HOORCOLLEGE CASUS 6 – AFWEER
MARC VEENSTRA
De samenstelling van het bloedplasma weergeven
Bloed plasma bestaat uit water, plasma-eiwitten en overige opgeloste stoffen
Water
Bloedplasma bestaat 92% uit water
Is de medium waarin alle bloedcomponenten worden getransporteerd.
Plasma-eiwitten (7%)
De lever is de belangrijkste bron van de plasma-eiwitten. De lever speelt een belangrijke rol bij het
bepalen van de samenstelling en eigenschappen van het bloed
Albuminen
o 60% van alle plasma-eiwitten
o Leveren grote bijdrage voor het handhaven van de osmotische druk van het plasma.
Globuline
o Immunoglobinen (antistoffen) vallen lichaamsvreemde eiwitten en ziekteverwekkers
aan.
o Transportglobinen binden zich aan kleine ionen, hormonen of aan verbindingen die
anders bij de nieren zouden worden uitgescheiden.
Lipoproteïnen zijn globulinen die vetten door het bloed transporteren.
o 35% van alle plasma-eiwitten
Fibrinogeen
o Belangrijk bij bloedstolling
o Wordt omgezet in fibrine, die het raamwerk vormen van het bloedstolsel.
Overige opgeloste stoffen (1%)
Organische voedingsstoffen
o Lipiden, aminozuren en vitaminen
Elektrolyten
o Kationen (na+, K+, ca2+)
o Anionen (CL-, HCO3-, HPO4-_
o Belangrijk voor vitale cellulaire activiteiten
o Organische afvalstoffen
De functies van het bloed benoemen
Functies van het bloed zijn:
Transport opgeloste gassen, voedingsstoffen, hormonen, afvalproducten en stofwisseling.
Reguleren PH, mineralensamenstelling van interstitiële vloeistof.
Beperken vochtverlies beschadigde bloedvaten
Verdedigen tegen ziekteverwekkers en gifstoffen
Reguleren van de lichaamstemperatuur
1
MARC VEENSTRA
De samenstelling van het bloedplasma weergeven
Bloed plasma bestaat uit water, plasma-eiwitten en overige opgeloste stoffen
Water
Bloedplasma bestaat 92% uit water
Is de medium waarin alle bloedcomponenten worden getransporteerd.
Plasma-eiwitten (7%)
De lever is de belangrijkste bron van de plasma-eiwitten. De lever speelt een belangrijke rol bij het
bepalen van de samenstelling en eigenschappen van het bloed
Albuminen
o 60% van alle plasma-eiwitten
o Leveren grote bijdrage voor het handhaven van de osmotische druk van het plasma.
Globuline
o Immunoglobinen (antistoffen) vallen lichaamsvreemde eiwitten en ziekteverwekkers
aan.
o Transportglobinen binden zich aan kleine ionen, hormonen of aan verbindingen die
anders bij de nieren zouden worden uitgescheiden.
Lipoproteïnen zijn globulinen die vetten door het bloed transporteren.
o 35% van alle plasma-eiwitten
Fibrinogeen
o Belangrijk bij bloedstolling
o Wordt omgezet in fibrine, die het raamwerk vormen van het bloedstolsel.
Overige opgeloste stoffen (1%)
Organische voedingsstoffen
o Lipiden, aminozuren en vitaminen
Elektrolyten
o Kationen (na+, K+, ca2+)
o Anionen (CL-, HCO3-, HPO4-_
o Belangrijk voor vitale cellulaire activiteiten
o Organische afvalstoffen
De functies van het bloed benoemen
Functies van het bloed zijn:
Transport opgeloste gassen, voedingsstoffen, hormonen, afvalproducten en stofwisseling.
Reguleren PH, mineralensamenstelling van interstitiële vloeistof.
Beperken vochtverlies beschadigde bloedvaten
Verdedigen tegen ziekteverwekkers en gifstoffen
Reguleren van de lichaamstemperatuur
1