1. Het melkgebit: kenmerken, functies en samenstelling
1.1 Aantal en indeling van melktanden
Een volledig melkgebit bestaat uit 20 melktanden, verdeeld als volgt:
● Snijtanden: 2 per kwadrant (2/2)
● Hoektanden: 1 per kwadrant (1/1)
● Melkmolaren: 2 per kwadrant (2/2)
1.2 Ontwikkeling en eigenschappen
● De kroon van een melktand is afgewerkt voor doorbraak en verandert niet meer in
vorm.
● De wortels veranderen wel: ze worden volledig gevormd na doorbraak en
resorberen later bij de wisselfase.
● ‘Wisselgebit’ vanaf 6 jaar → 1e molaar breekt door achter 2e melkmolaar
● Melktanden zijn:
○ Kleiner en witter dan definitieve tanden
○ Hebben dunner glazuur en dentine
○ Vertonen meer cervicale verdikkingen (cervicale kam)
○ Hebben relatief grote pulpaholten
○ Hebben sterk divergerende wortels om ruimte te laten voor de
onderliggende definitieve tanden
,melksnijtanden BK melksnijtanden OK
melkgebit
wisselgebit
, 1.3 Functies van het melkgebit
Het melkgebit is essentieel voor:
● Kauwen
● Spraakontwikkeling
● Ondersteunen van lippen en wangen
● Ruimtebewaring voor definitieve tanden: vroegtijdig verlies kan leiden tot crowding
1.4 Aantal definitieve tanden van iedere groep
Het definitieve gebit bestaat uit tanden die melktanden vervangen (opvolgers) en tanden
die nieuw doorbreken (molaren).
Definitieve opvolgers
Deze tanden nemen de plaats in van de melktanden:
● Snijtanden: 2 per kwadrant (zelfde aantal als in melkgebit)
● Hoektanden: 1 per kwadrant (zelfde aantal als in melkgebit)
● Premolaren: 2 per kwadrant (vervangen de melkmolaren)
Molaren (niet-opvolgers)
● Per kwadrant komen 3 molaren voor.
● Ze vervangen geen melktanden, maar breken achter de tweede melkmolaar door.
● Hierdoor hebben ze geen voorganger in het melkgebit.