Hoofdstuk 7 basisboek
Paragraaf 2
Natuurlijke bevolkingsgroei (150), sociale bevolkingsgroei (151)
Verandering van bevolking in een gebied:
Natuurlijke factoren: veranderingen door geboorte en sterfte =
natuurlijke bevolkingsgroei. Geboortecijfer = gemiddelde
aantal geboorten per duizend (promillage) inwoners per jaar.
Sterftecijfer = gemiddelde aantal sterfgevallen per jaar per
duizend inwoners.
Sociale factoren: veranderingen door vertrek en vestiging in een
gebied = sociale bevolkingsgroei. Migratie = verhuizen van het
ene woongebied naar het andere woongebied. Binnen je woonplaats
verhuizen is geen migratie.
Meer mensen geboren dan overleden zijn = geboorteoverschot.
Omgekeerd = sterfteoverschot.
Migratiesaldo = de som van vestiging en vertrek. Vestigingsoverschot
(positief migratiesaldo) = meer mensen vestigen zich in een gebied dan
vertrekken. Omgekeerd = vertrekoverschot (negatief migratiesaldo).
Vergrijzing en ontgroening (152)
Natuurlijke + sociale bevolkingsgroei = bevolking neemt toe of af.
Veel Europese landen = afname door vooral sterfteoverschot. Ander
woord voor bevolkingsafname = bevolkingskrimp, demografische
krimp. Belangrijke factoren bij bevolkingsafname:
Vergrijzing = het aantal mensen ouder dan 65 neemt toe in de
totale bevolking.
Ontgroening = afname van het aantal mensen dat jonger is dan
20 in de totale bevolking.
Levensverwachting (156)
Levensverwachting = het gemiddelde aantal te verwachten levensjaren
op een bepaalde leeftijd. Meestal bij geboorte. Toename van
levensverwachting door: verbeteringen in gezondheidszorg, gezonde
leefgewoonten (niet roken, veel bewegen, minder vet eten). Toename
levensverwachting is belangrijke oorzaak van vergrijzing.
Demografische transitie (157)
Verandering in bevolkingsgroei door geboorte en sterfte over een langere
tijd = demografische transitie. In demografische transitiemodel kun je
zien hoe samenleving met hoge geboorte- en sterftecijfers in
verschillende fasen overgaat naar samenleving met lage geboorte- en
sterftecijfers.
Paragraaf 2
Natuurlijke bevolkingsgroei (150), sociale bevolkingsgroei (151)
Verandering van bevolking in een gebied:
Natuurlijke factoren: veranderingen door geboorte en sterfte =
natuurlijke bevolkingsgroei. Geboortecijfer = gemiddelde
aantal geboorten per duizend (promillage) inwoners per jaar.
Sterftecijfer = gemiddelde aantal sterfgevallen per jaar per
duizend inwoners.
Sociale factoren: veranderingen door vertrek en vestiging in een
gebied = sociale bevolkingsgroei. Migratie = verhuizen van het
ene woongebied naar het andere woongebied. Binnen je woonplaats
verhuizen is geen migratie.
Meer mensen geboren dan overleden zijn = geboorteoverschot.
Omgekeerd = sterfteoverschot.
Migratiesaldo = de som van vestiging en vertrek. Vestigingsoverschot
(positief migratiesaldo) = meer mensen vestigen zich in een gebied dan
vertrekken. Omgekeerd = vertrekoverschot (negatief migratiesaldo).
Vergrijzing en ontgroening (152)
Natuurlijke + sociale bevolkingsgroei = bevolking neemt toe of af.
Veel Europese landen = afname door vooral sterfteoverschot. Ander
woord voor bevolkingsafname = bevolkingskrimp, demografische
krimp. Belangrijke factoren bij bevolkingsafname:
Vergrijzing = het aantal mensen ouder dan 65 neemt toe in de
totale bevolking.
Ontgroening = afname van het aantal mensen dat jonger is dan
20 in de totale bevolking.
Levensverwachting (156)
Levensverwachting = het gemiddelde aantal te verwachten levensjaren
op een bepaalde leeftijd. Meestal bij geboorte. Toename van
levensverwachting door: verbeteringen in gezondheidszorg, gezonde
leefgewoonten (niet roken, veel bewegen, minder vet eten). Toename
levensverwachting is belangrijke oorzaak van vergrijzing.
Demografische transitie (157)
Verandering in bevolkingsgroei door geboorte en sterfte over een langere
tijd = demografische transitie. In demografische transitiemodel kun je
zien hoe samenleving met hoge geboorte- en sterftecijfers in
verschillende fasen overgaat naar samenleving met lage geboorte- en
sterftecijfers.