Kernpunten weergegeven in citaten
Hoofdstuk 1
“Het volk dat de macht uitoefent bestaat niet altijd uit dezelfde mensen waarover de
macht wordt uitgeoefend; en het zo geheten ‘zelfbestuur’ is niet het bewind van ieder
over zichzelf, maar van allen samen over ieder afzonderlijk. De wil van het volk
betekent bovendien in feite de wil van het meest talrijke of actieve deel van het volk,
de wil van de meerderheid, of van de mensen die erin slagen zich als meerderheid te
laten aanvaarden. (p. 38)
“Weldenkende mensen zagen in dat, wanneer de maatschappij zelf de tiran is – de
maatschappij als geheel, over de individuele personen waaruit zij bestaat – haar
middelen tot dwang niet beperkt blijven tot de dingen die zij door haar politieke
ambtsdragers kan laten doen. (p. 39)
Over: Vrijheid van godsdienst (p. 43)
“Het enige oogmerk dat de mensheid het recht geeft om individueel of collectief in te
grijpen in de vrijheid van handelen van een van hen, hun eigen bescherming is; en dat
de enige reden waarom men rechtmatig macht kan uitoefenen over enig lid van een
beschaafde samenleving, tegen zijn zin, de zorg is dat anderen geen schade wordt
toegebracht.” (p. 45)
Ingrijpen is alleen gerechtvaardigd als je daarmee schade voorkomt
“We hebben het niet over kinderen, of over jongelui onder de leeftijd die de wet
aangeeft als de volwassenheid.” (p. 46)
Mill’s stellingen hebben alleen betrekking op volwassen mensen
“Niet alleen door zijn handelingen, maar ook door zijn nalatigheid kan iemand een
ander leed doen, en in elk van beide gevallen draagt hij met recht de
verantwoordelijkheid.” (p. 47)
“Geen samenleving is vrij waarin deze vrijheden niet in grote trekken worden
geëerbiedigd:” (p. 49)
1. Over het innerlijke bewustzijn: vrijheid van geweten, van denken en
voelen, vrijheid van opvattingen en gezindheid over alle onderwerpen.
Maar ook vrijheid om opvattingen kenbaar te maken en te publiceren.
2. Vrijheid om onze bezigheden te kiezen, ons te gedragen zoals we willen
3. Vrijheid van vergadering