SOCIOLOGIE VAN DE SOCIALE
GELIJKHEID EN ONGELIJKHEID
Centrale doelstellingen van dit vak:
§ Theoretische en empirische inzichten in sociale (on)gelijkheid
§ Intertekstualiteit
§ Discussie: vaak geen goed of fout antwoord, maar belang van argumentatie en het intellectuele
proces naar meer valide en universele kennis over de sociale wereld
Þ Examen: inzichtsvragen kunnen beargumenteren met voor en tegen argumenten uit de
cursusinhoud en uit de wetenschap
§ Beleidsimplicaties
§ Methodologische implicaties
LES 1: WAT IS SOCIALE ONGELIJKHEID?
INKOMENSONGELIJKHEID ALS CONCEPT
• Bruto inkomen: je inkomen vóór belastingen en sociale zekerheidsuitgaven
• Beschikbaar inkomen: wat je kan uitgeven na belastingen en sociale zekerheidsbijdragen,
uitkeringen, studiebeurzen, kinderbijslag enz.
Þ Nettoloon, vervangingsinkomen, etc.
Þ Veel mensen verdienen niets uit arbeid en krijgen hierdoor een inkomen door de overheid om de
ongelijkheid te corrigeren.
Þ Inkomensongelijkheid in België is veel lager dan in andere landen doordat de overheid ingrijpt om
de gelijkheid te handhaven (hoe meer je verdient, hoe meer belastingen je betaalt)
• Inkomen uit arbeid (inclusief vervangingsinkomens)
• Inkomen uit kapitaal: winst uit aandelen, huurinkomsten, etc.
Þ Inkomen uit kapitaal is veel ongelijker dan inkomen uit arbeid (behoud ongelijkheid)
Welke referentie eenheid?
• Ongelijkheid op individueel niveau
• Ongelijkheid op huishoudensniveau
o Sociologisch huishouden
o Fiscaal huishouden
• Van huishoudens naar individueel niveau: via een equivalentieschaal
o Eerst volwassene: 1
o Elke bijkomende volwassene van 14+ jaar +0,5
o Elk bijkomend kind van < 14 jaar: +0,3
Þ Ongelijkheidsindex op individueel niveau
Huishoudens gelijkstellen aan alleenstaanden zodat cijfers representatiever zijn, samenwonenden
hebben overigens ook schaalvoordelen (éénmalig huur, éénmalig elektriciteit/internet/…)
Op welke referentieperiode bereken je de inkomensongelijkheid?
- Op maandelijkse basis (inconsistentie over de maanden heen)
- Op jaarbasis (meest voorkomend)
- Op het volledig leven (beste beeld maar moeilijk)
1
,Welke dataset?
• Obv enquêtes
o Voordelen
§ Kan je zeer specifiek verschillende inkomenscategorieën bevragen
§ Kan je bijkomende achtergrondinformatie bevragen
o Nadelen
§ Niet altijd representatief voor de bevolking (armen en rijken vullen enquêtes minder in)
§ Vaak maar beschikbaar voor specifieke jaren of de meer recente periode
• Obv administratieve data (belastingaangiftes en sociale zekerheidsinfo)
o Voordelen
§ Representatief voor de ganse bevolking (opgepast: belastingontduiking & ‘nulinkomens’)
§ Data over langere tijdsperiodes
o Nadelen
§ Minder details over de verschillende inkomenscomponenten en de achtergrond van
personen
HOE SOCIALE ONGELIJKHEID METEN?
DE GINI COËFFICIËNT
• Samenvattende index van ongelijkheid
• Genoemd naar de Italiaanse statisticus Corrado Gini
• Gaat van 0 (complete gelijkheid) tot 1 (complete ongelijkheid)
• Gebaseerd op de Lorenz curve
• Ongelijkheidsniveaus vandaag de dag
o Van 0,2 tot 0,4 voor inkomen uit arbeid
o Van 0,6 tot 0,9 voor inkomen uit kapitaal
o Van 0,3 tot 0,5 voor het totale inkomen
• De Gini-coëfficiënt meet inkomensongelijkheid door te kijken
hoe ver de inkomensverdeling afwijkt van een perfecte verdeling.
* Horizontale lijn = perfecte gelijkheidslijn (20% vd bevolking
heeft 20% vd inkomens, 40% heeft 40% vd inkomens)
* Lorenz curve toont de werkelijke verdeling van inkomen in de maatschappij
* Gini coëfficiënt = hoe groter A is, hoe groter gini-C is ,hoe ongelijker het land is
DE ROBIN HOOD INDEX
• Samenvattende index van ongelijkheid (kritiek op Gini)
• Eerst geïntroduceerd door Gaetano Pietra in 1915
• Ook bekend als de Hoover Index of de Schutz index
• Gaat van 0 (complete gelijkheid) tot 1 (complete ongelijkheid)
• De proportie van het totale inkomen dat herverdeeld zou moeten
worden van rijk naar arm om perfecte gelijkheid te hebben
Þ Welk percentage van het kapitaal vd rijken moeten we verdelen
onder de armen om volledige gelijkheid te bereiken?
• Ook gebaseerd op de Lorenz curve
2
,DE THEIL INDEX
• Samenvattende index van ongelijkheid
• Genoemd naar de Nederlandse econoom Henri Theil (1924-2000)
• Gaat van 0 (complete gelijkheid) tot ∞ (complete ongelijkheid)
• Gebaseerd op een vrij moeilijke formule met meerdere versies
• Ongelijkheid kan opgedeeld worden in twee componenten:
1. Component te wijten aan ongelijkheid tussen groepen (bv. tussen mannen/vrouwen, etnische
groepen of regio’s)
2. Component te wijten aan ongelijkheid binnen groepen
INKOMENSAANDELEN IN DISTRIBUTIE TABELLEN
• Franse econoom Thomas Piketty = sterke pleitbezorger
• Distributie tabel = geeft het aandeel weer van de bevolking in het totale inkomen of kapitaal
• Decielen en percentielen: vergelijkbaar doorheen de tijd en tussen landen
• Meer begrijpbare manier om sociale ongelijkheid uit te drukken dan samenvattende maten van
ongelijkheid
• “Dit percentage van de bevolking heeft dit percentage van het inkomen”
Deze grafiek maakt duidelijk hoe het totalinkomen in een land wordt verdeeld tussen upperclass, middle
class en lower class
Þ Het aandeel van het totale inkomen van de:
§ Onderste 50% (“lower class”)
§ Middelste 40% (“middle class”)
§ Top 10% (“upper class”)
- Top 1% (“dominant class”)
- Volgende 9% (“well-to-do class” or “wealthy class”)
3
, LES 2: SOCIALE ONGELIJKHEID, INKOMEN EN KAPITAAL
Centrale vragen voor de komende lessen
§ Hoe ontwikkelde de inkomensongelijkheid zich de afgelopen twee eeuwen, en waarom?
§ Is de ongelijkheid te wijten aan hard werken/studeren, of aan erfenissen/rijk trouwen?
§ Wat brengt de toekomst o.v.v. ongelijkheid?
§ Hoe wordt ongelijkheid gelegitimeerd?
DE KUZNETS CURVE
Kuznets curve
• Als landen industrialiseren en de gemiddelde inkomens stijgen, dan zal de inkomensongelijkheid
eerst stijgen om vervolgens automatische te dalen
• Endogene (interne) logica van het kapitalisme
• Geformuleerd als een universele wetmatigheid
• Context van de Koude Oorlog en optimisme van na WOII
Þ Vaak gebruikt ter legitimatie van economisch beleid gericht
op groei en ‘trickle-down economics’
• Belangrijkste kritieken:
o Niet universeel: de omgekeerde U-curve wordt niet in alle landen en tijdsperiodes vastgesteld
o Kan de meer recente stijging in inkomensongelijkheid in het westen sinds de ‘80s niet verklaren
o Het endogene karakter: wat met exogene schokken?
CAPITAL IN THE 21ST CENTURY – THOMAS PIKETTY
Piketty gaat tegen de Kuznets curve in!
Om de inkomensongelijkheid tussen mensen te begrijpen, moeten we eerst de evolutie in kapitaal en
inkomen op macroniveau kennen.
Þ (macroniveau = niveau van een land)
Piketty kernconcepten
• Ongelijkheid in totaal inkomen:
o Ongelijkheid in inkomen uit arbeid
o Ongelijkheid in inkomen uit kapitaal (rente, devidenden, bitcoins, huurinkomsten)
o Interactie tussen beide factoren
• Ongelijkheid in het bezit van kapitaal
Þ Ook andere beleidsaanbevelingen
• Nationaal inkomen = kapitaal inkomen + arbeidsinkomen
• Nationaal inkomen = binnenlandse productie +/- netto inkomen van/naar het buitenland
• Binnenlandse productie = BBP – 10% depreciatie (= afschrijving)
• Kapitaal = niet-menselijk kapitaal (financieel en niet-financieel ; in de min = schulden), gedefinieerd
door zijn marktwaarde.
• Nationaal kapitaal = privaat kapitaal + publiek kapitaal
• Nationaal kapitaal = binnenlands kapitaal +- netto buitenlands kapitaal
Kapitaal/inkomen ratio:
Geeft aan hoeveel kapitaal (vermogen) er aanwezig is in verhouding tot het jaarlijkse nationale
inkomen.
4
GELIJKHEID EN ONGELIJKHEID
Centrale doelstellingen van dit vak:
§ Theoretische en empirische inzichten in sociale (on)gelijkheid
§ Intertekstualiteit
§ Discussie: vaak geen goed of fout antwoord, maar belang van argumentatie en het intellectuele
proces naar meer valide en universele kennis over de sociale wereld
Þ Examen: inzichtsvragen kunnen beargumenteren met voor en tegen argumenten uit de
cursusinhoud en uit de wetenschap
§ Beleidsimplicaties
§ Methodologische implicaties
LES 1: WAT IS SOCIALE ONGELIJKHEID?
INKOMENSONGELIJKHEID ALS CONCEPT
• Bruto inkomen: je inkomen vóór belastingen en sociale zekerheidsuitgaven
• Beschikbaar inkomen: wat je kan uitgeven na belastingen en sociale zekerheidsbijdragen,
uitkeringen, studiebeurzen, kinderbijslag enz.
Þ Nettoloon, vervangingsinkomen, etc.
Þ Veel mensen verdienen niets uit arbeid en krijgen hierdoor een inkomen door de overheid om de
ongelijkheid te corrigeren.
Þ Inkomensongelijkheid in België is veel lager dan in andere landen doordat de overheid ingrijpt om
de gelijkheid te handhaven (hoe meer je verdient, hoe meer belastingen je betaalt)
• Inkomen uit arbeid (inclusief vervangingsinkomens)
• Inkomen uit kapitaal: winst uit aandelen, huurinkomsten, etc.
Þ Inkomen uit kapitaal is veel ongelijker dan inkomen uit arbeid (behoud ongelijkheid)
Welke referentie eenheid?
• Ongelijkheid op individueel niveau
• Ongelijkheid op huishoudensniveau
o Sociologisch huishouden
o Fiscaal huishouden
• Van huishoudens naar individueel niveau: via een equivalentieschaal
o Eerst volwassene: 1
o Elke bijkomende volwassene van 14+ jaar +0,5
o Elk bijkomend kind van < 14 jaar: +0,3
Þ Ongelijkheidsindex op individueel niveau
Huishoudens gelijkstellen aan alleenstaanden zodat cijfers representatiever zijn, samenwonenden
hebben overigens ook schaalvoordelen (éénmalig huur, éénmalig elektriciteit/internet/…)
Op welke referentieperiode bereken je de inkomensongelijkheid?
- Op maandelijkse basis (inconsistentie over de maanden heen)
- Op jaarbasis (meest voorkomend)
- Op het volledig leven (beste beeld maar moeilijk)
1
,Welke dataset?
• Obv enquêtes
o Voordelen
§ Kan je zeer specifiek verschillende inkomenscategorieën bevragen
§ Kan je bijkomende achtergrondinformatie bevragen
o Nadelen
§ Niet altijd representatief voor de bevolking (armen en rijken vullen enquêtes minder in)
§ Vaak maar beschikbaar voor specifieke jaren of de meer recente periode
• Obv administratieve data (belastingaangiftes en sociale zekerheidsinfo)
o Voordelen
§ Representatief voor de ganse bevolking (opgepast: belastingontduiking & ‘nulinkomens’)
§ Data over langere tijdsperiodes
o Nadelen
§ Minder details over de verschillende inkomenscomponenten en de achtergrond van
personen
HOE SOCIALE ONGELIJKHEID METEN?
DE GINI COËFFICIËNT
• Samenvattende index van ongelijkheid
• Genoemd naar de Italiaanse statisticus Corrado Gini
• Gaat van 0 (complete gelijkheid) tot 1 (complete ongelijkheid)
• Gebaseerd op de Lorenz curve
• Ongelijkheidsniveaus vandaag de dag
o Van 0,2 tot 0,4 voor inkomen uit arbeid
o Van 0,6 tot 0,9 voor inkomen uit kapitaal
o Van 0,3 tot 0,5 voor het totale inkomen
• De Gini-coëfficiënt meet inkomensongelijkheid door te kijken
hoe ver de inkomensverdeling afwijkt van een perfecte verdeling.
* Horizontale lijn = perfecte gelijkheidslijn (20% vd bevolking
heeft 20% vd inkomens, 40% heeft 40% vd inkomens)
* Lorenz curve toont de werkelijke verdeling van inkomen in de maatschappij
* Gini coëfficiënt = hoe groter A is, hoe groter gini-C is ,hoe ongelijker het land is
DE ROBIN HOOD INDEX
• Samenvattende index van ongelijkheid (kritiek op Gini)
• Eerst geïntroduceerd door Gaetano Pietra in 1915
• Ook bekend als de Hoover Index of de Schutz index
• Gaat van 0 (complete gelijkheid) tot 1 (complete ongelijkheid)
• De proportie van het totale inkomen dat herverdeeld zou moeten
worden van rijk naar arm om perfecte gelijkheid te hebben
Þ Welk percentage van het kapitaal vd rijken moeten we verdelen
onder de armen om volledige gelijkheid te bereiken?
• Ook gebaseerd op de Lorenz curve
2
,DE THEIL INDEX
• Samenvattende index van ongelijkheid
• Genoemd naar de Nederlandse econoom Henri Theil (1924-2000)
• Gaat van 0 (complete gelijkheid) tot ∞ (complete ongelijkheid)
• Gebaseerd op een vrij moeilijke formule met meerdere versies
• Ongelijkheid kan opgedeeld worden in twee componenten:
1. Component te wijten aan ongelijkheid tussen groepen (bv. tussen mannen/vrouwen, etnische
groepen of regio’s)
2. Component te wijten aan ongelijkheid binnen groepen
INKOMENSAANDELEN IN DISTRIBUTIE TABELLEN
• Franse econoom Thomas Piketty = sterke pleitbezorger
• Distributie tabel = geeft het aandeel weer van de bevolking in het totale inkomen of kapitaal
• Decielen en percentielen: vergelijkbaar doorheen de tijd en tussen landen
• Meer begrijpbare manier om sociale ongelijkheid uit te drukken dan samenvattende maten van
ongelijkheid
• “Dit percentage van de bevolking heeft dit percentage van het inkomen”
Deze grafiek maakt duidelijk hoe het totalinkomen in een land wordt verdeeld tussen upperclass, middle
class en lower class
Þ Het aandeel van het totale inkomen van de:
§ Onderste 50% (“lower class”)
§ Middelste 40% (“middle class”)
§ Top 10% (“upper class”)
- Top 1% (“dominant class”)
- Volgende 9% (“well-to-do class” or “wealthy class”)
3
, LES 2: SOCIALE ONGELIJKHEID, INKOMEN EN KAPITAAL
Centrale vragen voor de komende lessen
§ Hoe ontwikkelde de inkomensongelijkheid zich de afgelopen twee eeuwen, en waarom?
§ Is de ongelijkheid te wijten aan hard werken/studeren, of aan erfenissen/rijk trouwen?
§ Wat brengt de toekomst o.v.v. ongelijkheid?
§ Hoe wordt ongelijkheid gelegitimeerd?
DE KUZNETS CURVE
Kuznets curve
• Als landen industrialiseren en de gemiddelde inkomens stijgen, dan zal de inkomensongelijkheid
eerst stijgen om vervolgens automatische te dalen
• Endogene (interne) logica van het kapitalisme
• Geformuleerd als een universele wetmatigheid
• Context van de Koude Oorlog en optimisme van na WOII
Þ Vaak gebruikt ter legitimatie van economisch beleid gericht
op groei en ‘trickle-down economics’
• Belangrijkste kritieken:
o Niet universeel: de omgekeerde U-curve wordt niet in alle landen en tijdsperiodes vastgesteld
o Kan de meer recente stijging in inkomensongelijkheid in het westen sinds de ‘80s niet verklaren
o Het endogene karakter: wat met exogene schokken?
CAPITAL IN THE 21ST CENTURY – THOMAS PIKETTY
Piketty gaat tegen de Kuznets curve in!
Om de inkomensongelijkheid tussen mensen te begrijpen, moeten we eerst de evolutie in kapitaal en
inkomen op macroniveau kennen.
Þ (macroniveau = niveau van een land)
Piketty kernconcepten
• Ongelijkheid in totaal inkomen:
o Ongelijkheid in inkomen uit arbeid
o Ongelijkheid in inkomen uit kapitaal (rente, devidenden, bitcoins, huurinkomsten)
o Interactie tussen beide factoren
• Ongelijkheid in het bezit van kapitaal
Þ Ook andere beleidsaanbevelingen
• Nationaal inkomen = kapitaal inkomen + arbeidsinkomen
• Nationaal inkomen = binnenlandse productie +/- netto inkomen van/naar het buitenland
• Binnenlandse productie = BBP – 10% depreciatie (= afschrijving)
• Kapitaal = niet-menselijk kapitaal (financieel en niet-financieel ; in de min = schulden), gedefinieerd
door zijn marktwaarde.
• Nationaal kapitaal = privaat kapitaal + publiek kapitaal
• Nationaal kapitaal = binnenlands kapitaal +- netto buitenlands kapitaal
Kapitaal/inkomen ratio:
Geeft aan hoeveel kapitaal (vermogen) er aanwezig is in verhouding tot het jaarlijkse nationale
inkomen.
4