ACADEMIEJAAR 2025 - 2026
SOCIALE PEDAGOGIEK
1. Inleiding
Kernelementen
Het pedagogische: mensen socialiseren in de bestaande samenleving
Het sociale: mogelijke spanning tussen individuele en maatschappelijke noden en vragen
Sociale Pedagogiek: specifieke aandacht voor de verhouding en spanning tussen individu
en samenleving
- Bijvoorbeeld armoede: aanpassen van individu en/of beleid?
- Bijvoorbeeld criminaliteit: volgen regelgeving en/of rechtvaardige regelgeving
- Bijvoorbeeld spijbelen: probleem van slecht gedrag en/of bevreemdend onderwijs?
In Vlaanderen: sociale pedagogiek als de theoretische onderbouw van het sociaal werk
Sociaal werk gaat om zeer diverse praktijken op zeer vele “terreinen”
- Bijvoorbeeld jeugdhulp – vluchtelingenwerk – ouderenzorg - jeugdwerk – buurtsport - hulp
aan daders - en slachtoPers - zorg voor personen met een handicap – buurtwerk – de
vakbond – daklozenwerk – vrijetijdsorganisaties - culturele organisaties, …
Zowel om goede situaties te optimaliseren, als problemen aan te pakken
Sociaal werk
Globale definitie: ‘Sociaal werk is een op de praktijk gebaseerd beroep en een academische
discipline die sociale verandering en ontwikkeling, sociale cohesie, empowerment en bevrijding
van mensen bevordert. Principes van sociale rechtvaardigheid, mensenrechten, collectieve
sociale verantwoordelijkheid en respect voor vormen van diversiteit staan centraal in het sociaal
werk. Onderbouwd door sociaalwerktheorieën, sociale- en menswetenschappen en inheemse
of lokale vormen van kennis, engageert sociaal werk mensen en structuren om problemen aan te
pakken en welzijn te bevorderen.’
Sociaal werk als zeer diverse praktijk
AANBOD VOOR…
- Verschillende leeftijdsgroepen (kinderen, jongeren, volwassenen) è hele levensloop
betrokken
- Specifieke doelgroepen (mensen met vrijetijdsvragen, mensen in armoede, dak- en
thuislozen, vluchtelingen, mensen met een beperking, mensen met een
drugproblematiek, …)
- Verschillende levensdomeinen van mensen (emotioneel, materieel, …)
o Financiële/ emotionele/ materiële hulp= mens in context en bevat grote diversiteit aan
vragen waarbij we mensen gaan ondersteunen
1
, ACADEMIEJAAR 2025 - 2026
COMPLEXE BELEIDSCONTEXT
- Europese regelgeving, Federaal, Gemeenschappen/gewesten, Vlaams, Lokaal (steden en
gemeenten)
VERSCHILLENDE JURIDISCHE ORGANISATIEVORMEN
- Publieke dienstverlening (georganiseerd door een overheid, bv. OCMW)
o Ingericht door Belgische overheid
- Privaat initiatief (vooral Verenigingen zonder Winstoogmerk (VZW’s), mogelijk met
subsidies vanuit een overheid)
o Eigen initiatief van de burger die iets organiseert in de SL en die daar al dan
niet subsidies voor krijgen
o Vooral vzw’s – sociaal werk valt hier vooral onder
- Commerciële initiatieven (bijvoorbeeld G4S, Sodexo, …)
o Met winstoogmerk (¹ vzw’s)
o Vermarkting van sociaal werk
§ Overheid moet geen subsidies meer geven en bedrijven organiseren dat
in de plaats: spaart geld uit voor Vlaamse overheid
o Discussie over vermarkting/ privatisering: leidt vaak ook tot ongelijkheid
§ Vb. Engeland: kwaliteitsverlies van bv personeel om geld uit te sparen
FORMELE EN INFORMELE PRAKTIJKEN (OF COMBINATIES)
Formele praktijken
- Zorg verleend door professionals
Informele praktijken
- Zorg verleend door individuele burgers (familie, vrijwilligers..)
- Bijv. Mantelzorg, jeugdwerk
INDIVIDUEEL/ COLLECTIEF
-Individueel aanbod (vb. individuele hulpvragers of gezinnen helpen, … )
-Collectief aanbod (vb. buurtwerk, groepswerk, sociaal artistieke ptaktijken, …)
ð Continuüm (onderscheid niet strikt per praktijk te maken; wordt vaak door elkaar gebruikt)
EEN OPDELING IN LIJNEN
-Nulde lijn: in eigen omgeving
o Bv. mantelzorg, zelfhulpgroep, jeugdclubs, ….
- Eerste lijn: direct toegankelijke dienstverlening, makkelijk om naartoe te stappen en
beroep op te doen (vb. huisarts)
o Bv. Centra Algemeen Welzijnswerk (CAW), OCMW, …
- Tweede lijn (bv. Centra voor Geestelijke Gezondheidszorg (CGGZ))
- Derde lijn (bv. residentiële voorziening jeugdhulp)
- Vierde lijn (bv. Psychiatrisch ziekenhuis)
ð Hoe verder op de lijn, hoe gespecialiseerder en ingrijpender (+ hoe duurder).
2
, ACADEMIEJAAR 2025 - 2026
Sociaal werk als pedagogische praktijk
PEDAGOGISCH HANDELEN
- Sociaal werk is pedagogisch handelen: intentioneel en systematisch tussenkomen in het
socialisatieproces van kinderen, jongeren en volwassenen met als doel dit proces te
veranderen in de richting van meer welzijn
o Socialisatie: (on)bewust aanleren van gewoonten, waarden, normen en kennis van
een bepaalde groep of maatschappij
o Intentioneel en systematisch: doordacht beïnvloeden van dit socialisatieproces
gericht op welzijnsverhoging
o Gericht op kinderen, jongeren én volwassenen
- Pedagogisch tussenkomen: vertaling van sociale situaties naar pedagogische
vraagstukken waar we als professionals mee aan de slag gaan
- Sociale problemen= problemen van de samenleving waar iedereen gevolgen van
ondervindt
o Bijvoorbeeld:
§ Armoedeprobleem vertalen in probleem van tekort aan werkbereidheid: is
dit rechtvaardig?
§ Delinquentieprobleem vertalen in probleem van slechte waarden en
normen: is dit rechtvaardig?
- Wordt vertaald naar pedagogische vraagstukken (we moeten daar iets mee kunnen doen)
o Verschil met sociologen: kunnen daar een analyse maken van de oorzaak en
sociologisch analyseren, maar een pedagoog moet handelen: hanteerbare
vraagstukken: je moet werken met die problemen
- Problemen vertalen waarop ze vatbaar worden voor interventies en tussenkomst en
mensen gaan ondersteunen: mensen overtuigen van beter leven
ð Pedagogisch handelen is voorwerp van debat, omdat dit niet neutraal is
Pedagogisch handelen is nooit neutraal
- Vertrekt vanuit specifieke opvattingen over de samenleving en opvoeding
o Bv. ‘Wat is een ‘goede’ opvoeding? Een goede burger? ….’
- Krijgt vorm binnen en geeft vorm aan de relatie tussen het ‘private’ en ‘publieke’
o “Dat is het gebied tussen wat mensen doen, en wat maatschappelijk opgelegd of
verwacht wordt. In dat tussengebied tussen het ‘private’ en het ‘publieke’ kan je
meerdere posities innemen. Je kan ervan uitgaan dat mensen zich moeten
aanpassen aan wat maatschappelijk verwacht wordt. Of je gaat ervan uit dat de
samenleving niet altijd goed in elkaar zit en moet veranderen.”
o Privaat: mijn verwachtingen. Publiek: verwachtingen maatschappij
3
, ACADEMIEJAAR 2025 - 2026
Pedagogisch handelen vraagt verantwoording
Pedagogisch handelen is niet neutraal
- Geeft mee vorm aan sociale problemen: het is niet zo simpel als gewoon een
stappenplan volgen
o Vb. spijbelen => sanctie. MAAR, je gaat hierdoor voorbij aan de complexiteit
van de oorzaak van spijbelen
- Bestaande orde bevestigen of veranderen
o Bestaande orde nu: regels volgen
ð Vraag naar verantwoording; waar zetten we als sociaal werk op in?
o Globale definitie van sociaal werk als internationaal ankerpunt (zie blz. 1)
o Politiserend sociaal werk in Vlaanderen (en internationaal) als belangrijke actuele
discussie
Sociaal werk in context
Als sociaal werker werk je in een context
Betekent dat we ook moeten kijken naar de…
- Professionele context
o Werken met een diversiteit van mensen
§ Kinderen, jongeren, volwassenen, mensen met een beperking, ouderen,
daklozen, drugsverslaafden, vluchtelingen, mensen in armoede, …
o Vraagt een diversiteit van vaardigheden
§ Luisteren, praten, op je handen zitten, rapporteren, …
- Organisationele context
o Een werkcontext: type organisatie waar je werkt
§ Doelgroep
§ Cultuur, regels en collega’s
- Historisch-maatschappelijke context
o De ontwikkeling van de verzorgingsstaat
§ “De verzorgingsstaat is een maatschappijvorm, die gekenmerkt wordt door
een op democratische leest geschoeid systeem van overheidszorg, dat zich
- bij handhaving van een kapitalistisch productiesysteem - garant stelt voor
het collectieve sociale welzijn van haar onderdanen”
§ “De samenlevingsvorm van sommige rijke geïndustrialiseerde landen
waarbij een aantal grondrechten van de burger, met het oog op zijn
materiële welvaart en de bevordering van zijn kansen tot ontplooiing,
binnen een wettelijk raamwerk, ePectief gewaarborgd worden. Dit alles in
het raam van de parlementaire democratie, en met behoud van de vrije
markteconomische productiewijze”
4
SOCIALE PEDAGOGIEK
1. Inleiding
Kernelementen
Het pedagogische: mensen socialiseren in de bestaande samenleving
Het sociale: mogelijke spanning tussen individuele en maatschappelijke noden en vragen
Sociale Pedagogiek: specifieke aandacht voor de verhouding en spanning tussen individu
en samenleving
- Bijvoorbeeld armoede: aanpassen van individu en/of beleid?
- Bijvoorbeeld criminaliteit: volgen regelgeving en/of rechtvaardige regelgeving
- Bijvoorbeeld spijbelen: probleem van slecht gedrag en/of bevreemdend onderwijs?
In Vlaanderen: sociale pedagogiek als de theoretische onderbouw van het sociaal werk
Sociaal werk gaat om zeer diverse praktijken op zeer vele “terreinen”
- Bijvoorbeeld jeugdhulp – vluchtelingenwerk – ouderenzorg - jeugdwerk – buurtsport - hulp
aan daders - en slachtoPers - zorg voor personen met een handicap – buurtwerk – de
vakbond – daklozenwerk – vrijetijdsorganisaties - culturele organisaties, …
Zowel om goede situaties te optimaliseren, als problemen aan te pakken
Sociaal werk
Globale definitie: ‘Sociaal werk is een op de praktijk gebaseerd beroep en een academische
discipline die sociale verandering en ontwikkeling, sociale cohesie, empowerment en bevrijding
van mensen bevordert. Principes van sociale rechtvaardigheid, mensenrechten, collectieve
sociale verantwoordelijkheid en respect voor vormen van diversiteit staan centraal in het sociaal
werk. Onderbouwd door sociaalwerktheorieën, sociale- en menswetenschappen en inheemse
of lokale vormen van kennis, engageert sociaal werk mensen en structuren om problemen aan te
pakken en welzijn te bevorderen.’
Sociaal werk als zeer diverse praktijk
AANBOD VOOR…
- Verschillende leeftijdsgroepen (kinderen, jongeren, volwassenen) è hele levensloop
betrokken
- Specifieke doelgroepen (mensen met vrijetijdsvragen, mensen in armoede, dak- en
thuislozen, vluchtelingen, mensen met een beperking, mensen met een
drugproblematiek, …)
- Verschillende levensdomeinen van mensen (emotioneel, materieel, …)
o Financiële/ emotionele/ materiële hulp= mens in context en bevat grote diversiteit aan
vragen waarbij we mensen gaan ondersteunen
1
, ACADEMIEJAAR 2025 - 2026
COMPLEXE BELEIDSCONTEXT
- Europese regelgeving, Federaal, Gemeenschappen/gewesten, Vlaams, Lokaal (steden en
gemeenten)
VERSCHILLENDE JURIDISCHE ORGANISATIEVORMEN
- Publieke dienstverlening (georganiseerd door een overheid, bv. OCMW)
o Ingericht door Belgische overheid
- Privaat initiatief (vooral Verenigingen zonder Winstoogmerk (VZW’s), mogelijk met
subsidies vanuit een overheid)
o Eigen initiatief van de burger die iets organiseert in de SL en die daar al dan
niet subsidies voor krijgen
o Vooral vzw’s – sociaal werk valt hier vooral onder
- Commerciële initiatieven (bijvoorbeeld G4S, Sodexo, …)
o Met winstoogmerk (¹ vzw’s)
o Vermarkting van sociaal werk
§ Overheid moet geen subsidies meer geven en bedrijven organiseren dat
in de plaats: spaart geld uit voor Vlaamse overheid
o Discussie over vermarkting/ privatisering: leidt vaak ook tot ongelijkheid
§ Vb. Engeland: kwaliteitsverlies van bv personeel om geld uit te sparen
FORMELE EN INFORMELE PRAKTIJKEN (OF COMBINATIES)
Formele praktijken
- Zorg verleend door professionals
Informele praktijken
- Zorg verleend door individuele burgers (familie, vrijwilligers..)
- Bijv. Mantelzorg, jeugdwerk
INDIVIDUEEL/ COLLECTIEF
-Individueel aanbod (vb. individuele hulpvragers of gezinnen helpen, … )
-Collectief aanbod (vb. buurtwerk, groepswerk, sociaal artistieke ptaktijken, …)
ð Continuüm (onderscheid niet strikt per praktijk te maken; wordt vaak door elkaar gebruikt)
EEN OPDELING IN LIJNEN
-Nulde lijn: in eigen omgeving
o Bv. mantelzorg, zelfhulpgroep, jeugdclubs, ….
- Eerste lijn: direct toegankelijke dienstverlening, makkelijk om naartoe te stappen en
beroep op te doen (vb. huisarts)
o Bv. Centra Algemeen Welzijnswerk (CAW), OCMW, …
- Tweede lijn (bv. Centra voor Geestelijke Gezondheidszorg (CGGZ))
- Derde lijn (bv. residentiële voorziening jeugdhulp)
- Vierde lijn (bv. Psychiatrisch ziekenhuis)
ð Hoe verder op de lijn, hoe gespecialiseerder en ingrijpender (+ hoe duurder).
2
, ACADEMIEJAAR 2025 - 2026
Sociaal werk als pedagogische praktijk
PEDAGOGISCH HANDELEN
- Sociaal werk is pedagogisch handelen: intentioneel en systematisch tussenkomen in het
socialisatieproces van kinderen, jongeren en volwassenen met als doel dit proces te
veranderen in de richting van meer welzijn
o Socialisatie: (on)bewust aanleren van gewoonten, waarden, normen en kennis van
een bepaalde groep of maatschappij
o Intentioneel en systematisch: doordacht beïnvloeden van dit socialisatieproces
gericht op welzijnsverhoging
o Gericht op kinderen, jongeren én volwassenen
- Pedagogisch tussenkomen: vertaling van sociale situaties naar pedagogische
vraagstukken waar we als professionals mee aan de slag gaan
- Sociale problemen= problemen van de samenleving waar iedereen gevolgen van
ondervindt
o Bijvoorbeeld:
§ Armoedeprobleem vertalen in probleem van tekort aan werkbereidheid: is
dit rechtvaardig?
§ Delinquentieprobleem vertalen in probleem van slechte waarden en
normen: is dit rechtvaardig?
- Wordt vertaald naar pedagogische vraagstukken (we moeten daar iets mee kunnen doen)
o Verschil met sociologen: kunnen daar een analyse maken van de oorzaak en
sociologisch analyseren, maar een pedagoog moet handelen: hanteerbare
vraagstukken: je moet werken met die problemen
- Problemen vertalen waarop ze vatbaar worden voor interventies en tussenkomst en
mensen gaan ondersteunen: mensen overtuigen van beter leven
ð Pedagogisch handelen is voorwerp van debat, omdat dit niet neutraal is
Pedagogisch handelen is nooit neutraal
- Vertrekt vanuit specifieke opvattingen over de samenleving en opvoeding
o Bv. ‘Wat is een ‘goede’ opvoeding? Een goede burger? ….’
- Krijgt vorm binnen en geeft vorm aan de relatie tussen het ‘private’ en ‘publieke’
o “Dat is het gebied tussen wat mensen doen, en wat maatschappelijk opgelegd of
verwacht wordt. In dat tussengebied tussen het ‘private’ en het ‘publieke’ kan je
meerdere posities innemen. Je kan ervan uitgaan dat mensen zich moeten
aanpassen aan wat maatschappelijk verwacht wordt. Of je gaat ervan uit dat de
samenleving niet altijd goed in elkaar zit en moet veranderen.”
o Privaat: mijn verwachtingen. Publiek: verwachtingen maatschappij
3
, ACADEMIEJAAR 2025 - 2026
Pedagogisch handelen vraagt verantwoording
Pedagogisch handelen is niet neutraal
- Geeft mee vorm aan sociale problemen: het is niet zo simpel als gewoon een
stappenplan volgen
o Vb. spijbelen => sanctie. MAAR, je gaat hierdoor voorbij aan de complexiteit
van de oorzaak van spijbelen
- Bestaande orde bevestigen of veranderen
o Bestaande orde nu: regels volgen
ð Vraag naar verantwoording; waar zetten we als sociaal werk op in?
o Globale definitie van sociaal werk als internationaal ankerpunt (zie blz. 1)
o Politiserend sociaal werk in Vlaanderen (en internationaal) als belangrijke actuele
discussie
Sociaal werk in context
Als sociaal werker werk je in een context
Betekent dat we ook moeten kijken naar de…
- Professionele context
o Werken met een diversiteit van mensen
§ Kinderen, jongeren, volwassenen, mensen met een beperking, ouderen,
daklozen, drugsverslaafden, vluchtelingen, mensen in armoede, …
o Vraagt een diversiteit van vaardigheden
§ Luisteren, praten, op je handen zitten, rapporteren, …
- Organisationele context
o Een werkcontext: type organisatie waar je werkt
§ Doelgroep
§ Cultuur, regels en collega’s
- Historisch-maatschappelijke context
o De ontwikkeling van de verzorgingsstaat
§ “De verzorgingsstaat is een maatschappijvorm, die gekenmerkt wordt door
een op democratische leest geschoeid systeem van overheidszorg, dat zich
- bij handhaving van een kapitalistisch productiesysteem - garant stelt voor
het collectieve sociale welzijn van haar onderdanen”
§ “De samenlevingsvorm van sommige rijke geïndustrialiseerde landen
waarbij een aantal grondrechten van de burger, met het oog op zijn
materiële welvaart en de bevordering van zijn kansen tot ontplooiing,
binnen een wettelijk raamwerk, ePectief gewaarborgd worden. Dit alles in
het raam van de parlementaire democratie, en met behoud van de vrije
markteconomische productiewijze”
4