Samenvatting ‘inleiding in Opvoeding en Onderwijs’
Redenen waarom wij opvoeden:
- Baby’s zijn in alles afhankelijk van hun opvoeders.
- Ontwikkeling naar zelfstandigheid en autonomie.
- Zelfverantwoordelijke zelfbepaling = je bepaalt zelf je pad en de keuzes die je
maakt en neemt zelf de verantwoordelijkheid voor deze keuzes.
- Pais (Grieks) = kind.
- Agogos (Grieks) = gids.
- De leer van het kind = opvoedkunde.
Opvoedomgevingen rondom het kind (Ecologisch model van Bronfenbrenner)
,‘Tweerichtingsverkeer’ in opvoeding Proces Model van Belsky
‘Tweerichtingsverkeer’ tussen opvoeder en kind Transactioneel model van Sameroff
,Gehechtheidstheorie
- John Bowlby.
- Aangeboren neiging van kinderen om nabijheid en contact te zoeken met ouder,
vooral bij angst, ziekte of moeheid.
- Nabijheid = grotere overlevingskans.
- ‘Voorgeprogrammeerd’ tot het zoeken van bescherming.
Imprinting
- Lorenz.
- Kuikens volgen het eerste bewegende object dat ze zien.
- Maximale gevoeligheid: 13de tot 16de uur na het verlaten van het ei.
- Imprinting = bescherming.
Harlow & Zimmerman (onderzoek)
- Onderzoek naar aapjes.
- Zochten de aapjes warmte of voeding (bijvoorbeeld melk)?
- Ze maakte een moeder van ijzerdraad (koud/voeding) en badstof (warm/geen
voeding).
- Uiteindelijk wordt warmte verkozen boven voeding.
- Zelfs 22 uur van de tijd werd gespendeerd op de badstof moeder.
Tweerichtingsverkeer
- De constante interactie tussen ouder en kind vormt de gehechtheidsrelatie in de
eerste levensjaren (vooral de eerste 1.000 dagen beïnvloeden het hele leven).
- Gehechtheid bouwt een fundament voor wat het kind later verwacht van
relaties.
- De kwaliteit van vroege gehechtheidsrelaties is van levensbelang.
Functie van onderwijs
- Kwalificatie.
- Op de basisschool doe je kennis op. Je hebt basisvaardigheden geleerd in
het primair- en voortgezet onderwijs.
- Je voldoet aan bepaalde kennis, vaardigheden etc. van het onderwijs.
- Selectie en allocatie.
- Selectie = er wordt door middel van een eindtoets gesorteerd naar welk
niveau je gaat in het voortgezet onderwijs.
- Allocatie = Het zou mogelijk moeten zijn om op basis van je eigen
capaciteiten een eigen loopbaan in het onderwijs te hebben. Zonder
beïnvloeding van buitenaf. Denk bijvoorbeeld aan een slechte of onrustige
thuisbasis.
- Socialisatie.
- Er worden burgerschapsvaardigheden meegegeven. Dit om een volwaardige
burger te worden.
- Subjectificatie.
- Heeft betrekking op de ontwikkeling van de eigen uniciteit en identiteit.
- Wie ben ik? Wat kan ik en wie wil ik zijn? Waar ben ik geplaatst om te
doen wat ik kan?
, - Doel onderwijs: het creëren van een veilige en vertrouwelijke ruimte voor studenten
en docenten.
- Sense of belonging = we willen gezien, gerespecteerd en geaccepteerd worden.
- Wetenschapsfilosofie behandelt de vraag: wat is kennis?
- Episteme = echte kennis.
- Doxa = opties.
- Reproduceerbaar = het maakt niet uit wie het bekijkt, hetzelfde wordt gezien.
- Gedetailleerde rapportage = alles wordt heel duidelijk opgeschreven in de
methode.
- Literaire esthetiek = een mooie tekst.
- Waardevrij = als de wetenschap ontkoppeld is van de tijd, samenleving en cultuur
waarin hij/zij is opgegroeid.
- Normatief = iemand is een wetenschapper en is opgegroeid in een bepaalde cultuur.
De conclusies van het onderzoek worden daardoor beïnvloed.
Het Platoonse denken
- Rationalisme.
- Beïnvloeding van wetenschappen.
- De bron van alle kennis is gelegen in de menselijke geest.
- Geest = ratio.
- Subject-object scheiding = er is een verschil tussen het denkend subject en het
geen waarover nagedacht wordt.
- Platoons denken = de werkelijkheid die wij bestuderen bestaat op zichzelf.
- De deductieve logica = kom met de beste theorieën en ga dan kijken of deze
theorieën gelden in de werkelijkheid (theorie -> empirie)
- De verklaarde variantie = alle factoren die dat verklaren (bijvoorbeeld:
opleidingsniveau van ouders verklaard niveau van kinderen).
- Het is een statistische maatstaf waarmee we de afhankelijke variabelen
kunnen verklaren (empirie -> theorie).
Redenen waarom wij opvoeden:
- Baby’s zijn in alles afhankelijk van hun opvoeders.
- Ontwikkeling naar zelfstandigheid en autonomie.
- Zelfverantwoordelijke zelfbepaling = je bepaalt zelf je pad en de keuzes die je
maakt en neemt zelf de verantwoordelijkheid voor deze keuzes.
- Pais (Grieks) = kind.
- Agogos (Grieks) = gids.
- De leer van het kind = opvoedkunde.
Opvoedomgevingen rondom het kind (Ecologisch model van Bronfenbrenner)
,‘Tweerichtingsverkeer’ in opvoeding Proces Model van Belsky
‘Tweerichtingsverkeer’ tussen opvoeder en kind Transactioneel model van Sameroff
,Gehechtheidstheorie
- John Bowlby.
- Aangeboren neiging van kinderen om nabijheid en contact te zoeken met ouder,
vooral bij angst, ziekte of moeheid.
- Nabijheid = grotere overlevingskans.
- ‘Voorgeprogrammeerd’ tot het zoeken van bescherming.
Imprinting
- Lorenz.
- Kuikens volgen het eerste bewegende object dat ze zien.
- Maximale gevoeligheid: 13de tot 16de uur na het verlaten van het ei.
- Imprinting = bescherming.
Harlow & Zimmerman (onderzoek)
- Onderzoek naar aapjes.
- Zochten de aapjes warmte of voeding (bijvoorbeeld melk)?
- Ze maakte een moeder van ijzerdraad (koud/voeding) en badstof (warm/geen
voeding).
- Uiteindelijk wordt warmte verkozen boven voeding.
- Zelfs 22 uur van de tijd werd gespendeerd op de badstof moeder.
Tweerichtingsverkeer
- De constante interactie tussen ouder en kind vormt de gehechtheidsrelatie in de
eerste levensjaren (vooral de eerste 1.000 dagen beïnvloeden het hele leven).
- Gehechtheid bouwt een fundament voor wat het kind later verwacht van
relaties.
- De kwaliteit van vroege gehechtheidsrelaties is van levensbelang.
Functie van onderwijs
- Kwalificatie.
- Op de basisschool doe je kennis op. Je hebt basisvaardigheden geleerd in
het primair- en voortgezet onderwijs.
- Je voldoet aan bepaalde kennis, vaardigheden etc. van het onderwijs.
- Selectie en allocatie.
- Selectie = er wordt door middel van een eindtoets gesorteerd naar welk
niveau je gaat in het voortgezet onderwijs.
- Allocatie = Het zou mogelijk moeten zijn om op basis van je eigen
capaciteiten een eigen loopbaan in het onderwijs te hebben. Zonder
beïnvloeding van buitenaf. Denk bijvoorbeeld aan een slechte of onrustige
thuisbasis.
- Socialisatie.
- Er worden burgerschapsvaardigheden meegegeven. Dit om een volwaardige
burger te worden.
- Subjectificatie.
- Heeft betrekking op de ontwikkeling van de eigen uniciteit en identiteit.
- Wie ben ik? Wat kan ik en wie wil ik zijn? Waar ben ik geplaatst om te
doen wat ik kan?
, - Doel onderwijs: het creëren van een veilige en vertrouwelijke ruimte voor studenten
en docenten.
- Sense of belonging = we willen gezien, gerespecteerd en geaccepteerd worden.
- Wetenschapsfilosofie behandelt de vraag: wat is kennis?
- Episteme = echte kennis.
- Doxa = opties.
- Reproduceerbaar = het maakt niet uit wie het bekijkt, hetzelfde wordt gezien.
- Gedetailleerde rapportage = alles wordt heel duidelijk opgeschreven in de
methode.
- Literaire esthetiek = een mooie tekst.
- Waardevrij = als de wetenschap ontkoppeld is van de tijd, samenleving en cultuur
waarin hij/zij is opgegroeid.
- Normatief = iemand is een wetenschapper en is opgegroeid in een bepaalde cultuur.
De conclusies van het onderzoek worden daardoor beïnvloed.
Het Platoonse denken
- Rationalisme.
- Beïnvloeding van wetenschappen.
- De bron van alle kennis is gelegen in de menselijke geest.
- Geest = ratio.
- Subject-object scheiding = er is een verschil tussen het denkend subject en het
geen waarover nagedacht wordt.
- Platoons denken = de werkelijkheid die wij bestuderen bestaat op zichzelf.
- De deductieve logica = kom met de beste theorieën en ga dan kijken of deze
theorieën gelden in de werkelijkheid (theorie -> empirie)
- De verklaarde variantie = alle factoren die dat verklaren (bijvoorbeeld:
opleidingsniveau van ouders verklaard niveau van kinderen).
- Het is een statistische maatstaf waarmee we de afhankelijke variabelen
kunnen verklaren (empirie -> theorie).