting actief mochten zijn: denk aan coöperatieve
bouwverenigingen
Woningwetwoningen: WOI
Trage invoering
o 1904: eerste toegelaten instelling ingeschreven
o 1906: eerste woningwetwoningen worden gebouwd
Verdere belangrijke gebeurtenissen
, o 1916: huurbevriezing
o 1918: intrede huurbescherming
o Na 1918: huurregulering i.p.v. huurbevriezing: meer marktwerking
DE GLORIETIJD VAN DE SOCIALE WONINGBOUW (1970-1995)
WOII
Ervoor
o Verhuur van woonruimte is vooral een zaak voor particulieren
o Voordelen
Huur komt maandelijks binnen
Waarde vastgoed doorgaans stijgende lijn
Erna
o Woningtekort 300.000 woningen
o Wederopbouw
o Veel regulering
o Verdere uitbouw van de verzorgingsstaat
Volkshuisvesting werd centraal geleid en gefinancierd door de overheid
o Drie overheidstaken
(Laten) bouwen
Systeembouw, kwantiteit, homogeniteit
(Laten) verdelen
Intrede huurwoningdistributie: 1947 woonruimtewet als voorloper
van de latere huisvestingswet, regelde huurwoningverdeling
1969: deze wet is voor grote delen van het land buiten werking gezet
(mede door toegenomen welvaart)
1992: de wet wordt vervangen door de Huisvestingwet: gemeente ‘in
charge’ in verdeling schaarse woningen (sociale huur en lage koop)
onder lagere inkomensgroepen (middels o.a.
huisvestingsverordening)
2015: de gewijzigde huisvestingswet treedt in werking
(Laten) financieren
Subsidiëring bouwkosten door overheid en lage huurprijzen i.v.m.
koppeling geleide loonpolitiek
Huurwet in 1950: bescherming onredelijke huurprijzen en opzeggen
huur door verhuurder
o Verregaande overheidsbemoeienis om voldoende nieuwbouwwoningen te regelen
met een lage huur
o Middelen: gemengd stelsel van object- en subjectsubsidies
Object: subsidie voor het object, zoals het gebouw
Subject: subsidie voor het subject, zoals een individu
KOOPSECTOR
Vanaf jaren 70 hypotheekrenteaftrek
Nationale Hypotheek Garantie
Doorstroming bevorderen: goedkope huursector krimpen
Niet gelukt omdat doorstroming stagneert (gevolg: scheefwonen -> kloof huur-koop)
VAN HUREN NAAR KOPEN (VANAF 1995)
, Afgelopen 150 jaar continu spanningsveld tussen overheidsbemoeienis en vrije markt
Hoe kan er meer marktwerking worden toegepast in de volkshuisvesting (terugtredende
overheid), maar wel huisvesting worden gegarandeerd voor lagere inkomens?
SITUATIESCHETS
Starters (buitenstaanders) worden geconfronteerd met lange wachttijden voor een sociale
huurwoning
Voor starters is kopen vaak niet haalbaar vanwege te hoge koopprijzen i.c.m. beperkte
financierbaarheid, dit geldt ook vaak voor zittende huurders
Zittende huurders kunnen vaker doorstromen naar een andere huurwoning, maar doen dit
niet altijd. Hoge mate van scheefwonen (gevestigden) doet doorstroming op de woningmarkt
mede stagneren waardoor lange wachttijden ontstaan
Middeninkomens zitten vast op de woningmarkt door het te hoge inkomen voor een sociale
huurwoning
Betaalbare duurdere huurwoningen zijn schaars en kopen vaak geen optie vanwege
beperkte financierbaarheid en beschikbaarheid
SCHEEFWONEN
Goedkope scheefheid
o Mensen met een hoger inkomen huren een relatief goedkope sociale huurwoning
Dure scheefheid
o Mensen uit de doelgroep van het sociaal huisvestingsbeleid die in een relatief dure
huurwoning wonen: zij ontvangen relatief veel huurtoeslag waardoor kosten overheid
oplopen
ROL WONINGCORPORATIES
Fusies grotere woningcorporaties
o 1992: 1341 verenigingen met totaal 13.400 woningen
o 2015: 269 corporaties met totaal 2.500.000 woningen
Vanaf 1995 gingen corporaties zich commerciëler profileren en aan de randen (en
daarbuiten) van hun taak opereren
o Dit heeft o.a. geleid tot een aantal schandalen
o In 2015 heeft dit geleid tot een herziene woningwet met een duidelijk afgebakend
kader voor woningcorporaties
WEEK 2
DE HUURMARKT
GEREGULEERDE HUURWONINGEN
Woningen waar de maximale hoogte van de huur door het aantal woningwaarderingsstelsel-punten
wordt bepaald
Sociale huurwoning
o Contract afgesloten op of na 1 januari 2024: maximale (kale) huur €900,07
o T/m 143 WWS-punten
o Recht op huurtoeslag
Middenhuurwoning
o Contract afgesloten op of na 1 juli 2024: huur gelegen tussen €900,07 - €1184,82
SAMENVATTING
WEEK 1
OPKOMST VOLKSHUISVESTING (TOT 1945)
REDENEN
Industrialisatie
o Trek van platteland naar stad
Nachtwakersstaat
o Overheid moest zich zo min mogelijk met de burgers bemoeien
o Huisvesting was geen overheidstaak -> geen bouweisen
Te weinig goedkope woningen -> huurprijzen stegen sterk -> speculatie
Gevolg revolutiebouw
o Inferieure bouwmaterialen, hoog tempo, slechte kwaliteit, slecht geschoolde arbeiders
en bouwfraude, bestaande (kleine) woningen gesplitst
De gegoede burgerij en fabrikanten hebben ingegrepen
Eerste coöperatieve bouwvereniging in 1852 (1899: 112 verenigingen met gemiddeld 70
woningen in bezit)
Verzuiling
MOTIEVEN OM TE INTERVENIËREN
Sociale bewogenheid van deel van gegoede burgerij
Eigen belang van fabrikanten (gezonde werknemers kunnen harder werken)
Politieke verschuivingen: arbeidersverenigingen begonnen druk uit te oefenen voor betere
huisvesting
Angst voor revolutie
Risico’s volksgezondheid
WONINGWET (1901)
Doel: de kwaliteit van woningen verbeteren en slechte woningen tegengaan
Hoe: door in de wet een aantal zaken te regelen
o Opstellen bouwvoorschriften
o Invoering bouwvergunning
o Gemeenten krijgen ook een controlerende taak bij bestaande bouw
o Gemeenten moeten bestemmingsplannen gaan opstellen voor de stad
o Financiële steun voor (sociale) woningbouw voor daartoe aangewezen partijen
Gemeentelijke woningbedrijven
Toegelaten instellingen: bijzonder particulier initiatief die alleen op het
gebied van de volkshuisvesting actief mochten zijn: denk aan coöperatieve
bouwverenigingen
Woningwetwoningen: WOI
Trage invoering
o 1904: eerste toegelaten instelling ingeschreven
o 1906: eerste woningwetwoningen worden gebouwd
Verdere belangrijke gebeurtenissen
, o 1916: huurbevriezing
o 1918: intrede huurbescherming
o Na 1918: huurregulering i.p.v. huurbevriezing: meer marktwerking
DE GLORIETIJD VAN DE SOCIALE WONINGBOUW (1970-1995)
WOII
Ervoor
o Verhuur van woonruimte is vooral een zaak voor particulieren
o Voordelen
Huur komt maandelijks binnen
Waarde vastgoed doorgaans stijgende lijn
Erna
o Woningtekort 300.000 woningen
o Wederopbouw
o Veel regulering
o Verdere uitbouw van de verzorgingsstaat
Volkshuisvesting werd centraal geleid en gefinancierd door de overheid
o Drie overheidstaken
(Laten) bouwen
Systeembouw, kwantiteit, homogeniteit
(Laten) verdelen
Intrede huurwoningdistributie: 1947 woonruimtewet als voorloper
van de latere huisvestingswet, regelde huurwoningverdeling
1969: deze wet is voor grote delen van het land buiten werking gezet
(mede door toegenomen welvaart)
1992: de wet wordt vervangen door de Huisvestingwet: gemeente ‘in
charge’ in verdeling schaarse woningen (sociale huur en lage koop)
onder lagere inkomensgroepen (middels o.a.
huisvestingsverordening)
2015: de gewijzigde huisvestingswet treedt in werking
(Laten) financieren
Subsidiëring bouwkosten door overheid en lage huurprijzen i.v.m.
koppeling geleide loonpolitiek
Huurwet in 1950: bescherming onredelijke huurprijzen en opzeggen
huur door verhuurder
o Verregaande overheidsbemoeienis om voldoende nieuwbouwwoningen te regelen
met een lage huur
o Middelen: gemengd stelsel van object- en subjectsubsidies
Object: subsidie voor het object, zoals het gebouw
Subject: subsidie voor het subject, zoals een individu
KOOPSECTOR
Vanaf jaren 70 hypotheekrenteaftrek
Nationale Hypotheek Garantie
Doorstroming bevorderen: goedkope huursector krimpen
Niet gelukt omdat doorstroming stagneert (gevolg: scheefwonen -> kloof huur-koop)
VAN HUREN NAAR KOPEN (VANAF 1995)
, Afgelopen 150 jaar continu spanningsveld tussen overheidsbemoeienis en vrije markt
Hoe kan er meer marktwerking worden toegepast in de volkshuisvesting (terugtredende
overheid), maar wel huisvesting worden gegarandeerd voor lagere inkomens?
SITUATIESCHETS
Starters (buitenstaanders) worden geconfronteerd met lange wachttijden voor een sociale
huurwoning
Voor starters is kopen vaak niet haalbaar vanwege te hoge koopprijzen i.c.m. beperkte
financierbaarheid, dit geldt ook vaak voor zittende huurders
Zittende huurders kunnen vaker doorstromen naar een andere huurwoning, maar doen dit
niet altijd. Hoge mate van scheefwonen (gevestigden) doet doorstroming op de woningmarkt
mede stagneren waardoor lange wachttijden ontstaan
Middeninkomens zitten vast op de woningmarkt door het te hoge inkomen voor een sociale
huurwoning
Betaalbare duurdere huurwoningen zijn schaars en kopen vaak geen optie vanwege
beperkte financierbaarheid en beschikbaarheid
SCHEEFWONEN
Goedkope scheefheid
o Mensen met een hoger inkomen huren een relatief goedkope sociale huurwoning
Dure scheefheid
o Mensen uit de doelgroep van het sociaal huisvestingsbeleid die in een relatief dure
huurwoning wonen: zij ontvangen relatief veel huurtoeslag waardoor kosten overheid
oplopen
ROL WONINGCORPORATIES
Fusies grotere woningcorporaties
o 1992: 1341 verenigingen met totaal 13.400 woningen
o 2015: 269 corporaties met totaal 2.500.000 woningen
Vanaf 1995 gingen corporaties zich commerciëler profileren en aan de randen (en
daarbuiten) van hun taak opereren
o Dit heeft o.a. geleid tot een aantal schandalen
o In 2015 heeft dit geleid tot een herziene woningwet met een duidelijk afgebakend
kader voor woningcorporaties
WEEK 2
DE HUURMARKT
GEREGULEERDE HUURWONINGEN
Woningen waar de maximale hoogte van de huur door het aantal woningwaarderingsstelsel-punten
wordt bepaald
Sociale huurwoning
o Contract afgesloten op of na 1 januari 2024: maximale (kale) huur €900,07
o T/m 143 WWS-punten
o Recht op huurtoeslag
Middenhuurwoning
o Contract afgesloten op of na 1 juli 2024: huur gelegen tussen €900,07 - €1184,82