Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 36 pages
Summary

Samenvatting - Gezondheid AFPF Leerdoelen KT1

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 36 pages

Deze samenvatting bevat alle leerdoelen van Blok A Gezondheid van het vak AFPF (KT1). Inclusief de latijnse benamingen, afbeeldingen en voorbeelden.

Content preview

Anatomie, Fysiologie, Pathologie en Farmacologie
Blok 1



C1: Ziekteleer, cellen en weefsels & structuren
Vergelijking van negatieve en positieve feedbackmechanismen

Kenmerk Negatieve feedback Positieve feedback
Doel Houdt een waarde Versterkt een afwijking
constant van de normale waarde
Reactie op verandering Werkt tegengesteld aan Werkt versterkend op de
de verandering verandering
Regeling Zorgt voor stabiliteit en Zorgt voor een
evenwicht versnelling van een
proces
VB 1: Te hoge Bevalling  oxytocine 
lichaamstemperatuur  meer weeën  meer
zweten  afkoeling oxytocine
VB 2: Te laag glucosegehalte Bloedstolling 
 glucagon  glucose stollingsfactoren
stijgt activeren elkaar
Veelvoorkomend bij: Homeostase (bloeddruk, Korte, krachtige
temperatuur, pH) processen (bevalling,
stolling)
Resultaat Herstel naar normale Snelle afwikkeling van
toestand proces (eindigt zelf)


Het proces van osmose vergelijken met diffusie?
Osmose = Het transport van watermoleculen door een
semipermeabel membraam van een gebied met een lage
concentratie opgeloste stoffen (veel water) naar een
gebied met een hoge concentratie opgeloste stoffen
(weinig water)
Voorbeeld: Rode bloedcellen die in een zoutoplossing
krimpen (water stroomt naar buiten omdat daar de
concentratie opgeloste stoffen hoger is)
Diffusie = Het proces waarbij deeltjes zich willekeurig verplaatsen van een gebied
met een hoge concentratie naar een gebied met een lage concentratie, totdat de
concentratie overal gelijk is Voorbeeld: Zuurstof diffundeert
van de longblaasjes naar het bloed dit komt doordat er in de longblaasjes veel
zuurstof zit (heb je net ingeademd) en in het bloed dat uit de weefsels terug komt
zit weinig zuurstof. Dus zuurstof verplaatst zich vanzelf van het gebied met een
hoge concentratie (longblaasjes) naar het gebied met lage concentratie (bloed)


Structuur en functie beschrijven van het plasmamembraan
De structuur bestaat uit: twee lagen fosfolipiden (deze vetachtige stoffen vormen
een waterafstotende barrière) met daarin eiwitten die functioneren als:

,receptoren, transporteiwitten en enzymen  Naast deze fosfolipiden is ook
cholesterol aanwezig
Functies:
 Afgrenzing van de cel: scheiding tussen ICV en ECV
 Selectief doorlaatbaar: kleine moleculen zoals zuurstof en koolstofdioxide
diffunderen gemakkelijk, voor grotere of geladen stoffen zijn
transporteiwitten nodig
 Transport van stoffen:
Passief transport  Verbruikt geen energie (diffusie)
Actief transport  Verbruikt wel energie (ATP)
 Endocytose  De cel neemt stoffen van buitenaf op door het
celmembraan
 Exocytose  De cel geeft stoffen naar buiten af


Functies van de organellen
De kern (nucleus): is het controlecentrum van de cel en bevat ook al het DNA, de
kern regelt de eiwitproductie door informatie uit het DNA te verwerken
Mitochondriën: de energiecentrales van de cel  produceert ATP, wat ons
lichaam nodig heeft om goed te kunnen functioneren
Ribosomen: bestaan uit RNA en eiwitten, de belangrijkste taak van ribosomen is
de eiwitsynthese (het maken van eiwitten door mRNA en aminozuren)
 Eukaryoten (wel een celkern): ribosomen zitten los in het cytoplasma 
de eiwitten die gemaakt worden, worden in dezelfde cel gebruikten &
ribosomen zitten gebonden aan het RER  de eiwitten die hier
gemaakt worden verlaten wel de cel of ze komen in het celmembraan
terrecht
 Prokaryoten (zonder celkern): zowel de ribosomen als het DNA ligt vrij
in het cytoplasma
Endoplastisch reticulum:
 Glad ER: maakt lipiden (vetten) en steroïdhormonen + ontgiftiging van
geneesmiddelen
 Ruw ER: bewerkt eiwitten van ribosomen die aan het oppervlak van het ER
liggen zodat deze de cel uitkunnen + het maakt hormonen en vetten
Lysosomen: bevatten enzymen die zorgen voor de afbraak van afvalstoffen
Cytoskelet: netwerk van eiwitvezels in alle cellen wat zorgt voor celvorm,
stevigheid, beweging en transport van organellen + celuitstulping (bv: slijm
omhoog brengt in luchtwegen)
Golgiapparaat: inpakken, transport en uitstoten van de door de cel gevormde
stoffen (eiwtitten worden hier gebruiksklaar gemaakt)

,Stappen van de celcyclus beschrijven
De celcyclus beschrijft het proces waarbij een cel groeit, zijn DNA verdubbelt en
zich uiteindelijk deelt. Bestaat uit verschillende fases:
Interfase (voorbereidingsfase)
G1-fase = De cel groeit, voert zijn normale stofwisselingsprocessen uit en maakt
enzymen aan die nodig zijn bij de volgende stap
S-fase = DNA replicatie vindt plaats, cel verdubbeld
G2-fase = De cel controleert het gerepliceerde DNA en bereidt zich voor op de
celdeling
Mitose (celdeling)
Profase = Chromosomen worden zichtbaar + spoelfiguur vormt zich
Metafase = Chromosomen hechten zich aan het spoelfiguur, worden naar midden
cel getrokken
Anafase = Dochterchromatiden van elk chromosoom worden gescheiden en naar
tegenovergestelde polen van de cel getrokken
Telofase = Vorming van nieuwe kernmembranen rond de 2 sets chromosomen


Overeenkomsten/verschillen soorten transport

Kenmerk Actief Transport Passief transport Bulktransport
Energie (ATP) Kost energie Kost geen energie Kost veel energie
Richting Tegen de Met de Ongeacht
concentratie in concentratie mee concentratie moet
Laag  Hoog Hoog  Laag het hele blaasje
in/uit
Voorbeelden Natrium- Diffusie, osmose Endocytose,
kaliumpomp exocytose en
fagocytose
Transportmiddel Via specifieke Via fosfolipide laag Via blaasje die
Transporteiwitten of afsnoeren/versmelt
transporteiwitten en met membraan
Bulktransport = Wordt gebruikt bij deeltjes die te groot zijn om het celmembraan
te passeren


Structuur en functies van verschillende weefsels
4 hoofdtype weefsel:
 Epitheel  Beschermen oppervlakte tegen schadelijke stoffen, opname,
afscheiding en prikkelgeleiding
 Vb: Huidoppervlakte (meerlagig), slijmvliezen (eenlagig), darmepitheel,
klierweefsel
 Bindweefsel  Verbinden en ondersteunen
 Bindweefsel (pezen  Verbinden spieren met botten)
 Bot (steun en bescherming)
 Bloed (transport)
 Spierweefsel  Maakt beweging mogelijk
 Skeletspierweefsel (dwarsgestreept spierweefsel)
 Glad spierweefsel (holle organen bv: darmen en bloedvaten)

,  Hartspierweefsel (zorgt voor pompen hart)
 Zenuwweefsel  Geleiding en verwerking van prikkels + coördinatie van
lichaamsfunctie bestaat uit: Neuronen (zenuwcellen) en steuncellen
 Vb: hersenen, ruggenmerg en perifere zenuwen




Structuur en functies van de epitheliale membranen, slijm- en sereuze vliezen en
de synoviale membranen
Epitheliale membranen = Bestaat uit het epitheelweefsel + dun laagje
bindweefsel Belangrijkste zijn: slijmvlies
(mucosa), serosa (pleurae)
 Slijmvliezen (mucosae)  Bekleedt open lichaamskanalen (mond, neus,
luchtwegen, darmen en urinewegen)
 Sereuze vliezen (serosea)  Bekleed gesloten lichaamsholten (longen,
hart en buikorganen)  Glijfunctie
Synoviale membranen = Bevinden zich in de gewrichten en bestaan uit 2
bindweefsellagen Belangrijkste functie  Produceren van
synoviale vloeistof dit dient als smeermiddel voor het gewricht, deze membranen
zijn essentieel voor een soepel beweging


Richtingsaanduiding
Aanduidingen in de anatomie zijn termen om structuren in het lichaam te
beschrijven en om zo voor iedereen duidelijk te hebben over welke kant we het
nou hebben
 Sinister (links)
 Dexter (rechts)
 Mediaal (dichtbij het midden)
 Lateraal (veder van het midden)
 Proximaal (richting het aanhechtingspunt)
 Distaal (richting het uiteinde)
 Anterior/Ventraal (voorkant van lichaam,




buikkant)
 Posterior/dorsaal (achterkant
lichaam, rugkant)
 Superior/Craniaal (richting het
hoofd)
 Inferior/caudaal (richting de
voeten)

Document information

Study
Uploaded on
January 20, 2026
Number of pages
36
Written in
2025/2026
Type
Summary
$8.34

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Sold
0
Followers
0
Items
2
Last sold
-



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions