Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Class notes

Duidelijke Nederlandse aantekeningen Psychopharmacology

Rating
-
Sold
-
Pages
72
Uploaded on
22-01-2026
Written in
2025/2026

In dit document heb ik alle hoorcolleges verduidelijkt met voorbeelden en toegevoegde aantekeningen. De aantekeningen zijn overzichtelijk en in het Nederlandse geschreven. Ik heb elk hoorcollege van dit vak bijgewoond, waardoor het ook duidelijk is waar je je op moet focussen tijdens het leren en waarop niet.

Show more Read less
Institution
Course

Content preview

Psychopharmacology

Hoorcollege 1

Farmacologie = kennis over drugs of medicijnen; de kunst van het bereiden van
medicatie
- De wetenschap die zich bezighoudt met het bestuderen van de wisselwerking, of
interacties, tussen farmacologische stoffen en fysiologische processen
- Farmacon = medicijn/farmaceutisch product

Drugs definitie
Engels = Farmacologische actieve substantie
- Medicatie of andere stof met een fysiologisch effect
- Psychoactieve substantie die kan worden gebruikt voor misbruik, met
verdovende of stimulerende werking
- Elk geneesmiddel kan een drug zijn
Nederlands = Psychoactieve substantie voor misbruik
- Genees- of genotsmiddel met een meer of minder drogerende werking (invloed
op het bewustzijn)
- Kan leiden tot afhankelijkheid (verslaving)
- Alleen ppsychoactieve medicatie

Geneesmiddelen kan je op verschillende gronden indelen
Biochemische structuur
- Interessant, maar dezelfde structuur kan verschillende werkingen hebben →
waardeloos
Werkingsmechanisme
- Ideaal, maar werkingsmechanisme is niet altijd bekend
Gedragseffecten
- Meest gemakkelijk, linken aan stoornis

Classificatie
Anatomical Therapeutic Chemical (ATC)
Welk orgaan Waarvoor Welke stof
- Gedragseffecten = medicatie wordt benoemd naar doel/stoornis. Focust op het
gedrageffect bij naamgeving
o Niet hoe het werkt, maar waarvoor het wordt voorgeschreven
o Dit is het middel voor depressie
- Ouder systeem (1976)
- Belangrijkste standaard van de WHO (Wereldsgezondheidsorganisatie)

Nadelen
- Gebruikt bij andere stoornissen minder vanzelfsprekend
o Het is toch gek als je antidepressivum voor gaat schrijven aan iemand met
angst
- Stigma/patient wil medicatie niet nemen
o ‘Ik wil geen antipsychotica, want ik heb autisme en ben niet gek’

,Neuroscience-based Nomenclature (NbN)
- Nomenclature = naamgeving
- Nieuwere, alternatieve manier (2018)
o Ontwikkeld door Taskforce 5 organisaties
- Werkingsmechanisme = hoe werkt het middel, niet waarvoor
o Farmacologische basis = wat gebeurt er in de hersenen?
- Seretonine-heropnameremmer ipv antidepressivum → biologische beschrijving
- Doel = minder stigma en wetenschappelijk accurater

Nadelen
- Nog niet breed erkend door WHO, alle wetenschappers
- Moeilijk om het medicijn uit te leggen
- Beperkt bewijs over de voordelen in praktijk
o Constante aanpassing nodig
▪ Kennis over het brein evolueert snel, we weten niet precies wat het
werkende mechanisme is
▪ Classificatie moet voortdurend worden bijgewerkt
Je moet de twee van elkaar kunnen onderscheiden en weten welke op gedragseffect
gebaseerd is en op werkingsmechanisme

Psychotrope medicatie hoofdklassen
1. Antipsychotica
2. Antidepressiva
3. Anxiolytica (angst medicatie)
4. Stemmingsstabilisatoren
5. Hypnotica (minst belangrijkst om te weten)

Andere relevante groepen
- Anti-epileptica
- Stimulantia
- Narcotische analgetica (pijnstillers)
- Depressiva
- Psychedelica & Hallucinogenen

Toediening
Bevat 4 belangrijke stadia
1. Absorptie = van plek inname/toediening → bloed
2. Distributie = verdeling over het lichaam
3. Metabolisme = omzetting door het lichaam
4. Excretie = uitscheiding

Opname
- Oraal (mond)
- Rectaal (anus) – sneller dan oraal, handig bij braken

,Maar een klein deel wordt opgenomen, omdat de lever al stoffen afbreekt. Veroorzaakt
minder bijeffecten in 1 keer, omdat het een langzaam beloop heeft. Is meer
clientgericht, want het is makkelijker om een pil te nemen dan helemaal naar het
ziekenhuis te moeten
- Topicaal – plaatselijk – werkt sneller, want is sneller in de bloedstroom. De
bijeffecten reageren ook sneller, dus het is lastiger om hierop te anticiperen
o Via de huid, bijv een pleister. Contante afgite, trage opname
o Orale muscosa
▪ Buccaal (tussen wang en tandvlees) – stabiele opname, snelle
werking omdat er veel bloedvaten zitten
▪ Sublinguaal (onder de tong) – snelle opname, omzeilt lever
- Parenteraal (niet via het maagdarmkanaal) – je wil dat het snel werkt, epipen
o Intraveneus – rechtstreeks in de bloedbaan
▪ 100% beschikbaarheid en direct effect, risico op bijwerkingen
o Intramusculair – injectie in spier
▪ Sneller dan oraal, opname afhankelijk van doorbloeding
o Subcutaan – injectie onder de huid
▪ Langzame, regelmatige opname, beperkt volume
- Inhalatie – opname via de longen. Groot opname-oppervlak
o Snelle werking, hoge concentratie in hersenen. Echter moeilijk te doseren

Vergelijking in snelheid
Oraal/rectaal werken langzamer, hierbij kan je anticiperen op de bijeffecten en is dus
handig als je veel bijeffecten verwacht. Topicaal, parenteraal en inhalatie werken sneller

Distributie
Distributie = verdeling over het lichaam – hoe en waar het zich verpreidt
- In het bloed (albumine, zorgt voor transport)
o In het bloed kan een stof; vrij opgenomen zijn of gebonden aan eiwitten
(vooral het eiwit albumine)
o Alleen de vrije stof kan effect uitoefenen. De gebonden stof is tijdelijk
inactief (reservoir)
o Hoe meer bindingen aan albumine (het eiwit) hoe trager de werking en hoe
langer de werkingsduur

Waar kan een stof naartoe
Distributie
- Extracellulair (bloedplasma) – vooral wateroplosbare (hydrofiele) stoffen blijven
hier – morfine, trager en beter doseerbaar
- Intracellulair (water in lichaamscellen) – alleen stoffen die door het
celmembraan kunnen bereiken dit – heroïne, snelle sterke ‘kick’

Vetoplosbaarheid
Een celwand bestaat vooral uit vet. Stoffen die goed oplossen in vet gaan makkelijkere
en sneller door de celwand
- De meest psychoactieve stoffen gaan door membranen via: passieve diffusie
- Hoge naar een lage concentratie, gebruikt geen energie

, Vet oplosbare stoffen, stoffen die goed oplossen in vet, passeren celmembranen
makkelijker
Hogere vetoplosbaarheid → snellere distributie → snellere passage door het membraan →
snellere en sterkere psychische effecten
- Het is mogelijk wanneer iemand veel vet heeft, de medicatie daar langer
opgeslagen wordt en er dus meer risico is op overdosering

Farmacokinetiek & Farmacodynamiek
Het beschrijft de verandering van serumconcentratie in de tijd
- Hoe verwerkt het lichaam de medicatie? - Farmacokinetiek
Dit heeft effect op
- Absorptie – hoe komt het in het bloed?
- Distributie – waar gaat het naartoe?
- Interactie met receptor
- Eliminatie – hoe wordt het afgebroken?

Gehele bloedsomloop duurt ongeveer 1 minuut

Farmacokinetiek = hoe verwerkt het lichaam de medicatie?
Farmacodynamiek = hoe reageert het lichaam op de medicatie?
- Medicatie <-> Receptor interactie
- Bepalen van farmacologische, therapeutische en toxische werking
o Farmacologische = wat doet het medicijn biologisch in het lichaam, los
van of het gewenst is of niet?
▪ Morfine → pijngeleiding remmen
o Therapeutisch = wat is het gewenste effect?
▪ Subtherapeutische range = te weinig effect
▪ Morfine → pijnstilling
o Toxisch = wat is de schade door te hoge concentratie?
▪ Morfine → ademhalingsdepressie

Farmacodynamiek – Plasmaconcentratie van
medicatie
To (tijdstip o/nul)
- Eerst een hoge piek = medicijn wordt
toegediend → hoge plasmaconcentratie
van medicatie
- Snelle daling = medicijn verlaat
bloedbaan → verspreiding naar weefsels

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
January 22, 2026
Number of pages
72
Written in
2025/2026
Type
Class notes
Professor(s)
Siri noordermeer
Contains
All classes

Subjects

$9.57
Get access to the full document:

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
annnesnel12 Vrije Universiteit Amsterdam
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
25
Member since
2 year
Number of followers
2
Documents
21
Last sold
2 weeks ago

5.0

1 reviews

5
1
4
0
3
0
2
0
1
0

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions