DE WERELD 1
DEEL 1: WETENSCHAP EN TECHNIEK
1. W&T in het Vlaams onderwijslandschap
Wetenschap = verwijst naar het systematisch en empirisch onderzoeken van
natuurverschijnselen met als doel verklaringen te vinden en het ontwikkelen van
een onderzoekende houding, waarbij leerlingen leren om vragen te formuleren,
hypothesen op te stellen, systematisch gegevens te verzamelen en conclusies te
trekken.
Gericht op het verklaren, begrijpen (A.D.H.V. kritisch denken, reflectie en
logisch redeneren).
Onderwijskundige context: het ontwikkelen van een wetenschappelijke
houding, leerlingen leren vragen, formuleren, hypotheses stellen,
gegevens verzamelen en conclusies te trekken.
Bv. drijven en zinken onderzoeken
Techniek = verwijst naar het proces van doelgericht ontwerpen, realiseren en
evalueren van artefacten of systemen die tegemoetkomen aan een behoefte of
probleem.
Gericht op ontwerpen: bedenken en (beter) maken van oplossingen,
d.m.v. toepassen van kennis, gebruik van materialen en gereedschappen.
Onderwijskundige context: leerlingen ontwikkelen technische
vaardigheden en ontwerpgericht denken bv prototypes bouwen, creatieve
oplossingen, probleemanalyses maken,..
Bv. boot voor de spiekpietjes van Sinterklaas ontwerpen
1.2. Waarom W&T in de basisschool?
In een snel veranderende wereld is het essentieel dat kinderen vroeg leren
denken als wetenschappers en technici.
Fundamenten leggen: W&T legt de basis voor wetenschappelijke en
technologische geletterdheid.
Begrip en Vormgeving: het helpt leerlingen de wereld om hen heen te
begrijpen en deze actief vorm te geven.
Cruciale Ontwikkeling: W&T stimuleert:
o Nieuwsgierigheid en verwondering.
o Kritisch, probleemoplossend en creatief denken.
o Inzicht in concepten, principes en werkwijzen om met
maatschappelijke uitdagingen (klimaatverandering, gezondheid,
energie) om te gaan.
1
, Brede Vorming: W&T draagt bij aan de brede vorming door leerlingen
actief te laten nadenken, onderzoeken en ontwerpen.
o Kennisgroei gebeurt door kritisch observeren, vragen stellen,
onderzoeken en gefundeerde conclusies trekken.
o Leerlingen zien hoe technologische oplossingen voortkomen uit
menselijke creativiteit en samenwerking.
Hoger Doel van W&T-onderwijs (Tweeledig)
1. Een stevige basis leggen in natuurwetenschappelijke en technologische
kennis.
2. De attitude en vaardigheden ontwikkelen die nodig zijn om die kennis
bewust, ethisch en doelgericht te gebruiken.
Dit bereidt leerlingen voor op een rol als nieuwsgierige, vindingrijke, innovatieve
en ondernemende burgers die voor de wereld zorgen.
Minimumdoelen (Vlaanderen)
Definitie: Minimumdoelen leggen vast wat elke leerling minimaal moet
kennen en kunnen op het einde van de kleuterklas, het 4e leerjaar en het
6e leerjaar.
Bereik: De minimumdoelen W&T moeten worden bereikt op
populatieniveau (een meerderheid van de leerlingen moet de doelen
bereiken).
1.3. Waarover gaan de lessen W&T?
1.3.1. Hoe lees ik minimumdoelen?
1.3.2. Inhoud minimumdoelen W&T
Drie soorten kennis: Een kennis rijk W&T-curriculum (leerplan) bouwt
systematisch aan:
Declaratieve kennis ('weten dat'): kennis van essentiële concepten en
principes uit biologie, chemie, natuurkunde en technologie (bijv.
zwaartekracht, ecosystemen).
Procedurele kennis ('weten hoe'): leerlingen leren onderzoeken en
ontwerpen door systematisch te werk te gaan. Deze kennis is verbonden
met concrete contexten waarin leerlingen actief redeneren, testen en
2
, verbeteringen aanbrengen. Belangrijk hierbij is het precies aanleren en
gebruiken van de wetenschappelijke taal.
Unieke denk- en werkwijzen: wetenschap en techniek vereisen
specifieke manieren van denken.
o In wetenschap leren leerlingen redeneren op basis van bewijs en
kritische vraagstelling.
o In techniek leren ze probleemoplossend denken, ontwerpen en
creatief
handelen.
Communicatie: speelt een centrale rol: ideeën onderbouwen met
argumenten en resultaten helder presenteren.
Progressie & Coherentie: de opbouw verloopt van eenvoudig naar
complex, en van concrete ervaringen naar abstracte begrippen. Observatie
leidt tot experiment; basiskennis vormt de opstap naar toepassing.
Stapsgewijs aanbieden van concepten bouwt een duurzaam inzicht op en
verkleint de kans op misconcepties.
1.3.2.1. Kennis (weten ‘dat’)
Kernconcept = een fundamenteel, overkoepelend idee dat centraal staat en
dient als basis voor het begrijpen van complexere concepten. Het is een "mentale
kaart" die helpt de werkelijkheid gestructureerd te begrijpen.
Dit zijn fundamentele, overkoepelende ideeën (bijv. energie, evenwicht).
Ze zijn diepgaand, generiek (komen in meerdere contexten terug)
en conceptueel.
Ze dienen als een mentale kaart voor het gestructureerd begrijpen van de
werkelijkheid.
Doel van kernconcepten in basisonderwijs:
Sluiten aan bij de belevingswereld en natuurlijke nieuwsgierigheid van
kinderen.
Leggen een fundament voor latere, complexere (natuurkundige)
concepten.
Overzicht KENNIS in W&T (per cluster van minimumdoelen)
1. ORGANISMEN
3
, Classificatie van Organismen: fauna, flora, schimmels, bacteriën
Ontwikkeling en voortplanting van organismen: voortplanting
(geslachtelijk en ongeslachtelijk), metamorfose, levenscyclus
2. RELATIE TUSSEN ORGANISMEN EN TUSSEN ORGANISMEN EN
OMGEVINGSFACTOREN IN EEN BIOTOOP
Bouw van Organismen: cel, erfelijkheid, evolutie, aanpassing fauna,
aanpassing flora, natuurlijke selectie.
Relatie tussen organismen onderling en hun omgeving: biotoop,
voedselketen, voedselweb, producenten, consumenten, reducenten,
biodiversiteit, ecosysteem.
Energiebronnen en voedingsstoffen: voedingsstoffen, fotosynthese,
zonlicht als energiebron, transport van stoffen.
3. HET MENSELIJK LICHAAM
Organen, spijsvertering, bloedsomloop, ademhaling, zintuigen,
voortplanting.
4. EIGENSCHAPPEN VAN MATERIE
Deeltjesmodel, aggregatietoestanden, massadichtheid, zuivere stoffen,
eigenschappen
5. NATUURKUNDIGE VERSCHIJNSELEN
Kracht, beweging, licht, geluid, energie (elektrisch, thermisch, chemisch),
magnetisme.
6. SYSTEMATISCHE EN METHODISCHE BENADERING VAN
WETENSCHAPPELIJKE EN TECHNOLOGISCHE PROBLEMEN
Onderzoek cyclus, ontwerpcyclus.
7. TECHNOLOGIE
Technische systemen, mechanische overbrengingen, innovatie,
duurzaamheid, gereedschappen.
1.3.2.2. Vaardigheden (weten ‘hoe’)
Naast kennis ontwikkelen leerlingen de vaardigheden om actief met
wetenschappelijke en technologische informatie om te gaan.
'Weten hoe' richt zich niet alleen op het leren óver wetenschap, maar ook
op het zelf ervaren en het verwerven van de kennis die nodig is om zelf
onderzoek te doen.
Leerlingen doorlopen stap voor stap de onderzoek- en
ontwerpprocescyclus, van concrete ervaring naar abstract begrip.
4
DEEL 1: WETENSCHAP EN TECHNIEK
1. W&T in het Vlaams onderwijslandschap
Wetenschap = verwijst naar het systematisch en empirisch onderzoeken van
natuurverschijnselen met als doel verklaringen te vinden en het ontwikkelen van
een onderzoekende houding, waarbij leerlingen leren om vragen te formuleren,
hypothesen op te stellen, systematisch gegevens te verzamelen en conclusies te
trekken.
Gericht op het verklaren, begrijpen (A.D.H.V. kritisch denken, reflectie en
logisch redeneren).
Onderwijskundige context: het ontwikkelen van een wetenschappelijke
houding, leerlingen leren vragen, formuleren, hypotheses stellen,
gegevens verzamelen en conclusies te trekken.
Bv. drijven en zinken onderzoeken
Techniek = verwijst naar het proces van doelgericht ontwerpen, realiseren en
evalueren van artefacten of systemen die tegemoetkomen aan een behoefte of
probleem.
Gericht op ontwerpen: bedenken en (beter) maken van oplossingen,
d.m.v. toepassen van kennis, gebruik van materialen en gereedschappen.
Onderwijskundige context: leerlingen ontwikkelen technische
vaardigheden en ontwerpgericht denken bv prototypes bouwen, creatieve
oplossingen, probleemanalyses maken,..
Bv. boot voor de spiekpietjes van Sinterklaas ontwerpen
1.2. Waarom W&T in de basisschool?
In een snel veranderende wereld is het essentieel dat kinderen vroeg leren
denken als wetenschappers en technici.
Fundamenten leggen: W&T legt de basis voor wetenschappelijke en
technologische geletterdheid.
Begrip en Vormgeving: het helpt leerlingen de wereld om hen heen te
begrijpen en deze actief vorm te geven.
Cruciale Ontwikkeling: W&T stimuleert:
o Nieuwsgierigheid en verwondering.
o Kritisch, probleemoplossend en creatief denken.
o Inzicht in concepten, principes en werkwijzen om met
maatschappelijke uitdagingen (klimaatverandering, gezondheid,
energie) om te gaan.
1
, Brede Vorming: W&T draagt bij aan de brede vorming door leerlingen
actief te laten nadenken, onderzoeken en ontwerpen.
o Kennisgroei gebeurt door kritisch observeren, vragen stellen,
onderzoeken en gefundeerde conclusies trekken.
o Leerlingen zien hoe technologische oplossingen voortkomen uit
menselijke creativiteit en samenwerking.
Hoger Doel van W&T-onderwijs (Tweeledig)
1. Een stevige basis leggen in natuurwetenschappelijke en technologische
kennis.
2. De attitude en vaardigheden ontwikkelen die nodig zijn om die kennis
bewust, ethisch en doelgericht te gebruiken.
Dit bereidt leerlingen voor op een rol als nieuwsgierige, vindingrijke, innovatieve
en ondernemende burgers die voor de wereld zorgen.
Minimumdoelen (Vlaanderen)
Definitie: Minimumdoelen leggen vast wat elke leerling minimaal moet
kennen en kunnen op het einde van de kleuterklas, het 4e leerjaar en het
6e leerjaar.
Bereik: De minimumdoelen W&T moeten worden bereikt op
populatieniveau (een meerderheid van de leerlingen moet de doelen
bereiken).
1.3. Waarover gaan de lessen W&T?
1.3.1. Hoe lees ik minimumdoelen?
1.3.2. Inhoud minimumdoelen W&T
Drie soorten kennis: Een kennis rijk W&T-curriculum (leerplan) bouwt
systematisch aan:
Declaratieve kennis ('weten dat'): kennis van essentiële concepten en
principes uit biologie, chemie, natuurkunde en technologie (bijv.
zwaartekracht, ecosystemen).
Procedurele kennis ('weten hoe'): leerlingen leren onderzoeken en
ontwerpen door systematisch te werk te gaan. Deze kennis is verbonden
met concrete contexten waarin leerlingen actief redeneren, testen en
2
, verbeteringen aanbrengen. Belangrijk hierbij is het precies aanleren en
gebruiken van de wetenschappelijke taal.
Unieke denk- en werkwijzen: wetenschap en techniek vereisen
specifieke manieren van denken.
o In wetenschap leren leerlingen redeneren op basis van bewijs en
kritische vraagstelling.
o In techniek leren ze probleemoplossend denken, ontwerpen en
creatief
handelen.
Communicatie: speelt een centrale rol: ideeën onderbouwen met
argumenten en resultaten helder presenteren.
Progressie & Coherentie: de opbouw verloopt van eenvoudig naar
complex, en van concrete ervaringen naar abstracte begrippen. Observatie
leidt tot experiment; basiskennis vormt de opstap naar toepassing.
Stapsgewijs aanbieden van concepten bouwt een duurzaam inzicht op en
verkleint de kans op misconcepties.
1.3.2.1. Kennis (weten ‘dat’)
Kernconcept = een fundamenteel, overkoepelend idee dat centraal staat en
dient als basis voor het begrijpen van complexere concepten. Het is een "mentale
kaart" die helpt de werkelijkheid gestructureerd te begrijpen.
Dit zijn fundamentele, overkoepelende ideeën (bijv. energie, evenwicht).
Ze zijn diepgaand, generiek (komen in meerdere contexten terug)
en conceptueel.
Ze dienen als een mentale kaart voor het gestructureerd begrijpen van de
werkelijkheid.
Doel van kernconcepten in basisonderwijs:
Sluiten aan bij de belevingswereld en natuurlijke nieuwsgierigheid van
kinderen.
Leggen een fundament voor latere, complexere (natuurkundige)
concepten.
Overzicht KENNIS in W&T (per cluster van minimumdoelen)
1. ORGANISMEN
3
, Classificatie van Organismen: fauna, flora, schimmels, bacteriën
Ontwikkeling en voortplanting van organismen: voortplanting
(geslachtelijk en ongeslachtelijk), metamorfose, levenscyclus
2. RELATIE TUSSEN ORGANISMEN EN TUSSEN ORGANISMEN EN
OMGEVINGSFACTOREN IN EEN BIOTOOP
Bouw van Organismen: cel, erfelijkheid, evolutie, aanpassing fauna,
aanpassing flora, natuurlijke selectie.
Relatie tussen organismen onderling en hun omgeving: biotoop,
voedselketen, voedselweb, producenten, consumenten, reducenten,
biodiversiteit, ecosysteem.
Energiebronnen en voedingsstoffen: voedingsstoffen, fotosynthese,
zonlicht als energiebron, transport van stoffen.
3. HET MENSELIJK LICHAAM
Organen, spijsvertering, bloedsomloop, ademhaling, zintuigen,
voortplanting.
4. EIGENSCHAPPEN VAN MATERIE
Deeltjesmodel, aggregatietoestanden, massadichtheid, zuivere stoffen,
eigenschappen
5. NATUURKUNDIGE VERSCHIJNSELEN
Kracht, beweging, licht, geluid, energie (elektrisch, thermisch, chemisch),
magnetisme.
6. SYSTEMATISCHE EN METHODISCHE BENADERING VAN
WETENSCHAPPELIJKE EN TECHNOLOGISCHE PROBLEMEN
Onderzoek cyclus, ontwerpcyclus.
7. TECHNOLOGIE
Technische systemen, mechanische overbrengingen, innovatie,
duurzaamheid, gereedschappen.
1.3.2.2. Vaardigheden (weten ‘hoe’)
Naast kennis ontwikkelen leerlingen de vaardigheden om actief met
wetenschappelijke en technologische informatie om te gaan.
'Weten hoe' richt zich niet alleen op het leren óver wetenschap, maar ook
op het zelf ervaren en het verwerven van de kennis die nodig is om zelf
onderzoek te doen.
Leerlingen doorlopen stap voor stap de onderzoek- en
ontwerpprocescyclus, van concrete ervaring naar abstract begrip.
4