OBSERVEREN
= doelgerichte en systematische waarneming van gedragingen van één of meerdere personen of
van een gebeurtenis, met de bedoeling het waargenomene te beschrijven en samen te vatten
Doelgericht
Doelbewust
Planmatig
Systematisch
Het belang van observeren
o Je leert iemand beter kennen
o Problematiek verder te onderzoeken
o Leervraag te verhelderen,…
Beginsituatie -> evaluatie -> beginsituatie -> … => CYCLISCH PROCESS
Doelbewust en planmatig observeren observatiedoel
Situaties: verschillende aspecten (kleding, stem, de spraak, …) belangrijk: doel: vooraf bepalen
Soorten observaties
Open ongestructureerde observaties (= spontane/dagelijkse observaties)
- Gewone gedragingen of gebeurtenissen: bewust, gepland, gewild, bedoelt om info te bekomen
- In de klas: voortdurend observeren (de leraar probeert “breed te observeren)
Je krijgt zicht op de diversiteit in lerende groepen
Observeren op verschillende momenten, manieren, personen en gedragingen
- Belangrijk: opvolging van het kind kort noteren: zowel + als –
In scholen: observatie instrument: “leerlingenvolgsusyeem” MAAR bij deze: geen formulieren
Meest gebruikte observatie = “gedragsobservatie” (gedrag obserevren om je begeleiding of
communicatie doelgericht in te zetten)
Menselijk gedrag = complex -> te veel gebeurt tegelijk -> onderscheiden: verbaal + non-verbaal gedrag
-> Essentiële attitudes: luisteren, empathie, mondelinge + schrijftelijke vaardigheden, …
Systematische/ gestructureerde/ gesloten observaties
- Duidelijke afspraken = omtrent tijd, plaats, situaties waarin geobserveerd wordt
Participerende vs niet-participerende observaties
- Participerende observatie: de observator neemt zelf deel aan de activiteit -> voorbeeld:
huiswerk maken samen met leerling
- Niet-participerende observatie: de observator neemt niet deel + plaatst zich waar hij de
persoon goed kan volgen (= de meeste observaties)
Zelfobservatie
- Persoon van de observatie + die van het observatie-project vallen samen -> jezelf van een
afstand bekijken (zelfreflectie = basisvaardigheid) -> eigen praktijk: bijsturen + verbeteren
- = “Helicopterinterview”
Observatiebias = storing/ fout die optreedt tijdens de observatiefase
- Knelpunt bij observeren = betrouwbaarheid van de resultaten
- Observeren = objectief gebeuren!! -> niet beïnvloedt door eigen gevoelens/vooroordelen
= doelgerichte en systematische waarneming van gedragingen van één of meerdere personen of
van een gebeurtenis, met de bedoeling het waargenomene te beschrijven en samen te vatten
Doelgericht
Doelbewust
Planmatig
Systematisch
Het belang van observeren
o Je leert iemand beter kennen
o Problematiek verder te onderzoeken
o Leervraag te verhelderen,…
Beginsituatie -> evaluatie -> beginsituatie -> … => CYCLISCH PROCESS
Doelbewust en planmatig observeren observatiedoel
Situaties: verschillende aspecten (kleding, stem, de spraak, …) belangrijk: doel: vooraf bepalen
Soorten observaties
Open ongestructureerde observaties (= spontane/dagelijkse observaties)
- Gewone gedragingen of gebeurtenissen: bewust, gepland, gewild, bedoelt om info te bekomen
- In de klas: voortdurend observeren (de leraar probeert “breed te observeren)
Je krijgt zicht op de diversiteit in lerende groepen
Observeren op verschillende momenten, manieren, personen en gedragingen
- Belangrijk: opvolging van het kind kort noteren: zowel + als –
In scholen: observatie instrument: “leerlingenvolgsusyeem” MAAR bij deze: geen formulieren
Meest gebruikte observatie = “gedragsobservatie” (gedrag obserevren om je begeleiding of
communicatie doelgericht in te zetten)
Menselijk gedrag = complex -> te veel gebeurt tegelijk -> onderscheiden: verbaal + non-verbaal gedrag
-> Essentiële attitudes: luisteren, empathie, mondelinge + schrijftelijke vaardigheden, …
Systematische/ gestructureerde/ gesloten observaties
- Duidelijke afspraken = omtrent tijd, plaats, situaties waarin geobserveerd wordt
Participerende vs niet-participerende observaties
- Participerende observatie: de observator neemt zelf deel aan de activiteit -> voorbeeld:
huiswerk maken samen met leerling
- Niet-participerende observatie: de observator neemt niet deel + plaatst zich waar hij de
persoon goed kan volgen (= de meeste observaties)
Zelfobservatie
- Persoon van de observatie + die van het observatie-project vallen samen -> jezelf van een
afstand bekijken (zelfreflectie = basisvaardigheid) -> eigen praktijk: bijsturen + verbeteren
- = “Helicopterinterview”
Observatiebias = storing/ fout die optreedt tijdens de observatiefase
- Knelpunt bij observeren = betrouwbaarheid van de resultaten
- Observeren = objectief gebeuren!! -> niet beïnvloedt door eigen gevoelens/vooroordelen