Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 49 pages
Summary

Samenvatting Onderzoekspracticum 1 PW (Universiteit Leiden - Jaar 1) - Hoorcolleges

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 49 pages

Dit document bestaat uit de aantekeningen van alle hoorcolleges van het vak. Ik heb alle hoorcolleges bijgewoond, dus ze zijn al uitgebreider en heb de aantekeningen zelf m.b.v. het internet uitgebreid wanneer ik het nog onduidelijk vond. Bij elke toets staat ook uitgebreid hoe je de berekening moet maken. Bij deze samenvatting heb ik bijna geen literatuur gebruikt, maar het bevat wel alles wat je moet weten voor het tentamen.

Content preview

College 1: inleiding in onderzoek
Doelen wetenschappelijk onderzoek

- Fenomenen beschrijven
- Fenomenen voorspellen (regressie)
- Fenomenen verklaren; causale verbanden

Criteria wetenschappelijk onderzoek

- Empirisch: kennis wordt opgedaan vanuit empirische ervaringen (onderzoek in de
natuurlijke omgeving) à observeren.
- Publieke verificatie: andere wetenschappers moeten jouw onderzoek kunnen
repliceren om te kijken of dezelfde resultaten uitkomen à moet bekritiseerd en
geverifieerd worden.
- Oplosbare (toetsbare) vragen

Empirische cyclus

- Observatie
o Initiële observatie leidt tot vraag
o In de wetenschap vaak reeds bestaand
onderzoek à er mist iets, dit klopt niet.
- Inductie
o Observatie naar algemene theorie
o Informed guess: weet nog niet zeker wat ten
grondslag van de observatie ligt (hypothese)
o Als … dan … formuleren
o Van klein naar groot
- Deductie
o Van theorie naar toetsbare implicaties à wat voorspelt de theorie
o Van groot naar klein
o Van conceptuele definitie (bijv. leesvaardigheid) naar operationele
definitie (bijv. aantal gelezen zinnen per tijdseenheid).
- Toetsing
o Toets de werkhypothese door onderzoek
o Verzamel data, analyseer data, trek conclusie
- Evaluatie
o Bevestigen de conclusies de algemene theorie
o Dient de theorie aangepast te worden?
o Was het onderzoek zuiver?

,Lastige van theorie

- Impossibility of proof: bevestiging afgeleide werkhypothese bevestigt de theorie
op zichzelf nooit.
- Ontkrachting van de afgeleide hypothese weerlegt de theorie wel, maar als het
onderzoek niet zuiver genoeg is, dan kan je de theorie niet volledig te weerleggen.
- Methodologisch pluralisme: 1 theorie wordt op verschillende manieren
onderzocht à bijv. niet alleen d.m.v. observatie maar ook via interviews en
replicatie.

Doelen onderzoek

- Fundamenteel onderzoek: gericht op het vergroten van kennis, kennis die niet
een directe toepassing vereist voor het onderzoek à hoe verloopt de
ontwikkeling van een kind (niet praktijkgericht).
- Toegepast onderzoek: gericht op het oplossen van concrete problemen m.b.v.
technieken of producten à rekening houden de met de ontwikkeling, hoe kunnen
we pesten op school aanpassen.

Soorten onderzoek

- Kwalitatief: data gaat vooral over meningen en betekenissen
o Bijv. observatie, interview, focusgroep
- Kwantitatief: data gaat vooral over getallen en statistiek
o Bijv. MRI-scan, enquête, reactietijd.
- Volgens Leary
o Beschrijvend: je beschrijft de populatie, gebeurtenis of fenomeen zonder
variabelen te manipuleren.
§ Hoeveel kinderen in Nederland worden mishandeld?
o (Cor)relationeel: kijken naar een samenhang/ verband tussen variabelen,
zonder de variabelen te manipuleren.
§ Wat is de relatie tussen kenmerken van het kinderdagverblijf en de
sociale vaardigheden van kinderen?
o Experimenteel: oorzakelijke verbanden hard maken door een of meerdere
onafhankelijke variabelen te manipuleren.
§ Heeft suikerconsumptie een e<ect op externaliserend
probleemgedrag?
o Quasi experimenteel: hetzelfde als oorzakelijke verbanden, participanten
worden hierbij niet willekeurig over groepen verdeeld à niet ethisch (valt
tussen experimenteel en correlationeel).
§ Is het gebruik van
kalmerende middelen
van invloed op de
tentamencijfers?

,Meetmethodes

- Observatie
o Doelgroep observeren
o Drie onderdelen:
§ Setting
• Naturalistisch: observeren in de natuurlijke omgeving van de
onderzochten zonder interventie van de onderzoeker.
o Voordelen: realistisch
o Nadelen: gebrek aan controle, subjectief
• Vooropgezet (contrived): situatie is speciaal ingericht voor
observatie en registratie van gedrag.
o Voordelen: controle en overzicht
o Nadelen: niet realistisch
§ Onderzoeker
• Verborgen: ethische problemen à wanneer begin en start
observatie.
• Openlijk: reactiviteit à participanten kunnen zich anders
gedragen.
• Tussenoplossingen: niet alles vertellen (maar wel open zijn
over dat je ze gaat observeren), informanten gebruiken,
indirect meten.
• Participerende observatie: onderzoeker doet zelf mee met
het onderzoek.
§ Methode
• Ongestructureerd
o Participerende observatie
o Narratieven
• Gestructureerd
o Checklists
o Tijdsmetingen
o Beoordelingsschalen
- Fysiologisch
o Meten in/ aan het lichaam
§ Processen in het lichaam koppelen aan psychologische processen
§ Steeds vaker gebruikt in sociaalwetenschappelijk onderzoek
§ Denk aan hartslag, bloedafname
• Harde maten
• Inzicht in processen
- Zelfrapportage
o Welke methode?

, o Voorbeelden format vragen
§ Open vragen
§ Multiple choice
§ 5 puntenschaal (stellingen)
o Bias zelfrapportage
§ Sociale wenselijkheid
§ Halo-eAect: de eigenschap die je kent van een onbekend iemand
gebruik je om een heel beeld van iemand te maken.
§ Leniency bias: je kent iemand wel heel goed en die moet je
beoordelen, ga je het juist positiever of negatiever inkleuren dan
dat het werkelijk is.
§ Ja/nee zeggers
§ Centrale tendentie: je neigt om naar het gemiddelde te gaan
§ Logische fout
- Archiefdata (meta-analyse)
o Bestaande gegevens gebruiken voor onderzoek
§ Voordeel: data is al beschikbaar
§ Nadeel: afhankelijk van bestaande data, je kan geen nieuwe data
ontwikkelen.
o Beschrijvend, correlationeel, (quasi-)experimenteel.
o Elke type meting kan gebruikt worden in elk type onderzoek

Ethiek

- Algemene benaderingen
o Deontologisch: je beoordeelt of iets goed of fout is o.b.v. principes of
morele plichten, niet o.b.v. van het resultaat.
§ Bijzonder rigide, want het kijkt vanuit 1 ethisch kader (geen
aandacht voor context)
o Sceptisch: er wordt sterk getwijfeld of er überhaupt objectieve ethische
standaarden zijn à onderzoeker moet bepalen of het ethisch is of niet.
o Utilitaristisch: focus ligt op de gevolgen van de handelingen.
§ Kan leiden tot onrechtvaardige beslissingen tegenover individuen.
- Voordat een onderzoek begint, moet altijd om de geïnformeerde toestemming
gevraagd worden.
- Aan het einde van de meeste studies vindt een debriefing plaats à nog kort een
herhaling van het doel van het onderzoek om de deelnemers gerust weg te laten
gaan.

Document information

Study
Uploaded on
January 27, 2026
Number of pages
49
Written in
2024/2025
Type
Summary
$7.15

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Sold
11
Followers
0
Items
6
Last sold
4 months ago


Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions