Module 1: Wat is persoonlijkheidspsychologie?
Hoofdstuk1: introductie persoonlijkheidspsychologie
-> Allemaal amateur “persoonlijkheidspsychologen”
-> beschrijvende adjectieven die personen beschrijven (= trek beschrijvende adjectieven):
- Innerlijke kwaliteit (bv. bedachtzaam)
- Effect op anderen (bv. humoristisch)
- Positie t.o.v. anderen (bv. dominant)
Aspecten van persoonlijkheid
- Wensen of verlangens (bv. ambitieus)
- Aard van verwezenlijkingen (bv. creatief)
- Strategieën om doelen te bereiken (bv. bedrieglijk)
1. Persoonlijkheid gedefinieerd
= de reeks van psychologische eigenschappen1 en mechanismen2 binnen het individu3, die
georganiseerd en relatief duurzaam4 zijn, en die iemands interactie met6 en aanpassing aan7
de intrapsychische, fysieke en sociale omgeving8 beïnvloeden5
-> we bespreken als volgend deze definitie (we ontleden het)
Psychologische eigenschappen1
-> Psychologische eigenschappen (persoonlijkheidstrekken=traits):
- Verschillen én gelijkenissen tussen mensen
- Beschrijven algemene neigingen van een persoon (bv. Het betekent niet dat wanneer je
extravert bent, je de hele tijd gaat praten. Daarom zijn het algemene neigingen)
-> Onderzoek naar persoonlijkheidstrekken
- Hoeveel trekken zijn er:
- enorm veel
- universeel? (niet zeker)
- Hoe zijn deze trekken georganiseerd?
- Wat is de herkomst van trekken:
- hoe zijn ze ontstaan (nature en/of nurture?)
- Wat zijn de correlaties en gevolgen van trekken:
- met welke gevolgen hangen bepaalde persoonlijkheidstrekken samen
,-> Nut van psychologische eigenschappen:
- Beschrijven hoe iemand is (in welke mate zijn personen verschillend/gelijkend van
elkaar)
- Verklaren waarom men zich op een bepaalde manier gedraagt
- Voorspellen hoe ze zich in de toekomst zouden gedragen
-> Persoonlijkheid begrijpen: waarom gedragen mensen zich zo?
Mechanismen2
-> de 3 belangrijkste mechanismen die in een proces werken met elkaar:
- input
- beslissingsregels (als…dan…)
- outputs
-> daarom zijn persoonlijkheidstrekken niet altijd observeerbaar (bv. Je bent dapper maar zoiets
komt dan pas tot uiting bij gevaar)
Binnen het individu3
-> Meenemen doorheen de tijd en situaties
-> Gevoel dezelfde persoonlijkheid te houden (gevoel dat we dezelfde persoon blijven
doorheen verschillende situaties)
-> maar “Ontsnappen” aan persoonlijkheid kan ook
-> Echter op termijn: eigen persoonlijkheid herkennen in voorkeuren, keuzes en
beslissingen (echte persoonlijkheid zal dus toch naar boven komen ookal probeer je
te “ontsnappen”)
Georganiseerd en relatief duurzaam 4
-> Persoonlijkheid is georganiseerd omdat de mechanismen en trekken op een
samenhangende manier aan elkaar gelinkt zijn (soms kan een trek even de bovenhand
nemen)
-> Persoonlijkheidstrekken zijn duurzaam doorheen de tijd en consistent over situaties,
vooral in de volwassenheid
-> Maar is dat wel zo? (niet zeker als we bij kinderen en jongeren al over
persoonlijkheid kunnen spreken)
-> het blijft niet altijd perfect doorheen de tijd, maar er is voldoende consistentie
2
,Beïnvloeden5
-> Invloedrijke krachten op ons leven:
- Hoe we ons gedragen
- Hoe we denken over onszelf en de wereld
- Hoe we ons voelen
- Welke situaties we opzoeken
- Welke doelen we nastreven
- Hoe we reageren
Interacties met6
-> Persoon-omgevingsinteracties:
- Perceptie= hoe we dingen waarnemen
- Selectie = de (al dan niet bewuste) keuzes die we maken over met wie of wat we
omgaan, wat onze ervaringen beïnvloedt. Ook al denken we soms dat we daar meer
controle over hebben dan in werkelijkheid het geval is
- Evocatie= iets wat je bij anderen uitlokt, maar niet intentioneel
- Manipulatie= anderen op een intentionele manier beïnvloeden om te krijgen wat je
zelf wilt
Aanpassing aan7
-> Aanpassingsvermogen bij de uitdagingen en problemen die we in het leven tegenkomen
-> Menselijk gedrag is doelgericht, functioneel en betekenisvol
-> Kennis over de consequenties van (gestoord) gedrag helpt ons om een beter begrip te
krijgen van de functionele eigenschappen van persoonlijkheid
De omgeving8
-> Fysieke omgeving (bv. Klimaatverandering) die de persoonlijkheid kan beïnvloeden
-> Sociale omgeving
-> Intrapsychische omgeving = het deel dat in je hoofd zit. Het gaat over:
- Je behoeften: wat je belangrijk vindt in het leven (bv. veiligheid, succes, liefde)
- Je zelfbeeld: hoe je naar jezelf kijkt (“Ben ik goed genoeg?”, “Kan ik dit?”)
- Zelfvertrouwen en motivatie
- Je interne conflicten (bv. twijfel, onzekerheid, innerlijke strijd)
3
, -> Denk aan de intrapsychische omgeving als je mentale binnenwereld, die bepaalt hoe jij
de wereld beleeft en erop reageert. 2 mensen kunnen exact dezelfde situatie meemaken,
maar er totaal anders op reageren, door hun eigen intrapsychische omgeving
2. Drie niveaus van persoonlijkheidsonderzoek
-> Menselijke aard
- Trekken en mechanismen die typisch zijn voor (bijna) iedereen
-> Individuele- en groepsverschillen
- Individuele verschillen: hoe iemand is zoals sommige anderen (bv. Sommige mensen
nijgen eerder naar extravert)
- Groepsverschillen: gemeenschappelijke persoonlijkheidseigenschappen voor een
groep mensen (bv. Verschil tussen mannen en vrouwen)
-> Individuele uniciteit
= hoe is iemand uniek, wat is typisch voor een persoon
- Nomothetisch onderzoek (= statistisch onderzoek, vragenlijsten, …) vs Idiografisch
onderzoek (= aan de hand van iemand zijn levensverhaal vertellen hoe iemand is)
3. Toen en nu
-> Grote (klassieke) persoonlijkheidstheorieën
Bv. persoonlijkheidsstructuur Sigmund Freud (id, ego, superego)
-> Focussen op menselijke aard in het algemeen (universeel)
-> Hedendaags onderzoek
- Focus op individuele- en groepsverschillen
- Veel verschillende onderzoeksdomeinen bv. extraversie vs. introversie, man vs. vrouw,
individualistisch vs. collectieve cultuur, …
=> verschillende inzichten combineren zorgt voor een meer realistisch totaalbeeld
4. Zes kennisdomeinen
-> kennisdomein = gespecialiseerd gebied van wetenschap, waarin psychologen hebben
gefocust op het bestuderen van specifieke en beperkte aspecten van de menselijke aard
-> Elk kennisdomein ontwikkelde:
- eigen methodes van vraagstelling
- een basis van kennis
- theoretische verklaringen voor persoonlijkheid
4
Hoofdstuk1: introductie persoonlijkheidspsychologie
-> Allemaal amateur “persoonlijkheidspsychologen”
-> beschrijvende adjectieven die personen beschrijven (= trek beschrijvende adjectieven):
- Innerlijke kwaliteit (bv. bedachtzaam)
- Effect op anderen (bv. humoristisch)
- Positie t.o.v. anderen (bv. dominant)
Aspecten van persoonlijkheid
- Wensen of verlangens (bv. ambitieus)
- Aard van verwezenlijkingen (bv. creatief)
- Strategieën om doelen te bereiken (bv. bedrieglijk)
1. Persoonlijkheid gedefinieerd
= de reeks van psychologische eigenschappen1 en mechanismen2 binnen het individu3, die
georganiseerd en relatief duurzaam4 zijn, en die iemands interactie met6 en aanpassing aan7
de intrapsychische, fysieke en sociale omgeving8 beïnvloeden5
-> we bespreken als volgend deze definitie (we ontleden het)
Psychologische eigenschappen1
-> Psychologische eigenschappen (persoonlijkheidstrekken=traits):
- Verschillen én gelijkenissen tussen mensen
- Beschrijven algemene neigingen van een persoon (bv. Het betekent niet dat wanneer je
extravert bent, je de hele tijd gaat praten. Daarom zijn het algemene neigingen)
-> Onderzoek naar persoonlijkheidstrekken
- Hoeveel trekken zijn er:
- enorm veel
- universeel? (niet zeker)
- Hoe zijn deze trekken georganiseerd?
- Wat is de herkomst van trekken:
- hoe zijn ze ontstaan (nature en/of nurture?)
- Wat zijn de correlaties en gevolgen van trekken:
- met welke gevolgen hangen bepaalde persoonlijkheidstrekken samen
,-> Nut van psychologische eigenschappen:
- Beschrijven hoe iemand is (in welke mate zijn personen verschillend/gelijkend van
elkaar)
- Verklaren waarom men zich op een bepaalde manier gedraagt
- Voorspellen hoe ze zich in de toekomst zouden gedragen
-> Persoonlijkheid begrijpen: waarom gedragen mensen zich zo?
Mechanismen2
-> de 3 belangrijkste mechanismen die in een proces werken met elkaar:
- input
- beslissingsregels (als…dan…)
- outputs
-> daarom zijn persoonlijkheidstrekken niet altijd observeerbaar (bv. Je bent dapper maar zoiets
komt dan pas tot uiting bij gevaar)
Binnen het individu3
-> Meenemen doorheen de tijd en situaties
-> Gevoel dezelfde persoonlijkheid te houden (gevoel dat we dezelfde persoon blijven
doorheen verschillende situaties)
-> maar “Ontsnappen” aan persoonlijkheid kan ook
-> Echter op termijn: eigen persoonlijkheid herkennen in voorkeuren, keuzes en
beslissingen (echte persoonlijkheid zal dus toch naar boven komen ookal probeer je
te “ontsnappen”)
Georganiseerd en relatief duurzaam 4
-> Persoonlijkheid is georganiseerd omdat de mechanismen en trekken op een
samenhangende manier aan elkaar gelinkt zijn (soms kan een trek even de bovenhand
nemen)
-> Persoonlijkheidstrekken zijn duurzaam doorheen de tijd en consistent over situaties,
vooral in de volwassenheid
-> Maar is dat wel zo? (niet zeker als we bij kinderen en jongeren al over
persoonlijkheid kunnen spreken)
-> het blijft niet altijd perfect doorheen de tijd, maar er is voldoende consistentie
2
,Beïnvloeden5
-> Invloedrijke krachten op ons leven:
- Hoe we ons gedragen
- Hoe we denken over onszelf en de wereld
- Hoe we ons voelen
- Welke situaties we opzoeken
- Welke doelen we nastreven
- Hoe we reageren
Interacties met6
-> Persoon-omgevingsinteracties:
- Perceptie= hoe we dingen waarnemen
- Selectie = de (al dan niet bewuste) keuzes die we maken over met wie of wat we
omgaan, wat onze ervaringen beïnvloedt. Ook al denken we soms dat we daar meer
controle over hebben dan in werkelijkheid het geval is
- Evocatie= iets wat je bij anderen uitlokt, maar niet intentioneel
- Manipulatie= anderen op een intentionele manier beïnvloeden om te krijgen wat je
zelf wilt
Aanpassing aan7
-> Aanpassingsvermogen bij de uitdagingen en problemen die we in het leven tegenkomen
-> Menselijk gedrag is doelgericht, functioneel en betekenisvol
-> Kennis over de consequenties van (gestoord) gedrag helpt ons om een beter begrip te
krijgen van de functionele eigenschappen van persoonlijkheid
De omgeving8
-> Fysieke omgeving (bv. Klimaatverandering) die de persoonlijkheid kan beïnvloeden
-> Sociale omgeving
-> Intrapsychische omgeving = het deel dat in je hoofd zit. Het gaat over:
- Je behoeften: wat je belangrijk vindt in het leven (bv. veiligheid, succes, liefde)
- Je zelfbeeld: hoe je naar jezelf kijkt (“Ben ik goed genoeg?”, “Kan ik dit?”)
- Zelfvertrouwen en motivatie
- Je interne conflicten (bv. twijfel, onzekerheid, innerlijke strijd)
3
, -> Denk aan de intrapsychische omgeving als je mentale binnenwereld, die bepaalt hoe jij
de wereld beleeft en erop reageert. 2 mensen kunnen exact dezelfde situatie meemaken,
maar er totaal anders op reageren, door hun eigen intrapsychische omgeving
2. Drie niveaus van persoonlijkheidsonderzoek
-> Menselijke aard
- Trekken en mechanismen die typisch zijn voor (bijna) iedereen
-> Individuele- en groepsverschillen
- Individuele verschillen: hoe iemand is zoals sommige anderen (bv. Sommige mensen
nijgen eerder naar extravert)
- Groepsverschillen: gemeenschappelijke persoonlijkheidseigenschappen voor een
groep mensen (bv. Verschil tussen mannen en vrouwen)
-> Individuele uniciteit
= hoe is iemand uniek, wat is typisch voor een persoon
- Nomothetisch onderzoek (= statistisch onderzoek, vragenlijsten, …) vs Idiografisch
onderzoek (= aan de hand van iemand zijn levensverhaal vertellen hoe iemand is)
3. Toen en nu
-> Grote (klassieke) persoonlijkheidstheorieën
Bv. persoonlijkheidsstructuur Sigmund Freud (id, ego, superego)
-> Focussen op menselijke aard in het algemeen (universeel)
-> Hedendaags onderzoek
- Focus op individuele- en groepsverschillen
- Veel verschillende onderzoeksdomeinen bv. extraversie vs. introversie, man vs. vrouw,
individualistisch vs. collectieve cultuur, …
=> verschillende inzichten combineren zorgt voor een meer realistisch totaalbeeld
4. Zes kennisdomeinen
-> kennisdomein = gespecialiseerd gebied van wetenschap, waarin psychologen hebben
gefocust op het bestuderen van specifieke en beperkte aspecten van de menselijke aard
-> Elk kennisdomein ontwikkelde:
- eigen methodes van vraagstelling
- een basis van kennis
- theoretische verklaringen voor persoonlijkheid
4