Leerdoelen kennislijn pedagogiek
Inhoud
Les 1 – Pedagogiek en belang van het kind.................................................3
1. Je kan een definitie geven van het begrip pedagogiek......................3
2. Je kan een omschrijving geven van de visie van Philip Kohnstamm
tav pedagogiek......................................................................................3
3. Je kan omschrijven hoe opvoeddoelen opvoeding normatief bepalen
...............................................................................................................3
4. Je kent enkele uitgangspunten van de Capability Approach..............4
5. Je kent het sociaal -ecologisch model van Bronfenbrenner...............4
Les 2 – Opvoeding en opvoeddoelen in deze samenleving..........................5
1. Je kan opvoeddoelen in deze samenleving benoemen......................5
2. Je kan een omschrijving geven van de visie van Martinus Langeveld
t.a.v. pedagogiek, opvoeddoel en gezagsrelatie....................................5
3. Je kan het begrip participatiesamenleving en actief burgerschap
omschrijven en uitleggen wat dat betekent voor een opvoeddoel........6
4. Je kan het begrip neurodiversiteit en inclusie omschrijven en
uitleggen wat dat betekent voor een opvoeddoel.................................7
Les 3 – Opvoeding en superdiversiteit.........................................................9
1. Je kan de begrippen superdiversiteit, majority en minority
omschrijven...........................................................................................9
2. Je kan opvoeddoelen in de archetypische samenlevingen
omschrijven...........................................................................................9
3. Je kan de begrippen diversiteit en kruispuntdenken omschrijven.. .10
4. Je kan een omschrijving geven van de visie van Halleh Gorashi op
inclusie.................................................................................................11
5. Je kent de uitgangspunten van beschermjassen.............................11
6. Je kent de visie van Janus Korczak op opvoeding............................12
Les 4 – Invloed pedagogisch klimaat op opvoeding...................................13
1. Je kent de definitie van Pedagogisch Klimaat..................................13
2. Je kent de definitie van sociale basis en je weet welke factoren je
kunt versterken om een kwetsbare omgeving te ondersteunen..........13
3. Je kent de rechtsregels m.b.t. leefbaarheid uit de WMO..................14
1
, 4. Je kent de visie van Micha de Winter t.a.v. de pedagogisch civil
society..................................................................................................14
5. Je kent de uitgangspunten van Ubuntu............................................14
Les 5 De pedagoog en opvoeden in de wijk...............................................15
1. Je kunt een wijk/gemeenschap definiëren...........................................15
2. Je kunt de behoefte om ergens bij te horen uitleggen vanuit de
humanistische psychologie.....................................................................15
3. Je kent de begrippen building en bridging van Robert Putnam en
sociale cohesie van Emile Durkheim.......................................................16
4. Je kent de visie van Kees Schuyt op sociale cohesie...........................16
5. Je kent de uitgangspunten van kwartier maken en community
building/ABCD methode..........................................................................16
Les 6 Opvoeding in een professionele setting............................................17
1. Je hebt zicht op de belangrijkste uitgangspunten van de
competentiegerichte benadering............................................................17
2. Je hebt zicht op hoe competentiegericht werken kan bijdragen aan
een gezond pedagogisch klimaat...........................................................19
3. Je hebt zicht op de leertheoretische principes die ten grondslag liggen
aan de competentiegerichte benadering................................................20
Les 7 organisaties opvoeden......................................................................21
1. Je kent het verschil tussen private en publieke organisaties..............21
2. Je kent het verschil tussen belang, bevoegdheid en
verantwoordelijkheid in een organisatie.................................................22
3. Je kent de verschillende manieren waarop jij als pedagoog en jouw
client invloed in een organisatie kunnen hebben....................................23
4. Je kent de visie van Paolo Freire t.a.v. de verantwoordelijkheid van een
pedagoog................................................................................................25
2
, Les 1 – Pedagogiek en belang van het kind
1. Je kan een definitie geven van het begrip pedagogiek
Betekenis: het houdt zich bezig met de opvoeding van kinderen en
jeugdigen van 0 tot 18 jaar
Oorsprong: pedagogiek komt van het Griekse woord; paidagoogia =
kinderleiding
Andere woorden voor pedagogiek:
1. Opvoedkunde vaardigheden van de opvoeder
2. Opvoedingsleer kennis over opvoeden
3. Opvoedingswetenschap theorieën en methoden m.b.t. opvoeden
Pedagogiek = opvoedingswetenschap met eigen theorieën en methoden,
die ook gebruik maken van hulpwetenschappen, zoals psychologie,
sociologie, filosofie enz.
2. Je kan een omschrijving geven van de visie van Philip
Kohnstamm tav pedagogiek
Kohnstamms visie hoort bij de geesteswetenschappelijke pedagogiek hij
was de grondlegger hiervan.
Zijn ideeën:
Opvoeding is geen zaak van de staat, maar van de ouders en de
relatie tussen opvoeder en kind.
Het kind is volgens hem een “persoonlijkheid in wording”; een uniek
individu dat zich in een gemeenschap ontwikkelt
Opvoeding is mogelijk, omdat een kind een geweten heeft; het kan
onderscheid maken tussen goed en fout
Taal en spel zijn belangrijke middelen om de wereld te begrijpen en
om kritisch en zelfstandig leren mogelijk te maken
Normen en waarden moet je voorleven, niet opleggen; kinderen
moeten vrijheid en verantwoordelijkheid leren
3. Je kan omschrijven hoe opvoeddoelen opvoeding normatief
bepalen
Opvoeddoelen laten zien welke waarden en idealen opvoeders belangrijk
vinden voor de ontwikkeling van het kind.
Door een doel te stellen, zoals zelfstandigheid, maak je meteen een keuze
over wat “goed” opvoeden inhoudt.
3
Inhoud
Les 1 – Pedagogiek en belang van het kind.................................................3
1. Je kan een definitie geven van het begrip pedagogiek......................3
2. Je kan een omschrijving geven van de visie van Philip Kohnstamm
tav pedagogiek......................................................................................3
3. Je kan omschrijven hoe opvoeddoelen opvoeding normatief bepalen
...............................................................................................................3
4. Je kent enkele uitgangspunten van de Capability Approach..............4
5. Je kent het sociaal -ecologisch model van Bronfenbrenner...............4
Les 2 – Opvoeding en opvoeddoelen in deze samenleving..........................5
1. Je kan opvoeddoelen in deze samenleving benoemen......................5
2. Je kan een omschrijving geven van de visie van Martinus Langeveld
t.a.v. pedagogiek, opvoeddoel en gezagsrelatie....................................5
3. Je kan het begrip participatiesamenleving en actief burgerschap
omschrijven en uitleggen wat dat betekent voor een opvoeddoel........6
4. Je kan het begrip neurodiversiteit en inclusie omschrijven en
uitleggen wat dat betekent voor een opvoeddoel.................................7
Les 3 – Opvoeding en superdiversiteit.........................................................9
1. Je kan de begrippen superdiversiteit, majority en minority
omschrijven...........................................................................................9
2. Je kan opvoeddoelen in de archetypische samenlevingen
omschrijven...........................................................................................9
3. Je kan de begrippen diversiteit en kruispuntdenken omschrijven.. .10
4. Je kan een omschrijving geven van de visie van Halleh Gorashi op
inclusie.................................................................................................11
5. Je kent de uitgangspunten van beschermjassen.............................11
6. Je kent de visie van Janus Korczak op opvoeding............................12
Les 4 – Invloed pedagogisch klimaat op opvoeding...................................13
1. Je kent de definitie van Pedagogisch Klimaat..................................13
2. Je kent de definitie van sociale basis en je weet welke factoren je
kunt versterken om een kwetsbare omgeving te ondersteunen..........13
3. Je kent de rechtsregels m.b.t. leefbaarheid uit de WMO..................14
1
, 4. Je kent de visie van Micha de Winter t.a.v. de pedagogisch civil
society..................................................................................................14
5. Je kent de uitgangspunten van Ubuntu............................................14
Les 5 De pedagoog en opvoeden in de wijk...............................................15
1. Je kunt een wijk/gemeenschap definiëren...........................................15
2. Je kunt de behoefte om ergens bij te horen uitleggen vanuit de
humanistische psychologie.....................................................................15
3. Je kent de begrippen building en bridging van Robert Putnam en
sociale cohesie van Emile Durkheim.......................................................16
4. Je kent de visie van Kees Schuyt op sociale cohesie...........................16
5. Je kent de uitgangspunten van kwartier maken en community
building/ABCD methode..........................................................................16
Les 6 Opvoeding in een professionele setting............................................17
1. Je hebt zicht op de belangrijkste uitgangspunten van de
competentiegerichte benadering............................................................17
2. Je hebt zicht op hoe competentiegericht werken kan bijdragen aan
een gezond pedagogisch klimaat...........................................................19
3. Je hebt zicht op de leertheoretische principes die ten grondslag liggen
aan de competentiegerichte benadering................................................20
Les 7 organisaties opvoeden......................................................................21
1. Je kent het verschil tussen private en publieke organisaties..............21
2. Je kent het verschil tussen belang, bevoegdheid en
verantwoordelijkheid in een organisatie.................................................22
3. Je kent de verschillende manieren waarop jij als pedagoog en jouw
client invloed in een organisatie kunnen hebben....................................23
4. Je kent de visie van Paolo Freire t.a.v. de verantwoordelijkheid van een
pedagoog................................................................................................25
2
, Les 1 – Pedagogiek en belang van het kind
1. Je kan een definitie geven van het begrip pedagogiek
Betekenis: het houdt zich bezig met de opvoeding van kinderen en
jeugdigen van 0 tot 18 jaar
Oorsprong: pedagogiek komt van het Griekse woord; paidagoogia =
kinderleiding
Andere woorden voor pedagogiek:
1. Opvoedkunde vaardigheden van de opvoeder
2. Opvoedingsleer kennis over opvoeden
3. Opvoedingswetenschap theorieën en methoden m.b.t. opvoeden
Pedagogiek = opvoedingswetenschap met eigen theorieën en methoden,
die ook gebruik maken van hulpwetenschappen, zoals psychologie,
sociologie, filosofie enz.
2. Je kan een omschrijving geven van de visie van Philip
Kohnstamm tav pedagogiek
Kohnstamms visie hoort bij de geesteswetenschappelijke pedagogiek hij
was de grondlegger hiervan.
Zijn ideeën:
Opvoeding is geen zaak van de staat, maar van de ouders en de
relatie tussen opvoeder en kind.
Het kind is volgens hem een “persoonlijkheid in wording”; een uniek
individu dat zich in een gemeenschap ontwikkelt
Opvoeding is mogelijk, omdat een kind een geweten heeft; het kan
onderscheid maken tussen goed en fout
Taal en spel zijn belangrijke middelen om de wereld te begrijpen en
om kritisch en zelfstandig leren mogelijk te maken
Normen en waarden moet je voorleven, niet opleggen; kinderen
moeten vrijheid en verantwoordelijkheid leren
3. Je kan omschrijven hoe opvoeddoelen opvoeding normatief
bepalen
Opvoeddoelen laten zien welke waarden en idealen opvoeders belangrijk
vinden voor de ontwikkeling van het kind.
Door een doel te stellen, zoals zelfstandigheid, maak je meteen een keuze
over wat “goed” opvoeden inhoudt.
3