BEENDERSTELSEL (doelstellingen)
1. De student kan de func es en fysiologie van het beenderstelsel benoemen en uitleggen
Func es:
- Ondersteuning: skelet vormt dragende raamwerk van het lichaam
- Opslagfunc e:
∙ Mineralen: calcium (Ca) en fosfaat (PO₄³⁻) worden opgeslagen
∙ Energie: vetreserve in het gele beenmerg
- Vorming bloedcellen (hematopoëse): in rode beenmerg worden rode + wi e bloedcellen (RBC/WBC)
+ bloedplaatjes gevormd
- Bescherming: beenderen beschermen vitale organen (bv: schedel -> hersenen)
- He oomwerking: beenderen func oneren als he omen waarop spieren hun kracht uitoefenen
Fysiologie beenweefsel:
▪ Calciumopslag
- Belangrijk voor enzymac viteit, spiercontrac e en zenuwgeleiding
- Regula e: 2 hormonen:
∙ Parathormoon (PTH) uit bijschildklier -> verhoogt calciumafgi e uit bot + bevordert
opname uit darm en terugresorp e in nieren
∙ Calcitonine uit schildklier -> werkt antagonis sch, verlaagt calciumgehalte in bloed
▪ Hormonale invloeden
- Groeihormoon (hypofyse): s muleert enchondrale en periostale botgroei
- Oestrogeen/testosteron: s muleren botvorming, vooral jdens puberteit
▪ Vitamines
- Vitamine D: bevordert calciumabsop e en botmineralisa e
- Vitamine A en C: nodig voor groei en onderhoud beenweefsel
Pathologie (vb):
- osteoporose: verhoogde bota raak, typisch postmenopauzaal of bij inac viteit → vergrote
mergholtes, verminderde botdensiteit, meer kans op fracturen
2. De student kan de vorming en a raak van beenderen beschrijven
Botvorming (ossifica e / osteogenese):
2 soorten botvorming:
1. Intramembraneuze botvorming:
▪ Ontstaat uit bindweefsel
▪ Typisch voor pla e beenderen van de schedel, clavicula, onderkaak
▪ Proces:
▫ Mesenchymcellen → osteoblasten → produceren botmatrix
▫ Osteoblasten worden ingesloten → osteocyten
▫ Vorming van spongieus bot → later verdicht tot compact bot
2. Enchondrale botvorming:
▪ Ontstaat uit kraakbenig model (hyalien kraakbeen)
▪ Typisch voor lange beenderen
▪ Proces:
▫ Kraakbeen groeit → verkalkt → osteoblasten vervangen kraakbeen door bot
▫ Epifysairschijven zorgen voor lengtegroei tot na puberteit
Bota raak (resorp e):
- Osteoclasten -> breken mineralen en organisch materiaal af
- Nodig voor botvernieuwing, calciumhuishouding en herstel na breuken
Botremodellering = evenwicht tussen:
Osteoblasten (botopbouw)
Osteoclasten (bota raak)
1. De student kan de func es en fysiologie van het beenderstelsel benoemen en uitleggen
Func es:
- Ondersteuning: skelet vormt dragende raamwerk van het lichaam
- Opslagfunc e:
∙ Mineralen: calcium (Ca) en fosfaat (PO₄³⁻) worden opgeslagen
∙ Energie: vetreserve in het gele beenmerg
- Vorming bloedcellen (hematopoëse): in rode beenmerg worden rode + wi e bloedcellen (RBC/WBC)
+ bloedplaatjes gevormd
- Bescherming: beenderen beschermen vitale organen (bv: schedel -> hersenen)
- He oomwerking: beenderen func oneren als he omen waarop spieren hun kracht uitoefenen
Fysiologie beenweefsel:
▪ Calciumopslag
- Belangrijk voor enzymac viteit, spiercontrac e en zenuwgeleiding
- Regula e: 2 hormonen:
∙ Parathormoon (PTH) uit bijschildklier -> verhoogt calciumafgi e uit bot + bevordert
opname uit darm en terugresorp e in nieren
∙ Calcitonine uit schildklier -> werkt antagonis sch, verlaagt calciumgehalte in bloed
▪ Hormonale invloeden
- Groeihormoon (hypofyse): s muleert enchondrale en periostale botgroei
- Oestrogeen/testosteron: s muleren botvorming, vooral jdens puberteit
▪ Vitamines
- Vitamine D: bevordert calciumabsop e en botmineralisa e
- Vitamine A en C: nodig voor groei en onderhoud beenweefsel
Pathologie (vb):
- osteoporose: verhoogde bota raak, typisch postmenopauzaal of bij inac viteit → vergrote
mergholtes, verminderde botdensiteit, meer kans op fracturen
2. De student kan de vorming en a raak van beenderen beschrijven
Botvorming (ossifica e / osteogenese):
2 soorten botvorming:
1. Intramembraneuze botvorming:
▪ Ontstaat uit bindweefsel
▪ Typisch voor pla e beenderen van de schedel, clavicula, onderkaak
▪ Proces:
▫ Mesenchymcellen → osteoblasten → produceren botmatrix
▫ Osteoblasten worden ingesloten → osteocyten
▫ Vorming van spongieus bot → later verdicht tot compact bot
2. Enchondrale botvorming:
▪ Ontstaat uit kraakbenig model (hyalien kraakbeen)
▪ Typisch voor lange beenderen
▪ Proces:
▫ Kraakbeen groeit → verkalkt → osteoblasten vervangen kraakbeen door bot
▫ Epifysairschijven zorgen voor lengtegroei tot na puberteit
Bota raak (resorp e):
- Osteoclasten -> breken mineralen en organisch materiaal af
- Nodig voor botvernieuwing, calciumhuishouding en herstel na breuken
Botremodellering = evenwicht tussen:
Osteoblasten (botopbouw)
Osteoclasten (bota raak)