Vital schools: deel Hulsen
H1: Tiny Forest
Een Tiny Forest is een klein, dichtbegroeid inheems bosje van minstens 200 m² in de stad,
dat wordt aangelegd volgens de Miyawaki-methode. Het bestaat uit meer dan 20 soorten
inheemse bomen en struiken die dicht op elkaar worden geplant, waardoor het bos snel
groeit en al na korte tijd een waardevol ecosysteem vormt.
Wat een Tiny Forest bijzonder maakt, is de sterke sociale en educatieve aanpak. Scholen
en buurtbewoners worden actief betrokken bij de voorbereiding, aanplant en het onderhoud.
Kinderen leren er buiten over natuur en duurzaamheid en worden opgeleid tot Tiny Forest
Rangers, terwijl buurtbewoners er een groene ontmoetingsplek bij krijgen.
Een Tiny Forest heeft drie grote voordelen:
● Gezondheid: het vermindert stress, bevordert beweging en verbetert de
luchtkwaliteit.
● Biodiversiteit: het biedt leefruimte aan insecten, vogels en kleine zoogdieren en
helpt steden klimaatbestendiger te maken.
● Gemeenschapsvorming: het brengt mensen samen en versterkt de band tussen
mens en natuur.
Het concept is gebaseerd op het werk van Akira Miyawaki en werd naar de stedelijke
context vertaald door Shubhendu Sharma. In Vlaanderen wordt het educatieve en
participatieve traject gecoördineerd door GoodPlanet.
, H2: Outdoor education in de praktijk
Hoe begin je met een outdooractiviteit?
● Begin klein en bouw geleidelijk op.
● Eenmaligheid werkt beperkend, regelmaat werkt verbredend.
● Routine maakt het gemakkelijker.
Algemene tips om je organisatie te verbeteren:
● Afspraken en organisatie:
○ Vaste plaats waar je afspreekt buiten;
○ Eindsignaal;
○ Eerst in groepen opdelen en dan uitleg → vermijd chaos bij uitleg;
○ Lange buitenles? => wissel dan activiteiten met verschillende intensiteit af;
○ Maak je klein bij jonge kinderen;
○ Positioneer je als lkr dat jij in de zon kijkt;
○ Afspraken omtrent snelle werkers;
○ Vaste structuur bieden houvast en voorspelbaarheid;
○ Tocht in het bos afbakenen met losliggende takken → milieuvriendelijk;
○ Zorg voor veilige omgeving;
○ Betrek kinderen bij organisatie en klaarleggen van materiaal.
● Opwarmen en motiveren:
○ Liedje dat aangeeft om naar buiten te gaan;
○ Jonge kinderen? => post uit het bos bv. van de brandnetelkabouter;
○ Breng bv. geheim toverdrankje mee → prikkel ze;
○ Buitenlessen mogen leuk zijn;
○ Nieuwe of speciale handeling => werkt stimulerend
○ Verhaal voorlezen;
○ Doe als lkr of begeleider ook mee.
● Materiaal:
○ Materiaalkoffer of bolderkar;
○ Bespreek wat ze (niet) mogen gebruiken op voorhand;
○ Werkschrift met harde kaft voor elke llng;
○ Betrek llng bij voorbereiding;
○ Waterresistente kussens of matjes k aangenaam zijn voor buiten bv. voor in
het bos.
○ …
H1: Tiny Forest
Een Tiny Forest is een klein, dichtbegroeid inheems bosje van minstens 200 m² in de stad,
dat wordt aangelegd volgens de Miyawaki-methode. Het bestaat uit meer dan 20 soorten
inheemse bomen en struiken die dicht op elkaar worden geplant, waardoor het bos snel
groeit en al na korte tijd een waardevol ecosysteem vormt.
Wat een Tiny Forest bijzonder maakt, is de sterke sociale en educatieve aanpak. Scholen
en buurtbewoners worden actief betrokken bij de voorbereiding, aanplant en het onderhoud.
Kinderen leren er buiten over natuur en duurzaamheid en worden opgeleid tot Tiny Forest
Rangers, terwijl buurtbewoners er een groene ontmoetingsplek bij krijgen.
Een Tiny Forest heeft drie grote voordelen:
● Gezondheid: het vermindert stress, bevordert beweging en verbetert de
luchtkwaliteit.
● Biodiversiteit: het biedt leefruimte aan insecten, vogels en kleine zoogdieren en
helpt steden klimaatbestendiger te maken.
● Gemeenschapsvorming: het brengt mensen samen en versterkt de band tussen
mens en natuur.
Het concept is gebaseerd op het werk van Akira Miyawaki en werd naar de stedelijke
context vertaald door Shubhendu Sharma. In Vlaanderen wordt het educatieve en
participatieve traject gecoördineerd door GoodPlanet.
, H2: Outdoor education in de praktijk
Hoe begin je met een outdooractiviteit?
● Begin klein en bouw geleidelijk op.
● Eenmaligheid werkt beperkend, regelmaat werkt verbredend.
● Routine maakt het gemakkelijker.
Algemene tips om je organisatie te verbeteren:
● Afspraken en organisatie:
○ Vaste plaats waar je afspreekt buiten;
○ Eindsignaal;
○ Eerst in groepen opdelen en dan uitleg → vermijd chaos bij uitleg;
○ Lange buitenles? => wissel dan activiteiten met verschillende intensiteit af;
○ Maak je klein bij jonge kinderen;
○ Positioneer je als lkr dat jij in de zon kijkt;
○ Afspraken omtrent snelle werkers;
○ Vaste structuur bieden houvast en voorspelbaarheid;
○ Tocht in het bos afbakenen met losliggende takken → milieuvriendelijk;
○ Zorg voor veilige omgeving;
○ Betrek kinderen bij organisatie en klaarleggen van materiaal.
● Opwarmen en motiveren:
○ Liedje dat aangeeft om naar buiten te gaan;
○ Jonge kinderen? => post uit het bos bv. van de brandnetelkabouter;
○ Breng bv. geheim toverdrankje mee → prikkel ze;
○ Buitenlessen mogen leuk zijn;
○ Nieuwe of speciale handeling => werkt stimulerend
○ Verhaal voorlezen;
○ Doe als lkr of begeleider ook mee.
● Materiaal:
○ Materiaalkoffer of bolderkar;
○ Bespreek wat ze (niet) mogen gebruiken op voorhand;
○ Werkschrift met harde kaft voor elke llng;
○ Betrek llng bij voorbereiding;
○ Waterresistente kussens of matjes k aangenaam zijn voor buiten bv. voor in
het bos.
○ …