Samenvatting
,Inhoudsopgave
H1 Corporate Finance................................................................................................................................... 3
1.1 Introductie .......................................................................................................................................... 3
1.2 Hirshleifer............................................................................................................................................ 6
1.3 Financiele concepten ........................................................................................................................ 13
H2 Investeringsbeslissingsmethoden ........................................................................................................ 19
2.1 Investeringsselectiemethoden .......................................................................................................... 19
2.2 Alternatieve investeringsselectiemethoden ..................................................................................... 22
H3 Aandelen en obligaties ......................................................................................................................... 28
H4 MV-analyse & Portefeuille theorie ...................................................................................................... 40
4.1 Rendement, risico, correlatiecoëfficiënt .......................................................................................... 40
4.2 Portefeuille analyse........................................................................................................................... 45
4.3 Portefeuillekeuze .............................................................................................................................. 54
H5 CAPM & vermogenskostenvoet ........................................................................................................... 55
5.1 CAPM(Capital Asset Pricing Management) ....................................................................................... 55
5.2 Vermogenskostenvoet ...................................................................................................................... 64
H6 Efficiënte markt hypothese (EMH) & Duurzaamheid .......................................................................... 68
6.1 Drie vormen van marktefficiëntie (Fama, 1970) ............................................................................... 68
6.2 Finance & Duurzaamheid .................................................................................................................. 72
H7 Fusies & Overnames ............................................................................................................................. 79
6.1 De netto contante waarde (NCW) van een overname ..................................................................... 79
6.2 Goede motieven voor een overname ............................................................................................... 82
6.3 Dubieuze motieven voor een overname .......................................................................................... 83
,H1 Corporate Finance
1.1 Introductie
Centraal staat waardecreatie bij Corporate Finance (zie ook Hillier et al. (2020): p.6 Figure 1.3 en p.9
“The Goal of FM”)
1) Kasgeld van beleggers (cash raised from investors)
2) Kasgeld investeren in projecten (cash invested in firm)
3) Kasstroom projecten (cash generated by operations)
4a) Kasgeld herinvesteren (cash reinvested)
4b) Kasgeld naar beleggers (cash returned to investors)
Figuur 1 Corporate Finance Overzicht
Hoe creëer je dan waarde? (zie hieronder)
Debet Credit
Kas €0 Eigen vermogen €3500
Project ?
N= 350 (aantal aandelen)
P= 10 (prijs per aandeel)
Stel dat je die 3.500 gaat investeren in een project (wat €4.375 waard is). Wat gebeurt er dan met de
balans op basis van ‘marktwaarden’?
Dat project heeft een waarde van €4.375, wat er is geïnvesteerd is maar €3500. Het verschil is 4375 –
3500 = 875. Hierdoor is de waarde van onze aandelen (en eigen vermogen) toegenomen, de waarde van
het eigen vermogen deel je door het aantal uitstaande aandelen.
= €12,50, dit is een koerssprong van 25% vergeleken met €10,00. De totale waardecreatie is
gelijk aan de koerssprong ; 4375 – 3500 = 875, en = €2,50. Dus P stijgt met 25%.
, Debet Credit
Kas €0 Eigen vermogen €4.375
Project €4.375
N= 350
P= €12,50
• Er is sprake van waardecreatie indien we investeren in projecten die meer waard zijn dan zij
kosten.
• Er is sprake van waardevernietiging indien we investeren in projecten die minder waard zijn dan
zij kosten.
Debet Credit
Kas €3500 Eigen vermogen €3500
Project €0
N= 350
P= 10
Stel nu dat je die €3.500 gaat investeren in een project dat maar €2800 waard is. Wat gebeurt er dan
met de balans op basis van ‘marktwaarden’?
De waardevernietiging is gelijk aan 700 (2.800 – 3.500). Per aandeel is dat 700/350 = 2 P daalt met 20%
en de P gaat dan naar 8.
Debet Credit
Kas €0 Eigen vermogen €2800
Project €2800
N= 350
P= 8
Bij deze voorbeelden is er dus geld geïnvesteerd van het bedrijf in projecten met een boekwaarde van
€3500, wanneer zo een project meer waarde krijgt (marktwaarde) dan neemt het eigen vermogen ook
toe aangezien een balans altijd in evenwicht moet zijn, en vice versa voor een waardevernietiging.