100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting - Inleiding publiekrecht (L.22083)

Rating
-
Sold
-
Pages
28
Uploaded on
22-01-2026
Written in
2024/2025

Samenvatting van collegeaantekeningen, kennisclips en voorgeschreven literatuur

Institution
Course










Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
January 22, 2026
Number of pages
28
Written in
2024/2025
Type
Summary

Subjects

Content preview

Werkcollege inleiding publiekrecht
Les 1
40 mc-vragen

Leerdoelen
- De kern van het parlementaire stelsel en het Nederlandse kiesstelsel beschrijven
- De achtergrond en werking van grondrechten benoemen
- De bestuursrechtelijke begrippen besluit, bestuursorgaan en belanghebbende toelichten en
toepassen
- Uitleggen wie in Nederland belast is met het openbaar gezag
- Aangeven welke vormen van bestuursrechtelijke rechtsbescherming er zijn en wie op welke
wijze bestuursrechtelijke beschermd is tegen handelen van de overheid
- Uitleggen wat een strafbaar feit is en strafbare feiten indelen in soorten delicten
- Belangrijke strafrechtelijke en strafvorderlijke beginselen benomen
- Het strafproces, de verschillende fasen en ‘deelnemers’ in het strafproces beschrijven


Staatsrecht
Overheid-burger OF overheid-overheid

Staatsrecht is puur en alleen materieel recht

De staat en het staatsrecht

Publiekrecht; burger tegen overheid of overheid tegen overheid; verticale verhouding
Publiekrecht; burger tegen burger; horizontale verhouding

Er is geen formeel (proces) staatsrecht

Belangrijke begrippen
- Staat
- Staatsrecht
- Staatsvorm
- Staatshoofd
- Regeringsvorm
- Constitutie
- Grondwet
- Soevereiniteit; een staat heeft altijd soevereiniteit
- Trias politica
- Decentralisatie
- Democratie
- Rechtsstaat
- Regeerstelsel

,Wij hebben een koning en dat maakt Nederland een monarchie (geen president)
Hoofdstuk 1 van de bestuurlijke kaart van Nederland

Nederland, de parlementaire democratie en de grondrechten
- Wat is staatsrecht?
Het recht (wetten) dat overheidsambten instelt (constituerende functie) (Hoge Raad der
Nederlanden, er zijn gemeentes in Nederland), daaraan bevoegdheden toekent (attribuerende
functie) (deze taak wordt neergelegd bij…)
en hun onderlinge verhouding regelt (regulerende functie) (hogere niveaus kunnen ingrijpen bij
lagere niveaus),
en ook de verhouding tot de onderdanen (regulerende functie) (verhouding tussen de staat en de
inwoner (in dit geval van Nederland)

Constitutionele monarchie: een koning is staatshoofd; het handelen van de koning is gebonden aan
een grondwet of geschreven constitutie

Rechtsstaat: het overheidshandelen is onderworpen aan de regels van het recht, zodat de overheid
niet naar willekeur mag handelen (legaliteitsbeginsel; de overheid mag alleen handelen op grond van
wettelijke bevoegdheden). Verder beschikken burgers over grondrechten, zoals vrijheid van
godsdienst, vrijheid van drukpers, etc.)

Scheiding der machten: de wetgevende, uitvoerende en rechtsprekende macht zijn sterk in mate
onafhankelijk van elkaar en ze controleren elkaar.

Scheiding van kerk en staat: er is geen staatskerk, zoals in het Verenigd Koninkrijk en de
Scandinavische landen.

Parlementair stelsel: de bevolking kiest rechtstreeks het hoogste besluitvormende bestuursorgaan, de
Tweede Kamer, waaraan de regering verantwoording schuldig is.

Representatieve of indirecte democratie: de democratie (in Nederland) behelst dat de bevolking
vertegenwoordigers kiest die vervolgens de besluiten nemen.

Twee pijlers van het parlementaire stelsel:
1. Ministeriële verantwoordelijkheid: de ministers zijn verantwoordelijk, ook voor het optreden van
het staatshoofd en voor het doen en laten van de rijksambtenaren.
2. Vertrouwensregel: ministers worden geacht af te treden zodra zij het vertrouwen van de
volksvertegenwoordiging verloren hebben.

Het parlementaire stelsel is daarnaast dualistisch: de volksvertegenwoordiging is onafhankelijk van de
regering en ministers kunnen geen deel uitmaken van de Staten-Generaal.
 Hetzelfde geldt voor gemeenten en provincies: de gemeenteraden en de Provinciale Staten zijn
gescheiden van respectievelijk het college van burgemeester en wethouders en het college van
Gedeputeerde Staten.

Het Nederlandse kiesstelsel is gebaseerd op een stelsel van evenredige vertegenwoordiging: het
aantal zetels voor een partij is in overeenstemming met de aanhang van die partij onder de bevolking.

Gedecentraliseerde eenheidsstaat: enerzijds is er sprake van een rijksoverheid die zaken aan lagere
overheden kan opleggen. Anderzijds zijn er taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden
overgedragen aan lagere overheden.

, Constitutioneel hof: is een gerechtshof dat specifiek belast is met de toetsing van wetten, decreten
en andere regelgevende handelingen aan de grondwet.

Juryrechtspraak: in de meeste democratieën zijn leken via jury’s betrokken bij de rechtspraak (in
Nederland niet van toepassing)

Omvangrijk functioneel bestuur: bestuursorganen die – anders dan de drie territoriale bestuurslagen
Rijk, provincie en gemeente – een beperkt, wettelijk vastgelegd takenpakket hebben.
 Een waterschap, dat belast is met de waterkering en waterbeheersing in een bepaald gebied, is
een typisch Nederlands voorbeeld van functioneel bestuur.

Territoriaal of algemeen bestuur: bestuur met een in principe onbeperkt takenpakket (open
huishouding) binnen het eigen territorium.

Nederlands bestuur is als inclusief te typeren: dat door alle formele en informele spelregels veel
politieke besluiten pas genomen worden als er brede steun voor bestaat onder de betrokken politieke
actoren  de draagkracht in de besluitvorming.
De Nederlandse bestuursstijl is te karakteriseren met behulp van ‘zes co’s’:
- Coalitie
- Collegialiteit
- Compromis
- Consensus
- Coöptatie (snelle opname van nieuwkomers in het bestel)
- Coöperatie

- Waar vind ik dit recht?
6 rechtsbronnen:
1. Wetgeving
2. Jurisprudentie; alle uitspraken die gaan over de schending van de grondrechten
3. Gewoonte
4. Verdragen
5. Algemene rechtsbeginselen
6. Gepubliceerde beleidsregels

Grondrechten zijn onaantastbaar!

- Waarom staatsgezag?
Het is handig/ wenselijk dat dingen voor iedereen worden geregeld.


- Wat is een staat?
Constitutie en grondwet (niet hetzelfde!)

De staat (Nederland) kun je zien als een lichaam

Lichaam= de staat
Skelet= constitutie; alle regels van het staatsrecht
Ruggengraat= grondwet; belangrijkste onderdeel van de constitutie
$9.73
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached

Get to know the seller
Seller avatar
Kiiki

Get to know the seller

Seller avatar
Kiiki Saxion Hogeschool
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
0
Member since
7 year
Number of followers
0
Documents
12
Last sold
-

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions