Romeins recht
Samenvatting blokwijzer en Hoorcolleges
1. Inleiding : De wetenschap van het Romeins recht
• RR= de oudste vak aan de universiteit
• 11 eeuw = universiteit van Bologna
• 1426 = universiteit van Leuven
➔ Maatschappij verander, maar juridische vragen blijven hetzelfde
1.1. De bedoeling van de studie van het Romeinse recht
• 1) verdere ontwikkeling van het bewustzijn
o Aandacht voor dynamische karakter vh recht
o Kritische functie van rechtsgeschiedenis (bij regel ter discussie, checken wrm
opgenomen en wrm het nodig was)
• 2) Het begrijpen van ons universitaire denken waarvan het Romeinse rechtsdenken een
component is (eerste universiteiten in EU einde 11e eeuw; RR een van eerste vakken)
• 3) Het zoeken naar de wortels van het gemeenschappelijke Europese rechtsdenken
o RR is overal aanwezig in EU
o Focus op privaatrecht
• 4) de inleiding tot enkele juridische basisbegrippen
Bezit vs Eigendom :
Bezit: is een feitelijke toestand kan soms leiden tot eigendom
Eigendom: recht hebben tot een zaak
1.1.1. Ontwikkeling van een historische bewustzijn
• Recht wordt beïnvloed door allerlei sociale evenementen → het is dus niet statisch
• Ontstaan van eigendomsrecht (3.50) = door privatisering van feodaliteit
• Contractsvrijheid (art 3.14 BW) ontleent men van RR
• Testament vindt zijn oorsprong in voorrechten van romeinse soldaten
1.1.2. Een component van ons universitair denken
• RR in Leuven = legt sterke focus op hoe middeleeuwse & moderne juristen omgingen met
Romeinse teksten
o Vooral de corpus iuris civiles van Justinianus ( codex justinianus) (6e eeuw)
▪ Herontdekking in de 11de eeuw legt basis voor ons rechtsgeleerdheid
• de
Vanaf het 4 eeuw beïnvloeden romeins en kerkelijk recht elkaar
1.1.3. Belang van de gedeelde (rechts)historische wortels van het Europees continent
• RR is aanwezig in het Europese rechtsstelsel
• RR werd in de romeinse tijd ontvangen binnen en buiten het romeinse rijk
o Ontstaan een ius commune in het westen (= gemene recht)
1
, Gwen Verbist 25-26
• 476 valt WR uit elkaar → vervolgende feodaliteit zorgt voor meer versnippering
o RR blijft doorleven omdat vorsten streven naar het romeinse keizerlijke status
• 15e – 16e eeuw = vorsten streven naar centralisatie en doen ze beroep adhv geschoolde juristen
(ze waren in het RR geschoold)→ leidt naar nieuwe receptie van ius commune
• 17e eeuw = ontwikkeling van natuurrecht
• 18de eeuw = privaatrecht in burgerlijke wetboek vastgelegd (RR valt daar ook op)
• 19de eeuw = DUI juristen opzoek naar gemeenschappelijk burgerlijke recht voor alle gewesten →
RR was een grote inspiratiebron
Er bestaat dus een Europese gemeen recht met typische westerse rechtsgevoel dat geschraagd werd
door fundamentele rechten en vrijheden door soevereiniteitsleer. Het is gebaseerd op het RR. Bij elke
land verschilt het maar je kan ze allemaal verwijzen naar het RR.
1.1.4. Kennismaking met enkele juridische basisbegrippen
• Erflater = decujus
• Testament = legataris
• Verweermiddel = exceptio (procesrecht)
• Rechtsvordering = actio
• Burgerrecht/ civiel recht/ privaatrecht = gaat over geschillen tussen burgers
• Strafrecht = staat die burger wilt straffen, omdat hij een wet heeft overtreden.
1.2. Romeins recht als wetenschap
• Vanaf de 11e eeuw bestudeerd in Bologna met de corpus iuris civilis als centraal bestudeerbaar
werk ( 6e E)
.2.1 Een juridische wetenschap
• Filips de Goede voert studie van RR uit in 1425
o Verwees toen naar het corpus iuris civilis + kerkerlijke recht = ius commune
.2.2 De klassieke filologie/archeologie
Filologie = de wetenschappelijke studie van taal en literatuur in historische bronnen
• Tot 17e werden alle juridische teksten in het latijn geschreven
o Doorheen de jaren veranderde de betekenis van Latijnse woorden, wat voor verwarring
kan zorgen bij de interpretaties van teksten
• Er zijn ook andere teksten in het Grieks, koptisch en egyptiaanse die toevoegen aan her RR (3de
eeuw vc – 6de eeuw nc)
We vinden bronnen voor het RR in:
1. Papyrus
2. Inscripties (niet zo veel)
2
, Gwen Verbist 25-26
.2.3 Handschriftkunde en tekstkritiek
Voor boekdrukkunst (1450) → alle schriften handgeschreven → bij het overschrijven had je veel
fouten.
• Stukken gingen verloren
• Stukken werden onleesbaar (door zon, water, vuur,..)
• Juristen verbeteren teksten van voorgangers
2 hulpwetenschappen bij het werken met handschriften
• 1) Paleografie = oude handschriften ontcijferen om ze te kunnen lezen en dateren
• 2) Codicologie = houdt zich met materiele aspecten van geschrift (decoratie, materiaal,…)
Juridische schriften van de oudheid bestaan niet → werden getranslitereerd
• Transliteratie = Proces waarbij teksten van één alfabet worden omgezet naar een andere
o Karolingische minuskel = Nieuw geschrift van de Karolingers om eenvoudiger te lezen en
minder plaats in te nemen (papier kostte toen veel)
o Perkamenten werden gerecycleerd door er opnieuw boven op te schrijven
▪ Gemakkelijker te lezen en leren
▪ Nam minder plaats
▪ Was sneller
• Ramp voor juridische handschriften : Slechts enkele RR handschriften hebben de karolingische
periode overleefd.
• Beroemdste : Littera florentina
o 6de eeuws tekst van digesten
o Sinds 1406 in Florentijnse bibliotheek
• Palimpsest: handschrift dat meerdere laagjes
bevat/opnieuw geschraapt
o Beroemdste = instituten van Gaius, gevonden door Duitser in 1815
▪ Enige werk die we hebben van romeinse jurist IN ZIJN GEHEEL
o Perkament was slecht gerecycleerd dus was de tekst er doorheen leesbaar
• Meeste RR teksten zijn middeleeuws
o Duizenden verspreid over honderden bibliotheken
o 13e eeuw: prestigieuze exemplaren van digesten, codex justinianus en zijn instituten
gemaakt
Humanisten :
Tekstedities: verzameld alle bronnen van een tekst, en probeert de originele tekst te reconstrueren
(gebruikt door humanisten)
• Humanisten werden gehuurd in 1500 om teksten/ edities te verbeteren
o Corpus iuris was hun belangrijkste bron
• Humanisten wouden terug naar de originele oudheid/teksten
Interpolaties = inlassen of toevoegen aan tekstgedeeltes
Homoioloten = als je fouten maakt bij het overschrijven omdat laatste woord van een zin, en eerset
woord van een zin hetzelfde zijn.
3
, Gwen Verbist 25-26
.2.4 De historische kritiek
• Bij het lezen van de tekst moet die in zijn sociologische, geografische, economische en
religieuze context geplaatst worden
.2.5 De geschiedenis van de filosofie en de theologie
• Studie van RR heeft aandacht voor filosofie (wijsbegeerte) en theologie (godgeleerdheid)
• Beïnvloeding van theologen en filosofen was wederzijds
o Kerkvaders baseerde zich vaak op RR juridische teksten
4
, Gwen Verbist 25-26
2. Overzicht van de uitwendige geschiedenis en de bronnen van
het romeins recht
2.1. Het Koningstijd (7e eeuw v.C. – 509v.C.)
Rome wordt in 605 v.C. gesticht → legende van Romulus en Remus dei werden opgevoed door
wolvin (=symbool van Rome), men weet heel weinig over deze periode:
• Zeven reges = opeenvolging van zeven koningen (van Romulus tot Tranquinius Superbus)
• Enige informatie over deze periode zijn andere teksten die ernaar verwijzen
Pomponius (romeinse jurist 2e E nC): “was een periode zonder vast omschreven wet, zonder vast omlijnd
rechtsbeginsel” D. 1,2,2.
• Leges regia/ koningswetten = zogenaamde koningswetten, andere teksten vermelden ze.
o Lapis Niger = zwarte marmeren tafel waar de wetten op geschreven waren
• Mancipatio/ emancipatie = Toneeltje gevoerd op het forum; het overdragen van een
persoon van de familie naar een andere familie (wordt 5 eeuwen later nog gebruikt)
o Familia = Instelling/ bedrijf van gezien met pater familias aan het hoofd
o Als vader jou 3 keer nep verkoopt aan een vriend, ben je als filius daarna vrij
• Confarraetio = Koppel vestigt gemeenschap van goederen
Intro: 2 soorten zaken. Res mancipi en res nec mancipi. Bij res mancipi moest de zaak overgedragen
worden via mancipatio en bij res nec mancipi kon het op een andere manier.
2.2.1. De vroege republiek (509 vC – 367 vC)
Lucretia wordt verkracht door zoon van koning, dus volk jaagt de koning.
• Volk was verdeeld in 2 groepen:
o 1) Patriciërs: rijke families
o 2) Plebejers: armere families
Ipv koning zijn er 2 consuls benoemd voor één jaar. Zij hadden het Imperium
De 4 basisgronden voor de gelijkstelling van patriciërs en Plebejers:
1. 495 v.C. : Volkstributen van Plebejers krijgen het vetorecht
Plebejers dreigen om te staken als ze geen vetorecht krijgen (zijn de werkers van Rome, zonder hun is
Rome niks)
2. Ca 450 v.C. : Twaalf tafelen
a. Reeks van afspraken die op een centrale tafel in Rome (forum Romanum) was
gezet → zodat plebejers ook hun rechten kende (goedgekeurd door comitia
centuriata)
b. Belangrijke bron voor civiel recht → civiel recht was gemaakt om conflicten
tussen burgers op te lossen → grootste deel van 12TW gaat over civiele
procedure (waren er heel fier op → moest op school geleerd w)
c. Niet bewaard maar Cicero en Luvius verwijzen ernaar (tot 6 eeuwen later)
d. Gemeenschappelijke procesrechtelijk systeem voor beide standen
i. Betekend niet dat ze gelijk waren!! →Verbod op huwelijk tussen
patriciërs en Plebejers
5
, Gwen Verbist 25-26
ii. Bij het verkeerde gebruik van woorden kon je proces verliezen (boom ipv
wijnstokken zeggen = verliezen van zaak)
Schuldeiser kan een som geld eisen aan schuldenaar, als deze niet binnen de 30 dagen betaald wordt
kan de schuldeiser de schuldenaar verkopen of doden. Op de derde marktdag kan de schuldeiser de
schuldenaar in stukken snijden (werd niet gedaan) → inspiratie voor Shakespeare
!!Alles was uitgedrukt in geld, dit was het enige manier om een proces op te lossen !! (= uitvoering
v vonnis)
iii. Testament was verworven in 12TW
iv. Emancipatie was ook in 12T
Interpretatie bleef bij de patriciërs (geheim), de Plebejers wisten niet altijd hoe ze wetten moesten
interpreteren dus verloren ze het proces (gnaeus flavius was een held voor plebejers want heeft
interpretaties publiek gemaakt)
3. 367 v.C. : Leges Liciniae Sextiae ( Cf. volle republiek)
a. Consul mag nu ook Plebejer zijn
b. Patriciërs krijgen als compensatie ambt van de praetor
4. 286 V.C. : Lex Hortensia (cf. Volle republiek)
a. Ze krijgen “concilia plebis”, een bijeenkomst van de curies → organiseerden
samen met de patriciërs een leger “comita centuriata” (obv vermogen verdeeld)
i. Centuries = soldaten
ii. Besproken militaire aangelegenheden en belastingen voor het leger
2.2. De volle republiek (367 v.C. – 27 v.C.)
376 v.C. Leges Liciniae Sextiae (= besluiten van Licinius en Sextius)
• Zorgt voor een evenwicht tussen Senaat, Volksvergadering en magistratuur ( =
rechtspluralisme)
• Nu mocht ook een plebejer een van de consul zijn (vroeger twee patriciërs): dus een
plebejer en een patriciërs
• Ontstaan van de ambt van de praetor
Hoe functioneerde de juristen?
1. magistraten
• Benoemd voor 1 jaar
• Moesten cursus honorum volgen : loopbaan van erenambten
o Quaestor → Aediel → Praetor → consul
• Edicten uitvoeren
o Beleidsplan/wetten
• Consuls en praetoren (belangrijkste pol. Macht)
o Kregen een imperium
o Mag 1 jaar, twee jaar daarna mocht hij opnieuw
o Als consul kreeg je een provincie en de belastingen → andere posities krijg je geen
geld voor
6