4. GEGEVENS VERZAMELEN
ONDERZOEKSMETHODE(N) BEPALEN
In je onderzoeksontwerp heb je vanuit probleemstelling een onderzoeksvraag en deelvragen.
Om een goed onderbouwd antwoord te geven, moet je de juiste gegevens verzamelen.
Veelvoorkomende methoden:
Literatuuronderzoek
Steekproef
Interview
Focusgroep
Enquête
Observatie
Experiment
Factoren om rekening mee te houden:
Kwantitatief/ kwalitatief
Beschrijven, definiëren, verklaren, vergelijken, voorspellen of evalueren
Beschikbare tijd
Onderzoeksomgeving
Sterkte en zwaktes van de methoden bepalen
Beschikbaarheid van instrumenten
Kosten
Zorg dat je je methode altijd kan verantwoorden, en zo specifiek mogelijk zodat anderen er onderzoek naar
kunnen doen.
LITERATUURONDERZOEK
Eerste methode die je gebruikt is meestal een literatuuronderzoek. Het is functioneel en niet bedoeld om te
laten zien hoe ingewikkeld een onderwerp is of hoe goed je bent in het uitvoeren van een theoretisch
opdracht.
Zoekstrategie in verschillende stappen bepalen:
Zoektermen bepalen
Bibliotheken, databanken, websites…die interessant zijn voor je onderzoek selecteren en
doorzoeken.
De gevonden informatie kritisch evalueren.
Zoektermen bepalen
Lukraak zoek tijdverlies, want een zoekmachine zoekt vaak nog letterlijk de woorden op.
Sleutelwoorden – kernbegrippen van je probleemstelling.
Verwante termen – synoniemen, vertaling, bredere termen.
Zoektermen combineren
Kat EN hond – hiermee zoekt je zaak naar de bronnen die zowel ‘hond’ als ‘kat’ bevatten.
Kat OF hond – hiermee zoek je naar bronnen die ofwel ‘hond’, ofwel ‘kat’ ofwel allebei bevatten.
36
,Kat NIET hond – hiermee zoek je naar bronnen die ‘kat’ bevatten en geen info over ‘hond’.
Tunkeren en maskeren
Asteriks* gemeenschappelijke beginletters.
Spoorwegteken # vervangt 1 karakter.
Exacte volgorde “dubbele aanhalingstekens”.
Soorten bronnen
Populaire bronnen
Kranten, populaire tijdschriften en sociale media.
Vakliteratuur
Uitgegeven door vakorganisaties.
Wetenschappelijke literatuur
Wetenschappelijke artikels worden geschreven door wetenschappers door wetenschappers:
o Wetenschappelijke tijdschriften
Een tijdschrift dat artikels, nieuws en verslagen van onderzoeksactiviteiten in een bepaald
vakgebied bevat en zich in eerste instantie meestal tot een beperkte doelgroep richt.
o Wetenschappelijke databank
Een digitaal opgeslagen archief dat tijdschriftartikels uit een of meerdere wetenschappelijke
tijdschriften uit een of meerdere vakgebieden bevat.
Wetenschappelijke artikels worden op een uniforme manier opgebouwd. Dezelfde onderdelen komen
steeds terug:
Hoofding: in de hoofding vind je informatie over het tijdschrift waarin het artikel is gepubliceerd, de
titel van het artikel, …
Abstract: in de abstract wordt een korte samenvatting gegeven van het artikel.
Inleiding: hierin wordt het onderzoek toegelicht en wordt de probleemstelling geformuleerd.
Methodologie: in het onderdeel methodologie wordt uitgelegd hoe de onderzoeker zijn metingen
heeft gedaan.
Discussie: in dit onderdeel worden de resultaten geïnterpreteerd en verklaard.
Conclusie: de conclusie bevat de belangrijkste bevindingen van het onderzoek.
Literatuurlijst: hierin vindt je alle bronnen terug die ze hebben gebruikt voor het schrijven van het
artikel.
Belangrijk aspect van wetenschappelijke artikels is dat ze peerreviewed zijn. Dat betekent dat ze kritisch
nagelezen zijn door andere wetenschappers uit hetzelfde wetenschapsgebied.
Zoeken in de hogeschoolbibliotheek
Catalogus versus wetenschappelijke databank
Een catalogus = bevat verwijzingen naar alle bronnen die in die specifieke bibliotheek aanwezig zijn.
Wetenschappelijke databanken = verzamelen referenties en meestal ook de volledige tekst van e-books
en e-artikels binnen een of meerdere domeinen.
Er bestaan multidisciplinaire databanken zoals Web of Sience, … en vakspecifieke databanken:
Juridische databanken
Medische databanken
normendatabanken
Economische databanken
37
, Persdatabanken
Impala hogeschool kan alle artikels en boeken opvragen via dit systeem.
Google en Wikipedia
Wetenschappelijke zoekmachines
Bv. google scholar enkel wetenschappelijke bronnen.
Aan de slag met AI-assistenten
AI-tools zijn in de eerste plaats assistenten.
Prompting voor beginners
Instructies geven aan een AI-generator heet prompting. Om kwaliteitsvolle antwoorden te genereren uit
taalmodellen, moet je wel degelijk goede vragen stellen. Hiervoor hanteer je het best een systematische
strategie.Het stappenplan op basis van het KOFFIE-model van Robbe Wulgaert.
KOFFIE-model
K Klaar en duidelijk:
Denk vooraf na waarom je een AI-assistent wil gebruiken.
Welk doel heb ik en welke output verwacht ik?
Welke vragen stellen voor goed antwoordt?
Welke invloed heeft dit op mijn leerproces?
Is het verantwoordt dat je hulp inroept
O Omschrijf:
Geef de ruime context mee (rol, doel, opdracht, temperatuur).
F Focus:
Omschrijf specifiek wat je verwacht van de opdracht.
F Finetune:
Stuur bij of geef een voorbeeld. Als het antwoordt niet aan je verwachtingen voldoet kan je verbeteren en
verfijnen door extra vragen te stellen of voorbeeldantwoorden geven.
I Itereer:
Herhaal de vraag op een andere manier. Of je kan hem ook twee keer stellen. Je zal immer nooit twee
dezelfde antwoorden krijgen.
E Evalueer:
Neem het resultaat kritisch onder de loep. Kijk heel kritisch naar de gegenereerde antwoorden. Bv. Is de
tekst volledig, is ze niet te oppervlakkig, …
STEEKPROEF
Het is meestal onmogelijk om de hele groep te onderzoeken. Dat kan verschillende redenen hebben: bv.
De volledige groep testen is te duur of te lang…
38
ONDERZOEKSMETHODE(N) BEPALEN
In je onderzoeksontwerp heb je vanuit probleemstelling een onderzoeksvraag en deelvragen.
Om een goed onderbouwd antwoord te geven, moet je de juiste gegevens verzamelen.
Veelvoorkomende methoden:
Literatuuronderzoek
Steekproef
Interview
Focusgroep
Enquête
Observatie
Experiment
Factoren om rekening mee te houden:
Kwantitatief/ kwalitatief
Beschrijven, definiëren, verklaren, vergelijken, voorspellen of evalueren
Beschikbare tijd
Onderzoeksomgeving
Sterkte en zwaktes van de methoden bepalen
Beschikbaarheid van instrumenten
Kosten
Zorg dat je je methode altijd kan verantwoorden, en zo specifiek mogelijk zodat anderen er onderzoek naar
kunnen doen.
LITERATUURONDERZOEK
Eerste methode die je gebruikt is meestal een literatuuronderzoek. Het is functioneel en niet bedoeld om te
laten zien hoe ingewikkeld een onderwerp is of hoe goed je bent in het uitvoeren van een theoretisch
opdracht.
Zoekstrategie in verschillende stappen bepalen:
Zoektermen bepalen
Bibliotheken, databanken, websites…die interessant zijn voor je onderzoek selecteren en
doorzoeken.
De gevonden informatie kritisch evalueren.
Zoektermen bepalen
Lukraak zoek tijdverlies, want een zoekmachine zoekt vaak nog letterlijk de woorden op.
Sleutelwoorden – kernbegrippen van je probleemstelling.
Verwante termen – synoniemen, vertaling, bredere termen.
Zoektermen combineren
Kat EN hond – hiermee zoekt je zaak naar de bronnen die zowel ‘hond’ als ‘kat’ bevatten.
Kat OF hond – hiermee zoek je naar bronnen die ofwel ‘hond’, ofwel ‘kat’ ofwel allebei bevatten.
36
,Kat NIET hond – hiermee zoek je naar bronnen die ‘kat’ bevatten en geen info over ‘hond’.
Tunkeren en maskeren
Asteriks* gemeenschappelijke beginletters.
Spoorwegteken # vervangt 1 karakter.
Exacte volgorde “dubbele aanhalingstekens”.
Soorten bronnen
Populaire bronnen
Kranten, populaire tijdschriften en sociale media.
Vakliteratuur
Uitgegeven door vakorganisaties.
Wetenschappelijke literatuur
Wetenschappelijke artikels worden geschreven door wetenschappers door wetenschappers:
o Wetenschappelijke tijdschriften
Een tijdschrift dat artikels, nieuws en verslagen van onderzoeksactiviteiten in een bepaald
vakgebied bevat en zich in eerste instantie meestal tot een beperkte doelgroep richt.
o Wetenschappelijke databank
Een digitaal opgeslagen archief dat tijdschriftartikels uit een of meerdere wetenschappelijke
tijdschriften uit een of meerdere vakgebieden bevat.
Wetenschappelijke artikels worden op een uniforme manier opgebouwd. Dezelfde onderdelen komen
steeds terug:
Hoofding: in de hoofding vind je informatie over het tijdschrift waarin het artikel is gepubliceerd, de
titel van het artikel, …
Abstract: in de abstract wordt een korte samenvatting gegeven van het artikel.
Inleiding: hierin wordt het onderzoek toegelicht en wordt de probleemstelling geformuleerd.
Methodologie: in het onderdeel methodologie wordt uitgelegd hoe de onderzoeker zijn metingen
heeft gedaan.
Discussie: in dit onderdeel worden de resultaten geïnterpreteerd en verklaard.
Conclusie: de conclusie bevat de belangrijkste bevindingen van het onderzoek.
Literatuurlijst: hierin vindt je alle bronnen terug die ze hebben gebruikt voor het schrijven van het
artikel.
Belangrijk aspect van wetenschappelijke artikels is dat ze peerreviewed zijn. Dat betekent dat ze kritisch
nagelezen zijn door andere wetenschappers uit hetzelfde wetenschapsgebied.
Zoeken in de hogeschoolbibliotheek
Catalogus versus wetenschappelijke databank
Een catalogus = bevat verwijzingen naar alle bronnen die in die specifieke bibliotheek aanwezig zijn.
Wetenschappelijke databanken = verzamelen referenties en meestal ook de volledige tekst van e-books
en e-artikels binnen een of meerdere domeinen.
Er bestaan multidisciplinaire databanken zoals Web of Sience, … en vakspecifieke databanken:
Juridische databanken
Medische databanken
normendatabanken
Economische databanken
37
, Persdatabanken
Impala hogeschool kan alle artikels en boeken opvragen via dit systeem.
Google en Wikipedia
Wetenschappelijke zoekmachines
Bv. google scholar enkel wetenschappelijke bronnen.
Aan de slag met AI-assistenten
AI-tools zijn in de eerste plaats assistenten.
Prompting voor beginners
Instructies geven aan een AI-generator heet prompting. Om kwaliteitsvolle antwoorden te genereren uit
taalmodellen, moet je wel degelijk goede vragen stellen. Hiervoor hanteer je het best een systematische
strategie.Het stappenplan op basis van het KOFFIE-model van Robbe Wulgaert.
KOFFIE-model
K Klaar en duidelijk:
Denk vooraf na waarom je een AI-assistent wil gebruiken.
Welk doel heb ik en welke output verwacht ik?
Welke vragen stellen voor goed antwoordt?
Welke invloed heeft dit op mijn leerproces?
Is het verantwoordt dat je hulp inroept
O Omschrijf:
Geef de ruime context mee (rol, doel, opdracht, temperatuur).
F Focus:
Omschrijf specifiek wat je verwacht van de opdracht.
F Finetune:
Stuur bij of geef een voorbeeld. Als het antwoordt niet aan je verwachtingen voldoet kan je verbeteren en
verfijnen door extra vragen te stellen of voorbeeldantwoorden geven.
I Itereer:
Herhaal de vraag op een andere manier. Of je kan hem ook twee keer stellen. Je zal immer nooit twee
dezelfde antwoorden krijgen.
E Evalueer:
Neem het resultaat kritisch onder de loep. Kijk heel kritisch naar de gegenereerde antwoorden. Bv. Is de
tekst volledig, is ze niet te oppervlakkig, …
STEEKPROEF
Het is meestal onmogelijk om de hele groep te onderzoeken. Dat kan verschillende redenen hebben: bv.
De volledige groep testen is te duur of te lang…
38