100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting - Algemeen bestuursrecht (L.21622)

Rating
-
Sold
-
Pages
24
Uploaded on
22-01-2026
Written in
2024/2025

Samenvatting van collegeaantekeningen, kennisclips en voorgeschreven literatuur

Institution
Course










Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
January 22, 2026
Number of pages
24
Written in
2024/2025
Type
Summary

Subjects

Content preview

Algemeen bestuursrecht
Bestuursrecht – vaardig in het juridisch werkveld (Karssen, T)
Mc-vragen (65%)
Open vragen (35%) (Onderbouwen!)
Groep 3

Positief recht: alle rechtsregels die hier en nu gelden; waar wij ons aan dienen
te houden

Materieel recht: waar heb je recht op/ welke plichten je hebt
Formeel recht: hoe kun je dit recht halen

Bestuursrecht: regels met betrekking tot het juridisch functioneren van het
openbaar bestuur en zijn relatie tot de burger (het recht van, voor en tegen het
openbaar bestuur)
1. Organisatie openbaar bestuur
2. Verlening bestuursbevoegdheden; door attributie, delegatie en mandaat
(‘in naam van’)
3. Regels voor uitoefenen van deze bevoegdheden
4. Regels voor burgers (en handhaving hiervan)
5. Rechtsbescherming tegen openbaar bestuur

De redenen om algemene regels van bestuursrecht in de Awb vast te leggen zijn:
 Het bevorderen van eenheid binnen de bestuursrechtelijke wetgeving
 Het systematiseren en, waar mogelijk, vereenvoudigen van de
bestuursrechtelijke wetgeving
 Het codificeren van ontwikkelingen die zich in de bestuursrechtelijke
jurisprudentie hebben afgetekend
 Het treffen van voorzieningen over onderwerpen die zich naar hun aard
niet lenen voor regeling in een bijzondere wet
De Awb is een aanbouwwet; dit wil zeggen dat de Awb in gedeelten (tranches) tot
stand komt

De bepalingen die in de Awb voorkomen, kunnen we onderverdelen in de
volgende vier typen:
- Dwingende bepalingen: bepalingen die zonder uitzondering voor het
gehele bestuursrecht gelden (VB: art. 3:40 Awb)
 Een dergelijke afwijking is slecht mogelijk bij een formele wet (staat dan in
het artikel: ‘in afwijking van artikel … van de algemene wet bestuursrecht…’
of ‘artikel … van de algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing’.)
- Gangbare bepalingen: bepalingen die moeten worden beschouwd als
‘de voor normale gevallen beste hoofdregel’; ‘tenzij bij wettelijk voorschrift
anders is bepaald’. (VB: art. 2.6 Awb)
- Vangnetbepalingen: de Awb geeft in dit geval uitdrukkelijk voorrang aan
de bijzondere wetgever. Het gaat dan om onderwerpen waarbij het gelet
op de verscheidenheid in situaties niet goed mogelijk is een algemene
regel te geven, maar waarbij het wenselijk is om een regel te geven
waarop men kan terugvallen als de bijzondere wetgever het onderwerp
niet heeft geregeld (VB: art. 4:13 lid 1 Awb)
- Facultatieve bepalingen: bepalingen die slecht gelden indien dit
nadrukkelijk is bepaald, hetzij bij wettelijk voorschrift hetzij bij besluit van
het bevoegde bestuursorgaan (VB: art. 4:58 tot en met 4:80 Awb bevatten
een regeling over periodieke subsidies aan rechtspersonen  deze

, regelingen zijn pas van toepassing als dat bij wettelijk voorschrift of bij
besluit van het bestuursorgaan is bepaald.)


De 3 b’s; de Awb is van toepassing op het voorbereiden en het nemen van
besluiten door bestuursorganen en het hiertegen opkomen door
belanghebbenden
- Besluit (art. 1:3 lid 1 Awb); staat centraal in het bestuursrecht
 De uitkomst van een publiekrechtelijke rechtshandeling
- Bestuursorgaan (art. 1:1 lid 1 Awb)
 A-orgaan: orgaan van (de organen zijn dus bestuursorganen, de
rechtspersoon zelf niet) een rechtspersoon krachtens publiekrecht
ingesteld (de rechtspersoon bestaat omdat de wet dit bepaalt)
 B-orgaan: een ander persoon of college met enig openbaar gezag
bekleed (geen onderdeel van de overheid, maar wel bevoegd om voor
burgers bindende besluiten te nemen)
- Belanghebbende (art. 1:2 Awb)
1. De aanvrager en geadresseerde van het besluit (direct-belanghebbende)
 Er kunnen meerdere direct-belanghebbenden zijn

2. Een ander persoon die óók geraakt wordt door het besluit (derde-
belanghebbende)
 Dit ben je niet zomaar!
Art. 1:2 lid 1 Awb: “degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is
betrokken”
Het belang van een derde-belanghebbende moet voldoen aan 5 criteria:
Opera-criterium:
1. Objectief; het mag niet alleen een subjectief (alleen bestaand in de
belevingswereld van iemand) belang zijn. Het moet duidelijk zijn voor de
buitenwereld dat deze belanghebbende wordt geraakt door een
desbetreffend besluit.
2. Persoonlijk; belanghebbende moet zich voldoende kunnen onderscheiden
van de rest.
3. Eigen; het moet gaan om het belang van de belanghebbende zelf dus niet
het belang van iemand anders (je mag alleen met een machtiging voor
iemand anders zijn belang opkomen)
4. Rechtstreeks geraakt; er moet een causaal verband zijn tussen het besluit
en het belang dat geraakt is (onmiddellijk gevolg).
(Wanneer er een kapperszaak moet sluiten dan raakt dit de eigenaar direct
terwijl de klanten naar een andere kapper kunnen gaan (deze zijn dus
geen derde-belanghebbende maar de eigenaar wel).
5. Actueel; er is duidelijk op dat moment belang bij een besluit.
 Toekomstig belang (misschien zou het in de toekomst kunnen gebeuren)
mag dus niet

Algemene beginselen van behoorlijke bestuur (a.b.b.b)
Zorgvuldigheidsbeginsel: de plicht tot zorgvuldige kennisvergaring (art. 3:2
Awb)
Het verbod van misbruik van bevoegdheid: een bestuursorgaan mag een
bevoegdheid niet voor andere doeleinden gebruiken dan waarvoor die gegeven
is. Doet een bestuursorgaan dat toch, dan maakt het zich schuldig aan misbruik
van bevoegdheid en handelt het in strijd met het verbod van détournement de
pouvoir (art. 3:3 Awb).

, Belangenafweging: het bestuursorgaan is verplicht om alle rechtstreeks bij het
besluit betrokken belangen af te wegen, tenzij uit een wettelijk voorschrift of uit
de strekking van de bevoegdheid een beperking voortvloeit (art. 3:4 lid 1 Awb).
Motiveringsbeginsel: dit beginsel bestaat uit twee eisen:
1. De eis dat het besluit moet kunnen worden door de daaraan ten grondslag
gelegde motivering (art. 3:46 Awb)
2. De eis dat de motivering naar buiten toe moet blijken (art. 3:47 Awb)
 Draagkrachtige motivering: de motivering moet het besluit kunnen dragen
 Kenbare motivering: het bestuursorgaan moet het inzicht verschaffen in de
door hem gevolgde gedachtegang en de vermelding van de motivering moet op
zodanige wijze gebeuren dat die voor de desbetreffende belanghebbende(n)
redelijkerwijs begrijpelijk is.
Vertrouwensbeginsel: de gewekte verwachtingen moeten worden
gehonoreerd.
Gelijkheidsbeginsel: gelijke gevallen moeten gelijk behandeld worden. De
reikwijdte van dit beginsel is op twee manieren beperkt:
1. Als in de andere vergelijkbare gevallen sprake is van een gemaakte fout
2. Als een besluit is genomen door een ander bestuursorgaan; elk
bestuursorgaan heeft een eigen beslissingsbevoegdheid en een eigen
verantwoordelijkheid
Rechtzekerheidsbeginsel: een besluit van een bestuursorgaan moet voor de
betrokkene duidelijk zijn; de betrokkenen mag niet in onzekerheid verkeren over
de rechtsgevolgen van dat besluit. Hij moet weten waar hij aan toe is; besluit
moet dus helder en ondubbelzinnig zijn geformuleerd.
 Besluitvorming met terugwerkende kracht ten nadele van de betrokkene is in
beginsel niet toegestaan (geldt zeker voor belastende beschikkingen (VB: het
verhogen van de eigen bijdrage voor verblijf in een zorginstelling)).

Besluiten:
Voor 1 persoon: beschikking (art. 1:3 lid 2 Awb)
 Let op! De afwijzing van een aanvraag om een beschikking is geen besluit!
Het is namelijk geen rechtshandeling; als je ergens om vraagt wat je daarvoor
niet had/ recht op had (denk aan een uitkering) en het wordt afgewezen, dan heb
je daar dus nog steeds GEEN recht op. Oftewel er verandert niks in de wereld van
het recht (geen rechtsgevolg).
Maar: het wordt wel gelijkgesteld met een beschikking  dus je kunt hiertegen
wel beschermd worden en dus bezwaar maken tegen een dergelijke afwijzing.

Er zijn diverse soorten beschikkingen:
Begunstigende en belastende beschikking
Begunstigende beschikking: een beschikking waarbij iemand een recht of
aanspraak krijgt (bijv. een paspoort, vergunning, uitkering of rijbewijs)
Belastende beschikking: een beschikking waarbij aan iemand een plicht of
maatregel wordt opgelegd (bijv. het betalen van belasting of boete)

Vrije en gebonden beschikking
Vrije beschikking: een beschikking waarbij het bestuursorgaan speelruimte heeft
om de beschikking te nemen (het bestuursorgaan heeft beleidsvrijheid, bijv. om
de vergunning of uitkering te geven of weigeren)
Gebonden beschikking: het bestuursorgaan heeft geen speelruimte (bijv.
wanneer hij de beschikking moet geven als aan de gestelde voorwaarden is
voldaan.)

Voor iedereen: besluit van algemene strekking (BAS)
$9.76
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached

Get to know the seller
Seller avatar
Kiiki

Get to know the seller

Seller avatar
Kiiki Saxion Hogeschool
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
0
Member since
7 year
Number of followers
0
Documents
12
Last sold
-

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions