Samenvatting – 1.2 socialisatie
en ongelijkheid in een
superdiverse samenleving
Inhoudsopgave
De superdiverse stad/superdiversiteit.............................................................2
Wisseling van perspectief op (super)diversiteit...............................................6
De kapitaaltheorie binnen de sociale wetenschappen......................................8
Paradigmawisseling binnen de (super)diverse context...................................12
Hedendaags diversiteitsperspectief..............................................................14
Hoe Nederland een zeer divers land werd......................................................16
Hoe cultuur de ontwikkeling en opvoeding beïnvloedt....................................18
Culture and parenting (Mesman & Emmen, 2021)..........................................23
Socialisatie, subjectificatie (persoonswording) en code-switchen...................24
Identiteit..................................................................................................... 26
Etnische identiteit in ontwikkeling................................................................35
Etnisch bewustzijn.......................................................................................38
Affect hunger, sociale erkenning en stigmatisering........................................39
Intergroepsgedrag.......................................................................................41
In-group & out-group....................................................................................43
Contacthypothese........................................................................................46
(On)gelijkheid.............................................................................................. 50
Verschillende discours binnen de kansenongelijkheid volgens El Hadioui (2022)
................................................................................................................... 55
Later selecteren, beter differentiëren (onderwijsraad, 2021)..........................57
Onderzoeksprogramma, professionalisering en het consortium......................61
Differentiëren.............................................................................................. 68
Hoe docenten voorbereid moeten worden om in te spelen op superdiversiteit 70
,De superdiverse stad/superdiversiteit
Hoe kijken we? En wat zien we dan?
‘De-familiarisering’ van Baumann (socioloog): bevragen van de dingen
zoals ze zijn en ze niet beschouwen als normaal. “De-familiarize the
familiar and familiarize the unfamiliar”.
‘De eerste stap die je moet zetten als je mensen wilt onderzoeken is jezelf
losmaken van de bubbel waarin je zelf bent gesocialiseerd. Wees bewust
van de bril die je opzet als je onderzoek doet.’
De kerncompetentie van een socioloog of het sociologisch denken is
gebaseerd op de-familiarisering.
Stads – en onderwijssociologisch en sociaal-
pedagogisch;
opgroeien en opvoeden in een grootstedelijke,
superdiverse samenleving (zoals de
Rotterdamse).
Dus, een focus op socialisatiemechanismen binnen de
leefwerelden/domeinen van
het gezin, de peergroup en het onderwijs.
Superdiversiteit en de grote stad
Superdiversiteit is geen ideologisch of normatief concept, maar een
beschrijving van een sociologisch-demografische transitie.
Amsterdam en Rotterdam als ‘Majority-minority cities’ (Crul, 2013)
‘Majority-minority cities’ - Een meerderheid (meer dan 50%) van
minderheden, er is geen daadwerkelijke meerderheid meer.
Het feit dat steeds meer steden zogenaamde majority-minority steden
worden, heeft ook belangrijke gevolgen voor de manier waarop
assimilatie- en integratieprocessen verlopen.
Superdiversiteit zou volgens Crul et al. (2013) tot twee scenario’s kunnen
leiden:
1. Een positief scenario met gevoelens van hoop en empowerment
2. Een negatief scenario met gevoelens van angst, buitengeslotenheid
en vernedering
Groeiende ‘diversiteit binnen de diversiteit’ en wisselwerking tussen
verschillende identiteitsdimensies (Vertovec, 2007). Meer verschillen
tussen personen binnen een bepaalde etnische groep. Gemeten middels
sociaaleconomische factoren.
,- Verhouding met macht, kapitaal en ongelijkheid?
, Steven Vertovec (2007) beschrijft dat er een demografisch
kantelmoment ontstaat in verschillende steden. Dit is gebeurd in
Nederland 2011 en 2013 (Amsterdam en Rotterdam).
206 geregistreerde herkomstlanden in Rotterdam
Superdiversiteit heeft drie kenmerken
- Majority minority (city)
- Groeiende culturele diversiteit
- Groeiende diversiteit (verschillen) binnen diversiteit - ‘diversification
of diversity’
Culturele diversiteit is niet gelijk aan superdiversiteit
‘Culturele diversiteit zien we overal terug, echter is er bij superdiversiteit
ook sprake van een meerderheid van minderheden, bij gewoonweg
culturele diversiteit niet.’
86% van de mensen plaatst zich in hetzelfde ‘hokje’ als er door het CBS
gedefinieerd wordt.
Nieuwe verscheidenheid (Engersen et al., 2019)
Veranderingen in migratiepatronen: meer (hoogopgeleide) arbeidsmigratie
Toenemende vlottendheid
en ongelijkheid in een
superdiverse samenleving
Inhoudsopgave
De superdiverse stad/superdiversiteit.............................................................2
Wisseling van perspectief op (super)diversiteit...............................................6
De kapitaaltheorie binnen de sociale wetenschappen......................................8
Paradigmawisseling binnen de (super)diverse context...................................12
Hedendaags diversiteitsperspectief..............................................................14
Hoe Nederland een zeer divers land werd......................................................16
Hoe cultuur de ontwikkeling en opvoeding beïnvloedt....................................18
Culture and parenting (Mesman & Emmen, 2021)..........................................23
Socialisatie, subjectificatie (persoonswording) en code-switchen...................24
Identiteit..................................................................................................... 26
Etnische identiteit in ontwikkeling................................................................35
Etnisch bewustzijn.......................................................................................38
Affect hunger, sociale erkenning en stigmatisering........................................39
Intergroepsgedrag.......................................................................................41
In-group & out-group....................................................................................43
Contacthypothese........................................................................................46
(On)gelijkheid.............................................................................................. 50
Verschillende discours binnen de kansenongelijkheid volgens El Hadioui (2022)
................................................................................................................... 55
Later selecteren, beter differentiëren (onderwijsraad, 2021)..........................57
Onderzoeksprogramma, professionalisering en het consortium......................61
Differentiëren.............................................................................................. 68
Hoe docenten voorbereid moeten worden om in te spelen op superdiversiteit 70
,De superdiverse stad/superdiversiteit
Hoe kijken we? En wat zien we dan?
‘De-familiarisering’ van Baumann (socioloog): bevragen van de dingen
zoals ze zijn en ze niet beschouwen als normaal. “De-familiarize the
familiar and familiarize the unfamiliar”.
‘De eerste stap die je moet zetten als je mensen wilt onderzoeken is jezelf
losmaken van de bubbel waarin je zelf bent gesocialiseerd. Wees bewust
van de bril die je opzet als je onderzoek doet.’
De kerncompetentie van een socioloog of het sociologisch denken is
gebaseerd op de-familiarisering.
Stads – en onderwijssociologisch en sociaal-
pedagogisch;
opgroeien en opvoeden in een grootstedelijke,
superdiverse samenleving (zoals de
Rotterdamse).
Dus, een focus op socialisatiemechanismen binnen de
leefwerelden/domeinen van
het gezin, de peergroup en het onderwijs.
Superdiversiteit en de grote stad
Superdiversiteit is geen ideologisch of normatief concept, maar een
beschrijving van een sociologisch-demografische transitie.
Amsterdam en Rotterdam als ‘Majority-minority cities’ (Crul, 2013)
‘Majority-minority cities’ - Een meerderheid (meer dan 50%) van
minderheden, er is geen daadwerkelijke meerderheid meer.
Het feit dat steeds meer steden zogenaamde majority-minority steden
worden, heeft ook belangrijke gevolgen voor de manier waarop
assimilatie- en integratieprocessen verlopen.
Superdiversiteit zou volgens Crul et al. (2013) tot twee scenario’s kunnen
leiden:
1. Een positief scenario met gevoelens van hoop en empowerment
2. Een negatief scenario met gevoelens van angst, buitengeslotenheid
en vernedering
Groeiende ‘diversiteit binnen de diversiteit’ en wisselwerking tussen
verschillende identiteitsdimensies (Vertovec, 2007). Meer verschillen
tussen personen binnen een bepaalde etnische groep. Gemeten middels
sociaaleconomische factoren.
,- Verhouding met macht, kapitaal en ongelijkheid?
, Steven Vertovec (2007) beschrijft dat er een demografisch
kantelmoment ontstaat in verschillende steden. Dit is gebeurd in
Nederland 2011 en 2013 (Amsterdam en Rotterdam).
206 geregistreerde herkomstlanden in Rotterdam
Superdiversiteit heeft drie kenmerken
- Majority minority (city)
- Groeiende culturele diversiteit
- Groeiende diversiteit (verschillen) binnen diversiteit - ‘diversification
of diversity’
Culturele diversiteit is niet gelijk aan superdiversiteit
‘Culturele diversiteit zien we overal terug, echter is er bij superdiversiteit
ook sprake van een meerderheid van minderheden, bij gewoonweg
culturele diversiteit niet.’
86% van de mensen plaatst zich in hetzelfde ‘hokje’ als er door het CBS
gedefinieerd wordt.
Nieuwe verscheidenheid (Engersen et al., 2019)
Veranderingen in migratiepatronen: meer (hoogopgeleide) arbeidsmigratie
Toenemende vlottendheid