coAFP1 thema 11
De rechter nier ligt iets lager gelegen dan de linker
nier. De onderste ribben beschermen de nieren.
Ren is het latijnse woord voor nier
Ongeveer 11 cm groot, 150 gram
Cortex = nierschors
Medulla = nierpiramiden
Hilum= nierpoort
Pyelum = nierbekken
De urine wordt in de cortex en medulla gemaakt. De
urine loopt de nierbekken in naar de ureter.
,Nefron: buizenstructuur die een proces vormt
waarin de urine gevormd wordt
Het begint bij het nierlichaampje, dan gaat het
naar het proximale tubulus contrortus (proximaal=
dichter bij nierlichaam), daarna gaat het naar Lis
van Henle, dan naar distale tubulus contortus,
dan naar de verzamelbuis
Disurese – urineproductie
• Doel: homeostase handhaven door
bloedvolume en bloedsamenstelling te
reguleren
• Afvalstoffen van de stofwisseling:
- Ureum (eiwitstofwisseling)
- Urinezuur (RNA)
- Creatinine (spieren)
• Moeten opgelost in water worden verwijderd
• Het is ook belangrijk om de bloeddruk en
bloedvolume te handhaven
3 stappen:
Filtratie
In het lichaampje van Malpighi (nierlichaampje)
• Glomerulus = kluwen van vaatjes
- Afferente arteriole – er naartoe
- Efferente arteriole: uit de glomerulus
• Kapsel van Bowman
Er is een filtratiedruk: 10mmHg. De glomerulaire filtratiesnelheid is (GFS): 125 ml/min
Water + opgeloste stoffen (bv afvalstoffen en ionen, maar geen cellen) komen in
nierlichaampje → voorurine
Reabsorptie
Van voorurine terug naar bloed
• PTC
- 60-70%
- Water
- Glucose, aminozuren en voedingsstoffen
, • Dalende tak van lis van Henle
- Helft overgebleven water
- Osmose
• Stijgende tak van lis van Henle
- Natrium en chloride ionen
• DTC/verzamelbuis
- Water
Actieve excretie
• Actieve afgifte.
• DTC/verzamelbuis
- Natrium uit de voorurine
- Kalium in de voorurine
• Onder invloed van hormoon aldosteron
ADH antidiuretisch hormoon
• Niet plas hormoon – vocht vasthouden
• Doorlaatbaarheid DTC/verzamelbuis
• Waterreabsorptie omhoog
• Bloedvolume en bloeddruk omhoog
Bijnieren: Glandula Suprarenalis
Dit zijn klieren die een hormoon afgeven. Dat is het hormoon aldosteron.
Het is belangrijk in je lichaam dat er gelijkheid is (homeostase). De nieren zijn ook
afhankelijk van homeostase, van een constante bloedtoevoer en de druk in de
nieren. Dit is nodig om de filtratie in gang te zetten.
Als dat verstoord is hebben we allemaal systemen om dat goed te krijgen, dat
systeem heet RAAS. De homeostase is verstoord, de bloedtoevoer/bloeddruk neemt
af. Dit merken de nieren op, ze gaan dan zelf de stof Renine maken. Renine zorgt
voor activering van angiotensine II, (Angiotensine I zorgt voor de activering van
angiotensine II) en angiotensine II zorgt weer voor aldosteron afgifte van de bijnieren.
Dit beïnvloed de pomp van natrium en calium. Angiotensine II zorgt voor meer
dingen, samen zorgt het ervoor dat er een toename van de bloedvolume is.
Samen heet dit het RAAS systeem → Renine Angiotensine Aldosteron Systeem
Angiotensine heeft dus een bloeddruk verhogend effect, niet bloeddruk verlagend.
, Ureter
• 25-30 cm lang
• Elke 30 seconden peristaltische contracties (duwt de urine richting de blaas)
Vesica urinae: blaas
• Apex
• Corpus
• Reservoir voor urine
• 300-400 ml: aandrang plassen
• Max: 600 ml
Bij een bestraling moet je rekening houden met de
uitmondingen van de ureters bij de blaas, want die
zijn gevoelig.
Sphincter → kringspier
Urethra
• Vrouwen krijgen vaker blaasontsteking omdat het buisje korter is
• Ligt na de blaas
Mictie
• Signaal naar je hersenen als je moet plassen
• Zijn niet bij jonge kinderen, daarom luier
De rechter nier ligt iets lager gelegen dan de linker
nier. De onderste ribben beschermen de nieren.
Ren is het latijnse woord voor nier
Ongeveer 11 cm groot, 150 gram
Cortex = nierschors
Medulla = nierpiramiden
Hilum= nierpoort
Pyelum = nierbekken
De urine wordt in de cortex en medulla gemaakt. De
urine loopt de nierbekken in naar de ureter.
,Nefron: buizenstructuur die een proces vormt
waarin de urine gevormd wordt
Het begint bij het nierlichaampje, dan gaat het
naar het proximale tubulus contrortus (proximaal=
dichter bij nierlichaam), daarna gaat het naar Lis
van Henle, dan naar distale tubulus contortus,
dan naar de verzamelbuis
Disurese – urineproductie
• Doel: homeostase handhaven door
bloedvolume en bloedsamenstelling te
reguleren
• Afvalstoffen van de stofwisseling:
- Ureum (eiwitstofwisseling)
- Urinezuur (RNA)
- Creatinine (spieren)
• Moeten opgelost in water worden verwijderd
• Het is ook belangrijk om de bloeddruk en
bloedvolume te handhaven
3 stappen:
Filtratie
In het lichaampje van Malpighi (nierlichaampje)
• Glomerulus = kluwen van vaatjes
- Afferente arteriole – er naartoe
- Efferente arteriole: uit de glomerulus
• Kapsel van Bowman
Er is een filtratiedruk: 10mmHg. De glomerulaire filtratiesnelheid is (GFS): 125 ml/min
Water + opgeloste stoffen (bv afvalstoffen en ionen, maar geen cellen) komen in
nierlichaampje → voorurine
Reabsorptie
Van voorurine terug naar bloed
• PTC
- 60-70%
- Water
- Glucose, aminozuren en voedingsstoffen
, • Dalende tak van lis van Henle
- Helft overgebleven water
- Osmose
• Stijgende tak van lis van Henle
- Natrium en chloride ionen
• DTC/verzamelbuis
- Water
Actieve excretie
• Actieve afgifte.
• DTC/verzamelbuis
- Natrium uit de voorurine
- Kalium in de voorurine
• Onder invloed van hormoon aldosteron
ADH antidiuretisch hormoon
• Niet plas hormoon – vocht vasthouden
• Doorlaatbaarheid DTC/verzamelbuis
• Waterreabsorptie omhoog
• Bloedvolume en bloeddruk omhoog
Bijnieren: Glandula Suprarenalis
Dit zijn klieren die een hormoon afgeven. Dat is het hormoon aldosteron.
Het is belangrijk in je lichaam dat er gelijkheid is (homeostase). De nieren zijn ook
afhankelijk van homeostase, van een constante bloedtoevoer en de druk in de
nieren. Dit is nodig om de filtratie in gang te zetten.
Als dat verstoord is hebben we allemaal systemen om dat goed te krijgen, dat
systeem heet RAAS. De homeostase is verstoord, de bloedtoevoer/bloeddruk neemt
af. Dit merken de nieren op, ze gaan dan zelf de stof Renine maken. Renine zorgt
voor activering van angiotensine II, (Angiotensine I zorgt voor de activering van
angiotensine II) en angiotensine II zorgt weer voor aldosteron afgifte van de bijnieren.
Dit beïnvloed de pomp van natrium en calium. Angiotensine II zorgt voor meer
dingen, samen zorgt het ervoor dat er een toename van de bloedvolume is.
Samen heet dit het RAAS systeem → Renine Angiotensine Aldosteron Systeem
Angiotensine heeft dus een bloeddruk verhogend effect, niet bloeddruk verlagend.
, Ureter
• 25-30 cm lang
• Elke 30 seconden peristaltische contracties (duwt de urine richting de blaas)
Vesica urinae: blaas
• Apex
• Corpus
• Reservoir voor urine
• 300-400 ml: aandrang plassen
• Max: 600 ml
Bij een bestraling moet je rekening houden met de
uitmondingen van de ureters bij de blaas, want die
zijn gevoelig.
Sphincter → kringspier
Urethra
• Vrouwen krijgen vaker blaasontsteking omdat het buisje korter is
• Ligt na de blaas
Mictie
• Signaal naar je hersenen als je moet plassen
• Zijn niet bij jonge kinderen, daarom luier