Hoofdstuk 1: Inleiding
1. Het begrip gezondheid
Gezondheid is méér dan enkel de afwezigheid van ziekte.
Volgens de WHO (1948) is gezondheid:
“Een toestand van volledig lichamelijk, geestelijk en sociaal welzijn, niet enkel
het ontbreken van ziekte of gebrek.”
Mondgezondheid maakt daar integraal deel van uit — de mond is een onlosmakelijk
onderdeel van het lichaam.
Normaal functioneren van de mond is noodzakelijk voor:
● opname van voeding (kauwen, slikken)
● spraakontwikkeling en communicatie
● esthetiek en zelfbeeld
● sociaal functioneren en levenskwaliteit
2. Mondgezondheid en algemene gezondheid
2.1. Mondgezondheid en levenskwaliteit
Een gezonde mond beïnvloedt direct het comfort en welzijn van mensen.
Slechte mondgezondheid kan leiden tot:
● pijn, infecties, verminderde eetlust, slaapproblemen
● slechtere voedingstoestand bij ouderen
● verbanden tussen dementie en tandverlies (Weijenberg et al., 2019; Thomson &
Barak, 2020)
2.2. Impact van tandbederf bij jonge kinderen (Early Childhood Caries – ECC)
Kinderen met ernstige cariës eten en slapen slechter, concentreren zich moeilijker en
vertonen vaker gedragsproblemen.
Onderzoek toont verband met:
, ● verminderde groei en gewichtstoename
● ontwikkelingsachterstand
● slechte voedingsstatus
ECC is in sommige landen een groot volksgezondheidsprobleem.
In Canada wordt bijna ⅓ van de dagoperaties bij kinderen tussen 1 en 5 jaar veroorzaakt
door cariës.
2.3. Infectieuze verwikkelingen
De mond bevat ± 6 biljoen micro-organismen, goed voor ongeveer 50% van alle
commensalen in het menselijk lichaam.
Van daaruit kunnen bacteriën andere organen aantasten → infecties zoals endocarditis en
respiratoire aandoeningen.
Voorbeelden:
● Bart Wellens: hartproblemen veroorzaakt door tandwortelinfectie.
● Casus in Metro News (2011): jonge vrouw overleden aan onbehandelde
tandinfectie.
2.4. Mondpathologie en systemische aandoeningen
Er bestaan sterke verbanden tussen mondgezondheid en algemene aandoeningen:
● Hart- en vaatziekten: verband met parodontitis, maar het exacte effect van
behandeling is nog onduidelijk.
● Diabetes: parodontitis verhoogt insulineresistentie; behandeling verbetert de
suikerspiegel.
● Longontstekingen bij ouderen: bacteriën uit de mond kunnen in de longen
terechtkomen.
● Zwangerschapscomplicaties: verband met vroeggeboorte en laag
geboortegewicht.
Omgekeerd kunnen ziekten en hun behandelingen (zoals chemotherapie) de
mondgezondheid verslechteren.
,3. Vaak voorkomende mondaandoeningen
3.1. Tandbederf (cariës)
Cariës is een multifactorieel proces waarbij bacteriën suikers omzetten in zuren, die
tandmineralen oplossen.
Er ontstaat een onevenwicht tussen demineralisatie en remineralisatie in de biofilm.
🧪 Belangrijk:
● Frequentie van suikerinname is schadelijker dan hoeveelheid.
● Kritische pH = 5,2–5,5.
● Hoofdbacterie: Streptococcus mutans.
● Vroege overdracht van moeder op kind verhoogt risico.
Caries (tandbederf) ontstaat door een onevenwicht tussen zuuraanvallen en herstel van
het tandoppervlak.
Na het eten van suikers zetten bacteriën in tandplaque deze suikers om in zuren. Hierdoor
daalt de pH in de mond tot onder 5,5, waardoor mineralen uit het glazuur oplossen
(demineralisatie).
Wanneer de zuurstoot voorbij is, herstelt het speeksel de pH en worden mineralen weer
ingebouwd (remineralisatie).
Als er echter te vaak suikers worden gegeten, is er te weinig tijd voor herstel. Het glazuur
verzwakt, en uiteindelijk ontstaat een gaatje.
De belangrijkste bacterie die dit proces veroorzaakt is Streptococcus mutans.
Kort gezegd: frequente suikerinname + bacteriën + tijd = tandbederf.
, Graad 1 – Beginstadium
● Aantasting van het glazuur.
● Witte, doffe vlekken zichtbaar.
● Geen pijn.
● Proces is omkeerbaar bij goede
mondhygiëne en fluoridegebruik.
Graad 2 – Dentinecariës
● Aantasting breidt uit tot het dentine (onder het glazuur).
● Gele of bruine verkleuring.
● Gevoelig bij koud, warm of zoet eten.
● Herstel (vulling) noodzakelijk.
Graad 3 – Pulpaontsteking
● De pulpa (zenuw) raakt ontstoken.
● Pijnklachten zijn hevig.
● Endodontische behandeling (wortelkanaalbehandeling) vereist.
Graad 4 – Necrose en abcesvorming
● Zenuwweefsel sterft af, soms tijdelijk pijnloos.
● Infectie kan uitbreiden voorbij de wortelpunt → abces.
● Vereist intensieve behandeling of extractie van de tand.