Psychodiagnostiek
Examen samenvatting
Wat is psychodiagnostiek?
« Psychologische evaluatie of assessment
« De kern van het begrijpen en begeleiden van menselijk gedrag
« Definitie: het proces waarbij gestandaardiseerde metingen en observatietechnieken
worden toegepast om cognitieve vaardigheden, persoonlijkheid en emotioneel
functioneren te evalueren
« Gegevensverzameling: verzameling, ordening en verwerking van relevante gegevens
vanuit de hulp- of zorgvraag
« Meer dan testen: vereist psychologisch inzicht, observatievermogen en
gesprekstechnieken voor grondige evaluatie
« Niet persee altijd voor een diagnose
« Kan ook zijn om handvaten mee te geven
Psychologische instrumenten
« Psychodiagnosticus -> professionele testgebruiker
« Klachtenvragenlijst
« Geheugen -> dementieonderzoek
« Zelfrapportage-test: vragenlijsten of interviews waarin individuen vragen over
zichzelf kan beantwoorden bv. IQ test
« Prestatietests: tests waarbij individuen specifieke taken uitvoeren, zoals puzzels
oplossen of geheugenoefeningen laten doen bv. Aandachtstest
« Projectieve tests: tests die dubbelzinnige stimuli gebruiken om onderliggende
gedachten en gevoelens te onthullen bv. Tests met de inktvlekken
« Situational judgement tests: realistische scenario’s waarbij individuen het meest
geschikte antwoord moeten kiezen (hoe zou je met bepaalde situaties omgaan)
« Kwalificaties: instrumenten moeten worden gebruikt door gekwalificeerde en opgeleide
professionals. Testuitgeverijen voorzien vaak een eigen kwalificatielabel
« Beperkingen: instrumenten beoordelen vaak slechts één aspect van functioneren.
Testresultaten kunnen worden beïnvloed door cultuur, taal en sociaaleconomische
status
« Integratie: testresultaten moeten worden gebruikt in combinatie met andere
informatiebronnen voor een vollediger begrip van het individu
« Psychodiagnostiek is niet louter gebruik voor instrumenten
« Psychodiagnosticus is niet louter testgebruik
« Psychodiagnostiek = kritisch denkproces
Kritisch denkproces
« Interpretatie: resultaten kwaliteitsvol en contextueel interpreteren
« Observatie: observeren buiten de context van gestandaardiseerde tests
« Hypothesevorming: formuleren van goede onderzoekshypothesen
« Gegevens verzamelen: verzamelen van informatie via gesprekken, observaties en
instrumenten -> klachten & verwachtingen
, « Integratie: samenbrengen van verschillende informatiebronnen -> ordening in de
gegevens brengen
« Interpretatie: analyseren en betekenis geven aan de verzamelde gegevens ->
hypothese al dan niet bevestigen
« Rapportage: opstellen van een psychologisch rapport met bevindingen en
aanbevelingen -> schriftelijk verslag doorgeven en mondeling toelichten aan cliënt zelf
« Mensen zijn vrij om het advies al dan niet te volgen
Doelstellingen van psychodiagnostiek
« Diagnosestelling: classificeren van psychische stoornissen en aandoeningen -> altijd in
samenwerking met een team
« Behandelplanning: identificeren van sterke en zwakke punten voor gerichte interventies
« Competentiestelling: in kaart brengen van vaardigheden en competenties op de
werkvloer -> eerder in arbeidsorganisatie
« Begeleiding: ondersteunen bij school- of arbeidsloopbaan door identificatie van
interesses
« Klinische: is er sprake van een stoornis? Wat is de draagkracht van deze cliënt?
« School- en pedagogische: is er sprake van een problematische gezinssituatie? Is deze
leerling hoogbegaafd?
« Arbeids- en organisatie: voldoet een sollicitant aan de functie-eisen? Ervaren
medewerkers te veel stress? Zo ja, waarom?
Kenmeren van kwaliteitsvol onderzoek
« Integratie van bronnen: informatie van cliënt én personen uit diens omgeving
« Meerdere methoden: combinatie van gesprekken, observatie en gestandaardiseerde
tests
« Contextuele benadering: aandacht voor context en culturele factoren
Alledaags impliciet diagnosticeren
« Attributietheorie: verklaringen zoeken voor bepaald gedrag of dingen die gebeuren
« Intern: aan de persoon zelf toeschrijven, hoe die persoon is
« Extern: factoren die buiten de persoon liggen
Risico’s:
« Cognitieve foutenbronnen: vertekeningen in ons denken en die een slechte invloed
kunnen hebben op onze perceptie
« Nefaste invloed op percepties en beslissingen
« Ongewapende oordeel
Wat kan helpen?:
« Wetenschappelijke modellen bv. Model van de Bruyn
« Bewustzijn van onze automatische attributies en deze kritisch evalueren
Foutenbronnen en hun oorzaken
« Heuristieken: snel denken of buikgevoel denken
« Algoritmen: een regel die je toepast die in elke situatie werkt
, « Beschikbaarheidsheuristiek: de neiging om frequentie of waarschijnlijkheid te
overschatten op basis van hoe gemakkelijk voorbeelden in het geheugen toegankelijk
zijn-> roept herinneringen op in je geheugen en zo sneller dingen koppelen
« Gambler’s fallacy: de misvatting dat willekeurige gebeurtenissen elkaar beïnvloeden,
zoals geloven dat na een reeks verliezen een winst waarschijnlijker wordt
« Base rate verwaarlozing: het onderschatten of negeren van fundamentele statistische
informatie ten gunste van specifieke, anekdotische gevallen bij het maken van
beoordelingen -> overschatten van symptomen en te snel conclusies maken
« Confirmatiebias: de tendens om selectief informatie te zoeken, interpreteren en
onthouden die reeds bestaande overtuigingen bevestigt, terwijl tegenstrijdig bewijs
wordt genegeerd -> tunnelvisie
« Representativiteitsheuristiek: mentale shortcut waarbij we beoordelen of iets tot een
categorie behoort op basis van hoe representatief of typisch het lijkt voor de categorie -
> hoe typisch je iets vind voor een bepaalde karakteristiek en direct in dat hokje
plaatsen
Gevolgen van impliciete diagnostiek
« Beperkt inzicht in cognitieve valkuilen: onvoldoende bewustzijn van eigen denkfouten
en vooringenomenheid in het diagnostisch proces
« Confirmatiebias in informatieverzameling: gericht zoeken naar gegevens die eerste
indrukken en hypothesen bevestigen, terwijl tegenstrijdige informatie wordt genegeerd
« Diagnostische blindheid voor evidente mogelijkheden: cruciale diagnostische
alternatieven missen door een te nauwe focus op eerste vermoedens
« Suboptimale participatie van betrokkenen: ontoereikende betrokkenheid van de cliënt
zelf en zijn systeem, waardoor waardevolle perspectieven verloren gaan in het
diagnostisch traject
« Goed naar cliënt luisteren ne niet te snel advies geven
« Omgeving cliënt bevragen
« Eigen collega’s betrekken voor andere ideeën
Expliciete diagnostiek als oplossing
« Wetenschappelijk verantwoorde vormgeving: systematische aanpak gebaseerd op
hypothesetoestand denken van empirische validatie -> hypothese toetsen
« Kwaliteitsvolle instrumenten: doordachte selectie van betrouwbare en valide
diagnostische methodieken en meetinstrumenten -> vragenlijsten ook aanpassen aan
persoon
« Richtinggevend kader: implementatie van de empirische cyclus als structurele
wetenschappelijke methode voor diagnostisch onderzoek -> empirische cyclus volgen
« Kritisch denken: systematisch en objectief informatie verzamelen, analyseren en
interpreteren met aandacht voor alternatieve verklaringen
De empirische cyclus
« Observatie: gesprekken, observeren, vragenlijsten
« Hypothese: formuleren van hypothesen
« Toetsing: hoe kunnen we dit nagaan? Experiment opzetten?
« Theorievorming: hypothese houden en bekijken hoe dit komt of hypothese verwerpen
« Herhalend karakter
Voorbeeld:
, « Kritisch denken: centraal staat de systematische evaluatie van informatie en het wegen
van verschillende perspectieven voor onderbouwde besluitvorming
« Werkveld overschrijdend: het model is toepasbaar binnen diverse psychologische
disciplines
« Niet gekoppeld aan specifiek denkkader: het procesmodel is theoretisch neutraal en
kan worden gecombineerd met verschillende psychologische stromingen en
methodologieën
« Expliciet denkproces: het model bevordert transparantie door het systematisch
documenteren van de rendering en overwegingen die leiden tot diagnostische
conclusies
De geschiedenis van psychodiagnostiek
« Eind 19e eeuw: ontstaan van psychodiagnostiek met bekwaamheidsproeven en eerste
intelligentietests van Galton en Binet
« Eerste wereldoorlog: steile opmars door gebruik van tests bij soldaten. Uitbreiding naar
persoonlijkheid en psychische stoornissen
« 1952: publicatie eerste DSM, een gestandaardiseerd classificatiesysteem voor
psychische stoornissen
« Eind 20e eeuw: meer aandacht voor culturele gevoeligheid en kwaliteit van
instrumenten
Moderne ontwikkelingen
« Psychometrie: toegenomen kennis binnen testtheorie zorgde voor meer aandacht voor
betrouwbaarheid en validiteit
« Culturele sensitiviteit: instrumenten moeten vrij zijn van vooringenomenheid en
culturele geladenheid
« Technologische vooruitgang: opkomst van digitale tests, telediagnostiek en
computerized adaptive testing
« Observatie kan in een testsituatie of ook daarbuiten
« Interpretatie: hoe kunnen we nu hier conclusies uit trekken en wat zegt die over onze
hypothesis
Maatschappelijke relevantie
Examen samenvatting
Wat is psychodiagnostiek?
« Psychologische evaluatie of assessment
« De kern van het begrijpen en begeleiden van menselijk gedrag
« Definitie: het proces waarbij gestandaardiseerde metingen en observatietechnieken
worden toegepast om cognitieve vaardigheden, persoonlijkheid en emotioneel
functioneren te evalueren
« Gegevensverzameling: verzameling, ordening en verwerking van relevante gegevens
vanuit de hulp- of zorgvraag
« Meer dan testen: vereist psychologisch inzicht, observatievermogen en
gesprekstechnieken voor grondige evaluatie
« Niet persee altijd voor een diagnose
« Kan ook zijn om handvaten mee te geven
Psychologische instrumenten
« Psychodiagnosticus -> professionele testgebruiker
« Klachtenvragenlijst
« Geheugen -> dementieonderzoek
« Zelfrapportage-test: vragenlijsten of interviews waarin individuen vragen over
zichzelf kan beantwoorden bv. IQ test
« Prestatietests: tests waarbij individuen specifieke taken uitvoeren, zoals puzzels
oplossen of geheugenoefeningen laten doen bv. Aandachtstest
« Projectieve tests: tests die dubbelzinnige stimuli gebruiken om onderliggende
gedachten en gevoelens te onthullen bv. Tests met de inktvlekken
« Situational judgement tests: realistische scenario’s waarbij individuen het meest
geschikte antwoord moeten kiezen (hoe zou je met bepaalde situaties omgaan)
« Kwalificaties: instrumenten moeten worden gebruikt door gekwalificeerde en opgeleide
professionals. Testuitgeverijen voorzien vaak een eigen kwalificatielabel
« Beperkingen: instrumenten beoordelen vaak slechts één aspect van functioneren.
Testresultaten kunnen worden beïnvloed door cultuur, taal en sociaaleconomische
status
« Integratie: testresultaten moeten worden gebruikt in combinatie met andere
informatiebronnen voor een vollediger begrip van het individu
« Psychodiagnostiek is niet louter gebruik voor instrumenten
« Psychodiagnosticus is niet louter testgebruik
« Psychodiagnostiek = kritisch denkproces
Kritisch denkproces
« Interpretatie: resultaten kwaliteitsvol en contextueel interpreteren
« Observatie: observeren buiten de context van gestandaardiseerde tests
« Hypothesevorming: formuleren van goede onderzoekshypothesen
« Gegevens verzamelen: verzamelen van informatie via gesprekken, observaties en
instrumenten -> klachten & verwachtingen
, « Integratie: samenbrengen van verschillende informatiebronnen -> ordening in de
gegevens brengen
« Interpretatie: analyseren en betekenis geven aan de verzamelde gegevens ->
hypothese al dan niet bevestigen
« Rapportage: opstellen van een psychologisch rapport met bevindingen en
aanbevelingen -> schriftelijk verslag doorgeven en mondeling toelichten aan cliënt zelf
« Mensen zijn vrij om het advies al dan niet te volgen
Doelstellingen van psychodiagnostiek
« Diagnosestelling: classificeren van psychische stoornissen en aandoeningen -> altijd in
samenwerking met een team
« Behandelplanning: identificeren van sterke en zwakke punten voor gerichte interventies
« Competentiestelling: in kaart brengen van vaardigheden en competenties op de
werkvloer -> eerder in arbeidsorganisatie
« Begeleiding: ondersteunen bij school- of arbeidsloopbaan door identificatie van
interesses
« Klinische: is er sprake van een stoornis? Wat is de draagkracht van deze cliënt?
« School- en pedagogische: is er sprake van een problematische gezinssituatie? Is deze
leerling hoogbegaafd?
« Arbeids- en organisatie: voldoet een sollicitant aan de functie-eisen? Ervaren
medewerkers te veel stress? Zo ja, waarom?
Kenmeren van kwaliteitsvol onderzoek
« Integratie van bronnen: informatie van cliënt én personen uit diens omgeving
« Meerdere methoden: combinatie van gesprekken, observatie en gestandaardiseerde
tests
« Contextuele benadering: aandacht voor context en culturele factoren
Alledaags impliciet diagnosticeren
« Attributietheorie: verklaringen zoeken voor bepaald gedrag of dingen die gebeuren
« Intern: aan de persoon zelf toeschrijven, hoe die persoon is
« Extern: factoren die buiten de persoon liggen
Risico’s:
« Cognitieve foutenbronnen: vertekeningen in ons denken en die een slechte invloed
kunnen hebben op onze perceptie
« Nefaste invloed op percepties en beslissingen
« Ongewapende oordeel
Wat kan helpen?:
« Wetenschappelijke modellen bv. Model van de Bruyn
« Bewustzijn van onze automatische attributies en deze kritisch evalueren
Foutenbronnen en hun oorzaken
« Heuristieken: snel denken of buikgevoel denken
« Algoritmen: een regel die je toepast die in elke situatie werkt
, « Beschikbaarheidsheuristiek: de neiging om frequentie of waarschijnlijkheid te
overschatten op basis van hoe gemakkelijk voorbeelden in het geheugen toegankelijk
zijn-> roept herinneringen op in je geheugen en zo sneller dingen koppelen
« Gambler’s fallacy: de misvatting dat willekeurige gebeurtenissen elkaar beïnvloeden,
zoals geloven dat na een reeks verliezen een winst waarschijnlijker wordt
« Base rate verwaarlozing: het onderschatten of negeren van fundamentele statistische
informatie ten gunste van specifieke, anekdotische gevallen bij het maken van
beoordelingen -> overschatten van symptomen en te snel conclusies maken
« Confirmatiebias: de tendens om selectief informatie te zoeken, interpreteren en
onthouden die reeds bestaande overtuigingen bevestigt, terwijl tegenstrijdig bewijs
wordt genegeerd -> tunnelvisie
« Representativiteitsheuristiek: mentale shortcut waarbij we beoordelen of iets tot een
categorie behoort op basis van hoe representatief of typisch het lijkt voor de categorie -
> hoe typisch je iets vind voor een bepaalde karakteristiek en direct in dat hokje
plaatsen
Gevolgen van impliciete diagnostiek
« Beperkt inzicht in cognitieve valkuilen: onvoldoende bewustzijn van eigen denkfouten
en vooringenomenheid in het diagnostisch proces
« Confirmatiebias in informatieverzameling: gericht zoeken naar gegevens die eerste
indrukken en hypothesen bevestigen, terwijl tegenstrijdige informatie wordt genegeerd
« Diagnostische blindheid voor evidente mogelijkheden: cruciale diagnostische
alternatieven missen door een te nauwe focus op eerste vermoedens
« Suboptimale participatie van betrokkenen: ontoereikende betrokkenheid van de cliënt
zelf en zijn systeem, waardoor waardevolle perspectieven verloren gaan in het
diagnostisch traject
« Goed naar cliënt luisteren ne niet te snel advies geven
« Omgeving cliënt bevragen
« Eigen collega’s betrekken voor andere ideeën
Expliciete diagnostiek als oplossing
« Wetenschappelijk verantwoorde vormgeving: systematische aanpak gebaseerd op
hypothesetoestand denken van empirische validatie -> hypothese toetsen
« Kwaliteitsvolle instrumenten: doordachte selectie van betrouwbare en valide
diagnostische methodieken en meetinstrumenten -> vragenlijsten ook aanpassen aan
persoon
« Richtinggevend kader: implementatie van de empirische cyclus als structurele
wetenschappelijke methode voor diagnostisch onderzoek -> empirische cyclus volgen
« Kritisch denken: systematisch en objectief informatie verzamelen, analyseren en
interpreteren met aandacht voor alternatieve verklaringen
De empirische cyclus
« Observatie: gesprekken, observeren, vragenlijsten
« Hypothese: formuleren van hypothesen
« Toetsing: hoe kunnen we dit nagaan? Experiment opzetten?
« Theorievorming: hypothese houden en bekijken hoe dit komt of hypothese verwerpen
« Herhalend karakter
Voorbeeld:
, « Kritisch denken: centraal staat de systematische evaluatie van informatie en het wegen
van verschillende perspectieven voor onderbouwde besluitvorming
« Werkveld overschrijdend: het model is toepasbaar binnen diverse psychologische
disciplines
« Niet gekoppeld aan specifiek denkkader: het procesmodel is theoretisch neutraal en
kan worden gecombineerd met verschillende psychologische stromingen en
methodologieën
« Expliciet denkproces: het model bevordert transparantie door het systematisch
documenteren van de rendering en overwegingen die leiden tot diagnostische
conclusies
De geschiedenis van psychodiagnostiek
« Eind 19e eeuw: ontstaan van psychodiagnostiek met bekwaamheidsproeven en eerste
intelligentietests van Galton en Binet
« Eerste wereldoorlog: steile opmars door gebruik van tests bij soldaten. Uitbreiding naar
persoonlijkheid en psychische stoornissen
« 1952: publicatie eerste DSM, een gestandaardiseerd classificatiesysteem voor
psychische stoornissen
« Eind 20e eeuw: meer aandacht voor culturele gevoeligheid en kwaliteit van
instrumenten
Moderne ontwikkelingen
« Psychometrie: toegenomen kennis binnen testtheorie zorgde voor meer aandacht voor
betrouwbaarheid en validiteit
« Culturele sensitiviteit: instrumenten moeten vrij zijn van vooringenomenheid en
culturele geladenheid
« Technologische vooruitgang: opkomst van digitale tests, telediagnostiek en
computerized adaptive testing
« Observatie kan in een testsituatie of ook daarbuiten
« Interpretatie: hoe kunnen we nu hier conclusies uit trekken en wat zegt die over onze
hypothesis
Maatschappelijke relevantie