INLEIDING IN DE CRIMINOLOGIE
H1: CRIMINOLOGIE ALS EEN ‘HUIS MET VELE KAMERS’
Wetenschapsdomein: onderscheid tss materieel voorwerp en formeel voorwerp
Materieel voorwerp(MV)= onderwerp/studiematerie v wetenschappelijke analyse
o Wat is h studieobject v d criminologie?
Formeel voorwerp (FV)= wijze waarop d wetenschap wordt bedreven
o Welke methodes, waardenschema’s en disciplines h criminologisch onderzoek
ondersteunen?
1. Het materiële voorwerp v d criminologie: ‘criminaliteit’?
Goethals 3 hoofdthema’s in criminologisch onderzoek
1) D fenomenen criminaliteit
2) D processen v benoeming v criminaliteit
3) Wijze waarop samenleving op deze criminaliteit reageert via preventie, bestraffing en nazorg
Criminologie bestudeert d criminaliteit EN d reactie erop
1.1. ‘criminaliteit’ in wezen betwist?
Reiner invulling v h concept crim wordt “in wezen betwist”
Gallie “essentially contested” = concepten omschrijven die in abstracte en theoretische
termen worden aangenomen, maar waarover geen consensus bestaat omdat ze 1) normatief
( normativiteit gebruikt om afkeuringen en wantrouwen als maatschappij uit te drukken) en 2)
complex ( vele opvattingen rond criminaliteit) zijn
1.2. De legalistische definities v criminaliteit, d beperkingen ervan, en d constructivistische reacties
erop
- Strafrechtelijke definities v criminaliteit = soort anker (op mechanische wijze)
DEF Crim (volgens Oxford dictionary): “Ee daad of ee nalatigheid die wordt beschouwd als ee misdrijf
dat wordt bestraft via h strafrecht”
= formalistische definitie + niet dieper in op ware aard
Beperkingen strafrechtelijke definities:
1) Gaat niet dieper in op ware aard v criminaliteit
2) Dynamisch (definitie veranderen in loop v tijd/ruimte)
3) Vaak onduidelijk
4) Verschillen tss landen vb. regels verkoop cannabis België en Nederland
5) Gedragingen voordelig vr sociale vooruitgang (vb. MLK, Socrates: vroeger crimineel, nu held)
- Onmogelijk om strafrecht op inhoudelijke wijze te definiëren
o Ashworth: “strafrecht= verloren zaak v uit principieel oogpunt”
Jaren 70: opgang constructivistische opvattingen (strafrechtelijke definitie uitgedaagd)
Hulsman: “criminaliteit kent geen ontologisch realiteit”
o Criminologie= product v strafrechtelijk beleid
- Consensus in sociale wetenschap dat constructivisme kern v waarheid bevat
- Constructivistische benadering niet onverenigbaar m legalistische definitie
o Ook te vinden in def v Sutherland te breed en te smal
Te breed: geen verschillen tss strafrecht en andere rechtstakken
Te smal: geen aandacht vr informele/privé maatschappelijke reacties
- Sommige constructivisten (postmodernisten) vervallen in relativisme en nihilisme
o Meest extreme: leggen nadruk op ‘discursieve’ creatie v ‘criminaliteit’
1
, o Geen ‘grote, universele’ waarheden enkel kleine persoonlijke waarheden (= percepties
gevormd dr iemands cult en sociale achtergrond)
Foucault: “hele discours omtrent bestraffing als d symbolische uiting v machtsrelaties”
Stuntz: strafrecht 2 onderdelen 1) beperkt # kernmisdrijven 2) ‘al de rest’
- ‘Deviant’ (afwijkend) gedrag gedragingen en situaties die strikt genomen niet dr d h
strafrecht als misdrijf worden omschreven
1.3. Alternatieve definities en concepten
- Definitie criminaliteit vaak als ontoereikend beschouwd enkele criminologen alternatieve
definitie v criminaliteit gemaakt
Sellin: “crim als gevolg v conflicterende gedragsregels”
o Vss groepen in maatschappij die vss waarden hanteren conflict ° als waarden en
normen v groepen niet overeenkomen
Schwendiger: “schending v mensenrechten”
Hirschi & Gotfedson: “ daden v geweld of fraude die worden ondernomen uit eigenbelang”
Andere wetenschappers: ‘deviantie’ ipv ‘crim’
o Kijken meer nr maatschappelijke reacties, minder nr overheid
- Voorstel begrip ‘criminaliteit’ af te schaffen
o Vooral kritisch criminologen pleitten voor afschaffing
Christie: criminaliteit als ‘geschil tss aanwijsbare partijen’
Gottfredson: pleitte vr crime-free-criminology
Hillyard Tombs: ‘criminaliteit’ vervangen dr ‘sociale schade’ + meer toespitsen op
schadebeperking = zemiologie (studie v sociale schade)
Greenfiel & Paoli: “nauwe link tss crim en schade”
2. Het formele voorwerp v d criminologie
= wijze waarop wetenschap wordt bedreven
- Vss manieren v onderzoek
1) Onderzoeksaanpak: kwantitatief of kwalitatief
2) Welk waardenschema/ perspectief
3. De criminologie als zelfstandige discipline ?
- MV en FV ≠ zo eenduidig toch beide nodig om zelfstandige discipline te rechtvaardigen
- Om zelfstandige discipline te zijn moet wetenschap eigen FV en MV
o Geen “eigen” epistemologische, conceptuele, operationele, en analytische grondslagen
MAAR eclecticisme of exchange tss diverse wetenschappen
Daarom: volgens Sellin Crim “a bastard science” MV: onduidelijk, FV: verschillende
Garland 2 projecten binnen Crim:
1) Lombrosiaanse project:
- Gericht op onderscheiden v criminelen en niet-criminelen + op h blootleggen v oorzaken v crim
o Oorzaken gezocht bij individu, mtsschpij en omgeving
2
, 2) Gouvernementele project:
- Gericht op beheersbaarheid v crim en criminelen (vaak gesubsidieerd en uitgevoerd dr staat)
- Bijna toeval dat Crim ° als eigen wetenschap
o Dr samenkomst ‘crimineel type’ + dat h ee identificeerbare antropologische entiteit
bevat
- Crim als soort synthesewetenschap
o Geen unieke specifieke criminologische invalshoek moeten gebruik maken v inzichten
en methoden uit diverse wetenschappen
- Crim = kruispunt v diverse disciplines omtrent crim
= multidisciplinair (ontleent en brengt samen)
- Criminoloog = superwetenschapper: beschikt over theoretische en methodologische
achtergrond v uit meerdere disciplines, om deze toe te passen op zijn eigen MV
- Deze opvatting = criminoloog interdisciplinair (volledige integratie v diverse disciplines)
MAAR interdisciplinariteit moeilijk te realiseren Sellin: “the criminologist does not exist who is
an expert in all disciplines which converge in the study of
crime”
3
, H2: INLEIDING TOT DE WETENSCHAPSFILOSOFIE
Wetenschapsfilosofie= bestudeert alle aspecten v ‘wetenschap’ en probeert antwoord te
vinden op ‘wat is wetenschap?’ en ‘welke eisen mogen we stellen aan wetenschap?’
Paradigma= ee interpretatieschema waarin onze opvatting over d werkelijkheid, d ‘wereld’, d
mens en over d relatie mens-wereld ingebed liggen
o Bepaalt hoe analyseren, welk probleem analyseren + welke conclusie
4
H1: CRIMINOLOGIE ALS EEN ‘HUIS MET VELE KAMERS’
Wetenschapsdomein: onderscheid tss materieel voorwerp en formeel voorwerp
Materieel voorwerp(MV)= onderwerp/studiematerie v wetenschappelijke analyse
o Wat is h studieobject v d criminologie?
Formeel voorwerp (FV)= wijze waarop d wetenschap wordt bedreven
o Welke methodes, waardenschema’s en disciplines h criminologisch onderzoek
ondersteunen?
1. Het materiële voorwerp v d criminologie: ‘criminaliteit’?
Goethals 3 hoofdthema’s in criminologisch onderzoek
1) D fenomenen criminaliteit
2) D processen v benoeming v criminaliteit
3) Wijze waarop samenleving op deze criminaliteit reageert via preventie, bestraffing en nazorg
Criminologie bestudeert d criminaliteit EN d reactie erop
1.1. ‘criminaliteit’ in wezen betwist?
Reiner invulling v h concept crim wordt “in wezen betwist”
Gallie “essentially contested” = concepten omschrijven die in abstracte en theoretische
termen worden aangenomen, maar waarover geen consensus bestaat omdat ze 1) normatief
( normativiteit gebruikt om afkeuringen en wantrouwen als maatschappij uit te drukken) en 2)
complex ( vele opvattingen rond criminaliteit) zijn
1.2. De legalistische definities v criminaliteit, d beperkingen ervan, en d constructivistische reacties
erop
- Strafrechtelijke definities v criminaliteit = soort anker (op mechanische wijze)
DEF Crim (volgens Oxford dictionary): “Ee daad of ee nalatigheid die wordt beschouwd als ee misdrijf
dat wordt bestraft via h strafrecht”
= formalistische definitie + niet dieper in op ware aard
Beperkingen strafrechtelijke definities:
1) Gaat niet dieper in op ware aard v criminaliteit
2) Dynamisch (definitie veranderen in loop v tijd/ruimte)
3) Vaak onduidelijk
4) Verschillen tss landen vb. regels verkoop cannabis België en Nederland
5) Gedragingen voordelig vr sociale vooruitgang (vb. MLK, Socrates: vroeger crimineel, nu held)
- Onmogelijk om strafrecht op inhoudelijke wijze te definiëren
o Ashworth: “strafrecht= verloren zaak v uit principieel oogpunt”
Jaren 70: opgang constructivistische opvattingen (strafrechtelijke definitie uitgedaagd)
Hulsman: “criminaliteit kent geen ontologisch realiteit”
o Criminologie= product v strafrechtelijk beleid
- Consensus in sociale wetenschap dat constructivisme kern v waarheid bevat
- Constructivistische benadering niet onverenigbaar m legalistische definitie
o Ook te vinden in def v Sutherland te breed en te smal
Te breed: geen verschillen tss strafrecht en andere rechtstakken
Te smal: geen aandacht vr informele/privé maatschappelijke reacties
- Sommige constructivisten (postmodernisten) vervallen in relativisme en nihilisme
o Meest extreme: leggen nadruk op ‘discursieve’ creatie v ‘criminaliteit’
1
, o Geen ‘grote, universele’ waarheden enkel kleine persoonlijke waarheden (= percepties
gevormd dr iemands cult en sociale achtergrond)
Foucault: “hele discours omtrent bestraffing als d symbolische uiting v machtsrelaties”
Stuntz: strafrecht 2 onderdelen 1) beperkt # kernmisdrijven 2) ‘al de rest’
- ‘Deviant’ (afwijkend) gedrag gedragingen en situaties die strikt genomen niet dr d h
strafrecht als misdrijf worden omschreven
1.3. Alternatieve definities en concepten
- Definitie criminaliteit vaak als ontoereikend beschouwd enkele criminologen alternatieve
definitie v criminaliteit gemaakt
Sellin: “crim als gevolg v conflicterende gedragsregels”
o Vss groepen in maatschappij die vss waarden hanteren conflict ° als waarden en
normen v groepen niet overeenkomen
Schwendiger: “schending v mensenrechten”
Hirschi & Gotfedson: “ daden v geweld of fraude die worden ondernomen uit eigenbelang”
Andere wetenschappers: ‘deviantie’ ipv ‘crim’
o Kijken meer nr maatschappelijke reacties, minder nr overheid
- Voorstel begrip ‘criminaliteit’ af te schaffen
o Vooral kritisch criminologen pleitten voor afschaffing
Christie: criminaliteit als ‘geschil tss aanwijsbare partijen’
Gottfredson: pleitte vr crime-free-criminology
Hillyard Tombs: ‘criminaliteit’ vervangen dr ‘sociale schade’ + meer toespitsen op
schadebeperking = zemiologie (studie v sociale schade)
Greenfiel & Paoli: “nauwe link tss crim en schade”
2. Het formele voorwerp v d criminologie
= wijze waarop wetenschap wordt bedreven
- Vss manieren v onderzoek
1) Onderzoeksaanpak: kwantitatief of kwalitatief
2) Welk waardenschema/ perspectief
3. De criminologie als zelfstandige discipline ?
- MV en FV ≠ zo eenduidig toch beide nodig om zelfstandige discipline te rechtvaardigen
- Om zelfstandige discipline te zijn moet wetenschap eigen FV en MV
o Geen “eigen” epistemologische, conceptuele, operationele, en analytische grondslagen
MAAR eclecticisme of exchange tss diverse wetenschappen
Daarom: volgens Sellin Crim “a bastard science” MV: onduidelijk, FV: verschillende
Garland 2 projecten binnen Crim:
1) Lombrosiaanse project:
- Gericht op onderscheiden v criminelen en niet-criminelen + op h blootleggen v oorzaken v crim
o Oorzaken gezocht bij individu, mtsschpij en omgeving
2
, 2) Gouvernementele project:
- Gericht op beheersbaarheid v crim en criminelen (vaak gesubsidieerd en uitgevoerd dr staat)
- Bijna toeval dat Crim ° als eigen wetenschap
o Dr samenkomst ‘crimineel type’ + dat h ee identificeerbare antropologische entiteit
bevat
- Crim als soort synthesewetenschap
o Geen unieke specifieke criminologische invalshoek moeten gebruik maken v inzichten
en methoden uit diverse wetenschappen
- Crim = kruispunt v diverse disciplines omtrent crim
= multidisciplinair (ontleent en brengt samen)
- Criminoloog = superwetenschapper: beschikt over theoretische en methodologische
achtergrond v uit meerdere disciplines, om deze toe te passen op zijn eigen MV
- Deze opvatting = criminoloog interdisciplinair (volledige integratie v diverse disciplines)
MAAR interdisciplinariteit moeilijk te realiseren Sellin: “the criminologist does not exist who is
an expert in all disciplines which converge in the study of
crime”
3
, H2: INLEIDING TOT DE WETENSCHAPSFILOSOFIE
Wetenschapsfilosofie= bestudeert alle aspecten v ‘wetenschap’ en probeert antwoord te
vinden op ‘wat is wetenschap?’ en ‘welke eisen mogen we stellen aan wetenschap?’
Paradigma= ee interpretatieschema waarin onze opvatting over d werkelijkheid, d ‘wereld’, d
mens en over d relatie mens-wereld ingebed liggen
o Bepaalt hoe analyseren, welk probleem analyseren + welke conclusie
4