Hoofdstuk 1: projectontwerp
Onderzoeks-
ontwerp
Conceptueel
ontwerp
Doelstelling
Onderzoeksmodel
Vraagstelling
Begripsbepaling
Onderzoekstechnisc
h ontwerp
Onderzoeksmateriaal
Onderzoeksstrategie
Onderzoeksplanning
Iteratief ontwerpen
• Voortduren heen-en-weergaande beweging
• Bijstelling
• Herbezinnen en herschrijven
• = alles herbekijken en terugkomen op jouw stappenplan
Hoofdstuk 2: doelstelling
Politieke en
sociale context
Zuiver/toegepast
Wensen van de
wetenschappelijk
opdrachtgever
onderzoek
Reikwijdte van de Criminologisch
studie paradigma
Keuze van een
onderzoeksprobleem
Waarden en
Wetenschapsfilosofische
maatschappelijke
opvattingen
problemen
Voorkeur voor Voorkeur voor
een theorie een methode
1) & 2) Politieke & sociale context – wensen van de opdrachtgever
1
, - Politieke gebeurtenissen (mode-trends)
- Grote wetenschappelijke instituten (waakhonden, long term research)
- Opdrachtgevers (beleidsonderneming, one shot projects)
Onderzoekspotentieel – opdrachtgevers
• Universiteiten / hogescholen / privé-studiebureaus
• Opdrachtgevers
• Bv. (inter)nationale staten, ministeries, regio’s, gemeenten, bedrijven,…
• Grote wetenschappelijke instituten / wetenschapsfinanciers
• Bv. FWO – Fonds Wetenschappelijk Onderzoek Vlaanderen
- https://www.ugent.be/nl/onderzoek
3) Criminologisch paradigma
- Individueel positivisme (bv. biologische criminaliteitstheorieën,…) =
Crimineel gedrag ligt vooral bij het individu zelf – biologische, psychologische
of persoonlijke kenmerken zouden bepalen of iemand crimineel wordt.
- Neo-individueel positivisme (bv. sociale controletheorie,…) = Nog steeds
focus op het individu, maar er wordt erkend dat sociale factoren een rol
spelen. Het gaat om de interactie tussen persoonlijke kenmerken en sociale
controle.
- Sociaal positivisme (bv. ecologische theorie,…) = Criminaliteit wordt vooral
veroorzaakt door sociale en omgevingsfactoren, niet door het individu zelf.
- Marxistische theorieën = Criminaliteit is een gevolg van sociale ongelijkheid
en de klassenstructuur.
- Neo-marxistische theorieën (bv. links realisme,…) = Een modernere variant
van Marxistische theorieën, met aandacht voor culturele aspecten en
empirische toepassingen.
- Micro theorieën – middle range theorieën – grand theorieën
- OPGELET: Theoretical blindness
o Objectief bekijken van uit jouw onderzoek, ook als je negatieve
uitkomsten hebt
4) Waarden en maatschappelijke problemen
- Maatschappelijke projecten
- Opvattingen over goed en kwaad
- Opvattingen over sociale rechtvaardigheid
- Opvattingen over vrijheid en democratie
- OPGELET: Maatschappelijk engagement versus objectiviteit
o = Maatschappelijke projecten zijn initiatieven die sociale problemen
aanpakken of het welzijn van mensen verbeteren en vaak gebaseerd
2
, zijn op waarden zoals solidariteit en gelijkheid. Wat goed of kwaad is,
verschilt per samenleving en bepaalt welk gedrag acceptabel wordt
gevonden. Sociale rechtvaardigheid gaat over een eerlijke verdeling
van kansen, middelen en rechten, waarbij sommige mensen gelijkheid
van uitkomst belangrijk vinden en anderen gelijkheid van kansen.
Vrijheid en democratie zijn kernwaarden waarbij vrijheid zowel
persoonlijke keuzes als collectieve bescherming kan betreffen, en
democratie burgers inspraak geeft in maatschappelijke beslissingen.
Bij het bestuderen van maatschappelijke problemen is het belangrijk
om betrokkenheid te tonen, maar tegelijkertijd objectief en neutraal te
blijven in de analyse.
5) Voorkeur voor een methode
• Alleen harde kwantitatieve technieken verdienen het etiket ’wetenschappen’?
Of
• Interesse in de eigenheid, het eigenaardige, van een fenomeen (kwalitatief)
• Voorkeur voor bepaalde dataverzamelingsmethoden en data-anaysemethoden
• OPGELET: Voorkeur versus ‘reactiviteit’
• Onderzoekers kunnen een voorkeur hebben voor verschillende
onderzoeksmethoden. Sommigen vinden dat alleen harde, kwantitatieve
technieken echt wetenschappelijk zijn, omdat ze meetbare en objectieve
resultaten opleveren. Anderen geven de voorkeur aan kwalitatieve
methoden, waarbij de nadruk ligt op het begrijpen van de eigenheid en het
eigenaardige van een fenomeen. Daarnaast kan een onderzoeker
specifieke dataverzamelingsmethoden en analysetechnieken verkiezen,
afhankelijk van de onderzoeksvraag en het type data. Het is belangrijk om
hierbij het verschil te zien tussen voorkeur en ‘reactiviteit’: de manier
waarop de aanwezigheid of keuzes van de onderzoeker het gedrag van de
onderzochte kan beïnvloeden.
6) Voorkeur voor een theorie
- ink tussen jezelf als persoon (of als lid van een bepaalde sociale groep) en
een theorie
- Vrouwen
- Etnische minderheden
- Slachtofferervaringen
- Persoonlijke ervaringen
- OPGELET: Eigen betrokkenheid versus de nodige afstand
Wetenschapsfilosofische opvattingen
• Veralgemeenbaarheid
3
, • Studenten van Gent ondervragen kan je algemeniseren voor alle
studenten
• Prostituees van Gent kan je niet vergelijken met die van Brussel
• Unieke en particuliere
• Traditie van de onderzoeksgroep
• Bij wetenschappelijk onderzoek is veralgemeenbaarheid een belangrijk
principe: de resultaten van een studie zouden, binnen bepaalde grenzen,
toepasbaar moeten zijn op een grotere groep. Zo kan het ondervragen van
studenten in Gent tot inzichten leiden die gelden voor studenten in het
algemeen. Tegelijkertijd zijn sommige groepen of fenomenen uniek en
kunnen ze niet zomaar worden vergeleken; bijvoorbeeld prostituees in
Gent verschillen mogelijk sterk van die in Brussel, waardoor generaliseren
hier niet correct is. Wetenschap moet daarom zowel aandacht hebben
voor het particuliere en unieke als voor wat breed toepasbaar is.
8) Reikwijdte van de studie: ‘ruimte’ en ‘tijd’
- Ben je geïnteresseerd in…
a. Individuele psychologische processen?
b. Interacties binnen kleine groepjes mensen?
c. Het leven in een lokale gemeenschap?
d. Of grote populaties?
- Ben je geïnteresseerd in…
e. Momentopnames?
f. Vergelijkingen tussen momenten in de tijd?
̶ 9) Zuiver versus toegepast wetenschappelijk onderzoek
- Ben je geïnteresseerd in…
• Theorieën ontwikkelen?
• Hypothesen toetsen?
- Ben je geïnteresseerd in…
• Exploreren en oplossen van maatschappelijke problemen?
• Rechtstreekse gevolgen voor het sociaal of strafrechtelijk beleid?
• Actie-onderzoek – evaluatie-onderzoek – behoeften-onderzoek?
4
Onderzoeks-
ontwerp
Conceptueel
ontwerp
Doelstelling
Onderzoeksmodel
Vraagstelling
Begripsbepaling
Onderzoekstechnisc
h ontwerp
Onderzoeksmateriaal
Onderzoeksstrategie
Onderzoeksplanning
Iteratief ontwerpen
• Voortduren heen-en-weergaande beweging
• Bijstelling
• Herbezinnen en herschrijven
• = alles herbekijken en terugkomen op jouw stappenplan
Hoofdstuk 2: doelstelling
Politieke en
sociale context
Zuiver/toegepast
Wensen van de
wetenschappelijk
opdrachtgever
onderzoek
Reikwijdte van de Criminologisch
studie paradigma
Keuze van een
onderzoeksprobleem
Waarden en
Wetenschapsfilosofische
maatschappelijke
opvattingen
problemen
Voorkeur voor Voorkeur voor
een theorie een methode
1) & 2) Politieke & sociale context – wensen van de opdrachtgever
1
, - Politieke gebeurtenissen (mode-trends)
- Grote wetenschappelijke instituten (waakhonden, long term research)
- Opdrachtgevers (beleidsonderneming, one shot projects)
Onderzoekspotentieel – opdrachtgevers
• Universiteiten / hogescholen / privé-studiebureaus
• Opdrachtgevers
• Bv. (inter)nationale staten, ministeries, regio’s, gemeenten, bedrijven,…
• Grote wetenschappelijke instituten / wetenschapsfinanciers
• Bv. FWO – Fonds Wetenschappelijk Onderzoek Vlaanderen
- https://www.ugent.be/nl/onderzoek
3) Criminologisch paradigma
- Individueel positivisme (bv. biologische criminaliteitstheorieën,…) =
Crimineel gedrag ligt vooral bij het individu zelf – biologische, psychologische
of persoonlijke kenmerken zouden bepalen of iemand crimineel wordt.
- Neo-individueel positivisme (bv. sociale controletheorie,…) = Nog steeds
focus op het individu, maar er wordt erkend dat sociale factoren een rol
spelen. Het gaat om de interactie tussen persoonlijke kenmerken en sociale
controle.
- Sociaal positivisme (bv. ecologische theorie,…) = Criminaliteit wordt vooral
veroorzaakt door sociale en omgevingsfactoren, niet door het individu zelf.
- Marxistische theorieën = Criminaliteit is een gevolg van sociale ongelijkheid
en de klassenstructuur.
- Neo-marxistische theorieën (bv. links realisme,…) = Een modernere variant
van Marxistische theorieën, met aandacht voor culturele aspecten en
empirische toepassingen.
- Micro theorieën – middle range theorieën – grand theorieën
- OPGELET: Theoretical blindness
o Objectief bekijken van uit jouw onderzoek, ook als je negatieve
uitkomsten hebt
4) Waarden en maatschappelijke problemen
- Maatschappelijke projecten
- Opvattingen over goed en kwaad
- Opvattingen over sociale rechtvaardigheid
- Opvattingen over vrijheid en democratie
- OPGELET: Maatschappelijk engagement versus objectiviteit
o = Maatschappelijke projecten zijn initiatieven die sociale problemen
aanpakken of het welzijn van mensen verbeteren en vaak gebaseerd
2
, zijn op waarden zoals solidariteit en gelijkheid. Wat goed of kwaad is,
verschilt per samenleving en bepaalt welk gedrag acceptabel wordt
gevonden. Sociale rechtvaardigheid gaat over een eerlijke verdeling
van kansen, middelen en rechten, waarbij sommige mensen gelijkheid
van uitkomst belangrijk vinden en anderen gelijkheid van kansen.
Vrijheid en democratie zijn kernwaarden waarbij vrijheid zowel
persoonlijke keuzes als collectieve bescherming kan betreffen, en
democratie burgers inspraak geeft in maatschappelijke beslissingen.
Bij het bestuderen van maatschappelijke problemen is het belangrijk
om betrokkenheid te tonen, maar tegelijkertijd objectief en neutraal te
blijven in de analyse.
5) Voorkeur voor een methode
• Alleen harde kwantitatieve technieken verdienen het etiket ’wetenschappen’?
Of
• Interesse in de eigenheid, het eigenaardige, van een fenomeen (kwalitatief)
• Voorkeur voor bepaalde dataverzamelingsmethoden en data-anaysemethoden
• OPGELET: Voorkeur versus ‘reactiviteit’
• Onderzoekers kunnen een voorkeur hebben voor verschillende
onderzoeksmethoden. Sommigen vinden dat alleen harde, kwantitatieve
technieken echt wetenschappelijk zijn, omdat ze meetbare en objectieve
resultaten opleveren. Anderen geven de voorkeur aan kwalitatieve
methoden, waarbij de nadruk ligt op het begrijpen van de eigenheid en het
eigenaardige van een fenomeen. Daarnaast kan een onderzoeker
specifieke dataverzamelingsmethoden en analysetechnieken verkiezen,
afhankelijk van de onderzoeksvraag en het type data. Het is belangrijk om
hierbij het verschil te zien tussen voorkeur en ‘reactiviteit’: de manier
waarop de aanwezigheid of keuzes van de onderzoeker het gedrag van de
onderzochte kan beïnvloeden.
6) Voorkeur voor een theorie
- ink tussen jezelf als persoon (of als lid van een bepaalde sociale groep) en
een theorie
- Vrouwen
- Etnische minderheden
- Slachtofferervaringen
- Persoonlijke ervaringen
- OPGELET: Eigen betrokkenheid versus de nodige afstand
Wetenschapsfilosofische opvattingen
• Veralgemeenbaarheid
3
, • Studenten van Gent ondervragen kan je algemeniseren voor alle
studenten
• Prostituees van Gent kan je niet vergelijken met die van Brussel
• Unieke en particuliere
• Traditie van de onderzoeksgroep
• Bij wetenschappelijk onderzoek is veralgemeenbaarheid een belangrijk
principe: de resultaten van een studie zouden, binnen bepaalde grenzen,
toepasbaar moeten zijn op een grotere groep. Zo kan het ondervragen van
studenten in Gent tot inzichten leiden die gelden voor studenten in het
algemeen. Tegelijkertijd zijn sommige groepen of fenomenen uniek en
kunnen ze niet zomaar worden vergeleken; bijvoorbeeld prostituees in
Gent verschillen mogelijk sterk van die in Brussel, waardoor generaliseren
hier niet correct is. Wetenschap moet daarom zowel aandacht hebben
voor het particuliere en unieke als voor wat breed toepasbaar is.
8) Reikwijdte van de studie: ‘ruimte’ en ‘tijd’
- Ben je geïnteresseerd in…
a. Individuele psychologische processen?
b. Interacties binnen kleine groepjes mensen?
c. Het leven in een lokale gemeenschap?
d. Of grote populaties?
- Ben je geïnteresseerd in…
e. Momentopnames?
f. Vergelijkingen tussen momenten in de tijd?
̶ 9) Zuiver versus toegepast wetenschappelijk onderzoek
- Ben je geïnteresseerd in…
• Theorieën ontwikkelen?
• Hypothesen toetsen?
- Ben je geïnteresseerd in…
• Exploreren en oplossen van maatschappelijke problemen?
• Rechtstreekse gevolgen voor het sociaal of strafrechtelijk beleid?
• Actie-onderzoek – evaluatie-onderzoek – behoeften-onderzoek?
4