Hoofdstuk 6
Paragraaf 1
Een markt bestaat uit een concrete en een abstracte markt.
Markt = het geheel van vraag naar en aanbod van een bepaald
product.
Concrete markt = een plaats waar kopers en verkopers bij elkaar
komen om goederen te verhandelen. Voorbeelden: braderie,
zaterdagmarkt en vlooienmarkt.
Abstracte markt = het geheel van vraag en aanbod van één
product of dienst. Niet op één fysieke plek. Voorbeeld: huizenmarkt,
aandelenmarkt en tomatenmarkt.
De vraag is de hoeveelheid die een consument van een product of dienst
wil kopen. Dit hangt samen met de prijs. De betalingsbereidheid voor
een product is hoeveel een koper maximaal kan of wil betalen
Een vraagfunctie is een vergelijking van de prijs en de vraag van een
product.
Formule vraagfunctie = qv = ap + b
De a is het richtingscoëfficiënt. Die geeft aan hoe snel de vraag stijgt bij
een daling van de prijs en omgekeerd. De a is altijd negatief.
De b geeft aan hoeveel de vraag is als de prijs 0 euro is.
In een vraaglijn teken je de vraag naar een product bij verschillende
prijzen. Het geeft de betalingsbereidheid weer en het is een
eerstegraadsvergelijking.
Op de x-as: hoeveelheid
Op de y-as: de prijs
Snijpunt met de x-as vinden door prijs op 0.
Snijpunt met de y-as vinden door q op 0.
Consumentensurplus = het verschil tussen de prijs en de
betalingsbereidheid. Ontstaat wanneer consumenten bereid zijn meer te
betalen dan de marktprijs.
Prijs van consument – marktprijs = consumentensurplus van 1 persoon
Bij elkaar optellen = consumentensurplus.
Consumentensurplus tekenen:
1. Betalingsbereidheid – marktprijs = hoogte van vierkant.
2. Marktprijs invullen in de vraagfunctie = breedte van vierkant
3. Hoogte × breedte : 2
Paragraaf 1
Een markt bestaat uit een concrete en een abstracte markt.
Markt = het geheel van vraag naar en aanbod van een bepaald
product.
Concrete markt = een plaats waar kopers en verkopers bij elkaar
komen om goederen te verhandelen. Voorbeelden: braderie,
zaterdagmarkt en vlooienmarkt.
Abstracte markt = het geheel van vraag en aanbod van één
product of dienst. Niet op één fysieke plek. Voorbeeld: huizenmarkt,
aandelenmarkt en tomatenmarkt.
De vraag is de hoeveelheid die een consument van een product of dienst
wil kopen. Dit hangt samen met de prijs. De betalingsbereidheid voor
een product is hoeveel een koper maximaal kan of wil betalen
Een vraagfunctie is een vergelijking van de prijs en de vraag van een
product.
Formule vraagfunctie = qv = ap + b
De a is het richtingscoëfficiënt. Die geeft aan hoe snel de vraag stijgt bij
een daling van de prijs en omgekeerd. De a is altijd negatief.
De b geeft aan hoeveel de vraag is als de prijs 0 euro is.
In een vraaglijn teken je de vraag naar een product bij verschillende
prijzen. Het geeft de betalingsbereidheid weer en het is een
eerstegraadsvergelijking.
Op de x-as: hoeveelheid
Op de y-as: de prijs
Snijpunt met de x-as vinden door prijs op 0.
Snijpunt met de y-as vinden door q op 0.
Consumentensurplus = het verschil tussen de prijs en de
betalingsbereidheid. Ontstaat wanneer consumenten bereid zijn meer te
betalen dan de marktprijs.
Prijs van consument – marktprijs = consumentensurplus van 1 persoon
Bij elkaar optellen = consumentensurplus.
Consumentensurplus tekenen:
1. Betalingsbereidheid – marktprijs = hoogte van vierkant.
2. Marktprijs invullen in de vraagfunctie = breedte van vierkant
3. Hoogte × breedte : 2