Hoorcollege privaatrecht
40 mc – 27 goed
Leerdoelen; onder module informatie op brightspace
Latijnse benamingen
Rechtsregel bij de arresten uit het boek kennen
Oefenvragen
Boek/ documenten op brightspace
Materieel privaatrecht
Wat is privaatrecht/ burgerlijk recht/ civiel recht; dat regelt de rechtsverhoudingen tussen twee
burgers maar ook tussen overheid en burger.
Materieel privaatrecht; regelt rechten en plichten van de rechtssubjecten
Formeel privaatrecht/ (burgerlijk)procesrecht; regelt hoe wij die rechten en plichten kunnen
handhaven/ realiseren
Rechtssubjecten zijn natuurlijke personen en rechtspersonen
Materieel privaatrecht halen wij voornamelijk uit het burgerlijk wetboek (BW)
Formeel privaatrecht halen wij voornamelijk uit de burgerlijke rechtsvordering (RV) en de wet op de
rechterlijke organisatie (RO).
Materieel privaatrecht
Personen en familierecht; rechten en plichten voor natuurlijke personen (BW 1) (regelen de
rechtsverhoudingen tussen personen); vooral familierelaties in en buiten het gezin beschreven
Rechtspersonen; rechten en plichten voor de bv, stichting, kerkgenootschappen, etc. (BW 2);
beschrijft de organisatie- en ondernemingsvormen die een eigen leven leiden in het recht.
Vermogensrecht; alle rechten waaruit een vermogen van een persoon kan zijn opgebouwd.
- Goederenrecht; gaat over goederen (BW 3, 4 & 5) (regelen de rechtsverhoudingen tussen
personen en goederen)
BW 3: vermogensrecht in zijn algemeenheid
BW 4: erfrecht; hierin wordt geregeld wat er gebeurt met het vermogen van een overledene
BW 5: zakelijke rechten
- Verbintenissenrecht; gaat over verbintenissen (verhoudingen tussen personen onderling)
BW 6 verbintenissen in zijn algemeenheid
BW 7 bijzondere overeenkomsten
BW 7a bijzondere overeenkomsten
BW 8 Verkeersmiddelen
BW 10 internationaal privaatrecht
Vermogensrecht:
Absolute vermogensrechten; beschrijven de zeggenschap die een persoon heeft over een bepaald
goed. (VB: eigendomsrecht); recht dat tegenover iedereen kan worden gehandhaafd. Recht van één
tegenover allen.
Goederenrecht maar ook auteurswet
, Relatieve rechten; beschrijven rechtsverhoudingen tussen personen. Zo schept de
koopovereenkomst relatieve rechten, want er ontstaan rechten en plichten tussen koper en
verkoper; recht dat slechts tegenover één ander kan worden uitgeoefend. Synoniemen zijn:
persoonlijk recht, relatief recht en vorderingsrecht. VB: recht op levering van de gekochte zaak.
Verbintenissen
Een verbintenis kan voortvloeien uit twee bronnen:
1. Verbintenissen uit een rechtshandeling; meerzijdige rechtshandeling (overeenkomst
(koopovereenkomst; één verbintenis tot levering van de zaak en één verbintenis tot betaling van de
koopprijs)) en eenzijdige rechtshandeling (legaat; een uiterste wilsbeschikking waarin de erflater aan
een (of meer) bijvoorbeeld een zaak achterlaat het eenzijdig optreden van de erflater voldoende).
2. Verbintenissen uit de wet; zaakwaarneming, onverschuldigde betaling en ongerechtvaardigde
verrijking. Dit type verbintenissen worden verbintenissen uit de wet genoemd omdat de wet aan een
bepaald rechtsfeit rechtstreeks een of meer rechtsgevolgen verbindt.
Verbintenissen gaan (gewoonlijk) teniet doordat de prestatie wordt nagekomen.
Het BW heeft een zogeheten gelaagde structuur; zoeken op verschillende plaatsen in dit wetboek
Een bijzondere regel gaat voor een algemene regel!
40 mc – 27 goed
Leerdoelen; onder module informatie op brightspace
Latijnse benamingen
Rechtsregel bij de arresten uit het boek kennen
Oefenvragen
Boek/ documenten op brightspace
Materieel privaatrecht
Wat is privaatrecht/ burgerlijk recht/ civiel recht; dat regelt de rechtsverhoudingen tussen twee
burgers maar ook tussen overheid en burger.
Materieel privaatrecht; regelt rechten en plichten van de rechtssubjecten
Formeel privaatrecht/ (burgerlijk)procesrecht; regelt hoe wij die rechten en plichten kunnen
handhaven/ realiseren
Rechtssubjecten zijn natuurlijke personen en rechtspersonen
Materieel privaatrecht halen wij voornamelijk uit het burgerlijk wetboek (BW)
Formeel privaatrecht halen wij voornamelijk uit de burgerlijke rechtsvordering (RV) en de wet op de
rechterlijke organisatie (RO).
Materieel privaatrecht
Personen en familierecht; rechten en plichten voor natuurlijke personen (BW 1) (regelen de
rechtsverhoudingen tussen personen); vooral familierelaties in en buiten het gezin beschreven
Rechtspersonen; rechten en plichten voor de bv, stichting, kerkgenootschappen, etc. (BW 2);
beschrijft de organisatie- en ondernemingsvormen die een eigen leven leiden in het recht.
Vermogensrecht; alle rechten waaruit een vermogen van een persoon kan zijn opgebouwd.
- Goederenrecht; gaat over goederen (BW 3, 4 & 5) (regelen de rechtsverhoudingen tussen
personen en goederen)
BW 3: vermogensrecht in zijn algemeenheid
BW 4: erfrecht; hierin wordt geregeld wat er gebeurt met het vermogen van een overledene
BW 5: zakelijke rechten
- Verbintenissenrecht; gaat over verbintenissen (verhoudingen tussen personen onderling)
BW 6 verbintenissen in zijn algemeenheid
BW 7 bijzondere overeenkomsten
BW 7a bijzondere overeenkomsten
BW 8 Verkeersmiddelen
BW 10 internationaal privaatrecht
Vermogensrecht:
Absolute vermogensrechten; beschrijven de zeggenschap die een persoon heeft over een bepaald
goed. (VB: eigendomsrecht); recht dat tegenover iedereen kan worden gehandhaafd. Recht van één
tegenover allen.
Goederenrecht maar ook auteurswet
, Relatieve rechten; beschrijven rechtsverhoudingen tussen personen. Zo schept de
koopovereenkomst relatieve rechten, want er ontstaan rechten en plichten tussen koper en
verkoper; recht dat slechts tegenover één ander kan worden uitgeoefend. Synoniemen zijn:
persoonlijk recht, relatief recht en vorderingsrecht. VB: recht op levering van de gekochte zaak.
Verbintenissen
Een verbintenis kan voortvloeien uit twee bronnen:
1. Verbintenissen uit een rechtshandeling; meerzijdige rechtshandeling (overeenkomst
(koopovereenkomst; één verbintenis tot levering van de zaak en één verbintenis tot betaling van de
koopprijs)) en eenzijdige rechtshandeling (legaat; een uiterste wilsbeschikking waarin de erflater aan
een (of meer) bijvoorbeeld een zaak achterlaat het eenzijdig optreden van de erflater voldoende).
2. Verbintenissen uit de wet; zaakwaarneming, onverschuldigde betaling en ongerechtvaardigde
verrijking. Dit type verbintenissen worden verbintenissen uit de wet genoemd omdat de wet aan een
bepaald rechtsfeit rechtstreeks een of meer rechtsgevolgen verbindt.
Verbintenissen gaan (gewoonlijk) teniet doordat de prestatie wordt nagekomen.
Het BW heeft een zogeheten gelaagde structuur; zoeken op verschillende plaatsen in dit wetboek
Een bijzondere regel gaat voor een algemene regel!